+ Meer informatie

Honderd jaar wel en wee Sliedrechtse brandweer

Boekje geeft weerslag van eeuw brandbestrijding

6 minuten leestijd

SLIEDRECHT — Ter ge;enheid van het honderdjarig staan van de Sliedrechtse ijwillige brandweer is een genkboek samengesteld door ir . Bos jzn. Het boek geeft een 90t aantal wetenswaardighen weer over het reilen en zeiI van een eeuw vrijwillige andweer.

)e brandweer werd in 1881 opgeit door de toenmalige burgemeester i. van Hattem. Dat wil niet zeggen er voor die tijd niets aan brandbejding gedaan werd. Al op 22 decem1746 werd door schout en schepeI besloten twee hand brandspuiten I te schaffen en een brandweerrenent op te stellen. Omdat Sliecht een langgerekt dijkdorp was im er een bovenkerks en een beneikerks te staan. Het brandweerrenent bevatte 'n groot aantal bepa;en. Zo was iedere schout in hun bacht opperhoofd van zo'n handndspuit. Bij elke spuit behoorden ! brandmeesters en twee assistenmet als onderscheidingsteken een jhilderde stok. Een groot aantal inlers was nodig om deze handpomte bedienen. Per spuit waren 40 n voor de perspomp nodig en 24 ipers voor de aanjager met nog een tal slangenbewaarders en spuitten.

Half vat bier
leze mensen werden aangewezen. !re burger tussen 18 en 60 jaar kon )lichte hand- en spandiensten woropgelegd. De spuiten werden twee r per jaar beproefd. Op hemelrtsdag en in augustus. Als vergoe; werd per spuit een half vat bier beschikking gesteld. Wie echter kwam kon worden beboet. De ridmeesters in die tijd werden beëdigd. Dat snelheid bij de brandweer een belangrijke factor is begreep men in die tijd ook al. In het brandweerreglement was ook opgenomen een premie van tien gulden voor de eerste spuitgasten die ,,de brandspuit het eerst ter plekke brachtte en hadden gaand gemaakt". Alhoewel in 1746 besloten was ze aan te schaffen kwamen de spuiten pas in 1755. Met de bouw van onderkomens erbij bedroegen de kosten voor die dagen enorme bedragen. Er werd een belasting geheven voor het betalen van de brandweerkosten, welke werden verhaald op de huiseigenaren. Bij een bewaardgebleven exploitatieopzet uit die tijd blijkt dat een ambachtsheer van Sliedrecht een erfenis heeft nagelaten voor de bekostiging van de brandspuiten van 900 gulden.

Door het napluizen van de notulen van direktievergaderingen van de vrijHet onderkomen dat niet langer gebruikt wordt maar het is wel duidelijk waar dit voor gebruikt werd. willige brandweer heeft ir. Bos een beeld gegeven van de verschillende ontwikkelingen bij de brandweer. Op deze vergaderingen werden ook de grote branden welke Sliedrecht teisterden besproken. Een van de grootste uit het verleden was een brand nabij het raadhuis en kantongerecht op 28 april 1891. De brand brak uit in een blok woningen met riet gedekt. De hitte was zo groot dat ook huizen aan de andere kant van de dijk vlam vatten en het vuur oversloeg naar het kantongerecht. Ijlings werd het gemeente-archief toen over gebracht naar het Evangelisatiegebouw (thans Chr. Ger. Kerk C). In 1886 werd begonnen met het aanleggen van waterleidingbuizen waarop voor de hele gemeente 41 brandkranen kwamen.

