+ Meer informatie

De noodstop in de praktijk

Gladde weg? Nooit pompend remmen!

10 minuten leestijd

U rijdt met een snelheid van 70 km/u op een rustige weg en plotseling steekt er een dier over. U remt en merkt dat het glad is. Wat doet u? Pompend remmen, is u altijd voorgehouden. Bij het WCR in Rijssen leren ze u dat anders. Verslag van een verkeersveilige dag in het theorielokaal en op de baan.

De cursisten die zich tegen tienen hebben verzameld in de kantine van Verkeers Veihgheidscentrum Rozendom (WCR) kijken wat onwennig rond. De inschrijving voor de autoveihgheidstraining is achter de rug, de koffie is goed, het weer redehjk; maar de onzekerheid bUjft. Zo nu en dan werpt er iemand een steelse blik naar buiten. Daar zie je van tijd tot tijd personenauto's langsrijden die na een forse aanloop vol in de remmen gaan. In de meest gevallen gevolgd door een sierlijke pirouette. Iets verderop daveren zware vrachtwagens over de baan, die slippend en schuivend tot stilstand komen. De ruimte tussen de baan en de zandwal eromheen lijkt erg krap. Hoe veilig is zo'n training? Had ik toch een auto moeten huren in plaats van met m'n eigen auto te komen? Klokslag tien worden we uitgenodigd naar het theorielokaal te gaan. Cursusleider L.H. Oudakker begint met een waarschuwing. „U zult hier vandaag dingen te horen krijgen die volkomen in tegenspraak zijn met wat u altijd gehoord hebt. Het voordeel is dat u de verkondigde theorieën zelf in de praktijk kunt uitproberen; dan zult u ervaren dat we hier geen onzin verkondigen. We laten u bewust met uw eigen auto rijden, zodat u weet hoe die reageert in een noodsituatie."

Menselijk falen
De overheadprojector gaat aan. "Oorzaken verkeersongevallen" is de kop van een tabel waarvan de cijfers afgedekt zijn. „Wie kan me de juiste verhouding vertellen tussen de verschillende oorzaken: technisch defect, natuurinvloed en menselijk falen en/of onvoldoende voertuigbeheersing?" De cursisten wagen een poging. De meesten zitten er ver naast. 95 % van alle verkeersongelukken is te wijten aan menselijke fouten. Daar komt bij dat driekwart van de ongevallen gebeurt bij normale weersomstangheden en goed zicht. En daarmee is het belang van de cursus al voor 95 % aangetoond. Vandaag zullen we leren hoe we verantwoord auto moeten rijden en hoe we het voertuig in de hand kunnen houden in noodgevallen. Door het open raam van het cursuslokaal klinken met ijzeren regelmaat piepende banden van medecursisten die vroeg zijn begonnen. Heel even roert een vlindertje zich in m'n buik. Dan is de aandacht weer bij de les.

Hamer
Oudakker neemt z'n brillekoker en laat die op zijn duim rusten. „Even uw fantasie gebruiken: dit is een hamer van een kilo. Mijn duim doet zo geen pijn. Maar nu.... (heft de koker op en slaat ermee) Dan wil je je duim wel wegtrekken! Wat weegt een auto?" De zaal maakt schattingen van 500 1500 kilo. „Akkoord, we gaan uit van duizend kilo. Als die hamer van een kilo eraan komt trekt u uw duim weg. En wat doet u als er een auto van duizend kilo aan komt scheuren? Precies: u probeert er nog snel voor langs te ghppen. Of niet?" Instemmend gemompel. Dan volgt een college over de krachten die vrij komen bij een aanrijding. Gebruik makend van de formule E = '/j MV^ rekent de docent voor dat een auto van duizend kilo die 50 km/uur rijdt een potentiële botsenergie heeft van bijna 100.000 Newtonmeter (Nm). Diezelfde krachten werken op elk losliggend voorwerp in de auto. Een boek van 2,5 kilo wordt na een botsing bij 100 km/u met een kracht van bijna duizend Nm door de auto geslingerd. Een video-opname van een botsproef bij 55 km laat zien wat botsenergie in de praktijk doet. Bij een snelheid van 100 km verdubbelt de energie niet, maar wordt vier maal zo groot. Zou een stevige middenklasse-auto alle botsenergie bij een snelheid van 120 km met de kreukelzone aan de voorkant op moeten kunnen vangen, dan zou de motorkap vijf meter lang moeten zijn... Alleen al de armen aan het stuur krijgen bij een botsing bij 60 km/u een kracht te verwerken van 6000 kilo. De rest van het lichaam wordt -als het goed is- opgevangen door de veiligheidsgordel. Het is dan ook heel belangrijk dat die strak genoeg zit. Trekt u het heupgedeelte altijd even aan als de gordel vastzit? Of draagt u helemaal geen gordel? Volgende onderwerp: zithouding, stuurstand van de handen (geen tien voor twee, maar kwart voor drie!), de juiste stand van de hoofdsteunen, manieren van sturen: doorschuiven of overpakken.

