+ Meer informatie

Diaconale varia

9 minuten leestijd

In dit artikel zou ik enkele dingen willen schrijven over de functionering van het diaconaat in de gemeente. Daarbij stip ik nogal uiteenlopende zaken aan. Vandaar de titel Varia.

Het diaconaat op de kerkeraadsagenda

Welke plaats neemt het diaconaat in op de agenda van de kerkeraad? Het zou de moeite waard zijn om zich eens af te vragen of de betekenis van het diaconaat gemeten kan worden aan de tijd welke op de kerkeraadsvergadering daaraan besteed wordt.

Het minste is wel dat op elke kerkeraadsvergadering het diaconaat een vast punt van de vergadering vormt. Zoals ingekomen stukken en verslagen van huisbezoeken, rondvraag en verslag van de werkzaamheden van de predikant op elke kerkeraadsagenda moeten voorkomen, zo ook het diaconaat. Een kerkeraad waarin dit niet gebeurt, schiet als kerkeraad diaconaal tekort.

Men kan de voorzitter of secretaris van de diaconie de gelegenheid geven om bij het agendapunt „Diaconalia”, de dingen ter sprake te brengen, welke door de diakenen zijn besproken en besloten. De kerkeraad moet geïnformeerd zijn over het werk van de diakenen.

Wellicht zijn er kerkeraden waarin een tekort op dit punt niet zozeer aan de’ ouderlingen, maar veel meer aan de diakenen ligt. Deze menen namelijk dan dat ze hun werk en de genomen besluiten ter goedkeuring aan de ouderlingen moeten voorleggen. Het is begrijpelijk dat de diakenen daartegen bezwaar hebben. Alsof de ouderlingen het recht hebben door de diakenen genomen besluiten af te keuren dan wel goed te keuren. Wie de zaken zo stelt, gaat ervan uit dat de beslissingsbevoegdheid bij de ouderlingen ligt. Dat is niet het geval. Het omgekeerde is evenmin het geval. De beslissingsbevoegdheid ligt ook niet alleen bij de diakenen. De kerkeraad in zijn geheel is verantwoordelijk voor het diaconaat. Daarom moet de kerkeraad in zijn geheel ook over diaconale aangelegenheden spreken. Zeker, terwille van een goede werkverdeling en om tijd te besparen op de kerkeraadsvergaderingen, is het heel begrijpelijk, dat niet alle diaconale zaken op de kerkeraadstafel komen. Ware dat nodig, dan zou het apart vergaderen van diakenen geen zin hebben.

Maar wel is nodig dat de kerkeraad in zijn geheel, globaal genomen, inzicht heeft in de vragen, waarvoor de diakenen staan.

Omdat de kerkeraad in zijn geheel voor het diaconaat verantwoordelijk is, moet men zich voor diaconale zaken ook altijd op de kerkeraad kunnen beroepen. Wat zou zulk een beroep kunnen betekenen, wanneer de kerkeraad van diaconale zaken niets af weet. Daarom hebben de diakenen de plicht over hun aangelegenheden te rapporteren. De ouderlingen zijn vanwege hun medeverantwoordelijkheid voor het diaconaat verplicht in de zaken van de diakenen belang te stellen.

Goede rapportage betekent in dit verband heel veel.

Daarnaast zou ik ervoor willen pleiten, dat specifieke knelpunten van het diaconaat als apart agendapunt op de kerkeraadsvergadering besproken worden. Dat is nodig naar de zijde van de diakenen. Zij moeten in hun principiële beslissingen zich overtuigen van de instemming van de broeders ouderlingen. Zij moeten ook gesteund worden door het inzicht en het oordeel van de ouderlingen. Het is al even zeer nodig naar de zijde van de ouderlingen. Omdat zij medeverantwoordelijk zijn voor het diaconaat, moeten zij zich voor kernpunten interesseren.

