+ Meer informatie

HOE HEILZAAM EN HOE GEVAARLIJK IS DE THEOLOGIE ALS WETENSCHAP?

17 minuten leestijd

Ter inleldlng

Mag ik beginnen met een kort persoonlijk woord? De laatste weken heb ik tot tweemaal toe in een kerkeraadskamer een broeder horen zeggen: “Ik ga niet naar de ambtsdragersconferentie. Het onderwerp is veel te moeilijk voor mij”.

Dat heeft mij tot nadenken gestemd. Toen ik eind 1993 uitgenodigd werd op deze conference over dit onderwerp te spreken, was ik daartoe direct bereid. Het onderwerp sprak mij toe. Om verschillende reden.

Allereerst wel, omdat het de gelegenheid biedt met u als ambtsdragers over ons werk aan de Universiteit in Apeldoorn te spreken. Het lijkt mij een goede gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen over de theologie.

Vervolgens biedt dit onderwerp mij de gelegenheid om een zekere verantwoording af te leggen van moeiten en vreugden in het theologisch bedrijf. Beide ken ik.

Ik weet van aanvechtingen. Voor mij is de zwaarste aanvechting die van het relativisme. Als nu al die andere meningen en stelsels ook eens een deel van gelijk zouden hebben, waar blijf je dan met de absoluutheid van Jezus Christus en van het geloof in Hern? Die vraag gaat soms als een wervelstorm over mij heen. Toch wint de aanvechting het niet. Ik geloof in Jezus als de enige en volkomen Zaligmaker.

Ik ken ook de vreugden van het beoefenen van de theologie. Het voorbereiden en het geven van de colleges en het publiceren van onderzoek of het schrijven van artikelen. Ik ben de Heere God en de kerken dankbaar, dat ik dit werk zoveel jaren heb mogen doen. Uit persoonlijke ervaring, dus existentieel en bevindelijk kan ik getuigen van het heerlijke en het heilzame van de theologie. Zo wil ik dit onderwerp graag bij u inleiden.

In 1974, dus twintig jaar geleden, heb ik uw vergadering mogen dienen met een referaat, dat de vraag behandelde: “heeft de gereformeerde theologie bestaansrecht en toekomst?” Met opzet heb ik de tekst van dat referaat niet nog eens overgelezen. Ik zou me gedwongen kunnen voelen 6f het toen gesprokene te herhalen òf beslist iets anders te zeggen. Ik wil graag onbevangen over het thema van vandaag spreken, nu ik bijna aan het eind van mijn actieve dienst als hoogleraar sta.

Wat zo al aan de orde komt

Het is heel wat, wat u van mij vraagt. In de uitnodiging zijn al de vragen opgesomd waarop ik moet ingaan. In de discussie kunt u zelf aanvullen wat u nader besproken wilt hebben, omdat u het in mijn inleiding hebt gemist.

Het moet opvallen dat in de titel gevraagd wordt: Hoe heilzaam en hoe gevaarlijk is de theologie als wetenschap? Het gaat om de mate waarin en de wijze waarop. Er staat niet de heilzaamheid en het gevaar. Neen, het gaat om de mate waarin. De formulering is dynamisch.

Er zijn gevaren. Ik herinner aan het boek dat ds. A.M. Lindeboom, synodaal gereformeerd predikant, heeft geschreven over de ontwikkelingen, men kan ook zeggen het verval, in de Gereformeerde Kerken. Hij gaf aan zijn boek de veelzeggende titel “De theologen gingen voorop”. Dat is nogal wat; de theologen hebben het proces in gang gezet.

Daarnaast herinner ik aan een uitspraak van prof. dr. Graafland. Hij sprak enkele jaren geleden op de vergadering ter gelegenheid van de jaardag van het Studentencorps. ferwijl alle hoogleraren op de eerste of de tweede rij zaten, vlak voor de katheder, zei hij: “Ik verwacht niets meer van theologen, als het gaat om de herleving, om de opwekking in de kerken”. Wij voelden die woorden als een vonnis dat over ons werd uitgesproken.

