+ Meer informatie

RONDOM KERK EN STAAT

6 minuten leestijd

Wij zijn tot nog toe het meest bezig geweest met de Grondwet. Zij bevat de meest fundamentele gronden waarop de verdere Wetgeving is gebaseerd. Naaide Wetgeving regelt ziek in het algemeen weer ons volksleven; het een is dus aan het ander nauw verbonden. Er is een aangelegenheid, die nu beslist onze aandacht moet hebben en die rechtstreeks met de Grondwet te maken heeft. Wij bedoeïen het houden van processies door de roomsen. Het zijn godsdienstige optochten op cle openbare straat, waarbij veel vertoon van gewaden, kruisbeelden, wierook verspreiding enz. plaats heeft. De priesters dragen dan onder een overkapping een of andere relekwie mede, soms ook de hosti of ouwel, welke zij geloven het lichaam van Christus te zijn en waarvoor zij van het volk eerbied en aanbidding eisen.

In Brabant en Limburg zijn deze processies toegestaan, evenzo in Laren. De Grondwet van 1848 stond die godsdienstoefeningen toe daar, waar zij tot toen toe waren toegelaten. Dat jaar 1848 is dus beslissend en meermalen heeft de Hoge Raad dan ook vastgesteld, dat men geen processies mag houden waar die toen, in 1848, niet gebruikelijk waren.

De rooms-katholieken willen al jaren lang een algemeen verlof er voor. Meermalen heeft de Regering het tot onderwerp van studie gemaakt; soms ook in voorstellen vervat, maar die werden dan weer ingetrokken wanneer men grote moeite vreesde of wel wanneer de politieke sfeer niet gunstig was. In het politieke leven geldt als voornaam punt, dat men beter een zaak onbeslist kan laten, dan dat men een weigering riskeert. Maar nu heeft de regering in 1950 een commissie van circa 25 personen benoemd om haar te adviseren over allerlei veranderingen, die de Grondwet zou moeten endergaan. Dal gezelschap heeft weer vier secretarissen en twee adjunctsecretarissen. Haar rapport is nu verschenen; een lijvig stuk, in drie bandjes vervat, waar heel veel belangrijke dingen in naar voren worden gehaald; ja, er wordt een compleet-verbeterde Grondwet voorgesteld. Dat (dies heeft weer uitvoerige toelichtingen nodig gemaakt. O o O ~ Ook zijn er aparte nota's van diverse leden, die het met de meerderheid eens zijn en dat dus laten blijken. niet Over 7 onderwerpen bracht de Cie op verzoek der Regering in 1951 een tussentijds rapport uil. Alleen dat betreffende de buitenlandse betrekkingen is na de vereiste gang van zaken aangenomen; de rest

werd verworpen. Nu is het woord aan de Regering om iets of alles van deze commissie over te nemen en aan de volksvertegenwoordi-

ging te stellen. voorf Ons interesseert voorlopig alleen de processie-kwestie. (Er is natuurlijk veel meer; erfopvolging van de Koning; vergroling van aantal Kamerleden; Waterstaat; Provincies, Gemeenten, financiën en de defensie, uitbreiding van het kiesrecht enzovoorts.) Wij moeten er voor op onze hoede zijn en duidelijk laten blijken, thans en zeer zeker wanneer de Regering de verruiming der processies zou voorstellen, dat wij daarvan niets, maar dan ook niets moeten hebben. Ik vertrouw dat onze Synodale Deputaten bij de Hoge Overheid hier ook een oogje in het zeil zidlen houden. Komen er voorstellen in 't zicht, dan moest men direct via kerkeraden en classes een ge-

