+ Meer informatie

Nagorny-Karabach nauwelijks twistpunt voor Azeri's onderling

Regering en oppositie in Bakoe zijn het over één punt eens

4 minuten leestijd

BAKOE - De Azerbeidzjaanse president, Ajaz Moetal ibov, en oppositieleider Aboelfaz Alijev zijn bittere vijanden. Ze vechten om een van de waardevolste stukken uit de boedel van de Sowjet-Unie: de olierijke zuidelijke republiek Azerbeidzjan. Ze hebben ver-

schillende standpunten over het Kremlin, Sowjetpresident Michail Gorbatsjov, de Russische president Boris Jeltsln, de Communistische Partij en de toekomst van hun republiek, waarvan de bevolking van 8 miljoen zielen overwegend moslim is.

Maar over één ding zijn ze het eens: de omstreden enclave Nagorny-Karabach is van oudsher een deel van Azerbeidzjan en zal nooit worden overgedragen aan het naburige Armenië.

Nagorny-Karabach is een bergachtig gebied met minerale bronnen, vruchtbare valleien en een kristalheldere lucht. De enclave is de afgelopen drie jaar het toneel geweest van gewelddadigheden waarbij honderden mensen zin omgekomen. Nagorny-Karabach wordt omsloten door Azerbeidzjaans gebied, maar de 180.000 inwoners bestaan voor twee derde deel uit etnische Armeniërs. De leiders van de regio voeren sinds 1988 strijd voor inlijving bij Armenië, maar de Azerbeidzjaanse regering in Bakoe en de Sowjetregering weigeren dit toe te staan.

Moetalibov, een oudgediende communistische partijleider die vorige maand zijn partijkaart weggooide, werd na de verkiezingen van vorige week zondag uitgeroepen tot „de eerste door het volk ge kozen president" van de republiek. Hij kreeg 98,5 procent van de stemmen, maar was dan ook de enige kandidaat.

Alijev, de leider van het oppositionele Azerbeidzjaanse Volksfront, noemde de verkiezingen „een schertsvertoning". Hij eist dat de uitslag nietig wordt verklaard en dat onder internationaal toezicht nieuwe verkiezingen worden gehouden waaraan verschillende partijen kunnen deelnemen. Hij heeft voor vrijdag een demonstratie uitgeschreven.

Noodtoestand

De laatste keer dat Alijev een menigte betogers toesprak, op 23 augustus, brak de politie de demonstratie op. Alijev werd daarbij met knuppels op zijn hoofd en nieren geslagen; een hoofdwond moest met vijf hechtingen worden dichtgemaakt.

De 53-jarige historicus beschuldigt Moetalibov ervan opdracht te hebben gegeven tot het politie-optreden. Hij noemt zijn rivaal een „een oneerlijke poHticus, een leugenaar en een fraudeur, die de bevolking elke minuut bedriegt". De eveneens 53-jarige Moetahbov heeft gezegd dat hij het politie-optreden betreurt, maar ontkent iedere verantwoordelijkheid.

Onder een noodtoestand die Moetalibov in januari 1990 afkondigde om het etnische geweld te smoren, waren demonstraties tot vorige maand verboden. Het Volksfront, dat 71.000 leden telt, noemde de ban op de demonstraties als belangrijkste reden om geen tegenkandidaat te stellen bij de presidentsverkiezingen. Na de mislukte coup tegen Sowjetpresident Michail Gorbatsjov riep het parlement van Azerbeidzjan de onafhankelijkheid uit, trok het de noodtoestand in en richtte het een Azerbeidzjaans leger op.

De politieke strijd tussen Moetalibov en Alijev laat vele Azerbeidzjaanse burgers echter koud. Deze laatsten zijn vooral bezorgd over de economische problemen en over Nagorny-Karabach. „De communisten, het Volksfront, ik vertrouw geen van beide", zegt de 38-jarige vrachtwagenchauffeur Abdoel Oesmanov. „In Karabach sterven onze mensen dagelijks".

Moetalibovs belangrijkste adviseur inzake de buitenlandse politiek, Vafa Goulizade, legt uit dat Nagorny-Karabach van oudsher bij Azerbeidzjan hoort: „De tsaren vestigden Armeniërs uit Perzië en Turkije in de jaren 1820 in ons land en ze vertelden de Azerbeidzjanen dat het slechts tijdelijk zou zijn; de Armeniërs zouden onze gasten zijn. De gasten zijn gebleven en eisen nu iins grondgebied op".

Deportaties

Het Kremhn heeft zich onlangs achter Azerbeidzjan opgesteld door troepen te sturen om Armeense strijders te ontwapenen en Armeniërs te deporteren uit dorpen in Nagorny-Karabach en het nabijgelegen Sjaoemjan-district. Armenië heeft echter de steun gekregen van Sowjetintellectuelen en kan op meer sympathie van het Westen rekenen.

Goulizade zegt dat de Armeniërs zijn begonnen met de deportatie van Azerbeidzjanen uit de omstreden dorpen en dat ze de eersten waren die geweld gebruikten. De anti-Armeense pogroms van januari 1990, waarbij in Bakoe en het nabijgelegen Soemgait tientallen mensen omkwamen, waren volgens Goulizade een reactie op de deportaties door de Armeense regering.

„De Armeense nationalisten willen niet alleen Nagorny-Karabach. Ze doen aanspraak op (de Azerbeidzjaanse regio) Nachitsjevan, op Turks gebied en op Georgisch gebied. Ze willen de helft van Azerbeidzjan en misschien meer", aldus Goulizade.

Goulizade zegt dat de communisten het aloude geschil tussen de twee bevolkingsgroepen onderdrukten door na de revolutie van 1917 een groot deel van het islamitische Azerbeidzjan aan het christelijke Armenië te geven.

Alijev erkent dat er tijdens het 70-jarige communistische bewind vrijwel niet meer werd gevochten tussen de twee bevolkingsgroepen. „Maar het loste het probleem niet op. Het was een dictatuur die een einde maakte aan dé^trijd". De oppositieleider gelooft dat het conflict niet kan worden opgelost voordat in Armenië en Azerbeidzjan democratieën als in het Westen zijn gevestigd.

LANDEUJK VERBAND VAN STAATKUNDIG GEREFORMEERDE STUDIEVERENIGINGEN

SGPJONGEREN

DV zaterdag 21 september 1991

SGP-JONGERENDAG

in het Nederlands Congresgebouw Den Haag Aanvang 10 uur

THEMA: BEN IK MIJNS BROEDERS HOEDER?
Bestel gratis toegangskaarten bij SGP-jongeren Laan van Meerdervoort 165 2517 AZ Den Haag Tel. 070-3456226

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.