+ Meer informatie

AFSCHEID VOORZITTER

8 minuten leestijd

Op het feit dat ik dit werk dertig jaar heb mogen doen, op de vreugde die ik eraan heb beleefd en de moeiten die er soms aan verbonden waren, kom ik in de middagbijeenkomst graag terug. Voor dit moment volsta ik met de overdracht van het voorzitterschap en de daarbij behorende, maar door mij maar zelden gehanteerde hamer, aan Gerrit van Oord en Peter van Duyvenbode, twee broeders in wie naar het oordeel van het comité alles aanwezig is om aan het comité en aan deze conferenties leiding te geven. De belangrijkste voorwaarde daartoe is oprechte verbondenheid aan de dienst van de Here God. En die, zo is gebleken, is bij beide broeders aanwezig. Peter en Gerrit, sterkte, wijsheid en zegen toegewenst en ik ben ervan overtuigd dat de samenwerking met de andere broeders van het comité even constructief en vredig zal zijn als ik door de jaren heen heb ervaren. Ik ben het comité daarvoor dankbaar en die dankbaarheid is er ook met terugwerkende kracht, als ik terugdenk aan het comité in de vroegere samenstelling. Het is altijd harmonieus geweest en ik schrijf dat niet alleen of allereerst toe aan het feit dat één van mijn eerste initiatieven is geweest de gastronomische aanloop naar de comitévergaderingen iets aantrekkelijker te maken dan waarmee dat onder het overigens zeer gerespecteerde regime van broeder Geleynse het geval was. De broeders moesten toen genoegen nemen met een uitsmijter. Daarvoor in de plaats is een aan het budget aangepast menu gekomen, veelal in restaurants waarop een vogel met gebogen snavel prijkt. Ik denk aan alle vergaderingen met vreugde terug en ik dank jullie voor alle meedenken en meehelpen in de opzet en het goed doen verlopen van de jaarlijkse conferenties. De eerste en grootste dank gaat uit naar de Here God, wiens genadige bijstand ik in wat ik mocht doen dikwijls heb ervaren.

Behalve mijn mede-comitéleden ben ik meerderen dank verschuldigd. Ik noem allereerst Harry en Gré van der Laan, die op het punt van de aan de organisatie van conferenties verbonden logistiek door de jaren heen met grote inzet en toewijding hebben gefunctioneerd. Niets was en is hen teveel. In de persoonlijke levens -zo goed als in de kerkelijke sfeer- is jullie leven niet rimpelloos verlopen. Ik verheug mij erover te kunnen zeggen dat onze samenwerking zonder vlek of rimpel is geweest. God geve jullie samen nog goede jaren. Zeer erkentelijk ben ik ook voor alle goede zorg en medewerking van broeder en zuster van der Velde, met hun kinderen. Door alle jaren heen zijn de conferentiegangers altijd vriendelijk ontvangen, en van drank en voedsel voorzien. Bij grote toeloop was de sanitaire voorziening niet altijd toereikend, waardoor broeders soms in lange rijen met enigszins vertrokken gezicht en trappelend op hun beurt stonden te wachten, maar dank zij jullie geruststellende woorden hebben alle broeders altijd het hoofd boven water weten te houden. Ik denk in dit verband terug aan de conferentie over “De positie van de vrouw in de kerk” die ruim 500 bezoekers trok. Pieter Blok, de vaste organist van deze conferenties. Hem dank ik voor het feit dat hij zich destijds bereid verklaarde, toen zijn vader Pieter Blok sr. overleed, diens plaats op de orgelbank in deze kerk in te nemen en deze conferenties in samenzang en lofprijzing met voortreffelijk orgelspel te begeleiden. Je hebt in tempo en toonzetting altijd goed aangevoeld met welke gevoeligheden in een samengestelde kerkgemeenschap als de onze rekening moet worden gehouden. Je ervaring als organist van de Grote Kerk in Bleiswijk is daaraan niet vreemd, denk ik. Bedankt Pieter, en in jou eer ik op dit moment ook de gedachtenis aan je vader, die het vóór jou met zoveel liefde en toewijding heeft gedaan.

Mijn terugtreden als voorzitter van het comité betekent ook het einde van het voor-zitterschap van de redactie van “Ambtelijk Contact”. Op dat deel van mijn taak en op de samenwerking met de redactieleden kom ik vanmiddag in mijn afscheidsvoor-dracht graag terug.

Vijf en veertig jaar ambtelijk bezigzijn

De wijze waarop iemand de Kerk van Christus in het bijzondere ambt dient, wordt door allerlei omstandigheden en factoren bepaald. Allereerst door de vraag of dat werk, veelal naast dat waarin men maatschappelijk bezig is, gedaan wordt vanuit echte liefde tot Christus en zijn gemeente, in de overtuiging ook dat men er een roeping vanwege de Here der Kerk mee vervult. Maar buiten dat, de voornaamste voorwaarde overigens, spelen voor de invulling die men aan de ambtsopdracht geeft ook omstandigheden en factoren mee die met de persoon van de ambtsdrager samenhangen. In welk milieu en in welke streek kwam hij ter wereld, welk stempel droeg de godsdienstige opvoeding in het gezin, wat zoog hij op van het catechetisch onderwijs, welke opleiding volgde hij, hoe intensief was en is zijn zelfwerkzaamheid om de bijbel te leren lezen en andere middelen aan te wenden om goed zicht te krijgen op de dingen van geloof en leven?

