+ Meer informatie

Lodenstein over de Reformatie

5 minuten leestijd

Het is een goede gewoonte, ieder jaar op 31 October niet alleen de Reformatie te herdenken, maar vooral ook ons te bezinnen op de reformatorische beginselen.

In de veel te weinig bekende „Negen predikatiën" van ] o d o c u s van Lodenstein lazen we enkele gedachten over de Reformatie, die misschien ook in onze tijd het overdenken waard zijn.

De Utrechtse predikant Lodenstein, die geleefd heeft van 1620 tot 1677, is een merkwaardige figuur in onze kerkhistorie. Hij wordt beschouwd als een der voornaamste vertegenwoordigers van het Gereformeerde Piëtisme in Nederland.

Als reactie op de toenemende vervlakking streefde het piëtisme naar verdieping van het geloofsleven en naar persoonlijke kennis en beleving van het heil. Waar het verstand gaat overheersen, komt het hart in verzet. Voortgekomen uit de lutherse kerk in Duitsland, heeft het piëtisme de Nederlands Hervormde Kerk als een zuurdeeg doortrokken. In ons land is het piëtisme altijd in schriftuurlijke banen gebleven, maar zoals de meeste stromingen, werd het, vooral in het buitenland, sterk eenzijdig, om tenslotte te ontaarden in een gevaarlijk subjectivisme, dat de bevinding verhief boven de Heilige Schrift.

Men heeft wel beweerd dat Lodenstein zich aangetrokken heeft gevoeld tot de grote mystici van de Middeleeuwen en voorstander zou zijn geweest van enkele roomse gebruiken, zoals de biecht en het kloosterleven. Dit is niet geheel in overeenstemming met de waarheid. Hij waardeerde deze instellingen niet, maar erkende wel de goede bedoelingen die eraan ten grondslag lagen. Herhaaldelijk waarschuwde hij op de kansel en in zijn geschriften om toch de Reformatie niet alleen te beschouwen als een hervorming in de leer, maar vooral als een hervorming in de zeden, waartoe het herstel van de leer der Waarheid slechts een middel is geweest. Doch om hem niet verkeerd te begrijpen, zullen we Lodenstein zelf aan het woord laten. Hij schrijft dan onder meer het volgende:

„Ik zal dan eerst aanwijzen hoe het vóór de Reformatie in het pausdom toeging, toen men daar zag dat de Geest de kerk had verlaten; en daarna zal ik aanwijzen, waarin de hervorming, om dat gebrek te herstellen, te kort is geschoten. Bijvoorbeeld: Wij lezen dat de Heere Jezus Zijn Kerk regeert door Zijn Woord en Geest. Als nu de Heere geen Geest beliefde te geven, zo zag men wel dat de Kerk in duigen moest vallen en daarom heeft men in het pausdom verzonnen een paus, opdat er een regering zou zijn, die in de plaats kwam van de regering door Zijn Woord en Geest. Wij verstonden dat ieder zijn beroep moest doen met een geestelijk hart, maar men zag dat die geestelijke betrachting van ons beroep in onze gehele wandel weg was. Men verzon toen enige kloosters, waar men leefde zonder beroep opdat men het hart hemels mocht houden.

Men wist'dat de ware aanroepers de Heere moesten aanbidden in Geest en in waarheid. Toen men dan ondervond dat een mens door vele verstrooiingen van gedachten en door eindeloze aftrekkingen van zinnen, werd afgeleid van de geestelijkheid in het bidden, toen verzon men in het pausdom een Man aan het kruis gehangen, voor wiens afbeelding men zijn gebeden tot God kon opzenden, om zo de mens bij zijn aandacht te houden.

Toen nu de hervorming het voornoemde gebrek zou herstellen, heeft men wel de paus en zijn andere orders verworpen. Men stelde herders en leraars in zijn plaats. Men verwierp ook het kloosterleven en men zeide: ieder moet God dienen in zijn beroep. Men verwierp ook, en terecht, de uitwendige beelden, hetzij geschilderd of gegoten, en men leerde dat men God in de Geest moest dienen.

Al deze dingen waren goed, maar echter niet genoeg. Want wij hadden daardoor nog niet, wat het pausdom had gezien dat haar ontbrak en inplaats waarvan al die dingen waren ingevoerd. Want:

In de plaats van de paus moest gekomen zijn de Geest van Christus, omdat alle orde zonder de Geest maar wanorde is. In de plaats van het kloosterleven had men zijn licht moeten laten schijnen voor de mensen, opdat ze onze goede en geestelijke wandel zagen en God, Die in de hemel is, zouden verheerlijken.

In de plaats van het geschilderd beeld van de Gekruiste, moest gekomen zijn het beschouwen van de heerlijkheid des Heeren, om naar dat beeld in gedaante veranderd te worden, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.

Zo heeft men ook de biecht verworpen, en men heeft vergeten voor God te biechten, en men laat na, zichzelf nauw te onderzoeken.

Wij zijn immers van de Roomsen niet gescheiden, omdat zij die plichten en oefeningen te véél hadden, maar omdat zij die deden op een uitwendige wijze en opdat wij ze geestelijk zouden doen."

Op een andere plaats zegt Lodenstein: „Men zal mij tegenwerpen: Wij hebben toch veel meer licht

dan die van het pausdom? Dat is waar, maar het verzwaart onze ellende; want licht te hebben en Gods Geest te missen, is een groot oordeel. En ik zeg dat de Gereformeerde Kerk een Babel der Babelen is, duizendmaal erger dan het pausdom, wegens het licht dat zij heeft en niet goed gebruikt."

We kunnen nauwelijks de verleiding weerstaan, Lodenstein verder te citeren, doch we moeten ons beperken en daarom zouden we willen zeggen: „Neem en lees ". Als het in de 17e eeuw, cle bloeitijd van de Hervormde Kerk, nodig was, zulk een geluid te laten horen, hoeveel te meer drie eeuwen later. En wat Lodenstein zegt, is zó actueel, dat het evengoed in 1954 geschreven kon zijn.

N.B. De citaten, die voorkomen in de vierde en vijfde predikatie, zijn enigszins bekort en, zoveel mogelijk, overgebracht in de tegenwoordige spelling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.