+ Meer informatie

De onvoorspelbare toekomst van het groene territorium

13 minuten leestijd

In Columbia kregen de Indianen hun eigen gebieden, diep in het oerwoud, vrijwel onbereikbaar. In deze zogenaamde Resguardo's hebben boeren, goudzoekers, rubbertappers, cocazoekers en anderen niets te maken. Sommige Indianen hebben geregeld contact met de buitenwereld, anderen leven geheel op zichzelf in hun Resguardo's. Maar hoe lang duurt het voor de grenzen ervan toch overschreden worden?

Ineens flitst de zaklamp van de stuurman aan. Hij mindert vaart en tast met de scherpe lichtstraal de dichtbeboste oevers van de rivier af Als een onrustig oog schiet de lamp van de ene oever naar de andere. We zijn op zoek naar een huis in het bos. Het is laat en het drinkwater is bijna op. Vissen springen, gestoord in hun slaap, uit het water omhoog. Langzaam vult het kleine bootje zich met saboleta's, palometa's en piranha's; het avondeten voor zo meteen.
De slaapplaats is onvindbaar. Nergens een opening, een kano of een uitgekapt pad. We besluiten de nacht in het bos door te brengen en knopen de hangmatten om een paar stevige bomen. Na het nuttigen van de geroosterde visjes (piranha's voeden niet echt) kruipen we moe in de hangmatten en luisteren we naar het onophoudelijke orkest van krassende krekels, zoemende insekten en brullende apen. Dolfijnen happen naar lucht en even later voegt ook het raspende gesnurk van de stuurman zich bij de symfonie van de nacht.

Ondoordringbaar
Ik ben ver, heel ver van huis. De Apaporis is een van de rivieren die, gezien vanuit Bogota, pas na lang reizen bereikt kan worden. Wie er verschillende vliegreizen (Bogota-Leticia-La Pedrera) en een paar dagen varen voor over heeft, komt terecht in het hart van de Columbiaanse "Resguardo" (Indiaans territorium), waar Indianen het voor het zeggen hebben en het oerwoud nog ondoordringbaar is. De Resguardo's kunnen alleen over de rivier bereikt worden. Wegen zijn er niet en de paar landingsbanen die in het groene landschap geschoren zijn, geven slechts toegang tot een paar cocaveldjes in de directe omgeving.
Drie weken lang varen mijn Indiaanse gidsen en ik rond op rivieren die allemaal totaal verschillend van karakter zijn. De Miriti is een kleine, kronkelige regenrivier, die ergens in het oerwoud ontspringt. De Caqueta is breed en rustig, maar kan bij storm en onweer in een woeste zee met schuimkoppen veranderen. De Apaporis is het meest verlaten en kent een aantal verraderlijke stroomversnellingen waar af en toe bootjes in omslaan en mensen in de zuigende draaikolken verdrinken.
Zo op het eerste gezicht ziet het er allemaal prachtig uit. Een land waar Indianen de dienst uitmaken en een tropisch regenwoud dat de druk van buiten nog heeft weerstaan.

Resguardo
Zo'n vijfhonderd jaar geleden doken de eerste blanke bezoekers op: geharnaste Spanjaarden, koortsig op zoek naar het blinkende goud, en in donkere pijen gestoken missionarissen. Later verschenen ook de rubbertappers en huidhandelaren, die evenals de goudzoekers minder goede plannen hadden met de oorspronkelijke bewoners van het bos. Duizenden Indianen werden afgeslacht, ingeruild voor bijlen of een hakmes, of gebruikt als slaaf voor de bouw van een fort.
De periode van geweld die Columbia in de jaren vijftig van onze eeuw overspoelde (La Violencia), deed duizenden boeren uit de Andes naar het tropische zuidoosten vluchten, waar ze zich, al dan niet met geweld, in de Indiaanse gebieden vestigden. Helemaal rechteloos waren de Indianen niet. Al tijdens de Spaanse overheersing lanceerde de paus een wet waarin de rechten van de Indianen gewaarborgd zouden moeten zijn. De eerste Resguardo's zijn toen ontstaan.