Remmen
Natuurlijk probeert elke automobilist altijd een aanrijding te o voorkomen. Hij of zij zal in een noodsituatie even in paniek raken en in eerste instantie maar één reactie hebben: vol op de remmen. En daar gaat men op de cursus van uit. Oudakker bespreekt de techniek van de noodstop zeer uitgebreid. Met een drietal speelgoedautootjes op een hellende plank toont hij aan wat de gevolgen zijn van blokkerende wielen. Alleen voor: auto gaat rechtdoor. Alleen achter: achterkant breekt uit. Alle vier de wielen: auto blijft recht, met maximale vertraging. Allerlei theorieën op remgebied komen aan de orde. Het pompend remmen wordt kort en goed afgewezen. Haarfijn legt de instructeur uit dat alle auto's aan de natuurkundige wetten zijn onderworpen. Dus ook auto's met ABS. De verbinding tussen weg en auto wordt verzorgd door vier kleine oppervlakjes van rubber Daar komen enorme krachten op te staan, zeker bij het remmen en sturen. Bij glad wegdek wordt die verbinding steeds kritieken De nog aanwezige wrijving moet dan zorgvuldig verdeeld worden over remmen en sturen. Sturen met geblokkeerde wielen is absoluut onmogelijk. Maar sturen met wielen die tegen blokkeren aan zitten gaat juist heel goed. De grip is nooit groter dan juist op het moment dat de wagen met z'n neus naar beneden duikt.

Ongeloof
Het wordt allemaal beleefd aangehoord, afgezien van wat verbaasd gesis. Hier en daar bespeur ik wat ongeloof Hoe kun je nu toch verkondigen dat pompend remmen niet helpt? Of dat een auto altijd dezelfde richting op blijft gaan zo lang de wielen gebokkeerd zijn, ook al tolt hij driemaal om zijn as? En wie gelooft dat de beste banden altijd achter moeten? Oudakker weet zijn zaakjes te verkopen. Eerlijk geeft hij toe dat hij vroeger ook anders dacht, maar sinds hij uitgebreid heeft rondgekeken en -gereden op enkele van de veertig trainingscircuits in Duitsland is hij geheel overtuigd. Het is half twaalf Tijd voor de praktijk. Opdat ook wij overtuigd zullen worden. Elke cursist krijgt een portofoon om de hals. De instructeur heeft zo direct contact. En dat is soms hard nodig, blijkt al snel.

Praktijk
De cursisten bestijgen hun voertuig; sommigen net iets tè nonchalant. Er is echter nog geen enkele reden voor paniek. We beginnen gewoon met leren sturen. Handen in de stand kwart voor drie aan het stuur, duimen op het stuur, geen elleboog die steunt op het portier, in flauwe bochten niet overpakken, maar doorschuiven, enz. Door de portofoon corrigeert Oudakker zeer regelmatig. Hoe zul je ook in een dag afleren wat je jezelf in twintig of dertig jaar hebt aangewend? Na een aantal rondjes is de instructeur tevreden. We stappen uit en krijgen een demonstratie remvaardigheid van hem te zien. Van tevoren moeten we schatten waar de auto tot stilstand zal komen na een noodstop vanuit 25, 50 en 70 km/u. De remweg bij de laagste snelheid schatten we veel te lang in, de andere twee veel te kort. Duurt het zó lang voor je stilstaat? Er daagt steeds meer begrip voor de toegestane maximumsnelheden. In een woonwijk is 50 inderdaad veel te hard.

