+ Meer informatie

De amerikanisering van Israël

9 minuten leestijd

Een paar jaar geleden -tegen Israëls vijftigste verjaardag- stonden de Israëlische kranten vol met artikelen over het postzionisme. Een probleem was dat niemand precies kon zeggen wat ermee werd bedoeld. De term werd meestal gebruikt om anderen in een kwaad daglicht te stellen. Rechts gebruikte hem om te laten zien dat zij betere patriotten waren dan mensen aan de linkerkant van het politieke spectrum. Postzionisten waren volgens rechts degenen die een compromis zochten met de Arabieren en historici die op grond van nieuw archiefmateriaal 's lands ontstaansgeschiedenis kritisch onder de loep namen en daarbij mythen doorprikten.

Het jongste boek van de Israëlische historicus en Ha'aretz-journalist Tom Segev gaat over postzionisme. Hij geeft in "Elvis in Jerusalem: Post-Zionism and the Americanization of Israel" een ruimere beschrijving van postzionisme. Het betekent volgens hem dat het zionisme zijn taak heeft afgerond. En dat met aanzienlijk succes. Israël moet nu doorgaan naar de volgende fase. Sommigen zien die volgende periode als een doel, anderen als een bedreiging. Het postzionisme ontwikkelde zich in twee richtingen: naar een meer Amerikaans Israël en naar een meer Joods Israël. De discussie over het postzionisme is momenteel enigszins geluwd door de uitbarstingen van geweld tussen Israëliërs en Palestijnen.

Uri Avneri, hoofdredacteur van het tijdschrift "Haolam Hazeh" (Deze Wereld), vond de term postzionisme uit. Hij weigerde zich zomaar neer te leggen bij de geaccepteerde historische waarheden en juichte nieuwe onthullingen over de geschiedenis toe. Op zich was dat overigens niets nieuws. Een van de kernzinnen in Segevs boek luidt: "Zelfkritiek en twijfel, oftewel datgene wat sommigen een zwakke visie of defaitisme en wanhoop noemen, zijn altijd een integraal deel van de (zionistische) geschiedenis geweest. Lang voordat iemand het postzionisme uitgevonden had, was de beweging zwakker en haar invloed kleiner dan vele Israëliërs zich realiseren. Het (zionisme) heeft altijd de strijd moeten aanbinden met meningen die vraagtekens plaatsten achter zijn ideologie en mythologie."

Mythe

Voorbeelden zijn er te over. De censuur schrapte een compleet hoofdstuk uit de autobiografie van de voormalige premier Yitzhak Rabin. Dat hoofdstuk ging over het uiterst gevoelige onderwerp van de verdrijving van Arabieren in de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948. In de jaren vijftig publiceerden de Israëlische media artikelen over oorlogsmisdaden van soldaten in de Onafhankelijkheidsoorlog. Ze berichtten ook over ruzies tussen de diverse stromingen in het zionisme - ruzies die soms zo hoog opliepen dat zij leidden tot moord.

De mythe over de strijd van de Joodse gemeenschap in Palestina tegen de nazi's werd onderuitgehaald door Yul Brans, een zionistische functionaris die schreef dat ze onderhandelingen voerden met Adolf Eichmann. Anderen stelden de discriminatie van Joden uit Arabische landen aan de kaak. En de vroegere premier Moshe Sharett bleek bij de publicatie van zijn dagboek felle kritiek te hebben gehad op Israëls eerste premier, David Ben Gurion.

Ben Gurion was de eerste die inzag dat de invloed van Amerika groeiende was. De zionistische beweging moest haar aandacht dus vestigen op Washington en New York. Een andere belangrijke zionistische leider, Chaim Weizmann, dacht nog dat de sleutel van de toekomst van het zionisme in Londen lag. Weizmann vergiste zich: aan de vooravond van Israëls onafhankelijkheid was de betekenis van Groot-Brittannië al marginaal. Het was president Harry Truman die van wezenlijk belang was in de wereldpolitiek.

