+ Meer informatie

Independentisme als de gemakkelder weg

8 minuten leestijd

Onder Independentisme verstaat men in de Nederlandse kerkrechtelijke literatuur meestal die kerkelijke structuur die uitgaat van de groep van gelovigen die zich zelfstandig organiseert. In verschillende kerkrechtelijke overzichten wordt een beschrijving van dit stelsel gegeven. In de meeste gevallen gaat deze beschrijving voor wat de hoofdpunten betreft terug op de inleiding in het kerkelijke handboekje, uitgegeven door P. Biesterveld en dr. H. H. Kuyper (1905), dat op zijn beurt in dit stuk van zaken grotendeels georiënteerd is aan de beschrijving van de stelsels van kerkregering zoals die door dr. A. Kuyper werd gegeven in zijn Tractaat van de Reformatie der Kerken, in het licht gegeven ter gelegenheid van de herdenking van Luthers geboortedag. Kuyper greep deze gelegenheid in 1883 aan om te komen met een program voor de reformatie van de Hervormde Kerk in Nederland. In dit geschrift geeft hij een overzicht van de verschillende modellen van een kerkelijke structuur. Het Independentisme of Congregationalisme wordt omschreven naar zijn uitgangspunt in de groep van gelovigen die zich zelfstandig vormt. Deze groep is ook de draagster van het kerkelijke gezag. Dit laatste berust niet bij de ambtsdragers maar bij de vergaderde gemeente. Zij beslist op haar eigen vergaderingen over de zaken die aan de orde zijn. Een derde kenmerk is, dat de ambten in feite gelijk gesteld worden. Dit geldt zeer zeker voor het ouderlingenambt en dat van de prediker. Het verschil tussen de leerouderling en de regeerouderling wordt opgeheven. Een vierde karakteristiek is gelegen in het feit, dat aan kerkelijke vergaderingen geen gezag wordt toegekend. Zij worden beschouwd als conferenties, waar een ieder zijn mening in ten beste mag geven, maar waar geen besluiten genomen kunnen worden die een bindend karakter dragen. Ten slotte wordt in het Independentisme ook de verbindende kracht van de belijdenisgeschriften ontkend. Een confessie heeft hooguit de betekenis van een verklaring, een declaration. Het element van de vrijblijvendheid is daaraan niet vreemd. In deze vijf verschillende kenmerken is gemakkelijk een gemeenschappelijk patroon op te merken. Het Independentisme heeft oog voor de betekenis van de gemeente, maar deze aandacht voor de congregatie is zo overtrokken, dat er voor de constituerende factoren van de gemeente minder belangstelling ontstaat. Opmerkelijk is het daarom dat de geschiedenis van het Independentisme zó nauw verweven is met allerlei vormen van individualisme en subjectivisme. Het zijn permanente begeleidingsverschijnselen van het Independentisme. Dit blijkt uit de geschiedenis van het ontstaan, in Frankrijk en in Engeland, en vandaaruit hier en daar ook in Nederland. Maar het blijkt niet minder uit het gegeven, dat vooral Amerika het land is geworden van Independenten en Congregationalisten.

Nu kunnen we niet ontkennen, dat déze opvatting omtrent de kerkelijke structuur in de geschiedenis vrijwel altijd voorkomt dáár waar het presbyteriaalsynodale systeem van kerkregering ingang vond. Op de oorzaken daarvan wordt hier nu niet ingegaan. Wél kan men de gedachte niet onderdrukken, dat op de een of andere manier in het Independentisme een soort reactieverschijnsel optreedt. De bewijzen daarvoor uit het verleden zouden gemakkelijk te geven zijn. Zij vertonen zich ook vandaag vrij duidelijk binnen de gereformeerde gezindte in Nederland. Uit reactie tegen een hiërarchische houding van ambtsdragers, van kerkeraden of van meerdere vergaderingen kiest men dan de weg van het Independentisme. En dit is de weg die gemakkelijker is.

Gemakkelijker dan wat? In ieder geval gemakkelijker dan de door vele voetangels en klemmen omgeven weg van het presbyteriaal-synodale stelsel. Een gemakkelijker weg. Maar is het ook een uitnemender weg?

Misschien betwijfelt iemand het eerste, nl. dat het Independentisme een gemakkelijker weg is. Hij zou dan op de volgende vijf punten moeten letten.

Het eerste is, dat het Independentisme met betrekking tot de kerk het zien verkiest boven het geloven. Het is niet toevallig dat in Engeland een paar diepgaande studies zijn verschenen over het Congregationalisme onder de titel: de zichtbare heiligen. De gemeente constitueert zich immers zelf. De broeders herkennen elkaar op duidelijk aanwijsbare gronden, of op duidelijk voelbare. Zo komt het zo ver dat men kan zeggen: ik zie de gemeente. En dit zien is altijd gemakkelijker dan wat de apostolische geloofsbelijdenis ons voorhoudt: ik geloof een heilige algemene christelijke kerk. Daarom heeft het Independentisme altijd iets van een gezelschap, dat het op de een of andere manier goed met elkaar getroffen heeft. En mocht dit laatste niet het geval zijn, dan is er wel een ander geezelschap te vinden. De oorzaak van het separatisme ligt in deze vlucht in het zichtbare. Dit geeft aan het Independentisme soms de trek van het harde, het onverbiddelijke. Maar het is gemakkelijker in ieder geval dan de belijdenis: ik geloof dat de kerk er is, al zie ik haar op een bepaald moment helemaal niet.

