+ Meer informatie

Openingswoord AMBTSDRAGERSCONFERENTIE OP ZATERDAG 24 OKTOBER 1987 IN DE ICHTHUSKERK TE AMERSFOORT

7 minuten leestijd

Waarde broeders,

Het lijkt mij gewenst mijn openingswoord te beginnen met een korte verantwoording van het thema van deze conferentie. Waarom meende het comité dit onderwerp zo nodig aan de orde te moeten steilen?

Behalve enkele telefonische ontboezemingen waarnaar ik in de voorbije weken geduldig heb geluisterd, ontving het comité een brief van een kerkeraad, waarin behalve afkeuring over de inleiderskeuze, mismoedigheid werd uitgesproken over het feit dat het comité de laatste tijd vrijwel uitsluitend voor controversiële onderwerpen kiest.

Over het aspect van de inleiderskeuze wil ik al heel kort zijn. Als voorzitter meen ik te mogen zeggen dat het comité steeds elke partijdigheid of verdachte voorkeuren uit de weg is gegaan. Natuurlijk wordt de keuze van een inleider mede bepaald door de mate waarin hij als exponent van een bepaalde visie of opvatting kan worden gezien en als zodanig op adequate wijze aan de discussies in deze conferenties kan bijdragen, maar dat houdt niet in dat het comité op die wijze bepaalde kerkelijke of geestelijke denkwijzen wil pousseren. Geenszins, zou ik willen zeggen. Het comité respecteert ieders voorkeur als het op gastsprekers in deze conferenties aankomt en het heeft aan suggesties dienaangaande méér dan eens het oor geleend, maar het zou zich graag het recht voorbehouden elke dienaar der kerk, die in volle rechten en plichten zijn ambt uitoefent, vrijelijk uit te nodigen hier gastspreker te zijn.

Wat het verwijt over de keuze van controversiële onderwerpen betreft: alle thema s waarvoor in de voorbije jaren werd gekozen, zijn voortgekomen uit de intentie van het comité om deze conferentie, in een tijd van polarisatie en verwarring, platform voor onderlinge ontmoeting, brug tot onderlinge toenadering en oriëntatiepunt te laten zijn voor ambtsdragers, die in deze tijd hun kerkelijk en geestelijk richtingsgevoel misschien wel eens dreigen kwijt te raken. Natuurlijk is met al die conferenties niet bereikt wat werd beoogd, maar van enkele - en ik neem de onbescheidenheid om het hier als comité zelf vast te stellen - staat met zekerheid vast dat zij in de situatie waarin wij als kerken hebben verkeerd, matigende invloed hebben gehad en ertoe hebben mogen bijdragen dat we als kerken voor dit moment nog zijn die we graag wilden blijven.

En verder over controversieel gesproken: wat is vandaag eigenlijk niet controversieel? Vrijwel alles is in meer of mindere mate controversieel. De kerken staan bol van de controversen, in de grotere verbanden zowel als in de kleinere op het plaatselijke vlak. Allengs is alles controversieel geworden, zoals:

- de vraag hoe er gepreekt moet worden;

- de vraag welke waarde vandaag nog aan de oude belijdenissen moet worden toegekend;

- de wenselijkheid of ongewenstheid van liturgische vernieuwingen/veranderingen;

- de micro-ethische vraagstukken, waarmee we als kerken zelf enige tijd in de berm hebben vastgezeten;

- de macro-ethische problemen, zoals de opstelling van de kerk in politieke kwesties als apartheid, kernbewapening en de herziening van de economische structuren in de verhouding van rijke tot arme landen;

- de uiteenlopende waardering van de resultaten van de natuurwetenschappen, met name als het aankomt op de ouderdom van de aarde (zelfs binnen de lezerskring van het Reformatorisch Dagblad heeft zich, zo constateerde ik, over dit onderwerp een discussie met tegengestelde meningen ingezet);

- de positie van de vrouw in de kerk;

- de hier en daar zich toespitsende discussies over wat men noemt fundamentalistisch bijbelgebruik;

- de fricties binnen sommige plaatselijke kerken als het aankomt op voorkeuren bij het beroepingswerk, waardoor kerkeraden niet of slechts aarzelend tot beroepings- werk kunnen komen en soms beroepsbrieven (moeten) laten uitgaan waarvan de zin voor elk weldenkend mens nauwelijks te vatten is (en dat dan terwijl zoveel méér of

- minder goed toegeruste jonge broeders staan te popelen om de heilige dienst in de kerken te mogen aanvatten);

- en dan alle andere niet nader te noemen hobbels in het kerkelijk leven, deels teruggaande op de geaardheid van sommige gemeenteleden, deels voortvloeiend uit een zwak, aarzelend en soms uitgesproken ongelukkig beleid van kerkeraden.

