+ Meer informatie

Gezinsvervangende tehuizen in provincie Utrecht nodig

VOOR GEESTELIJK GEHANDICAPTEN

3 minuten leestijd

Het rapport, dat geheel op theoretische basis samengesteld is, geeft aan, dat er nog een grote behoefte is aan gezinsvervangende tehuizen in de provincie Utrecht. Voor het voorbije jaar 1970 wordt namelijk de behoefte geraamd op 25, terwijl er nu maar 9 zijn.

In aanmerking voor plaatsing in een gezinsvervangend tehuis (GvT) komen de geesteijk (in andere gevallen lichamelijk of zintuigelijk) mindervaUden, die voldoende zelfstandigheid en sociale zelfredzaamheid bezitten om zich met enige begeleiding in de samenleving te handhaven.

Overdag verrichten de gehandicapten arbeid buiten het tehuis of bezoeken ze een dagverblijf voor gehandicapten. In het tehuis vinden zij dan de geborgenheid en de huiselijkheid en hebben zij kans zelfredzaam te worden en te blijven. Het geeft aan de geestelijk gehandicapte ook een gevoel van eigenwaarde, dat hij een eigen „huis" heeft en zelfstandig is. Van daaruit kan hij naar de samenleving toe leven.

Hierme^ staan de gezinsvervangende tehuizen in tegenstelling tot de zwakzinnigeninrichtingen. Hier bestaat namelijk geen binding met de maatschappij. 'Wel is er een nauw verband tussen de Inrichtingen en de gezinsvervangende tehuizen.

NIET THUIS

Bij de opening van het GvT in Numansdorp zei staatssecretaris Van de Poel (CRM) destijds, dat de volwassen gehandicapte (te plaatsen in een GvT) zich op langere termijn beter kan ontwikkelen buiten het ouderlijk huis. Hij vond, dat de gehandicapte thuis steeds meer een uitzonderingspositie krijgt en op den duur zal vereenzamen. Hij achtte het voor de ouders ook een rustgevend gevoel te weten, dat hun kinderen straks, als zij er niet meer zijn, een goede leefsituatie is gewaarborgd.

THEORETISCH

Het provinciaal beraad zwakzinnigenzorg van Utrecht heeft deze gegevens ook in het rapport verwerkt. Het beraad is bij het berekenen van het aantal gezinsvervangende tehuizen uitgegaan van het totale aantal inwoners in de provincie Utrecht. Op grond van onderzoekingen denkt het, dat van de 100.000 inwoners in de leeftijd va 18-60 jaar er 50 a 71 in aanmerking komen voor plaatsing in een gezinsvervangend tehuis,

Op grond van deze theoretische basis wordt het aantal op te nemen personen in GvT's voor 1970 geraamd op minimaal 492 en maximaal 578 plaatsen. Voor 1980 zijn de cijfers dan 565 en 680. Als er in een tehuis 15-25 personen worden opgenomen komt het provinciaal Beraad tot een aantal van 25 tehuizen in 1970 en 28 in 1980.

De meeste gezinsvervangende tehuizen in de provincie Utrecht zijn nodig in de hoofdstad: 9 in 1980. Hierna volgt Amersfoort met vier, Breukelen, Veenendaal en Zeist moeten er, volgens de theoretische behoefte, in 1980 elk twee hebben.
In Baarn, De Bilt, Driebergen, Leusden, Maarssen, Nieuwegein, Soest, Wijk bij Duurstede en IJsselstein zou op deze basis een gezinsvervangend tehuis voor geestelijk gehandicapten nodig zijn.

Gedeputeerde Staten van Utrecht stellen voor de uitgangspunten van het rapport als een voorlopige planning te hanteren.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.