Gladde weg
Vervolgens mogen wij gaan remmen. Op een door sproeiers natgehouden wegdek, want anders zou iedere deelnemende auto aan het eind van de dag aan vier nieuwe banden toe zijn. Nu is de slijtage minimaal. De opdracht is simpel: op het commando "stop!" zo hard mogelijk remmen. De fout van vrijwel elke cursist: te lief voor de auto. Commentaar van Oudakker: „Trap zo hard mogelijk op dat rempedaal, wees niet bang dat het kapot gaat. En als het dan toch kapot moet, dan liever hier, waar het geen kwaad kan. En denk eraan: altijd ontkoppelen!" Waar we de hele morgen wat tegenop gezien hebben, gaat dan nu echt gebeuren. Remmen op een glad wegdek. We beginnen met half-half Linker twee wielen op een gladde ondergrond, de rechter met volop grip. Het gevolg laat zich raden. Als een tol draait elke wagen om z'n as. Sturen helpt niet. Maar wie de rem vol ingedrukt houdt tot hij stilstaat, merkt tot zijn verbazing dat hij inderdaad al tollend de goede koers houdt. Sommigen laten te vroeg los, ondanks de kreet van Oudakker door portofoon: „Vasthouden!" Onmiddellijk zoekt de auto dan zijn eigen weg en soms komt de zandwal die als vangrail fungeert angstig dichtbij.

Sturen
Maar dan! Geen gedraai meer, houd de wagen op koers, luidt de opdracht. Met geblokkeerde wielen kun je niet sturen, dus moet de rem iets losgelaten worden. Reageert de wagen op het stuur dan blokkeert hij dus niet. De kunst is om de rem maar heel iets te laten vieren, zodat je heel dicht tegen het blokkeerpunt aanblijft. En zowaar: na enige oefening lukt het! Na een prima lunch in een aanpalend restaurant beginnen we de middag weer met theorie. Onder andere over autogordels, aquaplaning, gummiplaning, bandenspanning, zuinig rijden en reactietijd. Een attente chauffeur reageert 2/3 seconde sneller dan een onoplettende. In die tijd leg je bij 50 km/u 14 meter af! En bij 90 km/u 25 meter. Autorijden is vooruitzien. Na anderhalfuur feiten en cijfers gaan we de auto weer in. Remmen en sturen met vier wielen op een gladde weg. Obstakels ontwijken. Machteloos voel je je in het begin. Pompend remmen blijkt inderdaad totaal niet te werken. Het levert alleen tijdverlies op, waardoor de remweg nodeloos lang wordt. En sturen? Vergeet het maar! Tot je een beetje aan gaat voelen hoe nauw het evenwicht tussen remmen en sturen luistert.

De enige
Zoiets is alleen maar te leren op een oefenbaan. De grote vraag is: gebruik je de aangeleerde technieken ook werkelijk in een noodsituatie? Voor mezelf heb ik nu nog het idee van wel, maar hoe lang houd je dat gevoel? Directeur G.J. Rozendom van het WCR adviseert om de training elk jaar te herhalen. Het zou de verkeersveiligheid ongetwijfeld ten goede komen, maar komt het ervan in de praktijk? Overigens is het WCR niet te vergelijken met een slipschool en de autotraining is zeker geen "dagje lekker scheuren". Rozendom pleit sterk voor uitbreiding van het aantal trainingscentra, en dat niet uit puur commerciële motieven. Hij wil graag een bijdrage leveren aan het verminderen van het aantal verkeersslachtoffers. Chauffeurs van politie, brandweer en ambulance behoren tot de cursisten, maar ook truck- en buschauffeurs trainen dagelijks in Rijssen. Behalve particulieren traint Rozendom ook nog veel personeel van rijks- en provinciale instellingen. Datzegt voldoende over de kwaliteit van de cursussen. Ideaal zou zijn als de training deel uit zou maken van de rijopleiding. Maar voor het zo ver is moeten er nog heel wat weerstanden overwonnen worden. Niet alleen van gevestigde verkeersorganisaties die het niet eens zijn met de technieken van WCR en van de politiek, maar ook van talloze chauffeurs. Die menen dat zij wel goed rijden, maar dat anderen de fouten maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.