Als ik jullie vanmiddag iets vertel over lief en leed, humor en ernst in 45 jaar ambtelijk bezig zijn, wil ik - zonder al te persoonlijk te worden - in het kort iets vertellen over mijn aanloop naar de volwassenheid en naar het moment dat waarop ik tot het ambt van diaken en, wat later, tot het ouderlingschap werd geroepen.

In 1925 werd mijn vader die Ned. Hervormd was (niet behorend tot de meest behoudende denominatie binnen die kerkgemeenschap) verliefd op mijn moeder, dochter van een ouderling van de Gereformeerde Gemeente van Aagtekerke, toen onder het ‘regime’ van ds. R. Kok, van wie vandaag in deze kerk nog nazaten aanwezig zijn. Grootvader van moeders kant constateerde dat de liefde te groot, te sterk was om er het ‘breekijzer’ in te zetten, overwoog dat de geestelijke instelling en zienswijze van beiden maar moeilijk naar elkaar toe te buigen zou zijn en concludeerde dat voor het stel voorshands geen betere oplossing denkbaar was dan overgang naar de Gereformeerde Kerk van Middelburg. In 1926 ben ik dus gereformeerd geboren en gereformeerd gedoopt. Gereformeerd was toen nog voluit gereformeerd. Wat nu jammerlijk verbrokkeld is vormde toen nog een stevig bolwerk.

Dat gereformeerd zijn heeft geduurd tot 1936. Na de instituering van de CGK in Middelburg is ons gezin overgegaan naar de Chr. Geref. Kerken. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1947, heb ik mijn militaire dienstplicht vervuld. In 1949 koos ik uit drie mogelijkheden, in Amsterdam, voor een baan bij wat nu ING heet. Na mijn huwelijk werd ik door de kerk van Amsterdam-West tot het ambt van diaken geroepen, betrekkelijk korte tijd daarna tot dat van ouderling. Eind 1959 verhuisde mijn gezin naar Den Haag. Kerkelijk voegden we ons bij de CGK van ‘s-Gravenhage-Zuid. Deze gemeente, die mij zeer lief is, heb ik in het ambt van ouderling tot nu toe mogen dienen.

Ernst en humor

In de middagbijeenkomst van 4 oktober heb ik in een mengeling van ernst en humor uit 45 jaar ambtspraktijk indrukken, ervaringen, bijzondere voorvallen, treffende gebeurtenissen, humorvolle momenten en aanwijsbare zegen op het ambtelijk bezig zijn de revue laten passeren. Het is onmogelijk wat ik daarover in 1½ uur tijd heb verteld in de beperkte ruimte van dit nummer weer te geven. Het zou niet tot zijn recht komen. Wellicht biedt de redactie van Ambtelijk Contact mij gelegenheid op enig moment er in toekomstige nummers nog iets van weer te geven. Dat hoop ik ook te doen in een van de regionale ambtsdragersbijeenkomsten waarvoor ik een uitnodiging ontving.

Het conferentiewerk en de redactie van Ambtelijk Contact

Dertig jaar voorzitter van de landelijke ambtsdragersconferenties en in samenhang daarmee het voorzitterschap van de redactieraad. Het is hoog tijd ermee op te houden en dat doe ik vandaag, met dankbaarheid en een beetje weemoed. Met dankbaarheid voor het vele goede dat ik in het werk heb ervaren en met een beetje weemoed, terugdenkend aan alle broeders met wie ik in beide verbanden heb mogen samenwerken. Ik noem de namen van br. K. Geleynse, br. Duijker, br. Pothof, br. Van den Brink, br. Van Beveren, br. Terwei en alle leden van het comité in de samenstelling van dit moment. Ook in de redactieraad van het maandelijks orgaan voor onze ambtsdragers heb ik met vreugde gewerkt. In de bezinning op thema’s voor de in-houd van Ambtelijk Contact werd over fundamentele geloofsvragen vaak diep doorgesproken, in beschouwende zin, maar soms ook op een manier waarbij we even in eikaars hart mochten kijken. Heel lang heb ik mogen samenwerken met professor J. van Genderen, professor W.H. Velema en ds. Marinus Drayer, die zijn zwager in het redactie-secretariaat en de eindredactie zo trouw terzijde stond.

Samen met professor Velema heb ik de eindredactie van drie boeken “Uit liefde tot Christus en zijn gemeente”, “Verricht uw dienst ten volle” en “Zichtbare liefde van Christus” mogen verzorgen.

Van “Verricht uw dienst ten volle” verscheen een derde druk en een vierde druk wordt overwogen.

Ik heb begrepen dat een groot deel van met name de oplagen van de ouderlingen-boeken hun weg naar de Gereformeerde Kerken (vrijg.) en naar de kerkenraden van gemeenten van geref. bondssignatuur in de Ned. Hervormde Kerk hebben gevonden. Bij het dankbaar terugzien is er ook het besef dat aan al het werk dat werd gedaan, gebrek, tekort en verkeerdheden hebben gekleefd. De God en Vader van Jezus Christus vergeve mij voor wat zijn hemelse goedkeuring niet kon wegdragen. En voor zover ik voor wie dan ook maar anders had moeten zijn of anders had moeten doen dan ik was of deed, het zij mij niet blijvend aangerekend. Voorzover mijn herinnering reikt heb ik zelf in dit circuit niemand iets te vergeven.

Lof zij U Christus!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.