+ Meer informatie

TER OVERWEGING

15 minuten leestijd

Ds. M.J.C. Blok, Al zou de vijgeboom niet bloeien. Habakuk: het probleem van de secularisatie in de kerk en van onrecht, geweld en lijden. Uitg. Van den Berg, Kampen 1994. 84 blz. f 17,90.

De auteur heeft een aantal preken gehouden over het boek Habakuk. Uit de reacties van zijn gemeente kwam bij hem de wens naar voren om die preken, bewerkt, in boekvorm te doen uitkomen. Centraal in het boek van de profeet Habakuk staat de moeite van het leven van een christen te midden van secularisatie, onrecht, geweld en lijden. Dat maakt de boodschap van Habakuk tot een boodschap voor alle tijden. In acht hoofdstukken behandelt hij het boek Habakuk. Elk hoofdstuk eindigt hij met een gebed van Calvijn en een aantal vragen. Zowel uit de gebeden als uit de bespreking van de verschillende hoofdstukken komt naar voren dat de zorgen van Habakuk, maar ook van Calvijn zo actueel zijn. Het boekje is bedoeld voor bijbelstudieavonden.

Dr. W.G. de Vries, Van Adam tot Abram. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1994. 144 blz. f 25,-.

In dit boekje heeft de gereformeerd vrijgemaakte emeritus predikant de woorden gericht en genade centraal gesteld. Het gericht gaat over de verdrijving van de mens uit de hof van Eden. Sindsdien zijn de mensen uiteengegaan in twee ‘geslachten’. Mensen die zich tegen God verzetten naast mensen die zich van God afhankelijk weten. Wereld tegenover kerk. De eerste haalt Gods gericht over zich, de tweede komt op Gods genade uit. Deze krijgt gestalte in de roeping van Abram, de vader van alle gelovigen. Het is een gedegen boek. In korte hoofdstukken worden kernbegrippen van de Bijbel op goede wijze beschreven.

Dr. A. van de Beek, Psalmen in de nacht. Uitg. Callenbach, Nijkerk 1994. 74 blz. f 14,95.

In zes uitzendingen van de NCRV-rubriek ‘Woord op zondag’ werden de in dit boek gebundelde teksten uitgesproken. In deze overdenkingen gaat het over menselijke omgang met God in de beleving van de nacht: over verlangen naar Hem, over vervreemding, over troost, over schuld, over extase. In dit perspectief worden enkele psalmen overdacht. Zij reiken de woorden aan om de omgang met God ter sprake te brengen. Het boekje leent zich uitstekend voor een kort meditatief moment tijdens de dagelijkse beslommeringen.

Drs. W.A. Doornenbal, Leven met jezelf… en anderen. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1994. 118 blz. f 19,90.

De auteur studeerde klinische en sociale psychologie en is als docent werkzaam aan ‘De Vijverberg’ te Ede. Zij bespreekt hoe we kunnen omgaan met sterke en zwakke kanten van onszelf. Onderwerpen als angst voor mensen, zelfwaardering, leven met je eigen lichaam, opkomen voor je belangen en de waarde van het gevoel krijgen daarin ruime aandacht. In veel hoofdstukken worden praktische suggesties gedaan die de lezer kunnen helpen om gedachten en ideeën in de praktijk een plaats te geven. Meerdere malen worden voorbeelden vanuit haar praktijk aangehaald, zodat ze het denken over het eigen funetioneren stimuleren en vergemakkelijken.

Joni Eareckson Tada, Wanneer mag je sterven? Zelfmoord, euthanasie, lijden, genade. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1994. 136 blz. f 23,90.