Het tweede punt waarop de Independenten de weg van het gemak kiezen is dat van het gezag. In dit opzicht zou men kunnen zeggen dat de Independenten al geseculariseerd waren vóór de secularisatie van onze democratische tijd. Geen wonder dat men in de geschiedenis altijd weer het begrip democratie vindt gebruikt door de schrijvers, die duidelijk willen maken hoe de gemeente de dingen besluit. De rechten van de gemeente worden dan gezocht in de stemmingen waardoor zij zelf beslist. De verzamelde congregatie neemt bindende besluiten. En zij doet dit door het hanteren van het eenvoudige middel: de helft plus één.

Maar zo eenvoudig liggen de zaken in Gods kerk niet. Overeenstemming is wat anders dan overstemmen. In de kerk beslist niet het getal, maar het Woord. Niet de wil van de gemeente, maar de wil van de Koning is doorslaggevend. En deze wil moet gezocht worden. Zij moet verstaan worden en dán ook gedaan. En wanneer de gemeente die wil des Heren zoekt te verstaan, zal zij in haar zoeken ook hén meenemen, die niet, of nóg niet verstaan.

Het derde punt waar men van een zekere gemakzucht kan spreken is aan de orde in de visie op de verhouding van ambt en gemeente. Het roomse standpunt is een toppunt van gemakzucht: de gemeente is eenvoudig onmondig, bestaat slechts uit leken en heeft terwille van haar ziel en zaligheid te gehoorzamen aan de clerus. Naar beide kanten werkt dit traagheid in de hand. De geestelijkheid weet het en heeft alleen maar te leren of te gebieden. Het lekendom heeft slechts te geloven, wat de geestelijkheid gelooft en te doen wat deze opdraagt. Maar het Independentisme is zeker niet minder een zaak van gemakzucht. Rome stelt ambt en gemeente radicaal tegenover elkaar. Br kan in deze afstandelijkheid weinig gebeuren. Maar de Independenten laten de ambten in de gemeente opgaan. Eerst gaat het leerambt op in het regeerambt. En dan verdwijnt het regeerambt in de massa die de dienst uitmaakt. Hier is van de spanning niets overgebleven. Van díe spanning die ontstaat, wanneer men de ambten laat staan tegenover de gemeente en tegelijkertijd in de gemeente. De spanning voor de gemeente is er uit. Nimmer heeft zij moeite om in de broeder de ambtsdrager te herkennen, en in het broederlijke woord het ambtelijke gezagvolle Woord Gods te vernemen. Die ambtsdrager staat zó in de gemeente, dat het „tegenover” is weggevallen. De spanning voor de ambtsdrager is ook verdwenen. Hij ziet zijn ambt verdwijnen in zijn broeder-zijn. De bijzondere opdracht is weggevallen. Van hem wordt niet méér gevraagd dan van ieder ander. Van zijn hand wordt niet méér geëist ook. En metterdaad is de zaak er een stuk eenvoudiger op geworden. Men heeft geen moeite meer om de spanning te beleven van: ik mag er middeninstaan, in de gemeente, én: ik heb er tegenover te staan met het Woord van Christus.

Het vierde punt dat in geding is, is dat van de vrijblijvendheid ten opzichte van kerkelijke vergaderingen. Ook hier laat zich een zekere gemakzucht niet verloochenen. Immers het staat nog te bezien, of een besluit van een meerdere vergadering wel voor ónze gemeente enige betekenis heeft. Waar men zich onafhankelijk opstelt verkiest men in gemakzucht een eigen weg boven de gezamenlijke weg van broederschap. Deze laatste vraagt veel meer van ons. Het vraagt een totale inzet voor de problematiek van anderen en het vraagt een totale zelfverloochening in de omgang met hén, die wij ons niet zelf als medereizigers hebben uitgezocht, maar die door God op onze weg zijn gebracht, zoals wij op de húnne.

En ook het vijfde punt is er om te bewijzen dat de weg van het Independentisme de gemakkelijke weg is, gemakkelijker ten opzichte van de presbyteriaal-synodale. Wát is het wezen van de broederschap? Het is de band aan hén die met ons eenzelfde dierbaar geloof zijn deelachtig geworden. Het is de band aan de belijdenis. En het zou een manier van geestelijke gemakzucht kunnen zijn, wanneer wij van die belijdenis der broeders, en der vaders ons zouden afmaken. En wel met het argument, dat wij het zelf moeten weten, dat wij ons niet kunnen vastleggen. Op deze wijze snijdt men een band met het verleden door, terwijl het roeping is de erfenis te aanvaarden en te beleven. Het is de meest eenvoudige manier om zich van de traditie te ontdoen.

Zo is in menig opzicht de weg van het Independentisme de gemakkelijkere weg. Maar is het ook altijd de uitnemender weg? Is het in ieder opzicht de weg die verder omhoog voert?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.