+ Meer informatie

Waakzaamheid begint bij de schooldeur

7 minuten leestijd

In ons land z^n een groot aantal scholen en schooltypen. Volgfens het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 1972 20.253 scholen waarvan er 16.372 voor het basisen kleuteronderw^s. Deze scholen werden bevolkt door ruim 3.200.000 leerlingen van 4 tot ongeveer 20 jaar. Hierin is het wetenschappel\jk onderwijs niet begrepen.

Van dit grote aantal scholen z\jn slechts 4721 basisscholen protestants, daarvan zal er een nog veel geringer aantal zi[jn waar de lessen nog worden gegeven met als achtergrond de B^bel en de drie formulieren van enigheid.

Van de bijna 4000 scholen voor middelbaar en hoger onderwijs zal er nog ongeveer een vijfde van protestants-christelijke huize zijn. Het wetenschappelijk onderwijs is afgezien van de theologische faculteiten geheel neutraal, want ook de VU is nauwelijks meer christelijk te noemen. Met name in het wetenschappelijk onderwijs geldt dat de wetenschap waardevrij moet worden bedreven, dat wil zeggen in de wetenschap komt geen godsdienstig inzicht te pas.

Uit het bovenstaande blijkt wel overduidelijk, dat slechts een klein aantal jongelui nog het voorrecht geniet, dat het nog een school kan bezoeken, waar rekening wordt gehouden met de eisen van Gods Woord.

Onze zorg dient echter uit te gaan naar de duizenden kinderen, die dit onderwijs wel zouden willen, maar niet kunnen krijgen, omdat er in hun woonplaats of onmiddellijke nabijheid geen school is, waar de gereformeerde belijdenis nog tot uiting komt in de lessen. .

Het klinkt natuurlijk nog wel verheugend, dat ier nog zo'n vijfduizend protestantse scholen zijn, maar gezien de kerkelijke toestand in vele plaatsen in ons land durf ik van die scholen ook niet veel meer te verwachten. Vaak zelfs het omgekeerde, juist op de basisscholen worden vaak de eerste stappen gezet op afwijkende wegen, door onderwijzers, die opgeleid zijn op de niet-christelijke pedagogische academies.

: . Scholengemeenschappen

De laatste jaren zijn vele middelbare scholen samengegaan tot scholengemeenschappen. Ook zijn basisscholen samengegaan inet het kleütèl'ondéïTXrijs en daarnaast zijn'Scholen van verschillende kerkelijke richting bezig met fusie.

Bij deze samensmeltingen moeten uiteraard ook de statuten worden gewijzigd en die gelegenheid werd dikwijls aangegrepen om de strakke beginselformulering-uit de statuten weg te laten of deze af te zwakken. Voor het zich funderen op de Bijbel en de drie formulieren van enigheid komt dan in de plaats, dat men de Bijbel als richtsnoer zal nemen of dat men zich zal richten naar het Evangelie. Beide formuleringen zijn op zichzelf genomen wel juist, maar men opent hiermee wel de mogelijkheid om allerlei uitleggingen te geven, die van de gereformeerde leer afwijken.

Lerarenbenoeming

Een ander punt, waar • de wereldse ideën de school insluipen, ligt bij de benoeming van leraren en onderwijzers. Door gebrek aan personeel kwam men er wel toe om niet belijdende christenen te benoemen. Ook wel omdat men meende, dat deze de beste was van t hele aanbod. Naar mijn: mening kan men dan beter de vakature 'niet vervullen. Vele christelijke scholen zijn op deze manier bergafwaarts gegaan, doordat ze bij de benoeming niet hebben onderzocht of de leerkracht zich inderdaad wel hield aan Schrift en Belijdenis.

De niet-christelijke pedagogische academies zijn meestal zeer maatschappijkritisch ingesteld. Nu hoeven wij heus niet klakkeloos te aanvaarden wat er in onze moderne maatschappij gebeurt, maar de instelling, die men hier de leerlingen tracht bij te brengen is meestal alleen maar kritisch ten opzichte van een Christelijk maatschappijbeeld.

Minister Van Kemenade vindt in deze onderwijzers en leraren trouwe aanhangers voor zijn revolutionaire ideën. In de contourennota, die onlangs verscheen,, komt hij tegemoet aan de eisen van inspraak en stelt voor, dat er in de school van de toekomst een ouderraad, een lerarenraad en zelfs een leerlingenraad moet komen, die ook vertegenwoordigd zullen moetei) zijn in het bestuur.

Godsdienstlessen

Op de meeste christelijke middelbare scholen wordt de schooldag nog geopend met schriftlezing en gebed; aan het einde van de schooldag sluit men met een dankgebed. Gelukkig!

