+ Meer informatie

Turkse ambassadeur woont in monument

Oorspronkelijke interieur van Prinsessegracht 29 in Den Haag nog bijna geheel in taa

6 minuten leestijd

DEN HAAG - Wanneer men de enorme files in de ochtenduren buiten beschouwing laat, kan het voor de automobilist een waar genoegen zijn om via de Utrechtsebaan Den Haag binnen te rijden. Aan het eind van deze baan kan de liefhebber van monumentale bouwwerken, kijkend over het Malieveld, de gevelwand aanschouwen van een nog vrijwel gaaf bewaard gebleven reeks van schitterende achttiende-eeuwse patriciërswoningen.

Van deze aan de Prinsessegracht gelegen woningen is ongetwijfeld het op nummer 30 gevestigde museum Meermanno-Westreenianum het bekendst. Het museum herbergt de prachtige collectie middeleeuwse handschriften, zeer vroege en latere exemplaren van de boekdrukkunst en kunstobjecten van de in 1848 overleden Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt.

De Prinsessegracht maakt deel uit van de grachtengordel die om het oude Die Haghe ligt. Op last van prins Maurits is deze gordel gegraven in de jaren 1613-1619. Voordien lag Den Haag er geheel onbeschermd bij. Het ontbreken van verdedigingswerken zoals muren, grachten en ophaalbruggen, maakte de stad tot een makkelijk doelwit voor plunderende troepen soldaten. Herhaaldelijk is Den Haag daar het slachtoffer van geworden.

In 1528 brandschatte de Gelderse legeraanvoerder Maarten van Rossum het stadje en tijdens het beleg van Leiden in 1573/1574 konden de Hagenaars niets beginnen tegen de geuzen en de Spaanse troepen die zich beurtelings legerden in hun huizen. Om van deze ellende in de toekomst verschoond te blijven, werden er aan het begin van de 17e eeuw plannen gemaakt om Den Haag van verdedigingswerken te voorzien. Het uiteindelijke resultaat was slechts het nog altijd bestaande snoer van singelgrachten. De noodzaak voor grotere vestingwerken ontbrak op dat moment, omdat het krijgstoneel zich inmiddels ver buiten de Hollandse grenzen voltrok.

In de 18e eeuw werd de Prinsessegracht doorgetrokken in noordwestelijke richting tot aan de Houtweg en ontstond aan de stadskant de Nieuwe Uitleg. Langs de singelgracht verrezen statige huizen, die lange tijd de entree van de stad vormden voor reizigers uit Leiden. Tegenover de gracht liggen de Koekamp en het Malieveld. De Koekamp was het weiland van de graaf waar zijn koeien en herten graasden. Op het Malieveld werd in de 17e en 18e eeuw druk malie of colf gespeeld en verder diende het als exercitieterrein.

Residentie

Minder bekend dan het eerder genoemde museum MeermannoWestreenianum aan de Prinsessegracht is het ernaast gelegen pand nummer 29, de huidige residentie van de Turkse ambassadeur. Dit van de fraaie en harmonieuze gevelwand aan de Prinsessegracht deel uitmakende pand heeft een bijzonder monumentaal interieur en kent een rijke geschiedenis.

Meester-metselaar Jan Wapperom en meester-timmerman Huybert van Schagen voltooiden de bouw in 1734. In 1735 verkochten zij het aan de Delftenaar Thomas King voor 34.000 gulden. Voor de bouwers echter het pand opleverden, brachten zij, op Kings verzoek, nog allerlei wijzigingen en verbeteringen aan, waarvoor King bereid was 2000 gulden extra te betalen.

Zo kreeg de eetzaal een met lofwerk versierde betimmering en bepaalde King zelf de kleuren waann de benedenverdieping werd geschilderd. King heeft de woning niet lang bewoond. In 1740 woonde hij in Londen, nadat hij al twee jaar eerder druk bezig was geweest met het liquideren van zijn Haagse bezittingen. Het huis aan de Prinsessegracht verkocht hij ten slotte, via zijn stroman Pieter Valk, op 11 oktober van dat jaar aan Matthéüs I^stevenon, heer van Berkenrode en Strijen.

Het verblijf van Lestevenon, telg uit een Amsterdams patriciërsgeslacht, duurde nauwelijks langer dan dat van King. Benoemd tot schepen van Amsterdam, kocht hij daar op 30 maart 1745 voor 100.000 gulden twee panden aan de Keizersgracht, die hij vervolgens ging bewonen. Het pand in Den Haag verhuurde hij daarna.