Het is duidelijk dat de onderlinge verhouding en de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid alleen maar goed kan worden nagekomen, wanneer men er geen competentiekwestie van maakt. Men moet dan elkaar geen vliegen willen afvangen. Men moet de gedeelde verantwoordelijkheid aanvaarden en tegelijk het eigen werk van de diakenen niet aan de ouderlingen willen toeschuiven. Daarom herhaal ik de vraag: welke plaats neemt het diaconaat in op de kerkeraadsvergadering?

Voorbede

Een ander punt waarop ik graag eens de aandacht wil vestigen is dat van de voorbede.

Het laat zich denken dat een predikant bij de voorbede in de gemeente wel eens langere tijd aan bepaalde noden voorbijgaat. Er kunnen zelfs zaken zijn, die door de predikant niet als een nood worden aangevoeld, terwijl de diakenen haar wel als zodanig beleven.

Daarover moet men op een kerkeraad met elkaar kunnen spreken. Ter voorkoming van misverstand voeg ik er direct aan toe: dit betreft niet alleen noden welke de diakenen als zodanig aanvoelen. Het laat zich evenzeer denken, dat ouderlingen de behoefte gevoelen dat er aan bepaalde noden gedacht wordt in het gebed van de gemeente, terwijl de predikant die zaken stelselmatig ongenoemd laat. Ook dan zou ik ervoor willen pleiten, dat men de predikant daarop attent maakt.

Het gemakkelijkst gaat dit natuurlijk als de predikant zelf deze zaak eens aansnijdt. Hij zal dan iets vertellen van zijn bezig zijn met de dingen. Tegelijkertijd zal hij erkennen, dat hij ook niet alles overzien kan en aan bepaalde dingen soms voorbij ziet. Welnu, zo’n gesprek opent de gelegenheid om kerkeraadsleden hun visie te laten geven.

Daarbij denk ik aan dingen waarin de diakenen betrokken zijn. In onze dagen is daar de kwestie van het maatschappelijk werk. Hoe moeilijk zijn de beslissingen niet die genomen moeten worden. Men kan in de samenkomst van de gemeente natuurlijk niet in details treden. Toch laat het zich denken, dat een predikant de moeiten, die diakenen op dit punt hebben, tot voorwerp van gebed maakt. Daardoor wordt de gemeente bij het werk van de diakenen betrokken.

Wellicht mag ik hierbij ook eens herinneren aan het grote werk dat onze diakenen gemeenschappelijk doen in het in stand houden van ons Kindertehuis „De Stuw”. Dat huis kan niet zonder de voorbede van de kerken.

Het zou ook best kunnen zijn, dat de diakenen in een gezin op moeilijkheden gestuit zijn, waarvan zij het gevoel hebben, dat daarvoor in de gemeente gebeden moet worden. Het kan mogelijk zijn, dat de naam en nadere situatie niet vermeld moeten worden. Welnu, dan doe men het zonder dat alles. Een predikant wordt door de liefde ook op dit punt vindingrijk gemaakt.

Wat moet men, wanneer de gemeente vacant is? Daar is het nodig, dat men eens rustig over deze dingen met elkaar spreekt op een kerkeraadsvergadering. Men kan toch niet wachten met het aansnijden van deze dingen tot er een predikant is? Laat men met de broeders, die voorgaan in de leesdiensten, rustig van gedachten kunnen wisselen.

Een handig boekje

Graag maak ik in dit artikel de diakenen, maar niet minder de ouderlingen, attent op een publikatie van de hand van prof. dr. P. J. Roscam Abbing. Het is een geschrift dat gediend heeft als referaat voor de hervormde diakenen. De titel luidt: „Gemeente-zijn DIAKONAAL bezig zijn”. Het is uitgegeven door de Generale Diaconale Raad te Utrecht.

De titel bevat het programma van dit geschrift. Het gaat vooral om het gemeente-diaconaat. In de Inleiding wordt gezegd: De diaken dient vooral het diaconaat van de gemeente. Daarop volgt een hoofdstuk: Alle gemeenteleden hebben de roeping om zelf algemeen diaconaal werkzaam te zijn.