Wapenleveranties

Aanvankelijk koos Israël geen partij tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. Maar dat zou spoedig veranderen. De Verenigde Staten waren bang dat Israël voor het Sovjetblok zou kiezen. Daarom werd er een speciaal fonds opgericht om in Israël en in enkele Arabische landen Amerikaanse boeken, tijdschriften, films en grammofoonplaten te verspreiden. Een Amerikaanse bank leende 100 miljoen dollar uit voor de opvang van immigranten en Ben Gurion kreeg een Amerikaanse Jood als adviseur voor militaire zaken.

Ben Gurion speelde zelfs met het idee Israël lid te laten worden van de NAVO. In het midden van de jaren zestig begonnen de Verenigde Staten met wapenleveranties. In 1968 werd Yitzhak Rabin, die in de Zesdaagse Oorlog chef-staf was geweest, ambassadeur in Washington. Hij geloofde dat Israël voor zijn voortbestaan mede van Amerika afhankelijk was.

In de Yom Kippuroorlog van 1973 kwamen grote Amerikaanse wapenleveranties op gang. Het leger nam methoden van het Amerikaanse leger over. Israëlische elitetroepen werden in de Verenigde Staten opgeleid. Bij alle belangrijke politieke overeenkomsten van Israël met de Jordaniërs, Egyptenaren en Palestijnen waren de Amerikanen betrokken - en niet de Europeanen of de VN.

Amerikaanse cultuur

Aan het einde van de jaren vijftig en in de jaren zestig nam de invloed van de Amerikaanse cultuur toe. Uri Avneri vond dat het Amerikaanse leven in Israël geïmiteerd moest en kon worden. In Tel Aviv liepen de eerste tieners rond met Elvis-kuiven. De basketbalteams kregen Amerikaanse spelers en de Israëlische politie keek het uniform van de Amerikaanse collega's af.

Prijzen werden in dollars genoemd, de stropdas verving het T-shirt, de kibboets was "out" en de luxueuze woonwijk Ramat Gimmel bij Tel Aviv in. De staat raakte zijn socialistische beginselen kwijt en nam het Amerikaanse economische model over - compleet met de schrijnende kloof tussen straatarmen en schatrijken.

Segev ziet ook allerlei parallellen. De Amerikaanse protesten tegen de oorlog in Vietnam kregen in Israël hun tegenhanger in de protesten tegen de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De strijd voor gelijke burgerrechten in de Verenigde Staten lijkt op die tegen de discriminatie van de sefardiem (de Joden uit de Arabische landen). De snel opkomende Likud-man Benyamin Netanyahu ontving zijn opleiding in Amerika. Daar leerde hij ook hoe hij het aan het beeldscherm gekluisterde publiek kon bespelen.

Opvallend was ook de veranderde houding in Israël tegenover degenen die hun huisraad inpakten en naar de andere kant van de oceaan vertrokken. Yitzhak Rabin had deze immigranten nog "waardeloos schuim" genoemd, maar het telefoonbedrijf Bezek kwam met een televisiespotje waarin een ouder echtpaar zijn zoon, schoondochter en kleinkinderen in de Verenigde Staten opbelde. De boodschap was glashelder, aldus Segev. "De familie overzee is daar niet slechts tijdelijk. Ze zijn geen toeristen, studenten of afgezanten van het Joodse Agentschap die de immigratie naar Israël moeten aanmoedigen. Amerika is hun thuis. In een handomdraai werd het leven in de Verenigde Staten legitiem." Verzekeringsmaatschappijen bieden zelfs speciale pakketten voor "Israëliërs in Amerika" aan.

Eigen wortels

Segev gaat in zijn boek ook in op de opleving van de Joodse cultuur en de Joodse godsdienst. Vooral de Zesdaagse Oorlog van 1967 gaf een krachtige impuls aan de Joodse component in de Israëlische identiteit. In deze oorlog veroverde Israël de belangrijke Joodse heilige plaatsen, zoals de Westelijke Muur (Klaagmuur) en het Graf van de Patriarchen in Hebron. In het voorjaar, op Lag B'Omer, trekken vele Israëliërs naar de berg Meron in Galilea en zoeken er het graf van de mystieke talmoedgeleerde rabbijn Simeon bar Yochai op. Het chassidische Klezmer-muziekfestival in Safed werd een belangrijke cultureel evenement.

