+ Meer informatie

Misbruik Gods Naam betekent aantasting van Zijn heilswerk

VERGADERING BOND TEGEN VLOEKEN

4 minuten leestijd

VEENENDAAL - Het vloeken van God én het bestraffen van boze geesten en bedreigende machten zijn twee verschillende zaken. Dit zei prof. dr. W. H. Velema, hoogleraar aan de Christelijke Gereformeerde Theologische Hogeschool te Apeldoorn, zaterdagmorgen op de jaarvergadering van de Bond tegen het vloeken die in Veenendaal gehouden werd.

Professor Velema ging in op de veranderde meningen over het vloeken. In de visie van velen is vloeken het bestraffen van bijvoorbeeld boze geesten. De hoogleraar bestreed dit. Vooral op exegetische gronden is deze mening niet vol te houden.

Als de Heere Jezus de stormen bestrafte, dan vloekte hij niet. Bovendien komt het bestraffen in die zin alleen Hem toe.

Ongetwijfeld is vloeken uitdrukking van machteloosheid. Doch men grijpt in die machteloosheid juist naar de Naam van God, om die Naam te krenken en Zijn kracht te breken, zo vervolgde Velema.

De Heere God heeft ons Zijn Naam gegeven om in eerbied en ontzag, in geloof en vertrouwen te gebruiken. Wie - om welke reden ook - deze Naam anders gebruikt, gaat tegen Gods uitdrukkelijke bedoeling en wil in.

Eerbied
,,De strijd van de Bond tegen het vloeken concentreert zich in de eerbied, die gevraagd wordt voor God, de Schepper", aldus Velema. Ieder mens is tot die eerbied verplicht. Hij wordt er toe geroepen. Een mens die met deze God niet te maken wil hebben, heeft daarom nog niet het recht zich aan Zijn Naam te vergrijpen. Dat vergrijp is behalve uitdrukking van hoogste machteloosheid, tegelijk ook ingaan tegen wat God als heilig geschenk in de openbaring van Zijn Naam heeft gegeven. God is niet maar de God van christenen alleen.

De hoogleraar zei verder dat misbruik van de Namen van onze Heiland beleefd wordt als aantasting van het heilswerk en de heilswil van onze God: „Wij eren de openbaring van Zijn Naam en vragen ieder mens die Naam te gebruiken, doch met eerbied. Wij willen het gebruik van Gods Naam niet terugdringen. Wij willen het juist bevorderen, doch dan in de rechte gezindheid."

Naam
De Naam is ons gegeven om te gebruiken. Misbruik van deze Naam is zich vergrijpen aan de hoogheilige God, door geen eerbied te tonen, Wij zijn op onze naam gesteld en dulden het smaden van onze naam niet. Waarom moet Gods Naam het altijd ontgelden als mensen zich machteloos voelen?

Karakteristiek voor het vloeken is heerschappij van ons mensen over de Naam, uit welk bewust of onbewust motief ook. Het gaat er echter om dat wij ons door de Naam laten gezeggen, laten redden en regeren. Dat is het positieve doel van de Bond, bij het bestrijden van het vloeken.

Professor Velema besloot met te zeggen: „Overbodig is de Bond helaas nog niet. Met anderen tekenen wij verzet aan tegen de donkere krachten, zonder dat wij dit werk het vloeken van die krachten willen noemen. De bestrijding van het vloeken moet nog voortgaan, helaas: maar nu het ons opgelegd is, voeren we de strijd met kracht en overtuiging."

Bezinning
Tijdens het bezinningsgedeelte hield ds. F. J. Veldman uit Nunspeet een rede die als titel droeg: „Hoe mogen wij spreken over en met god".

Hoe vaak wordt onder ons volk de Naam des Heeren te pas én veel meer te onpas gebruikt en misbruikt aldus deze predikant. Het is een misbruik waartegen de Heidelberger Catechismus in Zondag 36 met alle mogelijke middelen stelling neemt die niet mis te verstaan zijn.

Het gaat in ons spreken over God niet om een soort naam van iets maar om de eigennaam van God. Wij treden in de heiligheid Gods wanneer wij Gods Naam misbruiken. Wij weten vaak niet meer hoe wij over God moeten spreken. Besef wel, hield ds. Veldman de aanwezigen voor, dat de Naam van God niet door de mensen ontdekt is maar deze Naam is door God Zélf onthuld. Vooral dit moeten wij zien bij het „spreken over God", samen met de bede „Uw Naam worde geheiligd".

In het spreken met God gaat het om het rechte belijden zei ds. Veldman. Door Zijn Naam onderscheid deze God zich van de goden en afgoden van deze tijd. Zonder de Naam des Heere aan te roepen is ons bidden de wanhopige kreet van het roepen van een verdwaalde op de eenzame heide.

Gebei
Wij mogen zeggen dat bij het derde gebod, waar gewezen wordt op „het heiligen van de Naam des Heeren" in al ons doen en laten ook het gebed behoort. In al ons doen en laten moete wij Gods Naam loven en prijzen. In dit prijzen vindt de mens zijn doel. Want aldus ds. Veldman, „wij zijn geschapen om hem te loven en te prijzen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.