Joni, bekend van de EO-tv, is gehandicapt en van een rolstoel afhankelijk. Meerdere malen is ze geconfronteerd met de vraag van andere mensen, waarom ze er geen eind aan maakt. Tegenwoordig is dat mogelijk zonder pijn te lijden en het gaat zeer snel. In dit boek maakt zij de afweging tussen dergelijke adviezen enerzijds en anderzijds alternatieven die juist spreken van hoop, medeleven en van sterven in waardigheid. Het aardige van dit boek is dat haar problematiek voor ons zo herkenbaar is. Maar bovenal hoe ze gegroeid is in het geloof en vandaar uit de rust heeft kunnen vinden om door te leven. Een bemoedigend boek.

J. van Amstel, Op de weg van het heil. Leren van de Dordtse Leerregeis. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1994. 144 blz. f 19,50.

Vanuit het jongste belijdenisgeschrift, de Dordtse Leerregeis, gaat de auteur in op de onderwerpen roeping, bekering, wedergeboorte, geloof en uitverkiezing. Het boekje is gericht op jongeren die openbare belijdenis afleggen of dat net gedaan hebben. De inhoud vraagt echter van die jongere concentratie in het lezen en belangstelling voor de inhoud van de Dordtse Leerregeis. Het boekje betreft een derde druk en is uitgebreid met gespreksvragen per hoofdstuk.

Dr. Tj. Boersma, Middenin de eindstrijd. Een praktische uitleg van Openbaring. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 218 blz. f 27,50.

De auteur heeft dit boek geschreven met de bedoeling een praktische uitleg te geven van het boek Openbaringen. Hij stelt in de inleiding dat de eindtijd ingegaan is vanaf de tijd dat Jezus op aarde kwam. Wij zitten midden in die eindtijd en de eindstrijd. Als troost is ons het boek Openbaring meegegeven. Ze is een opwekking tot standvastigheid en getrouwheid gericht aan de kerk van alle eeuwen tot aan de wederkomst van Christus. Vanuit die visie worden de brieven aan de gemeenten uitgelegd. Hij doet dat op nauwkeurige wijze, waarbij hij gebruik maakt van diverse bronnen, ook uit onze kring. Hij gaat de hedendaagse problemen niet uit de weg. Het boek is degelijk van opzet en heeft een goede en positieve toonzetting.

Ds. K. Boersma, Moed voor de kerk. Christelijk en gereformeerd na honderd jaar. Uitg. Kok, Kampen 1994. 196 blz. f 39,50.

In 1992 is herdacht dat de Christelijke Gereformeerde Kerken honderd jaar voortbestaan. Op uitnodiging heeft de auteur dit boek geschreven. Het is niet alleen bedoeld voor leden uit het eigen kerkverband, maar ook voor degenen die een goede grondslag zoeken voor hun geloof. Het boek bestaat uit vier gedeelten. I: Kerk met een erfenis. II: Kerk met een benauwdheid. III: Kerk met een ruimte. IV: Kerk met een opdracht.

In het eerste deel wordt nader ingegaan op de weg die de kerken via de reformatie, de periode na de reformatie, de verlichting, de negentiende en twintigste eeuw gegaan zijn. De erfenis waar we mee leven. In deel II wordt nader ingegaan in wat voor tijd de christelijke gereformeerde kerk staat en welke spanningen en benauwdheden er kunnen zijn, zowel extern als intern. In deel III wordt de kerk met een ruimte besproken. Het is de ruimte die de Here ons wil geven middels Zijn woord en de sacramenten. Uitvoerig wordt ingegaan op wat de betekenis is van het Woord voor onze kerken en hoe wij dienen te handelen; hoe we kerk kunnen zijn door de Geest. In deel IV wordt vervolgens aangegeven hoe we verder als kerk in de maatschappij dienen te staan, en welke taken er nog liggen. Dat is een kerk met een opdracht en met verwachting.

Ds. H.J.D. Smit, Het hart van God. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1994. 96 blz. f 19,75.

Ds. Smit heeft een tiental preken gehouden over het tyhema ‘Wie is God?’ Deze tien preken worden in dit boek weergegeven. De preken zijn speciaal gemaakt voor hen die in de schaduw van de dood leefden. Hij heeft ze kennis willen laten maken met het licht van de liefde van God. De preken zijn bewerkt en beslaan niet veel meer dan 10 pagina’s.

