+ Meer informatie

DE MILVA's

6 minuten leestijd

(Slot)

Zo ben ik clan gekomen aan mijn laatste punt: De plaats van de vrouw in de maatschappij.

We gaan eerst eens kijken wat we onder de maatschappij verstaan.

Onder de maatschappij verstaan we cle samenleving, cle wereld, de omgang en het onderling verkeer der mensen.

Hebben vrouwen in deze samenleving cle zelfde plaats en cle zelfde roeping als de mannen? Als ik nee zeg — en dat zeg ik — zal ik dit moeten bewijzen.

Calvijn wees aan de vrouw haar eigen plaats aan, door God haar gesteld. Geen gelijkheid tussen man en vrouw, dan die gelijkheid, waarvan de Heilige Schrift spreekt, n.1. de gelijkheid in Christus Jezus, want in Christus Jezus is nóch man, nóch vrouw.

Maar die eenheid in Christus neemt de maatschappelijke ongelijkheid niet weg. En nu moeten jullie eens om je heen kijken. Is het in cle maatschappij dan niet droevig gesteld. Voor mij staat vast, dat alle zielen cle machten over haar gesteld onderworpen moeten zijn. Want daar is geen macht dan van God, en cle machten die daar zijn, die zijn van God geordineerd. Zo lees ik het in Rom, 13. Dat hoofdst. moeten jullie maar eens goed lezen. Daar gaat het over cle Overheid. Welnu een vader van een gezin wordt ook onder de Overheid begrepen al is het dan ook op het terrein van het gezin.

En nu is ongetwijfeld cle macht van de man over de vrouw te duidelijk geordonneerd, dan dat wij dezelve betwistbaar mogen stellen.

De instelling luidt toch letterlijk, wat ik reeds aangehaald heb in mijn eerste punt: „En hij zal heerschappij over U hebben."

De historie, cle zgn. vooruitgang der beschaving kan geen invloed hebben op deze goddelijke instelling, want ze zal duren, zolang de wereld zal bestaan. Deze goddelijke instelling kan niet straffeloos geschonden worden. Daar is geen aan cle tijdsomstandigheden aanpassende wijziging in cle goddelijke ordinantiën.

Verre van dat. Ik lees verder in mijn bijbel:

„Alzo dat die zich tegen cle macht stelt, cle ordinantie Gods wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen."

Nu moeten jullie toch vooral niet denken, clat dit vroeger zo moest, maar de beschaving staat nu op een veel hoger peil. Arme mens, die zo pronkt en bouwt op de zgn. beschaving van de mens.

Als God de omstandigheden waarin de mens thans leeft, verandert, clan blijft er van heel onze beschaving niets over. Dan is alles' maar vernis. En nog een heel dun laagje ook.

Roeping van de vrouw is: onderdanig te zijn aan cle man om des Heeren wil.

Het gaat dus om cle ordening des Hee-

ren, waaraan verbonden is het heil en het geluk van een volk.

Ruk de vrouw van haar door God aangewezen plaats en ge werkt mee tot de valse ijdelheid van man en vrouw, dat door sommigen feminisme wordt genaamd, dit moet dan betekenen, streven naar meer rechten voor de vrouw, maar in werkelijkheid is het vizilisme, en dat betekent: vermakkelijken deivrouw.

Hierdoor worden de grondzuilen van het gezin, de kerk, de school en de maatschappij aan het wankelen gebracht. En nu vraag ik een ieder die dit leest: „Zien we dit streven in onze tijd niet duidelijk openbaar worden! Zie maar naar de kleding, lopen vrouwen niet met mannenkleren? Zien we geen vrouwelijke chauffeurs, dringt de vrouw niet hoe langer hoe meer op het terrein van de man? Zie naar de fabrieken, naar de kantoren, naar cle «politie, naar het vliegwezen, naar het leger, ja zelfs in kerkelijke ambten ontmoet men de vrouw.

Hoe langer hoe driester treedt de vrouw op. Waarom? Omdat ze afwijkt en afgeweken is van de ordening Gods. Het is geen menselijke ordening.

Ze wil gelijk, ja zelfs boven de man gesteld worden. Ze wil de ordening Gods omkeren en zij wil heerschappij hebben over de man. Dit is ook het streven van cle Milva. Velen, heel velen, bekleden bij de Milva een rang, en staan krachtens clie rang boven cle mannelijke militair.

Telkens weer dreigt het leven der mensheid tot het miskennen van de betekenis der vrouw.

Nu eens door haar als een schepsel van lager orde te beschouwen, dan weer door haar gelijk te stellen met de man en voor haar de toegang tot het maatschap-

pelijk leven en de arbeid van de mail te openen, alsof alleen de arbeid van de man en de positie van de man waardij heeft en dat daarom de vrouw moet trachten dit te veroveren.

Op velerlei wijze tracht de vrouw in onze hedendaagse maatschappij dit te bereiken. Ik herhaal wat ik hierboven neer schreef. Ze tracht zich overal in te dringen, in fabriek, kantoor enz. enz. Zij wil staan op dezelfde plaats, neen erger, een sport hoger dan de man. Ze zit in 's lands vergaderzaal, Gemeenteraden enz. enz. Wat lees ik het toch anders in Spreuken 31.

Haar taak en roeping, welke Gods Woord haar aangeeft is niet in de le plaats een regerende taak, maar dit is de taak van de man. Hierom is hij bekend in de poorten, als hij zit met de oudsten des lands. Dit is haar vreugde, dat „hij" bekend is in de poorten, als „hij" (niet zij) zit met de oudsten des lands.

Men heeft het tegenwoordig omgekeerd. De vrouw wordt verkozen tot schier alle ambten, ja zelfs tot het predikambt.

Die gehele geest mijn lezers, strijdt die niet tegen Gods ordinantie, zoals ik U die in het kort heb mogen tekenen? Hoe een geheel andere geest bezat toch de moeder van Salomo.

Zeer opmerkelijk is het, dat een vrouw in Spr. 31 waarschuwt voor het gevaar der vrouw. Voor het mondaine leven, waarin men de vrouw haar de kroon van het hoofd rukt, in alles stellen wil naast de man, ze uit het stille huiselijke leven uitrukt, publiek maakt. Zij, de moderne vrouw in mannenkleren, met een sigaret in de mond, is een gevaar waartegen Gods Woord ons waarschuwt. „Geef aan de vrouwen Uw vermogen niet."

Doch de zorgdragende moeder in Spr. 31 stelt tegenover dit grote gevaar de deugdelijke vrouw.

Zij waarschuwt tegen de vrouw, maar anderzijds verheft zij deze in haar lied, doch alleen mijn lezers, wanneer zij in Gods wegen wandelt en zich komt te gedragen naar de eis van Gods Woord. Hare waardij is verre boven de robijnen, zij is een gave Gods.

De roeping van de vrouw ligt aan de binnenzijde van het leven, terwijl die van de man aan de buitenzijde ligt.

Haar roeping ligt in het gezin; daarin ligt haar arbeid, daar is haar een'schone taak bereid. Zij kere weder tot de haar van God gewezen plaats en vinde daar haar lust en ere.

Dan zal zij het heil der vrouw beërven, haar van God weggelegd; dan zal ook haar man haar prijzen. Hij zal zeggen: „Vele dochteren hebben deugdelijk gehandeld, maar gij gaat die allen te boven."

Tenslotte en daarmee beeindig ik deze artikelen: „De bevalligheid is bedrog, en de schoonheid ijdelheid, maar een vrouw die de Heere vreest, die zal geprezen worden."

Hartelijke groeten van,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.