Ik zeg niet dat theologen altijd iets goed hebben teweeggebracht. Graafland heeft voor een deel gelijk. Het is nogal wat om het zo absoluut te stellen, als hij dat heeft gedaan.

Dan is er van de theologie geen heil, noch iets heilzaams te verwachten. Ik weet niet of u het met hem eens bent. In elk geval krijgt u de gelegenheid vandaag zelf uw mening te zeggen. U moogt zich uitspreken. U kunt uw vragen stellen.

De vele vragen die het comité aan mij heeft voorgelegd, heb ik getracht te rubriceren. Dan kom ik tot de volgende verdeling. Bij elk van deze onderdelen noem ik een trefwoord, dat karakteristiek is voor dit deel van mijn betoog.

Allereerst moet ik ingaan op wat de theologie als wetenschap eigenlijk is en wat zij wil. Is het wel geoorloofd om wetenschappelijk met de Bijbel als Gods openbaring om te gaan? Is de theologie als wetenschap niet iets totaal anders dan het geloof? Hierbij gebruik ik als typering: het karakter van de theologie.

Vervolgens wil ik de vraag bespreken of de theologie mensen niet afhoudt van het geloof. Bemoeilijkt de theologie het geloven niet meer dan dat zij het stimuleert? Als karakterisering gebruik ik hier de woorden: het gevaarlljke en het bezwaarlijke van de theologie.

In de derde plaats bespreek ik de vraag of de theologie en de theologen niet veel te pretentieus zijn. Brengen zij niet een scheiding aan tussen gemeenteleden en predikanten? Relativeert de theologie enerzijds niet de boodschap van de Bijbel, terwijl ze die anderzijds overtrekt? Hier gebruik ik als trefwoord: de overmoed van theologen.

Tenslotte zal ik iets goeds van de theologie zeggen. Wat zou de kerk zijn zonder theologie? Heeft de kerk de theologie, ondanks gevaren, bezwaren en overmoed, toch niet nodig? Hierbij gebruik ik het woord dienstbaarheld.

Het karakter van de theologie

De theologie is de wetenschap van de Heilige God-geleerdheid. Dat is een oude benaming die we nog graag gebruiken. Er zijn twee zaken in uitgedrukt. Het gaat om de kennis van God, zoals Hij Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard. De kennis betreft God Zelf en alles wat Hij over ons als Zijn schepselen, en over Zijn schepping en over het leven op aarde zegt. Theologie is niet enkel een verticale aangelegenheid. Zij houdt zich ook met de mens en met de wereld bezig, maar altijd onder het gezichtspunt van: Wat zegt God erover. En in dat alles gaat het om God Zelf.

Theologie is een wetenschap. Dat wijst op een bepaalde methode, een bepaald uit elkaar halen, naast elkaar leggen, vergelijken, tegenstrijdigheden proberen op te lossen en dan weer in elkaar passen en er een geheel van maken.

Kun je deze wetenschappelijke methode wel toepassen op dit veld van onderzoek? Is het niet onheilig om wetenschappelijk met God om te gaan? Hier moet men goed onderscheiden. Zonder geloof kan niemand God kennen. Daarom is de wortel van de theologie ook het geloof. Vanuit het geloof zullen we theologie beoefenen. God heeft ons Zijn Woord gegeven. Dat moet gelezen en dat mag onderzocht worden.

Voor het kunnen lezen van de Bijbel in de oorspronkelijke talen is (wetenschappelijke) kennis van het Hebreeuws en het Grieks nodig. De gescheidenis van de kerk moet maar niet amateuristisch bestudeerd worden. Dat moet wetenschappelijk gebeuren. Zo ook de geloofsleer en het ambtelijke werk. Voor het maken van een preek, het geven van catechisatie, het aangaan van een pastoraal gesprek zijn wetenschappelijke hulpmiddelen, als toerusting tot de taak, nodig.