Uitbreiding
In 1980 besloot de overheid tot een spectaculaire uitbreiding van het Indiaanse grondgebied. Miljoenen hectares werden in Resguardo veranderd en in 1988 werden er nog eens enkele miljoenen hectares aan het areaal toegevoegd, nadat Indianen en juristen uit Bogota er jaren mee bezig waren geweest en Martin von Hildebrandt, adviseur inheemse zaken in de regering, een aantal middagen met VirgiHo Barco, de president, had doorgezakt.
De president moest eigenlijk een inleiding in een boek over de Amazone schrijven, kon dat niet (hij was er nog nooit geweest) en vroeg Von Hildebrandt voor deze klus. Al snel bleek dat de twee elkaar mochten. Barco luisterde gefascineerd naar de inspirerende verhalen van Von Hildebrandt en was blij eindelijk eens iets anders te horen dan die droevige berichten over die onuitputtelijke strijd met guerrilla en de drugsmaffia. Von Hildebrandt wees Barco op de mogelijkheid z'n besmette blazoen wat op te poetsen met een uniek gebaar van wereldformaat. Met de ingrijpende uitbreiding van de Resguardo's zou hij niet alleen de inheemse bevolking voor zich winnen, ook in het buitenland zou de toewijzing van 20 miljoen hectare voor de Indianen opzien baren. In 1988 vloog Barco enthousiast naar de Indiaanse gemeenschap La Chorrera en sprak daar de historische woorden: „Eindelijk is jullie land van jullie".

Moeilijk toegankelijk
Een gebied zo groot als zeven keer Nederland is nu Indiaans. Resguardo's kunnen niet aan niet-blanken worden verkocht. Hier maken Indianen de dienst uit, bepalen zelf regels, rechten en onderwijs (Spaans en eigen taal) en beslissen zelf over de kap van een bos of de exploitatie van mineralen en grondstoffen.
Nu was de totstandkoming van de Resguardo's niet echt een heksentoer. Het zuidoosten van Columbia is nooit gekoloniseerd geweest, onder andere vanwege de moeilijke toegankelijkheid. Behalve de Putumayo is geen enkele rivier in z'n geheel bevaarbaar. Tijdens onze reis over Caqueta, Miriti en Apaporis schoot de boot nu eens door wilde stroomversnellingen en draaikolken, dan weer liepen we vast op een van de vele nauwelijks zichtbare zandbanken.
Op de Apaporis moest de tien meter lange boot zelfs een keer uit het water worden getild om hem 200 meter en een flinke heuvel verder weer in het hoger gelegen water te laten glijden.

'Romantisch'
Het vertrouwde, romantische beeld van halfnaakte Indianen, die 'natuurlijk' leven, bestaat niet meer. Ze zijn er nog wel. Op recente luchtfoto's zijn hutten van Indianen te zien die volkomen geïsoleerd leven. Missionarissen die toch een poging tot contact hadden ondernomen zijn gedood en Indianen van een andere stam die er toevallig in de buurt kwamen, werden met gifpijlen beschoten.
Maar de meeste Indianen in Zuidoost-Columbia nemen de gebruiken en gemakken uit het Westen over. Ze ruilen aardewerken bakplaatsen in voor een gebogen oliedrum, verkiezen zaklampen boven gloeiend hars en kappen liever met een machete, een ijzeren hakbijl, in plaats van het tijdrovende gekloof met een botte, stenen bijl. Maar aan de Miriti en de Apaporis smeult nog de 'breu', een klomp hars, die zo'n tien minuten brandt. In plaats van met zeep wast men zich met de blaadjes van de papua-ke en de palen van de maloca's zijn nog met lianen aan elkaar vastgebonden.
Door de verwestering kunnen problemen ontstaan voor het woud. De chagra's, de tuinen, waar cassave, coca en tal van andere gewassen verbouwd worden, kunnen namelijk veel sneller worden gekapt. Een chagra is een opengekapt en -gebrand stukje bos van ongeveer een of hooguit twee hectare.
Vanwege de grote verscheidenheid aan aanplant trekt zo'n tuin talloze insekten en vogels aan, die weer zaadjes meevoeren, zodat de diversiteit in stand blijft. Na een aantal jaren produceert de chagra niet meer genoeg en wordt de tuin verlaten. Na zo'n veertig jaar groeit de chagra weer naadloos dicht met het omringende regenwoud. Vroeger kende elke gemeenschap een chagra.

