+ Meer informatie

HOE VRIJ ZIJN WE EIGENLIJK?

8 minuten leestijd

Hoe vrij zijn we eigenlijk, in ons denken en willen? Lange tijd was het antwoord op die vraag helder. Helaas, helaas - zo was de heersende gedachte - werden de mensen in vroeger tijden door kerk en machthebbers onmondig gehouden en in hun denken beknot, helaas is dat in sommige ‘achterlijke’ gebieden nog zo, maar een mens kan in zijn denken en willen echt zo vrij zijn als een vogeltje in de lucht. Vrij om te denken wat hij of zij wil, vrij om het eigen leven in te richten naar eigen inzichten. Het werd en wordt met de nodige kracht gezegd om de ban van de ‘bevoogding’ door kerk en christendom te breken. Voor zo’n leven heb je natuurlijk ook een vrije wil nodig. Niet alleen van de druk van de samenleving moet je vrij zijn, maar ook vrij in relatie tot God. Wie vraagtekens plaatste bij de principiële vrijheid van de wil kon er zeker van zijn dat hij fiolen van toorn over zich heen kreeg.

Niettemin is er tamelijk geruisloos op dit punt in de afgelopen jaren iets veranderd. Veel veranderd zelfs. Er verschijnen nu boeken van diverse wetenschappers met uitdagende titels als Hoezo vrije wil? en De vrije wil bestaat niet. De schrijver van het laatstgenoemde boek, de Amsterdamse hoogleraar cognitieve neurowetenschap Victor Lamme, voegt er zelfs de onheilspellende ondertitel aan toe: ‘Over wie er echt de baas is in het brein’. Een andere bestseller is het boek van hersenonderzoeker Dick Swaab: Wij zijn ons brein. Nu zou men die titel nog kunnen opvatten als een pleidooi voor de volstrekte vrijheid van het menselijk denken. Dat is echter niet de boodschap van dit boek. Swaab werd jaren geleden bekend, toen hij op grond van hersenonderzoek stelde dat homoseksualiteit geen keuze is of ziekelijke afwijking, maar eenvoudig vastligt in de structuur van onze hersenen. Lamme op zijn beurt noemt ons zelfbewustzijn of ons nadenken over wat we zullen doen onze ‘kwebbeldoos’. Geen vleiende benaming, dat is wel duidelijk. In ons bewuste nadenken over de dingen ‘kwebbelen’ we maar een eind weg. Lamme stelt uitdagend: het brein (= allerlei processen in onze hersenen waarover wij zelf niet beschikken) bepaalt onze acties en onze gedachten hobbelen er achteraan. We dénken dat we zelf kiezen, in volle vrijheid, maar in feite wordt er voor ons besloten. Onze gedachten kunnen helemaal niet weten wat de achtergrond van een beslissing is; dat wordt pas duidelijk in een MRI-scan. Ons kiezen is geen vrij wilsproces, maar de uitkomst van een ingewikkeld geheel van processen in ons brein. Het is in zekere zin het oude verhaal, van de gebondenheid van je geest en je doen en laten, maar diegene van wie je afhankelijk bent is niet een aanwijsbare en te weerspreken ander, buiten jou, maar zit binnen in je. Hoe vrij zijn we eigenlijk?

WAT ZIT ER ACHTER?

Waar komt deze stille revolutie vandaan? Om te beginnen: het hersenonderzoek. Het zal de meeste lezers van Ambtelijk Contact vergaan zoals mij: het duizelt me bij het lezen van wat men allemaal te weten is gekomen over de werking van onze hersenen, maar het is wel duidelijk dat onze hersenen niet zo onafhankelijk en vrij zijn als we misschien wel dachten. Een simpel voorbeeld is dat stoffen - medicijnen, maar ook drugs - onze stemming beïnvloeden. Een groot probleem hebben we daar niet mee, want we beslissen immers zelf of we die middelen tot ons nemen. Maar het ligt aanzienlijk ingewikkelder: ook als we geen middelen van buiten af tot ons nemen, gaan onze hersenen in hoge mate hun eigen gang. Onze idee van een vrij beslissend ‘ik’ is op zijn minst aan nuancering toe!

Dat er de laatste jaren een vloed aan publicaties over de al dan niet ‘vrije wil’ verschijnt heeft behalve met het voortschrijdend onderzoek ook te maken met ontwikkelingen in onze samenleving. In de tweede helft van de vorige eeuw werd het levensbesef in hoge mate gekenmerkt door vrijheid. We hadden in Europa de dictatuur van Nazi-Duitsland beleefd, in het oosten ervoer men in de communistische landen onvrijheid - evenals in vorige eeuwen vlamde overal de hoop op vrijheid op. Het was de tijd van de ‘maakbare samenleving’, die wat de samenleving als geheel betreft goeddeels voorbij mag zijn, maar op persoonlijke schaal nog altijd voortduurt. Jongeren worden opgeroepen keuzes te maken, er wordt bij de overheid en in het bedrijfsleven gesproken van een ‘keuzebiografie’ en ‘levensloopregeling’, sporters dienen ‘succes af te dwingen’.

