+ Meer informatie

Het Lam Gods en Zijn werk

5 minuten leestijd

Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: ie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. (Joh. 1 : 29.)

Johannes de Doper heeft een grootse taak. Hij is de grootste der profeten, wijl hij niet van Christus profeteert, maar Hem aanwijst. De Heere Jezus zegt het Zelf in Mattheus 11 : 11, dat niemand van vrouwen geboren, meerder is dan Johannes de Doper, doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is meerder dan hij. Inderdaad, Johannes moge groot zijn in zijn profetische bediening, doch Hij die de minste geworden is nl. Christus, is meerder dan hij.

Wondere verschijning was die Johannes, in zijn dagen. Als priesterzoon, heeft hij recht op de priesterlijke spijs en op het priesterlijke werk alsook op het priesterlijke kleed en hoewel hij behoorde naar de tempel heen te wijzen, trekt hij van de plaats der offeranden af. Hij staat niet op de plaats der priesteren, doch aan de Jordaan bij Beth-abara en doopt.

Met machtige stem spreekt hij het woord: et koninkrijk Gods is nabij gekomen. Farizeeën en Sadduceën komen ook eens kijken wat dat toch wel voor drukte moet zijn met die vreemde man, die zoveel volks rondom zich verzamelt. Met striemende zweepslagen ontvangt hij hen en zegt hun dat ze adderengebroedsels zijn. Zij met hun prachtige mooie vorm en fijne orthodoxie worden van Johannes gezegd adderen te zijn. O, welk een getuigenis! Dat raakt niet alleen hen, maar ook ons, U en mij, mijn lezer. Wij kunnen zo prachtig mooi alles in orde houden. Wij ijveren voor leer en voorvaderlijke inzettingen gelijk die prachtige mooie lange bidders, en kunnen toch vreemd zijn van de waarachtige kennis die God Zijn volk geeft van de zaken welke vervat zijn in de leer. Geweldig veel kennis te hebben van de gronden der waarheid is op zichzelf natuurlijk zeer te prijzen, maar laat ons vreemd van de bevindelijke wetenschap die de Heere Zijn kinderen leert. Christus was gepredikt door al de schaduwen heen, maar ze kenden Hem niet toen Hij kwam in het vlees. Hij is tot het Zijne gekomen, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Tot het Zijne, dat was het volk waaraan de woorden Gods toebetrouwd waren naar Rom. 3 : 2.

Zij leefden onder de bediening des verbonds, doch weigerden Hem ter zaligheid te benodigen. O vreselijke vijandschap, waarin we liggen van nature tegen Christus. Ziet, zo roept Johannes uit, „het Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt." Dat was nu het ware Lam, waarvan het schaduwachtige een voorbeeld was, dat heenwees naar dat ware Lam, waarvan de apostel zegt: Ook ons Pasa is voor ons geslacht, nl. Christus.

Het Lam Gods staat er bij. Hij is van de Vader gegeven wijl Hij verordineerd was, en gewillig heeft Hij dat werk: ter slachting overgegeven te worden, op Zich genomen. Immers Hij moest de van de Vader gevangenen vrijmaken door Zijn offerande. Dat was Hem opgedragen ter verheerlijking van Gods recht en de verzoening van de zonde der uitverkorenen. O dat onbegrijpelijke wonder, dat Hij de zonde der wereld wegneemt. Neen, dat betekent niet dat Hij de dood in gaat voor allen.

Dat deed Hij uitsluitend voor de verkorenen, evenwel zal Hij de Zijnen kopen uit alle hoeken der wereld of ze zwart of geel, of bruin, rood of blank zijn. Hij gaf er Zichzelf voor, omdat ze Hem gegeven w r aren. Brengt dan vruchten voort van geloof en bekering waardig zegt Johannes tot hen die onder de prediking des evangelies leven.

Dat kon evenwel niet omdat ze Christus niet waren ingelijfd door het geloof. Mijn lezer, we kunnen leven op de erve des verbonds, en het teken dragen des verbonds en verkeren onder de bediening des verbonds, maar vreemdeling zijn van het ware inzijn in het verbond. Dat is alleen gegeven aan hen die van eeuwigheid gesteld zijn tot ware bondelingen. Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in de dag des oordeels dan ulieden, zo zegt de Heere.

O terwijl ge nog leeft onder het lieflijk aanbod van genade, mocht ge verwaardigd worden te buigen onder de majesteit van Gods Woord. Onze vijandschap tegen het woord der genade in Christus mocht gebroken worden opdat we leerden vragen: Heere wat wilt Gij dat ik doen zal.

Meer en meer moge het Gods lieve volk gegeven worden in Hem zich te verliezen in wien alleen de wegneming der zonde is. Hoe dwaas werken we met ons zelf, bekering en bevinding om wat te zijn en te krijgen. Het is naar de vleze niet, maar het is zo gelukkig wanheer de Heere alles uit de handen slaat, om te leren alleen te rusten in dat dierbare Lam waarin des Vaders vwelbehagen is. Ook na ontvangen genade blijft de zonde, en de Heere leidt Zijn volk zo, dat ze niet anders overhouden dan dat Lam, dat hun verzoening is. Gij - zijt in Hem volmaakt, zegt de apostel. Dat we verwaardigd mochten worden op te wassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Onze ziele zou niet alleen er de zalige vrede uit wegdragen, maar we zouden ook meerder vrucht dragen, welke openbaar kwam in de liefde. De Heere geve dat door Zijn lieve Geest. Amen.

Ds J. VAN DEN BERG.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.