Men vergisse zich niet. De wetenschap is niet de inhoud van deze werkzaamheden. Zij is slechts een methode die we als middel gebruiken. De inhoud wordt bepaald door wat God zegt, door Zijn openbaring. Althans, als het goed is.

De wetenschap regeert niet in of over de theologie. De wetenschap is slechts instrument tot een beter, gelovig verstaan van de Schrift en van de werken Gods.

Kun je dan niet zonder wetenschap? Er zijn drie motieven op zijn minst, die tot het bedrijven van theologie als wetenschap dringen. Daar is het onderzoeken en uitbouwen van de boodschap van de Bijbel. Dit zou men het belijdend motief kunnen noemen. Daarnaast is er de noodzaak om dwalingen te weerleggen en te ontmaskeren. Dat moet gebeuren op allerlei niveaus, ook op wetenschappelijk niveau. Tenslotte is daar het catechetisch motief. Wij moeten jongeren onderrichten, instrueren, toerusten. Dan kunnen we niet met een praatje toe. Dat moet doordacht gebeuren. Je moet vanuit de Schrift met argumenten komen.

Wij verschillen in de theologie van andere wetenschappen niet door de methode. Wel door het veld van onderzoek. De theologie heeft haar eigen onderzoeksveld. Dat veld vraagt geloof. Zo willen we vanuit het geloof theologie bedrijven. Haar karakter is dienstbaarheid aan God Die Zich openbaart en aan Zijn zaak op aarde. Wij komen op de dienstbaarheid nog terug. Nu gaat het vooral om het eigene van de theologie. Ik benadruk dat we elke tegenstelling tussen wetenschap en geloof afwijzen. Elke wetenschap heeft haar eigen uitgangspunt en vooronderstelling. Zo ook de theologie.

Zij spreekt immers over God, Die Zich heeft geopenbaard. We mogen het geloof niet snijden op de maat van de wetenschap. We beoefenen in de wetenschappelijke theologie ook het geloof. Zoals Voetius het stelde: wetenschap en vroomheid (of godsvrucht). Dat is in Apeldoorn onze positie. Zo willen we het houden.

Gevaren en bezwaren

We willen nu overgaan tot bezwaren en gevaren, die de theologie heeft opgeleverd. Ze komen hierop neer dat de theologie het mensen moeilijk heeft gemaakt om te geloven. Mensen zijn eerder van het geloof afgebracht dan ertoe betrokken door de theologie. Mensen zijn in verwarring gebracht door de Verschiliende antwoorden die theologen in de loop der tijden op allerlei problemen hebben gegeven. Bovendien hebben theologen vaak met absoluutheid gesproken, terwijl later bleek dat ze daarop moesten terugkomen. Is het niet veel beter om je aan de eenvoudige waarheid van de Schrift te houden dan je met allerlei moeilijke en ingewikkelde theologische vraagstukken bezig te houden?

Ik noem nu enkele onderwerpen, die kunnen illustreren tot hoeveel vragen theologische discussies en publikaties hebben geleid. Daar is de uitverkiezing. Denk aan de debatten rondom de Dordtse Leerregels. Wat zijn deze Leerregels geprezen, maar ook afgewezen. Mensen hebben er troost in gevonden, maar zijn er niet minder door in verwarring geraakt.

Mag ik hier direct mijnerzijds de vraag bijvoegen, of die verwarring komt door de theologie of door de manier waarop theologen en predikanten met dit onderwerp zijn bezig geweest?

Denk aan de twee- of drie-verbondenleer. Een strijdpunt tussen christelijk-gereformeerden en Gereformeerde Gemeenten. Professor Van der Schuit heeft er heel wat over geschreven. Het gaat mij nu niet om een behandeling van het onderwerp het verbond. Ik noem dit punt alleen, omdat theologen (en predikanten) er met elkaar over getwist hebben.