Welnu, goed beschouwd kan het comité eigenlijk nauwelijks voor een onderwerp kiezen of er kleeft wel een controversieel aspect aan.

Als voor vandaag voor de ethische vragen is gekozen dan moet daarbij niet alleen aan abortus en euthanasie worden gedacht. Ethiek in de zin waarin we er bij bijbels licht over spreken omvat veel meer. De christelijke ethiek omvat vragen rond huwelijk en gezin, problemen rond de permissieve sexualiteit vóór en buiten het huwelijk, de toelaatbaarheid van geboorteregeling met behulp van de moderne anticonceptiva, de opstelling ten aanzien van echtscheiding in de gemeente van Christus, de waarneming van culturele genoegens, onze opstelling en manieren in de omgang met anderen en - om nog één ding te noemen - de ethiek van de geldbesteding, beter gezegd: de verwerving van aardse goederen door christenen, een aspect van de christelijke ethiek, waarover de kerk tot op de dag van vandaag het licht van Gods Woord enigszins diffuus heeft laten schijnen.

Kortom: als we over ethiek praten, ook vandaag, dan gaat het om ons hele doen en laten als christenen in een wereld, die in haar ontwikkeling - en wij zijn deel van en, veel meer dan we beseffen, voluit produkt van die wereld - de kerk en de christen voor moeilijke vragen plaatst. Persoonlijk en gezamenlijk willen we in de kerk zoeken naar antwoorden op die vragen, naar aanwijzingen in Gods Woord die we in concrete situaties van ons leven mogen en soms moeten vervoegen, ons oor te luister leggend bij de prediking, onze gewetens toetsend.

Als we hier vandaag met elkaar bezig zijn, is er dan bij alles wat controversieel is, ook niet veel dat ons verbindt? Ja zeker, broeders.

Ons verbindt het onschatbare bezit van het Woord, bron van wijsheid en zaligheid, in deze tijd van godsverduistering licht en glans verspreidend, het hart bekerend, de voeten richtend op het pad ten leven, oriëntatiepunt in een wereld vol onrust.

Ons verbindt het voorrecht dat we mogen beschikken over een ontzaglijke hoeveelheid aan dit woord toegevoegde waarde, in de vorm van gebundelde theologische bezinning en praktische godsdienststudies.

Ons verbindt de belofte van de Geest, die ons in alle waarheid wil leiden.

Ons verbindt het besef dat we bij alles wat we hebben nagevorst, bij al het inzicht dat we hebben verkregen, in de grond der zaak nog helemaal niets weten als de zaken waarover het gaat niet ondervindelijk in ons leven worden gekend en beleefd.

Ons verbindt het besef - en dat maakt ons al zeer bescheiden - dat we ter zake van de christelijke religie veel op formule en in kaart hebben gebracht, maar dat wij van de eeuwige werkelijkheden waarover Gods Woord spreekt, nog maar een heel klein beetje weten en als nietig stofje in een ontzagwekkend groot universum, nog maar een heel klein beginsel verstaan. Wat zouden wij, die in de gang der tijden als een flits voorbijgaan, veren van de mond blazen?

Ons verbindt onze aangewezenheid op die kracht van God, op die kennis van Christus en op die grote beloften, waarover de apostel Petrus in zijn tweede brief spreekt, als hij zegt:

„Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst. Maar schraagt om deze reden met betoon van allen ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde (jegens allen). Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onzen Here Jezus Christus. Want bij wien zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten. Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onzen Here en Heiland, Jezus Christus”. Zullen we het onder de klem van dit woord vandaag maar weer met elkaar proberen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.