+ Meer informatie

TOEGANKELIJK

3 minuten leestijd

In veel gemeenten doet men zijn best om het gebouw zo toegankelijk mogelijk te maken. Kerkgebouwen uit de jaren ‘60 (vorige eeuw) werden soms met veel trappen en opstapjes gebouwd; dat zal nu niet snel meer gebeuren. We letten er op dat niet alleen de vlotte, vitale mens toegang heeft, maar ook de gehandicapte. In ons jaarboek worden kerkgebouwen die toegankelijk zijn voor rolstoelgebruikers, aangeduid met een omcirkelde C. En ook aan slechthorenden is gedacht: een ringleiding is in het jaarboek goed voor een omcirkelde R. We zorgen voor hen voor wie het naar de kerk gaan niet vanzelfspre-kend is, en dat is terecht.

Ook op een andere manier kan een kerkdienst minder toegankelijk zijn. Het is mij opgevallen dat in de gemeente waar wij ‘s zomers altijd een paar keer kerken, men door de jaren heen meer is gaan letten op de ‘toegankelijkheid’ voor Nederlandse gasten. Er kwam een weergave van de liturgische onderdelen in onze taal, en al vaak is mij gevraagd om de lezing van het bijbelgedeelte in de kerkdienst uit onze eigen bijbel voor te lezen; allemaal voor de ‘Niederländische Gäste’, zo wordt dan gezegd. En die waarderen dat: er is iets gedaan om zich thuis te voelen.

De Schrift

Ik wil een stapje verder gaan.

Dit nummer van Ambtelijk Contact is gewijd aan de inspanningen die de laatste jaren gedaan zijn en gedaan worden om te komen tot een vertaling van de bijbel in een taal, die meer begrijpelijk is dan wat wij tot op heden ter beschikking hebben. Zowel aan een vervanging van de NBG-vertaling 1951 als aan een herziening van de Statenvertaling 1637 is/wordt momenteel hard gewerkt. De eerste, de [NBV], wordt deze maand gepresenteerd. Nu is het altijd zo dat dergelijke projecten kerkelijk veel voeten in aarde hebben en het nodige stof doen opwaaien. Dat hoeven we niet vreemd te vinden, en ik zou zelfs willen zeggen dat daar een goede kant aan zit: het gaat uiteindelijk om het Woord van God, dat eeuwigheidswaarde heeft. Daar kan men alleen maar heel zorgvuldig mee omgaan. Discussies over de (on)waarde van hertalingen zijn onvermijdelijk en kunnen degenen die eraan werken opscherpen. Maar het kan toch niet zo zijn dat wij het gegeven dat de Geest het hart voor het Woord moet openen, en dat daar het diepste geestelijk knelpunt zit (dat is waar!), gebruiken als een excuus om de vertaling van dat Woord (dat voertuig van die Geest is) zo lastig mogelijk te maken. Zou onze God dat zo bedoelen? De vraag stellen, is haar beantwoorden: waar het ten diepste om gaat, is dat wij een verantwoordelijkheid hebben om de grote daden van God in onze eigen taal weer te geven en door te geven. Dat is niets anders dan het verwerken van Hand. 2:11. En dat mag dus (zoveel als mogelijk is) in de taal die wij dagelijks spreken. Zo was het immers ook in de bijbelse tijd?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.