Bosbewakers?
Maar nu de bomen niet meer moeizaam met bijltjes worden gekapt (eerst branden, daarna het houtskool van de stam afschrapen) en de kap van een boom met een machete in een paar uur kan gebeuren, worden er veel meer bomen gekapt en ontstaan er verscheidene open plekken in het bos. Zowel Indianen als biologen zitten daar niet zo mee. Het gaat om zulke kleine stukjes, ook dat zal het bos eens weer tot zich nemen.
Indianen, zo wordt vaak beweerd, zijn de bewakers van het bos. Eeuwenlang hebben ze er gewoond en waren ze er afhankelijk van. Nooit hebben ze zich laten verleiden tot de grootschalige kaalkap waar vooral blanken het patent op hebben. Maar is dat nog zo? Is het tropisch regenwoud bij Indianen inderdaad in veilige handen?
Nicolas Bermudas, een van de medewerkers van de GaiaStichting (een stichting die samenwerkt met Indiaanse organisaties), gelooft dat het behoud van het regenwoud valt of staat met de traditionele levenswijze van de volken. „Traditionele Indianen die geïsoleerd wonen, zijn minder geïnteresseerd in de markteconomie. Dichter bij de dorpen neemt de behoefte om te kopen en te verkopen toe. Daar kappen ze eerder bos en houden ze wat vee. Die percelen zijn nog klein, maar zo is de vernietiging van het regenwoud ook eens begonnen."

Dat groeit wel weer
Voorlopig lijkt de belangstelling van de Indianen voor veeteelt niet groot. Aan de Caqueta ontmoeten we een keer drie opstandige stieren, maar verder zien we nauwelijks een stukje wei. Wat moet je hier immers met je vlees? De afstanden tot de markt zijn veel te groot. Beschermers van het regenwoud? Na een aantal langdurige rondedansen in de maloca aan de Caqueta spreek ik met een oudere Huitoto-Indiaan. Het oerwoud is van levensbelang, zegt hij. Van mondiaal belang zelfs en een van de longen van de wereld. Maar als een houthakker geld zou bieden om een paar bomen in z'n bos te kappen, zou hij er geen problemen mee hebben. „Want we hebben geld nodig. Waarom? Om hakmessen te kopen, natuurlijk. En benzine, zagen en horloges."
En het bos dan ? Dat gaat er aan. 
„Welnee! Dat groeit wel weer." Via de Caqueta varen we stroomopwaarts, de verlaten Apaporis op. Hele dagen komen we niemand tegen en vormt het hoge woud een dicht, gesloten front, 's Nachts wordt er af en toe gestopt om een kaaiman te vangen die dan op nog geen halve meter van onze voeten wordt neergelegd. Vastgebonden, dat wel, maar zo'n reptiel vlakbij (het is een kleine soort, ongeveer een tot anderhalve meter, maar dat stelt nauwelijks gerust) geeft weinig vertrouwen. Met opengesperde bek en een wild om zich heen slaande, geschubde staart houdt hij ons nog lang uit de slaap.
Hier, als het ware aan het einde van de wereld, kan ik mij moeilijk voorstellen hoe dit ontoegankelijke en groene tapijt van bomen en planten ooit bedreigd zou kunnen worden. Toch worden daar pogingen toe gedaan. Een paar jaar geleden doken Braziliaanse goudzoekers op aan de oevers van de Apaporis. Ze hakten gaten in het bos en vervuilden de rivieren met het kwik. Vorig jaar trokken de Brazilianen in de provincie Guainia opnieuw diep het Columbiaanse oerwoud in. Honderden "garimpeiros" hakten het bos open en bouwden er kleine nederzettingen met bars, bordelen en een medische post. De Indianen in Guainia waren furieus en vroegen Bogota om hulp. Binnen een paar weken joeg een bataljon van het leger de goudzoekers de Rio Negro op en keerde weer terug.
De goudzoekers namen gewoon wat snipperdagen op en trokken daarna het Columbiaanse stroomgebied weer in, op zoek naar het edele metaal en een beloftevolle toekomst. Hier lapten de goudzoekers elke soevereiniteit (Columbia en Resguardo) aan hun laars. En het leger (nog steeds druk in de weer met tal van oorlogen in het binnenland) heeft niet de tijd om ook hier nog eens op de boel te passen.

