+ Meer informatie

DESINTEGRATIE VAN HET GEZIN DOOR MAATSCHAPPELIJKE FACTOREN

6 minuten leestijd

Degenen die aan dit themanummer hebben bijgedragen, zullen hun bijdragen onafhankelijk van elkaar hebben geschreven. Dat houdt het risico in dat er hier en daar sprake van overlapping kan zijn. Tussen de aandachtspunten die in dit nummer worden behandeld, bestaat een zekere samenhang. Dat geldt in elk geval als het gaat over maatschappelijke factoren die het gezinsleven beinvloeden, desintegreren zoals de titel boven dit artikel het zegt.

Eerst maar iets over dit moeilijk woord. Wat zegt het woordenboek over dit begrip? In Wolters’ Woordenboek wordt het omschreven als: het uit elkaar vallen, het losser worden van gemeenschapsbanden, het verliezen van de samenhang met het geheel.

Kan men inderdaad spreken van een desintegratie van het gezin door ontwikkelingen in de maatschappij? Niet in de volle betekenis waarin het woordenboek het begrip desintegratie aanduidt. Veel gezinnen vormen ook in onze tijd nog zeer hechte gemeenschappen, waarbinnen de onderlinge banden heel sterk zijn. Maar het gezin is wel een meer open gemeenschap geworden. Het kwam steeds meer open te liggen voor invloeden van buitenaf. Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog was het gezin nog een betrekkelijk gesloten gemeenschap. Daarna zijn in betrekkelijk snel tempo ontwikkelingen op gang gekomen, die het gezin als hoeksteen van de samenleving en als belangrijke eel en hoedster van het christelijk geloofsgoed onder een zekere druk gingen zetten. Het traditionele patroon van het gezin onderging, eerst langzaam aan later in sneller tempo, verandering.

Men liet elders opgedane indrukken in invloeden in het gezin achter

De tijd na de Tweede Wereldoorlog was een tijd van wederopbouw. De druk die mensen vijf jaar achtereen binnen het kleine verband van het gezin en van de directe woonen werkomgeving had gehouden, viel weg. De wereld ging langzaam weer open, voor jongeren in ons land op een manier die men zich anders had voorgesteld. Het begon in ons land namelijk met honderdduizenden jonge mensen, die al of niet vrijwillig, naar Nederlands-lndië gingen om daar de recentelijk zo intens bediscussieerde opdracht van de toenmalige regering uit te voeren. Deze jongens kwamen na enkele jaren terug met ervaringen en indrukken die bij de meesten de levensvisie en levensstijl en hun reintree in de vroegere leefgemeenschap niet onbeïnvloed liefen. Van dezelfde generatie en dienstplichtige lichting zijnde, heb ik met anderen uit mijn omgeving geconstateerd hoezeer veel jongens in visie en gedrag waren veranderd en hoeveel moeite zij hadden om zich weer in de gangbare gezinsdiscipline te voegen.

De arbeidsmarkt verruimde en veel jonge mensen tussen 18 en 22 jaar verliefen in de jaren tussen 1945 en 1950 eigen omgeving en gezin om ergens anders een maatschappelijke carrière te beginnen. Ik herinner mij nog goed hoeveel jongens en meisjes uit de provincie in Amsterdam gingen werken en daar op kamers gingen wonen. Het was de tijd van de opkomst van diverse geestelijke bewegingen, op zoek naar vulling voor het geestelijk vacuum dat vijf jaren van oorlog achterlieten. De jongeren ondergingen de invloeden van de nieuwe omgeving, van de ontmoeting met anderen. En als ze met regelmaat in de gezinnen, die ze verliefen, terugkwamen, lieten ze daar niet zelden iets van de opgedane indrukken en invloeden achter. Dat heeft in veel gezinnen op een of andere manier doorgewerkt, met name waar het om de dingen van geloof en leven ging. Daarvan was al in heel sterke mate sprake in de vijftiger jaren bij studenten aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Ik herinner mij nog zeer goed de woorden van een gereformeerde docent aan de Vrije Universiteit van wie ik privé-les genoot. Hij merkte op enig moment op: aan de universiteit ontwikkelen zich theologisch, sociaal-maatschappelijk, natuurwetenschappelijk en ethisch gedachten, die het gereformeerde gedachtengoed in de toekomst helemaal op zijn kop zullen zetten. De snelheid waarmee dit zou gebeuren voorspelde hij niet, eenvoudig omdat de daaraan bijdragende instrumenten: onderzoeksmethoden, literatuur en media-technieken, op dat moment nog niet waren te overzien. Het is snel gegaan en de geestelijke desintegratie van de gezinnen als gevolg ervan was niet gering.