Ds. J.W. Roosenbrand, Hij is God. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1994. 80 blz. f 14,95. Ds. A.H. Driest, Toeval of Leiding. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1995. 107 blz. f 15,75.

In de Scala-reeks zijn deze twee boekjes verschenen. De auteurs geven in deze boekjes antwoorden op vragen die bij jongeren leven. Die vragen gaan in het eerste boekje over ‘wie is God en hoe kun je Hem leren kennen’. Moeilijke vragen over bijv. de Drieeenheid worden niet uit de weg gegaan. Op eenvoudige en bijbelse manier wordt het onbegrijpelijke begrijpelijk gemaakt. In het tweede boekje staat de vraag centraal “wat de leiding van God in ons leven betekent’. Actuele vragen over het wereldgebeuren, maar ook over persoonlijke dingen zoals ziekte, een baan, trouwen, rijkdom en armoede en hoe sta je in het leven etc. komen aan de orde. Het aardige van deze twee boeken is, maar dat geldt overigens voor deze hele serie, dat de auteurs vanuit een duidelijk herkenbare bijbelse achtergrond reëel op de vragen van deze tijd ingaan zonder belerend te zijn. De lezer krijgt al ontdekkend een redelijk antwoord op zijn vraag. Hopelijk zullen veel jongeren dergelijke boeken lezen.

Ds. H.P. Dam, Jesaja, de Redder komt. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1995. 112 blz. f 14,75.

Dit boekje is een bijbelstudie naar een gedeelte van het boek Jesaja, Jesaja 40-66. In dit gedeelte wordt vooral gesproken over gebeurtenissen die plaatsvonden ver na zijn dagen. Daar waar vragen zijn of Jesaja alles zelf heeft geschreven, wordt verwezen naar een literatuurlijst. De schrijver zegt daarover dat het boek als een eenheid gelezen moet worden. Uiteindelijk is niet het menselijk auteurschap doorslaggevend, maar het feit dat het hier gaat om een door God geïnspireerd geschrift. In de Bijbel neemt Jesaja een bijzondere plaats in. Gedurende lange tijd heeft hij op indringende wijze geprofeteerd tot het volk van Juda. Centraal staat in de profetieën de liefde van God voor zijn volk, dat Hij door alles heen wil behouden. Het boek is geschreven voor bijbelstudieverenigingen. Elk hoofdstuk bevat een thema dat afzonderlijk behandeld kan worden. Er zijn tips voor voorstudie en vragen voor de bespreking in opgenomen. De thematische opzet biedt een goede hulp bij het begrijpen van dit bijbelboek als gehel.

EO-uitgave, Mens in perspectief. Reality 3.1. Interviews uit de EO tv-serie. Uitg. Buijten & Schipperheyn, Amsterdam 1995. 189 blz. f 24,90.

Dit boek bevat negen interviews die ten grondslag lagen aan de tv-programma’s ‘Reality 3.1.’ Centraal staan drie christen denkers van verschillende culturele achtergrond en professie, die echter gemeen hebben dat zij intensief op zoek zijn naar de relevantie van het christelijk geloof voor hun visie op de mens. De Zuidafrikaanse psycholoog dr. Archibald Hart, de Sri-Lankese theoloog dr. Ajith Fernando en de Schotse theoloog dr. Bob Gordon. Hart zoekt naar het menselijk ‘zelf’ en spiegelt zich daarbij aan invloedrijke psychologische stromingen (Rogers, Freud, Jung). Vragen van omgaan met jezelf, verslaving, schuld en schaamte en goed en kwaad en vooral van de gevolgen van het kwaad krijgen aandacht. Fernando bekijkt diverse aspecten van het menselijk lijden, waarbij hij zich confronteert met andere wereldgodsdiensten. Gordon geeft hoofdmomenten van zijn antropologische inzichten en van zijn visie op de toekomst van de mens. Het is een goed en leesbaar boek. Dat komt vooral omdat de visie van de geïnterviewde middels vraag en antwoord behandeld wordt. Dat is niet alleen overzichtelijk, maar zorgt er ook voor dat de lezer nauw betrokken wordt bij de visie die naar voren wordt gebracht.