Dan is daar de kwestie van het duizendjarig rijk. We denken direct aan Openbaring 20 en aan de naam van ds. A.M. Berkhoff, die om deze kwestie de kerk heeft verlaten. Toch zijn er nog altijd mensen die een duizendjarig vrederijk op aarde samen met een eerste en een tweede komst van Jezus verdedigen. Over de volgorde in de geschiedenis wordt in kringen van de verdedigers van een duizendjarig rijk op aarde verschillend gedacht. Wat een onenigheid op dit punt.

Ik noem ook de uitleg van Genesis 2 en 3 waaraan professor Oosterhoff een boek heeft gewijd, en alle reactie die daarop is gevolgd. Was deze drukte, moeite en, wat velen noemen, onrust nodig? Had er maar beter niet over geschreven kunnen worden?

Op ethisch terrein noem ik als voorbeeld de in vitro fertilisatie (reageerbuisbevruchting). Er wordt ook onder gereformeerde ethici verschillend over gedacht. Doet men niet beter erover te zwijgen?

Met deze onderwerpen als voorbeelden is de vraag begrijpelijk of we er niet beter aan doen heel de theologie terzijde te stellen. Dan voorkomen we in elk geval allerlei misverstanden en ook tweedracht en twist. Waarom maken de theologen het eenvoudige gelovigen zo moeilijk?

Allereerst wijs ik op het verschil tussen theologen en theologen. Er zijn theologen die inderdaad de gemeente in verwarring brengen. Denk aan de reeds genoemd titel van het boek van ds. Lindeboom. Wie de klassieke dogma’s over de Drieëenheid, over de godheid van Christus en over het persoon-zijn van de Heilige Geest loochent of van hun bijbelse inhoud berooft, brengt de gemeente inderdaad in verwarring. Men komt dan in strijd met het belijden van de kerk der eeuwen.

Nadat dit gezegd is, moet opgemerkt worden dat allerlei vragen, zoals de hierboven genoemde, niet maar door theologen aan de orde worden gesteld. Zij behandelen thema’s die de Bijbel zelf ons aanreikt. Wie de Bijbel serieus leest, komt met deze vragen in aanraking. Hij zoekt er een antwoord op. Men moet niet te vlug zeggen, dat de theologen het de mensen zo moeilijk maken. De Bijbel zelf stelt voor vragen, die we niet terzijde kunnen schuiven. Wie over het verbond nadenkt, komt met werk-, genadeverbond en verbond van eeuwigheid in aanraking. Dat geldt ook van de uitverkiezing. Theologen hebben dat onderwerp niet maar de kerk binnengedragen. Het is een gegeven in de Schrift zelf. Dan kom je voor de vraag hoe je de uitverkiezing moet verstaan.

Reageerbuisbevruchting is een onderwerp uit de hedendaagse ethiek. Je kunt niet volstaan met te zeggen: neen of ja. Waarom neen? Waarom ja?

Ik erken dat er theologen zijn die met deze vragen op zulk een spitsvondige manier aan de gang gaan, dat je je afvraagt: Moet dat nu? Moet het zo? Maar de theologische probleemstelling is terecht. De vragen zijn legitiem. Daarom moet je naar een antwoord zoeken.

Over dit onderwerp is een genuanceerd antwoord nodig. Inderdaad, er is een vorm van theologie (misschien moeten we ook hier wel het meervoud gebruiken) en er zijn theologen die het de gelovigen te moeilijk maken. Zij redeneren te ingewikkeld en gaan te ver in details. Men kan dit echter niet op rekening van elke vorm van theologie schrijven. Men mag om die reden ook zeker niet zeggen: Dus weg met alle theologie.

Ik ga er nog wat dieper op in als ik het volgend punt behandel.

De overmoed van theologen

De overmoed van theologen demonstreert zich daar, waar men uitgaat van de menselijke autonomie. Dat is in de theologie de gedachte dat de mens ook zonder geloof kan oordelen over de inhoud van de Bijbel. Daarin doet de mens een greep naar Gods openbaring.