Eén grote jacht

Er zou, als het op desintegratie van het gezin door maatschappelijke ontwikkelingen aankomt, natuurlijk op veel meer te wijzen zijn. Behalve geestelijk is de samenleving er ook technisch anders uit gaan zien. Te denken valt aan de ongelijke tijden waarop door gezinsleden maatschappelijke activiteiten worden waargenomen (continu-arbeid, deeltijdbanen etc.), fulltime- en parttimewerk door beide ouders en niet in de laatste plaats het onevenredig grote beslag dat de moderne media in veel gezinnen per dag op de resterende vrije tijd leggen (dat wij erop làten leggen, moeten we misschien zeggen).

Dàt - en meer - heeft ertoe geleid dat van een dagelijks godsdienstig ritueel, waarvoor binnen de rust van het vroegere gezin méér ruimte bestond en méér ruimte werd genomen, nu nauwelijks nog sprake is. In het themanummer van Ambtelijk Contact over het gebed (1994) is hierop vrij diep ingegaan. Het maatschappelijk leven - en onze participate daarin - is één grote Jacht geworden. Tot rust komt bijna niemand meer. Voor velen die maatschappelijk actief zijn, gaan de dagen open en dicht. Weken zijn zó maar om, maanden verglijden in een tempo dat niet bij te houden is. Men komt niet meer tot rust en het zal dáárop teruggaan dat zo heel veel mensen mentaal ontregeld raken. Het evenwicht tussen inspanning en (echte) ontspanning is in het leven van veel mensen zoek. Het is waarschijnlijk dáárdoor dat er in toenemende mate belangstelling is voor oosterse methoden om die ontregelde verhouding weer in balans te brengen.

Devaluatie van het gezag

Eén van de sterkst desintegrerende maatschappelijke factoren die het gezin in de voorbije decennia hebben beïnvloed is wel de devaluatie van het gezag. Bedoeld is hier het afgenomen ontzag binnen gezagsverhoudingen in alle verbanden van de samenleving voor degenen die leiding aan mensen en stuur aan ontwikkelingen in die samenleving geven. Men kan hier spreken van de gevolgen van een te ver doorgeslagen democratiseringsproces. Dat protest begon in de jaren zestig. Het is in ruim dertig jaar uitgegroeid tot een situatie waarin op politiek, sociaal, economisch, cultureel en ook godsdienstig gebied, niemand van iemand meer iets aanneemt als het in het oog van de enkeling of van groepen van mensen ook maar op enigerlei manier aanvechtbaar lijkt of schadelijk toeschijnt voor eigen belangen. Daarmee samen gaat een verontrustend groot verlies aan respect voor personen en dragers van verantwoordelijkheid op plaatsen en in disciplines, waarbij men op een zeker ontzag vanuit de samenleving zou mogen rekenen. Wie oplettend observeert en wat door de media op af en toe pijnlijke manier zicht- en hoorbaar wordt gemaakt, registreert, kan niet anders dan diep, zeer diep ongerust zijn.

De “hij-kan-mij-nog-meer-vertellen”-mentaliteit is in onze samenleving diep ingevreten en wie zou denken dat die aan de gezinnen, ook de christelijke, voorbijgaat, is naïef.

Als het gezag niet meer of niet voldoende functioneert, betekent dat het einde van een samenleving en de ondergang van een cultuur.

Verhoede God dat genadig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.