H. van Groningen, Als je eenzaam bent. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1995. 135 blz. f 19,95.

De heer Van Groningen is maatschappelijk werker bij ‘De Vluchtheuvel’, een stichting voor hulpverlening uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten. In dit boekje gaat hij in op het begrip eenzaamheid en de gevoelens die jongeren kunnen hebben t.a.v. het alleen zijn. Stil wordt gestaan bij het bewustzijn van eenzaamheid, wanneer er sprake is van interesse voor hetzelfde geslacht; van een handicap; van het alleen staan als christen binnen de wereld; wanneer de liefde (verkering) zich niet aandient; wanneer er psychische problemen zijn. Hij gaat in zijn algemeenheid, vanuit bijbels perspectief, in op deze problematieken. Wie een oplossing van ‘het eenzaam zijn’ in dit boek verwacht komt bedrogen uit. Wel geeft hij enige adviezen hoe je met deze gevoelens om kunt gaan in contact met anderen.

H. Reenders, Alternatieve zending. Ottho Gerhard Heldring (1804-1876) en de verbreiding van het christendom in Nederlands-lndië. Uitg. Kok, Kampen. 447 blz. f 72,90.

Een boeiend boek (dissertatie) over de visie op en de inzet voor en van de zending in de vorige eeuw, die wel eens de ‘zendingseeuw’ is genoemd! Dr. Reenders belicht een figuur uit deze eeuw die, predikant van Zetten, bekendheid verwierf als de stichter van de Zettense inrichtingen (Heldring-Stichtingen), ds. O.G. Heldring. Minder bekend is het dat ds. Heldring ook actief is geweest op het terrein van de zending, het zendingswerk zelfs ‘als de belangrijkste werkkring in zijn leven’ beschouwde. De schrijver heeft de ‘relatie van Heldring tot de zending aan een nader onderzoek’ onderworpen (blz. 13) en daarmee ook een bijdrage geleverd aan de geschiedenis van de Nederlandse zendingsbeweging en van de kerken in Indonesië (in de 19de eeuw: Nederlands-lndië). Ook al wordt het woord ‘alternatief’ van de titel in het boek verder nauwelijks nog gebruikt, duidelijk is wel dat daarmee Heldrings aanpak wordt bedoeld: het uitzenden van christen-werklieden als vrijwilligers die zelf in hun levensonderhoud moesten voorzien en metterdáád arbeiden aan de uitbreiding van het christendom. Dat er binnen het kader van de inzet van onbezoldigde en niet opgeleide krachten in de zending allerlei variaties mogelijk zijn, zal niet verbazen, voordelen en nadelen inbegrepen (86). Vrij breed en gedetailleerd wordt beschreven hoe een en ander door Heldring in praktijk werd gebracht (vier fasen worden daarbij onderscheiden - 367). Het is zijn verdienste, aldus dr. Reenders, ‘dat hij aan rechtzinnigen en piëtisten een alternatief geboden heeft om (…) actief deel te nemen aan de Nederlandse zending in Nederlands-lndië’ (ibidem). Dat dat deelnemen óók in de ‘zendingseeuw’ zoekend en tastend, met vallen en opstaan, werd gerealiseerd, zal niemand verwunderen die met de zendingspraktijk van nu meeleeft (ons blad heeft jaren geleden daarop eens de aandacht gevestigd - jrg. 12, blz. 45, 98). Wie zich interesseert voor de gang van zaken wat de zending betreft zowel in Nederland als in Indonesië omstreeks het midden van de vorige eeuw, late dit boek niet ongelezen! En wie geneigd mocht zijn, kennisnemend van Heldrings aanpak, zich te laten bekoren door die van de zgn. geloofszendingen van deze eeuw, die zal in dit boek bij Heldring c.s. geen spoor ontdekken van een vaak parasiterende zelfgenoegzaamheid; de moeite en zorgen die hun aanpak in de praktijk met zich meebracht, gaven daarvoor geen reden!