Door drs. W. IVIateboer

Echter er zijn onderwijzers en leraren, die zich afvragen: „waar is dat nog goed voor?" Hun gebed is daarmee een niets zeggende formule geworden. Anderen gaan nog verder en willen niet meer openen of sluiten, hoewel ze verbonden zijn aan een christelijke school.

Op de basisscholen is het in vele gevallen nog zo, dat elke onderwijzer Bijbelse Geschiedenis geeft. Op de middelbare scholen is de vakkensplitsing zover doorgedrongen, dat vele leraren zich niet meer in staat achten om dit vak te geven. Dan moet er een specialist voor worden aangetrokken, die vaak wel iets van godsdienst weet, maar geen les kan geven.

De godsdienstlessen zelf zijn op de middelbare scholen teruggedrongen. Vroeger gaf men elke dag een godsdienstige bezinning. Nu is het nog één uur godsdienst per week. Zelfs al zou de schoolleiding willen dan zou men maar weinig méér uren per week aan godsdienst kunnen besteden. Dit komt door de z.g. minimum tabel en het maximum aantal te geven uren.

In de minimum tabel komt godsdienst niet voor, dus moet het uit de vrije uren komen en daar kan men niet te veel van afnemen anders komen de examenvakken teveel in het gedrang. . .(jwivj^^f. Tenslotte het studiemateriaal. De boeken zijn in vele gevallen neutraal — godsdienst wordt als een „wetenschap" behandeld. De z.g. wereldgodsdiensteii worden als gelijkwaardig met het christendom behandeld en de „goede" dingen daaruit worden nog eens extra onderstreept. Er zijn maar weinig positief christelijke studieboeken voor het vak en dan roeit men maar met de riemen die men heeft.

Op deze manier wordt de godsdienstles een verhandeling over de godsdienst en niet meer een les in het dienen van God.

Maatschappijleer

Het vak maatschappijleer dient om de leerling een inzicht te geven in de maatschappij waarin wij leven en kennis te nemen van de problemen in deze samenleving. Mits goed gegeven, kan dit vak van groot nut zijn voor de leerling; men kan hem op school al voorbereiden op de moeilijkheden van de moderne maatschappij. Hij hoort op deze manier van vakbonden en politieke partijen, van pressiegroepen en protesten, van staatsinrichting en derde wereld. Het hangt in grote mate van de leraar af wat er van dit vak terecht komt. De leraar is in vele gevallen dezelfde als die van het vak godsdienst en wat dat betreft gelden de opmerkingen die we daar gemaakt hebben, hier in dezelfde mate.

Een van de methoden om de leerlingen iets bij te brengen, is bij dit vak de discussie.

Wat de studieboeken betreft, moet ik constateren, dat deze in de meeste gevallen neutraal zijn. De leerling krijgt een opsomming van feiten en verschijnselen, waarover hij zich dan maar een oordeel moet vormen. Maar daar is die leerling nog niet rijp voor — ook al veronderstelt men dit wel in de moderne opvattingen.

Naast de boeken wordt gebruik gemaakt van speciaal voor dit vak in het leven geroepen tijdschriften zoals „Reflector" (voor het AVO), „Blikopener" (voor het MAVO) en „Antenne" voor basisonderwijs. Deze tijdschriften worden uitgedeeld aan de leerlingen en behandelen de aktuele onderwerpen, zoals abortus, euthanasie, rassendiscriminatie, perssubsidie, enz. De leerling mag weer zijn eigen mening vormen. Natuurlijk wordt het zelfstandig denken van de leerling wel gestimuleerd, en begrip bijgebracht voor het standpunt van een ander, men leert „genuanceerd" denken, maar in de meeste gevallen wordt de juiste weg niet aangegeven.

Gevaarlijker zijn nog de periodieken, die zich nog als christelijk aandienen, hoewel niet helemaal bedoeld voor het vak maatschappijleer en hier toch vaak bij worden gebruikt. Ik denk hier aan het blad „Weerwoord" een uitgave van het Landelijk Centrum voor Gereformeerd Jeugdwerk. Het blad is zuiver links georiënteerd en ademt een geest, die niets meer met „gereformeerd"-zijn gemeen heeft. Het socialisme wordt daarin als de christelijke religie voorgesteld.

Het is van het grootste belang, dat wij onze kinderen hierin begeleiden en ook voorzien van tegenargumenten. Let eens op, neem de studieboeken eens door en informeer eens naar wat uw kinderen te horen krijgen bij een vak als maatschappijleer en godsdienst. Als Uadat niet .laanstaati protesteer.- dan bij de betrokken leraar, maak uw bezwaren eventueel op een ouderavond bekend, zodat ook anderen uw rheningen kunnen horen. Protesteer in elk geval — zij doen het omgekeerd veel sterker. Tenslotte, het is een belangrijke zaak — de opvoeding van de jeugd. Laten wij er allen voor trachten te bidden of de Heere nog oprechte leraren wil geven, die aan onze jeugd leiding kunnen geven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.