Cocaïne
Wie Columbia zegt, denkt aan coca, de plant, of cocaïne, het chemische bewerkte eindprodukt. Zeventig procent van alle cocaïne komt uit Columbia. Het wordt verbouwd in Bolivia, Peru en Columbia en bereikt via talloze ingenieuze smokkelroutes het Westen, waar de vraag nog steeds groot is. Het beste gebied voor de verbouw van coca is het gebergte, maar ook in het oerwoud kan er (een soort van mindere kwaliteit) geteeld worden. Vandaar dat drugshandelaren, militairen en politiefuncionarissen regelmatig bij de Indianen langskomen om de verbouw en verkoop van een veldje coca voor te stellen. Tot nu toe hebben alle "capitanes" (leiders) langs de Apaporis categorisch geweigerd om hier aan mee te doen. Coca, zo zeggen de Indianen, hoort thuis in het bos. Het heeft een belangrijke sociale functie en dient niet aan blanken te worden verkocht.
Op een nacht komen we verschillende groepjes vissende Indianen tegen. Ze vangen niet om in eigen behoefte te voorzien, maar verzamelen zo veel mogelijk vis voor de "cuatro frio", een gekoelde visopslagplaats bij La Pedrera, om geld te verdienen. Dat geld hebben ze nodig voor de aanschaf van een nieuwe hangmat, een doosje vishaken of zaklamp met batterijen. „Vind je 't gek!" zegt Patricio von Hildebrandt, de broer van de al eerder genoemde Martin. „Die spullen hebben ze hard nodig. Een hangmat gaat een paar jaar mee en zo'n machete is gauw kapot."

Pragmatisch
We hebben Von Hildebrandt op de Caqueta ontmoet. De bebaarde bioloog is met z'n vrouw drie maanden op het water onderweg. Van de Venezolaanse Orinoco naar de Amazone en vandaar naar Araracuara in centraal-Columbia. Von Hildebrandt heeft twintig jaar meegewerkt aan de totstandkoming van de Resguardo's en is er uiterst nuchter onder. „Als ik hier zo over die rivieren vaar, denk ik: wat is er in die tijd eigenlijk veranderd? Niets! Helemaal niets! En hoe zal het er over nog eens twintig jaar uitzien? Nog steeds hetzelfde, denk ik dan."
En de toenemende druk van de markt dan? De bioloog wrijft over z'n baard. „Ach, dat valt allemaal wel mee. Indianen zijn pragmatisch. Ze zien iedereen verschijnen, wikken en wegen en nemen dan een beslissing. En als er wat te verdienen valt, gaan ze er op af Eerst was er een 'rubberboom', toen kwam de coca, toen weer het goud. Hier vlak bij, in La Pedrera zochten een paar jaar geleden 8000 Indianen naar goud. Nu is het op en zitten ze weer thuis. In La Pedrera wonen nu nog maar zo'n 300 man."
Sommige Indianen willen veel geld verdienen, anderen weer niet, zegt Von Hildebrandt. „Ik ken een volk dat een week stroomopwaarts woont. Die komen per kano eens per jaar omlaag naar het dorp, verkopen daar die kano en gaan weer terug. Ze kopen gewoon wat rijst en benzine voor de terugtocht en zijn verder niet geïnteresseerd in de winkeltjes van La Pedrera."

Grens overschreden
Een week later praat ik in Bogota met Ariel Uribe, antropoloog en medewerker van het ministerie van inheemse zaken. Uribe wijst op de kaart en maakt met z'n hand een brede Barco sprak de historische woorden: „EindeHjk is juUie land van jullie" beweging over het savanneachtige, centrale gedeelte van Columbia: „Hier worden op het ogenblik cocaveldjes met insekticiden besproeid. Dat moet van de Verenigde Staten, die met hun oorlog tegen de drugs en dus ook de cocaïne bezig zijn. Daarbij worden ook andere velden vergiftigd. Vandaar dat duizenden boeren weer moeten vertrekken. Ze gaan alle kanten op, dus ook naar het zuiden. Daar naderen ze de grenzen van de Resguardo's en trekken er soms overheen. Nu is dat nog nauwelijks een probleem, maar die massa groeit en zal eens de grenzen overschrijden. En of dat nu een Resguardo is of niet, die boeren hebben honger, moeten ergens wonen en wat verbouwen en hebben dus weinig keus."
Met spanning volgen antropologen, natuurbeschermers en vele anderen de ontwikkeling in de Columbiaanse Amazone. Worden de Resguardo's een nieuwe economische achtertuin van het Westen of slagen Indianen er in het gebied zo in te richten dat zich natuur en cultuur onderscheiden van de rest van de wereld?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.