De boeken die de resultaten van het recente hersenonderzoek voor een breder publiek uiteenzetten - met name dat van Swaab - presenteren zichzelf als correctie op het ‘maakbaarheidsgeloof’. Men spreekt zelfs wel van ‘neurocalvinisme’: de door velen afgedankte ‘calvinistische’ idee van Gods verkiezing en leiding van ons leven zou door de neurowetenschap via de achterdeur weer terugkomen! Nu, waar men het zo voorstelt doet men dat niet om aandacht te vragen voor de inwerking van God op ons leven en denken, voor geloof, voor werk van de Heilige Geest. Nee, het staat in het kader van een evolutionair denken, dat - zeker in het boek van Swaab - er alles aan doet om de ‘mythen’ van het geloof in God met wortel en tak uit te roeien.

WAT ZIJN DE GEVOLGEN?

Het zal duidelijk zijn dat een kijk op de mens, die nadruk legt op diens onvrijheid zónder daarbij aan God te denken, moeite heeft om recht te doen aan de verantwoordelijkheid van de mens. Het boek van Lamme loopt uit op een hoofdstuk, waarin hij thema’s als verantwoordelijkheid, schuld en boete aan de orde laat komen. Hij beschrijft hoe ene Kenneth Parks een gruwelijke moord pleegt op zijn schoonouders die hem dierbaar zijn. ‘Slaapwandelend’ is hij zelf met zijn auto naar hen toe gereden, heeft hij hen gedood - om vervolgens ‘wakker’ te worden en de politie te bellen. Hij ziet bloed aan zijn handen en langzaam dringt het tot hem door dat hij zelf wel eens de dader kan zijn geweest. Maar hij weet er absoluut niets van! Het voorbeeld is extreem, maar de vraag die aan de orde is, is helder. In hoeverre dragen wij verantwoordelijkheid voor ons doen en laten? Ook als we niet slaapwandelen, maar door het gebruik van medicijnen of drugs ‘onszelf niet zijn’, heeft het dan zin ons daarvoor te laten boeten?

Er is nog een ethisch probleem dat ineens in ander licht komt te staan. Lamme schrijft over Terry Schiavo, wier leven na jaren van wat dan wel heet een ‘vegetatief bestaan’ met toestemming van de rechter beëindigd wordt. Lamme betoogt dat mensen als zij wel degelijk een werkend brein hebben, dat reageert op de omgeving. Als ik hem goed begrepen heb, beoordeelt hij het beëindigen van sondevoeding, ten gevolge waarvan ze overlijdt, als wreed. Ook dit voorbeeld betreft een grenssituatie, en staat een eind van het dagelijks bestaan van de meeste mensen af.

Wat zijn de gevolgen voor het leven van alledag? Op korte termijn niet zo groot, dunkt mij. Boeken als die van Lamme en Swaab beleven de ene druk na de andere en zullen ook gelezen worden, maar of ze ons ook diep raken en ons kijken naar onszelf op de kop zetten? We zullen blijven denken dat we dingen denken, omdat we ze ook echt vinden. De natuur is ook hier sterker dan de leer - we geloven het niet echt dat ons brein voor ons beslist. Hooguit worden we een beetje zenuwachtig, als we bijvoorbeeld horen van de invloed van reclame op ons denken - en vooral op ons koopgedrag! Maar daar houdt het dan ook wel mee op.

Toch zullen we te maken krijgen met de effecten van de resultaten van de neurowetenschap. De kijk op de mens zal veranderen. Wat aan de randen van de ethiek en de rechtspraak vragen oproept zal ook doordringen tot het hart ervan.

WELKE VRIJHEID?

De boodschap van Lamme en Swaab is duidelijk: vergeet dat er een God zou zijn, die jouw leven leidt en je denken stuurt. Dat volgens Spreuken 21:1 de gedachten van de koning als waterstromen in de hand van de HERE zijn, en dat Hij die gedachten neigt tot wat Hem behaagt, zou een misvatting zijn, die kwalijke gevolgen heeft gehad. De mens is voortgekomen uit het dierenrijk en zijn brein is niet van een of andere God afhankelijk, maar enkel en alleen van het samenspel van mijn genetische bepaaldheid en de ‘omgevingsfactoren’.

Omdat we de gevolgen van deze benadering in de komende tijd zullen gaan ondervinden, doen we er als christenen mijns inziens verstandig aan om kennis te nemen van de harde gegevens van het hersenonderzoek. Ik zou niet willen pleiten voor het pogingen om Gods werk in geloof en levensvernieuwing te ‘bewijzen’. ‘Gods pad werd niet gekend’, zegt de dichter van Psalm 77. Waar we ons wél op kunnen en moeten richten is de problematiek, waar het boek van Lamme op uitloopt: die van schuld en verantwoordelijkheid. Het is opmerkelijk, dat op dit punt de problemen ontstaan. Vreemd is het eigenlijk niet, want in de Bijbel is het net zo. Wat is de ware vrijheid en wat is de diepste onvrijheid van de mens? ‘Nee’ zeggen tegen God is ‘nee’ zeggen tegen ware vrijheid. Het afscheid van het geloof in God mag de mens dan de vrijheid opleveren om zijn leven naar eigen inzichten te leven, het is in feite een ‘onzalige ruil’. God is immers de Bron - de enige! - van bevrijding van zonde en schuld. We zijn vanuit onszelf niet in staat God lief te hebben boven alles en de naaste als onszelf. Daarom is het Evangelie - goed nieuws! - dat God in Christus door de Heilige Geest onze uitzichtloos van Hem afgekeerde wil bevrijdt tot ware vrijheid: de vrijheid om Hem en de naaste lief te hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.