16.000 gulden

Er zijn aanwijzingen dat Matthéüs Lestevenon. zijn Haagse woning weer betrok toen hij in september 1792 van een ambassadeurspost in Parijs terugkeerde. Lestevenon overleed op 15 oktober 1797 in Den Haag. Zijn kinderen lieten het pand vervolgens veilen. Bij de veiling, die op 2 oktober 1797 plaatsvond, werd de rentenier Willem Jacob Dubbing Suerdfeger of Swerdfeger voor 16.000 gulden de nieuwe eigenaar. Deze verkocht het pand voor 20.000 gulden aan Lodewijk Constantin Rabo Copes van Cattenburch. Laatstgenoemde bewoonde het pand eveneens zelf, met zijn gezin, vijf dienstboden en een koetsier. Copes van Cattenburch kreeg in Den Haag bekendheid als burgemeester.

Hij werd op 23 februari 1824 benoemd en ijverde onder meer voor een waterverbinding tussen Den Haag en Scheveningen, in de hoop zijn gemeente als haven- èn als badplaats tot ontwikkeHng te kunnen brengen. Het kanaal naar Scheveningen, dat in het verlengde van de Prinsessegracht gegraven ligt, zou echter nooit de zee bereiken. Wel werd in het begin van deze eeuw, toen Scheveningen nog geen eigen haven bezat, over dit kanaal onder meer met binnenschepen haring van Vlaardingen naar Scheveningen vervoerd.

Na het overlijden van de burgervader en zijn echtgenote werd de woning op 3 juni 1844 geveild. Het echtpaar jhr. Albert Willem Laurens Heldewier en Johanna Maria Slicher werd voor 36.000 gulden de nieuwe eigenaar. Heldewier was gezant aan het hof van Sardinië geweest en had, voor hij naar Den Haag kwam, in Turijn geresideerd. Hij bleef het huis aan de Prinsessegracht bewonen tot aan zijn dood op 18 november 1870. Na Heldewier kwam de woning in 1872 voor 54.740 gulden in bezit van Jules August graaf van Bylandt. Vervolgens ging zij in 1887 voor 64.000 gulden over in handen van Paul Arnold Jacques baron de Smeth van Alphen. Deze vestigde zich met zijn vrouw in 1920 in Ermelo (Nunspeet), in villa Selva. Vervolgens verhuisde het echtpaar tussen 1922 en 1927 naar Zwitserland. Het huis bleef daarna nog enige jaren leeg staan, doch kreeg op 1 november 1930 een nieuwe eigenaar. De Amstet;damse tabaksmakelaar Matthias Knoops telde er 110.000 gulden voor neer.

Turkije

Na financiële problemen verkreeg Knoops in 1936 surséance van betaling. De woning werd voor 62.900 gulden geveild. De NV 's-Gravenhaagsche Hypotheek voor Nederland, bij wie Knoop voor 59.400 gulden in het krijt stond, werd de nieuwe eigenaar. Zij wist het monumentale pand al spoedig met enige winst door te verkopen aan de republiek Turkije, die een nieuwe woning zocht voor haar ambassadeur. In 1938 nam haar gezant Ahmet Cevat Üstün zijn intrek in de woning aan de Prinsessegracht. Sindsdien is het pand zetel van de Turkse legatie gebleven.

Het oorspronkelijke interieur van Prinsessegracht 29 is bijna geheel bewaard. De kamers van dit rijke monument uit de eerste helft van de achttiende eeuw zijn voorzien van betimmeringen, waarin schilderstukken en bespanningen zijn opgenomen. De decoratieve onderdelen werden in de loop van 1987 gerestaureerd. Het vermoeden bestaat dat de bekende architect Daniël Marot ook de panden aan de Prinsessegracht heeft ontworpen.

Anderen die betrokken zijn bij de bouw en het ontwerp van het pand Prinsessegracht 29 waren ondermeer meester-pleisteraar Jan Baptist Luraghi, de schilders Pieter van Cuyck, Francesco Albani en Johann Heinrich Keiler. Het is slechts een kleine opsomming van namen van kunstenaars die bij hebben gedragen tot het monumentale interieur van het pand Prinsessegracht 29. Het pand dat met zijn rijke geschiedenis ook een rijk bezit voor Den Haag vormt. N.a.v. "Monumenten in het hart van Den Haag", VOM I987-nr.l, VOM-reeks 1988nr.5; uitg. gemeente 's-Gravenhage.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.