+ Meer informatie

De vormingscursus

7 minuten leestijd

De redactie verzocht een ouderling cursist en de voorzitter van de commis sie iets over het vormingswerk te ver tellen. Het tweede artikel vindt U in het volgende nummer.

In januari 1970 werd een schrijven van een „Commissie Vormingswerk voor de Chr. Gereformeerde Kerken” gezonden aan de raden van de Chr. Geref. Ker ken. Dit schrijven had ten doel belang stelling te wekken voor vormingscur sussen voor ambtsdragers en gemeente leden. Voor de eerste keer werden als docenten genoemd de hoogleraren Van Genderen, Oosterhoff, Velema en Ver steeg en de predikanten Van ’t Spijker en J. H. Velema. De eerste cursus zou gegeven worden te Apeldoorn. Hoewel deze cursussen niet zouden uitgaan van officiꫥ kerkelijke instanties, kon toch gebruik gemaakt worden van de gebou wen van de Theol. Hogeschool en van het jeugdgebouw van de Barnabaskerk. Terecht was de belangstelling groot. Nog groter werd die toen in 1971 op nieuw een cursus startte, nu niet in Apeldoorn maar deels in Rotterdam, deels in Zwolle.

Met genoegen voldoe ik aan het verzoek van de commissie nu aan het eind van de tweede vormingscursus enkele indrukken weer te geven.

’k Heb begrepen, dat men voor het „Ambtelijk Contact” een ambtsdrager meende te moeten uitnodigen. Dat houdt evenwel niet in, dat alleen ambtsdragers de cursussen volgden. Zowel dames als heren, jongeren en ouderen, leden en, naar ik meen, ook niet-leden van onze Chr. Ger. Kerken hebben deze zo be langrijke lessen gevolgd.

’k Geloof te kunnen zeggen, dat dit uniek is in kerkelijk Nederland. Ik acht het van zeer groot belang in deze ver warde tijd, ook op kerkelijk gebied, on derwijs te ontvangen overeenkomstig Schrift en Belijdenis. En dat is niet al leen van belang voor ambtsdragers. Dagelijks worden we geconfronteerd met allerlei vraagstukken en problemen zowel op theologisch gebied, en wat daarmee verband houdt, als op maat schappelijk terrein.

Bij jong en oud is er een schrijnend te kort aan kennis. Bij het doen van belij denis wordt dikwijls de klacht geuit: „De parate kennis was miniem”. En na de catechisatie, wat gebeurt er dan nog voor de verdere ontwikkeling ? We kun nen en mogen niet generaliseren, maar ’k geloof toch, dat de kennis van Schrift en Belijdenis niet gelijke tred houdt met kennis op allerlei gebied. Ook daarom zijn wij de docenten dankbaar, dat ze bij hun drukke werkzaamheden tijd be schikbaar hebben willen stellen voor deze nuttige en zo nodige arbeid. Mag ik daarbij misschien de opmerking ma ken, dat het mogelijk ook voor hen be langrijk is geweest. En dan wel in ’t bijzonder voor de hoogleraren. Is het te onbescheiden gezegd, dat het gevaar be staat, dat hoogleraren vervreemden van het „gewone kerkvolk” ? Kenmerkend op deze cursussen was vooral de bijzon der goede verstandhouding tussen docen ten en cursisten, die meerdere malen leidde tot een goede gedachtenwisseling, waarbij ook dikwijls zaken betrokken werden, die direct verband hielden met de ambtelijke arbeid.

De opmerking betreffende mindere ont wikkeling op godsdienstig gebied kan mogelijk ook dienen voor ambtsdragers, ouderlingen en diakenen.

En toch, lettend op het formulier voor de bevestiging van ouderlingen en dia kenen, wordt in ’t bijzonder in dat van de ouderlingen er op gewezen, dat ze Gods Woord dienen te onderzoeken, op dat ze leiding zullen kunnen geven, zo nodig tucht kunnen oefenen. Ik meen te kunnen zeggen, dat de cursussen sti mulerend gewerkt hebben. Wanneer we vele jaren dienen in het ambt is het gevaar niet denkbeeldig, dat we, ook wat onze ambtelijke arbeid betreft, in een zekere sleur geraken. ’k Herinner mij een gezegde van wijlen prof. G. Wisse bij een 25-jarig ambtsjubileum van ꨮ onzer predikanten. Dit gezegde: „Broeder, U moet nu gaan studeren”.

Dit advies zou ik ook willen geven aan al onze ambtsbroeders, die reeds jaren in het ambt staan.

En wanneer ik nu let op de veelzijdig heid van de gegeven lessen, alsook op de actualiteit van de onderwerpen, dan ben ik wel zeer overtuigd geworden van het grote nut, niet alleen voor het per soonlijk leven, maar ook voor de arbeid in de gemeente.