Hoe zal men echter God kennen en over Zijn Woord kunnen spreken zonder dat men in het geloof zich voor Hern buigt? Deze overmoed is des te gevaarlijker, als ze zich hult in de gestalte van een mens die meent de moeilijkheden te kennen. Hoe vaak wordt niet gezegd dat men mensen in de moeiten van het ongeloof wil helpen. Door aanpassing wil men hen tegemoet komen. Zulk een ootmoed doet denken aan de farizeeër die zich hult in het kleed van de tollenaar, en ook diens woorden spreekt.

Een andere vorm van overmoed treffen we daar aan, waar theologen hun eigen denkvormen en -schema’s absoluut stellen. Zij zien niet het betrekkelijke van wat ze zelf hebben uitgedacht, om aan het evangelie vorm te geven.

Er zit in alle theologie een spanning tussen het eeuwig blijvende Woord van God en onze vormgeving daaraan. Op bepaalde punten zijn er inderdaad dingen voor vast en bondig uitgegeven, die later bleken er toch anders uit te zien dan men had gedacht. Ik herinner aan bepaalde vormen die bij de zondagsviering in acht werden genomen. Hoe velen komen nu niet per auto naar de kerk - zonder enig gewetensbezwaar - terwijl vroeger niet eens de fiets mocht worden gebruikt. Wellicht dat hier ook bepaalde opvattingen over het verbond genoemd moeten worden. Wat kan men met de vroeger nogal eens gehanteerde onderscheiding in- en uitwendig verbond? Wat men bedoelde was wel een werkelijkheid, maar deze terminologie is daarvoor niet geschikt.

Vervolgens noem ik - als toespitsing van het voorgaande - dat theologen de grenzen niet in acht nemen. Hoe zul je die tout opmerken? Steeds weer moet je kritisch naar jezelf kijken en je resultaten toetsen aan de Schrift. Weet je je in je denken en je schrijven afhankelijk van Gods genade?

Wie daarmee bezig is, zal ook oog hebben voor veranderingen. Niet alle verandering is verkeerd. Waar het gaat om de kern van het christelijk geloof, in de belijdenis van de kerk der eeuwen verwoord, zie ik geen grond voor wijziging. De grenzen van de confessie moeten worden gerespecteerd zonder in confessionalisme te vervallen.

Tenslotte wijs ik op de relatie met de gemeente. Men zal de gemeente altijd in het oog moeten hebben. Men make van de theologie geen systeem, dat klank noch kleur heeft. De genoemde voorbeelden van overmoed cirkelen alle om de mens als het middelpunt, vertrekpunt en eindpunt. Overigens bedenke men dat we hier op een verzoeking stuiten waaraan niet alleen de theologen, maar elk christenmens blootstaat.

Brokken

Waar worden brokken gemaakt? Daar waar de theologie beoefend wordt als hobby, als liefhebberij of als symbool van een wetenschappelijke status die men heeft bereikt.

Vervolgens daar waar een theoloog zegt: Ik weet het. De gemeenteleden moeten hun mond houden. Zij hebben niet gestudeerd! Daar scheppen theologen een vervreemding tussen zichzelf en de gemeente.

Tenslotte gaat het daar fout, waar eenvoudige gemeenteleden niet meer gevoed worden, waar de gemeente uit het oog en het hart van de theoloog verdwijnt, terwijl de hoogmoed van theologen door hun wetenschappelijk bezig zijn wordt gestreeld.

Deze drie botsingen tussen theologen en gemeente zijn ten diepste terug te leiden op de overmoed van theologen.

Dienstbaarheld

De theoloog moet dienstbaar zijn aan de kerk. Hij zal altijd de kerk op het oog hebben.

Echte theologie wordt gekenmerkt door de volgende punten.

Zij is theologie van kruis en opstanding beide. Het plaatsvervangende offer van Christus èn de overwinning over de dood komen aan de orde. Zo wordt de liefde tot Jezus versterkt. Hij, Jezus, staat dan in het middelpunt. De Geest leidt ons via Hem tot de Vader.