tuigenis doen uitgaan. Het zou toch wel heel erg zijn, als we in ons Vaderland, dat met de zuivere leer nog meer bedeeld was dan andere landen, roomse afgoderij op straat moesten krijgen. Er komt gelukkig nu reeds verzet, zelfs van dc Hervormde Stjnode. Ons land is een protestant land en dat redeneert men niet met cijfers weg; dat is een historisch gegeven uit Gods Voorzienigheid. Het gaat er om ons volk te bewaren dat het onder de invloed van de Roomse leer komt, dat is toch reeds al te veel het geval. Te meer moet het ons ter harte gaan, wanneer wij op cie ongodsdienstigheid van het volk letten, dat los van God en gebod raakt en de feiten bewijzen het, clan valt het maar al te gauw cle roomse kerk in dc armen, juist omdat men dan tegen haar argumenten niets over kan zetten. Wat belangrijk cd weer, jonge mensen. Je denkt soms: ach, cd dat gecatechiseer, en dan die Hellenbroek, en clat gepluis in cle Gereformeerde leer! Maar weet, dat dit erg nodig voor ons is, en dat de Heere cd die arbeid nog aan U laat doen en de leer der godzaligheid toch nog zo heeft willen bewaren, dat gij uit de schat der oude kerk nu onderwezen wordt! Zie er nooit laag op neer. Zet op zij die mening van sommigen: „laat die mensen maar, ze menen het goecl, en ze hopen ook zalig te worden." Want dat kan niet, als het geloof zich niet grondvest op Gocls Woord alleen.

Opclcd ge het even rustig kunt bekijken geven we hier nu cle voorstellen der commissie door; de artikelen precies, dc toelichting met onze bewoordingen. Het beslaande art. 184 van de Grondwet luidt:

„Alle openbare godsdienstoefeningen binnen gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten, behoudens dc nodige maatregelen ter verzekering der openbare orcle en rust.

Onder dezelfde bepaling blijft cle openbare godsdienstoefening buiten cle gebouwen en besloten plaatsen geoorloofd, waar zij thans naar cle wetten eti reglementen is toegelaten".

Nu volgt art. 184 zoals de commissie het aanbeveelt:

„Het recht openbare godsdienstoefeningen te houden binnen gebouwen en besloten plaatsen wordt erkend.

Open ba re go cl sd ie /1 sto efen i nge n bu ite 11 gebouwen en besloten gebouwen worden toegelaten, behoudens de bevoegdheid een voorgenomen godsdienstoefening te verbieden indien cle openbare orde en rust dit verstaan. De wet geeft regels omtrent de uitoefening van cleze bevoegdheid".

Dan is er nog een overgangsartikel voorgesteld: VII

/Zolang de wettelijke regeling, als bedoeld in art. 184, tweede lid, niet tot stand is gekomen, geschiedt de uitoefening van de in dat artikel bedoelde bevoegdheid door de burgemeester."

Nu volgen de minderheids nota's.

1. De lieren Donner, Rutgers, Schouten en Tilanus hebben een grote nota opgesteld en stellen voor aan het b e st aa n-d e artikel 184 toe te voegen:

„Onder gelijke bepaling en onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid is de daar bedoelde Godsdienstoefening voorts binnen de grenzen ener gemeente toegestaan aan het Kerkgenootschap, dat ten minste tweederden der bevolking dier gemeente omvat."

2. De heren Van den Bergh en Ilooykaas stellen voor heel de tegenstelling „in" en „buiten" gebouwen en besloten plaatsen te schrappen en art. 184 zó te laten luiden:

„liet recht openbare godsdienstoefeningen te houden wordt erkend."

3. De heren Oud, Molenaar en mej. Revers stellen voor het overgangsartikel zo te doen luiden:

zo te doen luiden: Zolang de wettelijke regeling als bedoeld in art. 184, tweede lid, niet tot stand is gekomen, blijft het voorschrift van art. 184, tweede lid der Grondwet, zoals dit luidde vóór de afkondiging van deze wet, van kracht."

Men ziet dus, ieder wil wat anders. Laten we nu maar reeds vaststellen, dat er van een afscliaff i n g van dit gedoe in het zuiden des lands helemaal geen sprake is. En ook, dat men in de commissie van oordeel is: er moet iets gebeuren. Zelfs de Christ. leden oordelen zo. Nu, dat gaat al weer een beetje in de richting der roomsen.

Laten wij er D.V. een volgende maal nog een woordje aan wijden. Het lijkt saai, maar het is een veelzeggende zaak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.