Om U enig idee te geven van de ver werkte stof, wil ik U gaarne de onder werpen noemen, zowel die van de eerste als die van de tweede cursus.

Prof. dr. J. van Genderen behandelde „de sacramenten” en „thema’s uit de eschatologie”.

Prof. dr. B. J. Oosterhoff „de bood schap der profeten” en (alleen te Zwol le) „kernwoorden uit het Oude Testa ment”.

De Weled. gestr. Heer L. Pieper, inspec teur bij het M.A.V.O. „opvoeding en on derwijs” (alleen te Rotterdam).

Prof. dr. W. van ’t Spijker „oecumenische vragen” en „actuele kerkrechtelijke vragen”.

Ds. J. H. Velema „geestelijke stromingen (humanisme)” en „kerkelijke verhoudingen (in- en extern)”.

Prof. dr. W. H. Velema „de christelijke vrijheid” en „vragen rondom huwelijk en sexualiteit”.

Prof. dr. J. P. Versteeg „hoe verstaan we het Nieuwe Testament” en „de kerk in het Nieuwe Testament”.

Zoals U ziet niet te veel gezegd: Veel zijdig en actueel. Wat kan het lezen van de Heilige Schrift onder deskundige leiding verhelderend werken. Zeker, Gods Geest dient ons te onderwijzen, maar dat sluit een grondig Bijbelonder zoek niet uit, neen veeleer in. We zijn opmerkzaam gemaakt op dingen, die we van te voren niet zagen, of anders zagen.

Dan wat de sacramenten betreft. Hoe dikwijls is het Heilig Avondmaal op huisbezoek niet een belangrijk punt van gesprek.

Ook de kinderdoop is in deze tijd meer in discussie dan ooit. En worden we niet, nu volgens de Schrift het einde al ler dingen meer en meer nadert, gecon fronteerd met meningen en leringen niet overeenkomstig het Woord van God ? De sekten dwingen ons tot nader onderzoek dienaangaande.

Ook in de grote verwarring, die er heerst op kerkelijk gebied, is het zo nuttig en nodig te horen of de Chr. Ger. Kerk nog recht van bestaan heeft. Lopen onze jonge mensen, die dikwijls geecteerd worden door humanistische invloeden, niet dikwijls met deze vraag? De oecumene lokt hen.

De godsdienst der medemenselijkheid is „in”. Wat tegen dit alles te zeggen ? De lessen waren ook in dit opzicht van veel belang.

Ook ben ik overtuigd, dat het onderwerp „opvoeding en onderwijs” doeltreffend is geweest. Deze lessen gegeven te Rot terdam konden de Zwollenaren niet vol gen. De ouderlingenconferentie, die ik een paar jaar geleden mocht meemaken en waar hetzelfde onderwerp door de zelfde persoon werd ingeleid wettigt mijn overtuiging.

Nog wil ik wijzen op de kiese, maar ook overtuigende wijze, waarop de hoog leraar in de ethiek de vragen rond hu welijk en sexualiteit, vragen, die tot problemen geworden zijn, behandelde. Ook ambtsdragers dienen zich een me ning dienaangaande te vormen. We kun nen er niet aan voorbijgaan. De gebo den lectuur, radio en televisie stellen ons voor de feiten.

’t Is niet doenlijk in dit kort bestek breder in te gaan op de behandelde stof. Van groot belang was ook, dat broeders en zusters samen kwamen uit verschil lende plaatsen. De onderlinge gesprek ken tijdens de pauzes waren, vooral in Apeldoorn, mogelijk ook in Rotterdam, waar meer ruimte was dan in Zwolle, goed.

Al is men lid van eenzelfde kerk, ’t blijkt steeds weer, dat men altijd niet van hetzelfde gevoelen is. Evenwel, van polarisiatie, het tegenwoordig zoveel ge bruikte woord, heb ik niets gemerkt. ’t Is goed, zo eens in de veertien dagen of drie weken, al is het dan alleen in het winterseizoen, samen zich te scharen rondom Gods Woord en de Belijdenis.

Het bevordert zelfontwikkeling, zelfcor rectie en leidt tot een bredere visie op de problemen van vandaag, waarom, en nu ben ik overtuigd, dat ik namens zeer vele cursisten spreek, ik de commissie zeer vriendelijk en dringend wil verzoe ken in het komende winterseizoen op nieuw een cursus te organiseren.

De docenten nog hartelijk dank gezegd, ook voor de gestencilde lessen, die van blijvende waarde zijn.

Hopelijk wordt een volgend seizoen dit zo belangrijke vormingswerk voortgezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.