+ Meer informatie

Gods beeld verloren

4 minuten leestijd

De Vijanden Gods (12)

(I)

Meer nog clan in het lichaam, komt in cle geestelijke vermogens van de mens tot openbaring, dat hij door cle zonde verdorven is geworden. De ziel van de mens is verontreinigd.

Onze vaderen hebben op grond van de Heilige Schrift beleden, dat cle mens geschapen werd naar het beeld Gods, naar de gelijkenis Gods; en verder, dat dit beeld Gods bestaat in ware kennis, gerechtigheid en heiligheid.

Maar ook heeft Gods Woorcl en onze belijdenis uitgesproken, clat de mens door de zonde clat beeld Gods verloren heeft. En het is juist het verlies van dit beeld Gods, clat de mens het meest en het voornaamst treft in de ziel en in haar vermogen.

De ziel is de zetel van alle geestelijk leven. Onder geestelijk leven (om misverstand te voorkmen, zeggen we het hier nadrukkelijk!) verstaan wij in dit verband niet het leven der wedergeboorte, maar het onzichtbare leven van cle geest des mensen. Ook cle onwedergeborene heeft een lichamelijk en daarnaast een geestelijk, een onstoffelijk bestaan. Al is de ziel door de zonde verdorven geworden, toch heeft de mens nog een ziel; al is zijn geest verduisterd en vertroebeld, toch bezit hij een geest, en alle werkzaamheden van zijn zieleleven duiden wij hier aan als geestelijk bestaan of geestelijk leven.

Welnu, dat geestelijk deel van 's mensen bestaan, dat zieleleven is door cle zonde zodanig aangetast, dat wij mogen spreken van een verdorvenheid van cle ziel.

De kennis van God en van Gods schepping en herschepping is er bij de natuurlijke mens niet. Er is geen verborgen omgang meer met God bij de mens, die in zijn zondige natuurstaat leeft. Hij weet niet meer wie God is, en wat Hij werkt; hij kent de werken van Gods handen niet; hij beluistert in de spraak der natuur cle stem des Heeren niet meer; hij leert uit de Openbaring Gods in Zijn Woord de Allerhoogste en Rechtvaardige niet kennen in Zijn deugden en volmaaktheden. Niet God, zijn Schepper, staat in het middelpunt van zijn leven en denken, maar hijzelf, de zondige mens acht de spil te zijn, waarom cle wereld draait.

Zo terecht schrijft Gods Woorcl bij Job 8, dat degenen, die God vergeten een vertrouwen hebben, dat gelijk is aan het huis der spinnekoppen. Ieder van onze lezers heeft wel eens een spinneweb gezien, en dan opgemerkt, dat de draden van dat weefsel in keurige orde en regelmaat geweven zijn; ieder weet ook wel, clat deze weefsels uit het ingewand van de spin zelf te voorschijn worden gebracht; en eveneens, dat de spin, als haar weefsel gereed is, er middenin gaat zitten.

Door de zonde is de verdorvenheid van de mens zó groot geworden, dat hij deze drie punten van overeenkomst met cle spin en haar web heeft gekregen. Uit zijn eigen brein bouwt hij zich een huis, waar zijn geest zich veilig en gerust weet; met nauwkeurige regelmaat heeft hij zich een stelsel uitgedacht, waardoor hij vrede voor zijn ziel meent te vinden; en in clat zelfgemaakte huis, dat hij uit zijn eigen ingewand voortbracht, zit hij nu middenin; hij is het middelpunt van zijn eigen dromen, zijn wensen en daden.

Zover is de kennis Gods in hem te loor geraakt, clat niet God cle Heere de eerste en voornaamste plaats in zijn bestaan en leven en beschouwing inneemt, maar dat hij God uit zijn leven heeft weggedrongen, om zichzelf cleze ereplaats te geven.

Uit eigen beweging zal hij nimmer tot zelfbeschuldiging en zelfverbrijzeling komen; niet zichzelf, maar God, de Schepper, acht hij cle oorzaak van alle kwaad en tegenslag te zijn. De mens ziet alles verkeerd. Hij heeft een verkeerde, zondige beschouwing omtrent de heilige God; een waanvoorstelling omtrent zichzelf; een vals denkbeeld omtrent de werken Gods in natuur en genade beide. En al dat verkeerde en zondige en verduisterde in 's mensen geest is louter en alleen het gevolg van het verlies van Gods beeld, en wel speciaal van het verlies van cle ware kennis Gods. En zal er ooit redding uit cleze ellende opdagen, clan zal God er aan te pas moeten komen, om hem weer clie ware kennis te vernieuwen, en om hem te ontdekken aan cle diepgaande verdorvenheid van zijn bestaan en handel tegenover God; en om zichzelf te leren zien als de grote vijand van God en zijn eigen zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.