Alle ware theologie verootmoedigt en verlevendigt. Beide horen erbij. De vemedering van ons mensenhart en de verlevendiging van ons hart tot het geloof in Christus. Deze theologie heeft praktische betekenis. Zij heeft geestelijk effect. Ware theologie doet smeken en hopen. Zij dringt tot het leven met God en verzadigt de honger naar Hem en Zijn genade. Zij stimuleert tot dienst aan Kerk en Koninkrijk.

Tenslotte: echte theologie maakt blij en brengt in verrukking. Zij heft ons uit boven het zuchten, al is dat er wel. Zij geeft ons de vreugde van het God kennen en liefhebben. Dan is het leven doortrokken van vreugde. Het wordt gestimuleerd door de verwachting van Jezus’ komst. Hij voltooit wat Hij op aarde heeft gedaan.

Het rendement

Wat is het rendement van de theologie? Vooropgesteld zij dat niet ieder theoloog hoeft te zijn. ledere christen heeft zijn eigen taak en roeping. Er moet tussen theologen en niet-theologen wel contact zijn. Theologen moeten zich van hun verantwoordelijkheid jegens God, de gemeente en de wereld bewust zijn.

De School -zo zeiden we vroeger- is er door de kerk en voor de kerk. Daarom heb ik bij de viering van het eeuwfeest in Barneveld de nadruk gelegd op de dienstbaarheid van de theologie jegens de kerk.

Het rendement is niet precies onder woorden te brengen. Wel mag ik zeggen dat de theologie haar resultaten moet vertalen naar de gemeente toe. De gemeente moet erdoor gevoed en gesterkt worden.

Kun je zeggen: deze theologie is vrucht van de Heilige Geest? Dat kan in zoverre deze theologie naar de Schrift is. De Bijbel is altijd de norm. Wel zou ik van de centrale leerstukken van de kerk der eeuwen willen zeggen, dat ze onder leiding van de Heilige Geest tot stand zijn gekomen. Dat durf ik alleen te zeggen, omdat ze in overeenstemming zijn met de Schrift.

Wat is uw boodschap aan de ambtsdragers, vroeg een journalist mij. Laat ik die zo mogen samenvatten.

Allereerst: weest dankbaar voor onze Theologische Universiteit. De naam klinkt me nog altijd vreemd in de oren. Vijf hoogleraren en dan een universiteit. Wees er dankbaar voor. Wat zou de kerk zijn zonder theologische opleiding, zonder school? Het zou een rommeltje zijn, een chaos, met iets van het Richterentijdperk: ieder zegt en leert wat goed is in zijn ogen.

Vervolgens: weest sympathiek-kritisch. Beide moeten er zijn: liefde, sympathie, niet zonder een kritische houding. Liefde, verbondenheid en tegelijk de vraag: Wat gebeurt daar? Voldoet de universiteit aan haar roeping?

Waar er een kloof ontstaat tussen theologie en gemeente is er iets mis. Graag wijs ik erop dat eind October een boek verschijnt, geschreven door drie hoogleraren uit (vrijgemaakt) Kampen en drie uit Apeldoorn. De titel is: “Zonde uit het beeld”. Het boek gaat over het verdwijnen van het schuldbesef en van zondekennis. Het wijst op de noodzaak van de prediking van de wet en van verootmoediging voor Gods aangezicht. Dit theologische boek wil de gemeente dienen.

Tenslotte: bidt voor ons, voor heel de Universiteit. Ik denk aan Psalm 119:18 “Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van uw wet”. Dat is een gebed voor (en van) een dominee. Dat moet ook gebeden worden voor en door een theoloog. Wij hebben uw voorbede nodig, opdat de theologie waarlijk heilzaam zal zijn - God beware haar ervoor een onheilzame en gevaarlijke theologie voor de kerk te zijn.

Daarom: bidt voor ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.