Vervolgens wordt besproken: De diaken vraagt hulp van de gemeenteleden voor diaconaal werk. Daarna: Vele gemeenteleden zijn geroepen om zelf bepaalde noden te helpen bestrijden. Tenslotte: De diaken helpt zonodig de gemeenteleden bij hun diaconale zelfwerkzaamheden.

Uit dit overzicht van de inhoud aan de hand van de titels van de hoofdstukken wordt al wel duidelijk dat het vooral gaat om het diaconaat van de gemeente en om de wijze waarop de diakenen dit diaconaat door de gemeente hebben te dienen. Er wordt vrijwel niets over de Schriftgegevens naar voren gebracht. Naarmijn mening was dat wel nodig geweest. Dan zou het accent op de werkverdeling tussen de ambtsdragers en de gemeenteleden nog wel iets anders zijn uitgevallen. Aan het ambtelijke diaconale werk komt naar mijn oordeel iets meer plaats toe dan in deze brochure geschiedt. Niettemin acht ik deze publikatie waardevol. Ze zet de dingen voortreffelijk op een rijtje. Ze oriënteert snel ten aanzien van noden, wenselijkheden en mogelijkheden. Het lijkt me goed, dat elke diaconie voor de nieuw binnen gekomen diakenen een exemplaar van dit boekje aanschaft.

Inventarisatie

Op één punt zou ik ten besluite nog graag willen wijzen. Dat is de noodzakelijkheid dat diakenen weten over welke krachten uit de gemeente ze kunnen beschikken, als er bepaalde werkzaamheden verricht moeten worden.

Stel dat men voor bejaarde gemeenteleden een aantal jongelui nodig heeft, die bereid zijn in de winter wat boodschappen te doen, weten de diakenen dan op welke jongelui ze een beroep kunnen doen?

Stel dat men voor de opvang van een gezin, dat pas in de gemeente gekomen is, een gezin nodig heeft, dat bereid is het contact te leggen en te onderhouden, weten de diakenen welke gezinnen daartoe bereid zijn?

Stel dat men enkele jongelui nodig heeft om aan bejaarden wat uit de Bijbel of uit een dagboek of uit wat dan ook voor te lezen, weten de diakenen dan op welke jongelui ze een beroep kunnen doen? Stel dat men enige zusters nodig heeft om eens per veertien dagen een bezoekje te brengen aan vereenzamende oude mensen, weten de diakenen dan welke zusters uit de gemeente daartoe bereid zijn?

Nodig is dat men een inventarisatie maakt van de krachten welke er in de gemeente zijn; en van het werk waarvoor ze zich willen inzetten. In een kleine gemeente is dat alles minder dringend. Daar kent men elkaar wel. Daar is het alles veel gemakkelijker te overzien. Maar in een grote gemeente ziet men zo vaak krachten over het hoofd. Dit mes snijdt naar twee kanten. Men kan mensen inschakelen die nogal eens aan de zelfkant van de gemeente leven. Mensen op wie men anders niet zo gauw een beroep doet. Hoe fijn, dat ook zij betrokken worden bij het gemeentewerk. Hoe nodig, dat ook van hun krachten gebruik gemaakt wordt.

Hoe krijgen diakenen dat voor elkaar? Wel, men stelt een lijst op met werkzaamheden, die zich in de gemeente voordoen. Men gaat als wijkdiaken zijn wijk rond. Het beste zal het wel wezen, dat men dit met zijn tweeën doet. Maar het kan ook alleen gebeuren.

Zo vraagt men of de gemeenteleden in voorkomende gevallen willen helpen. Dat daarbij de jeugd niet overgeslagen moet worden, is boven al wel duidelijk geworden. Men kan dit een soort arbeidstherapie noemen voor mensen, die als leden van het lichaam, dat de gemeente is, maar moeilijk mee functioneren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.