Brandkranen

Vermeld werd dat het verschil in kracht bij de stralen duidelijk bleek. Een hele vooruitgang dus. Het brandweerkorps vroeg b en w om ook in de meest,,Volkrijke" stoepen brandkranen te plaatsen. Dit werd wegens gebrek aan financiën geweigerd. Om deze reden werden wel vaker zaken uitgesteld of maar vergeten. Een grote vooruitgang voor de alarmering zo werd verondersteld zou telefoon zijn voor brandmeesters. In 1897 werd hiervoor een krediet aangevraagd, maar geweigerd. De alarmeringmoeilijkheden waren gebleken toen bij een brand onbevoegde burgers zelf een spuit uit een huisje gehaald hadden. De alarmering geschiedde toen per fiets door een speciaal daartoe aangestelde ,,wekker". Ook de politie heeft deze wekkerdienst waargenomen. Geklaagd werd ook over te veel initiatief van de politie tijdens een brand.

Discussies over problemen waren er ook in 1915. Toen kwam er elektra in de woningen. Twee jaar later wordt een klacht behandeld over drankgebruik tijdens een brand. In 1919 treed de brandweer toe tot de burgerwacht en is korte tijd gedeeltelijk bewapend geweest. Omdat het een „eisch van deze dagen" was een motorspuit te hebben werd deze met vele redenen omkleed bij b en w aangevraagd. De direkteur gemeentewerken vond het echter nog niet nodig en b en w namen zijn advies over. Hij kwam er pas in 1923. „ " "•

Doordat veelvuldig voor schoor.steenbrand moest worden uitgerukt werd een schoorsteenschouw ingesteld. Enkele bakkers werd verplicht om vonkenvangers op hun schoorsteen te plaatsen vanwege brandgevaar voor de omgeving.

Zuinigheid

De verslagen van de direktievergaderingen van de vrijwillige brandweer tijdens de crisisjaren getuigen van grote zuinigheid van het college van b en w. Na een aantal weigeringen voor betere bluskleding wordt besloten om bij een volgende brand het voltallige college van b en w er bij te halen. Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd duidelijk dat tijdens luchtaanvallen en oorlogsomstandigheden de brand weer een belangrijke taak kon krijgen. Dit maakte dat de aanvragen van materiaal voor de brandweer sneller werden ingewilligd. Zelfs werden gasmaskers aangeschaft. De brandweer werd ingedeeld bij de luchtbeschermingdienst. In juli 1940 komt van de bezetters bericht dat geen joden en vijandelijke onderdanen lid mogen zijn van de brandweer. Op een verzoek om collectanten voor de winterhulp wordt niet ingegaan. De brandweerdirektie besluit om geen kritiek op de bezetters te zullen leveren zulks in het belang van de bevolking.

Nadat de ondergrondse een boot met landwachters had beschoten aan de overzijde van de rivier en de hierop gevolgde razzia zijn drie direktieleden ondergedoken. Na de oorlog zijn de daarvoor in de plaats benoemde personen vrijwillig teruggetreden. De jaren na de Tweede Wereldoorlog kenmerken zich in de snelle vooruitgang van de techniek, het materiaal is sterk gemoderniseerd en het brandweerpersoneel volgt regelmatig cursussen. Na de .watersnood in 1953 pompte de brandweer veel kelders leeg. In 1958 werd een nevelspuit aangeschaft gevolgd in De brandweer in vroeger dagen. 1963 door een ladderwagen. Beide voertuigen zijn inmiddels afgevoerd en verkocht aan het Ponypark Slagharen. Het elektrisch alarmeringssysteem wat vanaf 1951 had dienst gedaan werd in 1974 vervangen door radiografische alarmering.

„Bezielend vuur**

Het materiaal wordt regelmatig aangepast aan het steeds uitbreidende takenpakket van de vrijwillige brandweer. Veel is veranderd volgens de huidige commandant A. van Es. ,,Wat echter steeds hetzelfde is gebleven, is het bezielende vuur in de harten van onze brandweermannen. Hun enthousiasme is nog onverminderd aanwezig. Onze vrijwilligers «taan nog altijd paraat om bij nacht en ontij onheil in onze gemeente af te wenden. Dat deze enthousiaste inzet van onze mannen gedurende de afgelopen honderd jaar, in de toekomst blijven moge, is mijn wens".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.