Segev citeert Uriel Simon, een religieus-zionistische denker: "De belangrijke verworvenheden van 200 jaar seculiere Joodse creativiteit in de geest van de Verlichting vormden geen fundament voor de oprichting van een Israëlische nationaal-culturele identiteit." Israëliërs vinden dat fundament wel in de 3000 jaar oude religieuze geschiedenis.

Israëliërs keerden ook terug naar hun eigen wortels. Mimouna -een Marokkaans feest na het Joodse paasfeest- werd een belangrijk cultureel gebeuren dat ook door politici wordt bezocht. Sefardische Joden maakten pelgrimages naar de graven van beroemde rabbijnen. Marokkaanse Joden zochten hun geboorteplaatsen in Marokko weer op.

Shas

Belangrijk ook was de opkomst van Shas, eerst als sociale beweging en daarna ook als ultraorthodoxe politieke partij. De activisten begonnen met godsdienstlessen aan kinderen in sociaal zwakke buurten in Jeruzalem, waar de scholen werden achtergesteld en verwaarloosd. Ze boden hulp aan arme gezinnen, hielpen bij het betalen van bruiloften en besnijdenissen. Deze gemeenschapsactiviteiten waren op zichzelf erg Joods, schrijft Segev. De ultraorthodoxe asjkenazim hadden dergelijke instituten al lang opgericht in de geest van sociale solidariteit die de Joodse enclaves in de diaspora had gekenmerkt.

De ultraorthodoxe sefardiem van Shas beschouwen het zionistische Israël als een tijdelijk verschijnsel, dat moet worden vervangen door een door de religieuze wet geleide staat. "Zionisme is een afvallige beweging die een nieuw judaïsme wil creëren", waarschuwde Arye Deri nadat de politie hem had ondervraagd over corruptie. De meerderheid van de Shas-stemmers wenst zichzelf echter niet te zien als antizionistisch. Daarom zei Deri ook: "De echte zionisten, dat zijn wij."

Shas zette zich ook af tegen "de elites". Hoewel het niet precies bekend was wie daarmee bedoeld werden, voelden de aanhangers van het seculier zionisme zich in het nauw gedreven. Shas zette volgens Segev vraagtekens bij de legitimiteit van het hooggerechtshof en de vrijheid van de media.

Rabbijn Ovadia Yosef kreeg het leiderschap over de partij toen hij er niet in slaagde voor de tweede keer als sefardische opperrabbijn gekozen te worden. Hij werd geweldig populair: zijn thoralessen worden per satelliet over de hele wereld uitgezonden, hij heeft een grote website en tegen betaling -in dollars- kunnen de mensen de rabbijn voor hen laten bidden. In 2000 was er in een winkel met Judaïca in de nederzetting Gush Etzion een klein standbeeld van hem te koop van ongeveer 45 centimeter hoog voor de prijs van 1000 dollar.

Verkiezingen

Na het uitbreken van de Al-Aqsa-intifada heeft volgens Segev een achteruitgang plaats. Aan de rechterzijde was niemand verbaasd. "We hebben al gezegd dat er niemand is om mee te praten", zeiden zij. Links echter was geschokt. Ze vroegen hun Palestijnse vrienden hoe dit kon gebeuren - juist op het moment dat er gesproken werd over het opdelen van Jeruzalem. Toen in 2001 verkiezingen voor het premierschap werden gehouden, begonnen Israëliërs te denken dat er niemand was om mee te praten - tenminste niet in deze generatie. De nieuwe minister van Onderwijs, Limor Livnat, liet nieuwe geschiedenisboeken uit de schoolklassen verdwijnen en verving ze door de oude boeken, die volgens haar zionistischer zijn.

Segev geeft een vlijmscherpe analyse van de Israëlische maatschappij. De ontwikkelingen die hij beschrijft, maken duidelijk hoe het kan dat Israël nu een multiculturele samenleving is met een sterke Amerikaanse invloed en waarin de rechts-religieuze stroming de politieke boventoon voert. Een samenleving die de afgelopen vijftig jaar sterk van karakter is veranderd.

Mede n.a.v. "Elvis in Jerusalem: Post-Zionism and the Americanization of Israel", door Tom Segev; uitg. Henry Holt and Company, New York, 2002.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.