Jaap van Gelderen, Nacht in ‘de Bonte Os’. Verhalen uit de negentiende eeuw. Uitg. Kok, Kampen. 116 blz.

De titel is ontleend aan het eerste verhaal: In het logement ‘de Bonte Os’ zat Hendrik de Cock een nacht gevangen toen hij de afgescheiden gemeente van Kampen had gesticht, juni 1835. Terwijl een drietal verhalen over andere onderwerpen gaat - de Afscheiding in Rotterdam, de kerk op Ameland en ‘De eerste poging tot zending’ -, betreffen de resterende verhalen figuren en gebeurtenissen die min of meer de Theologische (toen nog:) School te Kampen raken. De auteur die het merendeel van de verhalen leverde - twee zijn van andere auteurs -, weet interessant materiaal te berde te brengen! Natuurlijk zou je hier en daar nog wel iets meer willen weten. Bijvoorbeeld inzake de ‘al te speculatieve theologie’ die prof. Lucas Lindeboom en met hem een groot deel van de kerken bereid was - om zo te zeggen - te slikken (74). En de gevolgen daarvan tot de huidige dag!

Drs. H.G. Leih, Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Kampen. Uitg. Kok, Kampen. 286 blz. f 32,50.

Het voorgaande boek meegeteld is dit boek het vijfde - als ik het wel heb - dat in ons blad de kerkelijke geschiedenis van Kampen aan de orde stelt. Het zou als een soort parallel aangemerkt kunnen worden van net gedenkboek Een eeuw christelijk gereformeerd in Kampen (AC ’93-244), maar dan van de hand van één auteur, ook al werd deze geassisteerd door een commissie van redactie. Uiteraard komt dit laatste de eenheid van opzet en uitwerking ten goede (hoewel niet elke doublure erdoor voorkomen werd: 47, 61!). Opzet en uitwerking kunnen zonder twijfel waardevol genoemd worden. Niet ten onrechte attendeert drs. Leih erop dat in de kerkgeschiedbeschrijving de gemeente vaak ‘een vergeten groep’ is. De schriftelijke neerslag van het kerkelijk leven in het verleden in notulen (acta) heeft onwillekeurig vooral betrekking op kerkeraad (kerkelijke vergaderingen) en predikanten, waarbij echter niet vergeten mag worden dat het gáát om de gemèènte, ook al laat het ‘gewone’ gemeenteleven nauwelijks sporen na in die neerslag. Het zal verstaanbaar zijn dat onze aandacht vooral getrokken wordt door de beschrijving van de belèving van de zgn. Vereniging van 1892. Terwijl wel wordt verwezen naar de studie van vrijgemaakt-gereformeerde zijde in dezen, wordt geen gewag gemaakt van die van onze zijde, laatstelijk in twee gedenkboeken (In trouw gescheiden en Een eeuw christelijk-gereformeerd, resp. 1984 en 1992), die -gelijk te verwachten is - ‘1892’ wel iets anders benaderen dan dat van de andere zijde het geval is. Toch is de schrijver niet meer zo hoog enthousiast over de Vereniging als dat in de eerste helft van deze eeuw vaak het geval was in de verenigde kerken. Hij bespeurt zelfs ‘geïrriteerdheid’ bij de verenigde kerken ten opzichte van hen die christelijk-gereformeerd wensten te blijven resp. opnieuw te worden (83) en spreekt over ‘theologische theorieën (76), ‘gereformeerde scholastiek’ (174), speculatieve theorie (110), ‘theologische constructies’ die bij de dominerende Doleantie-leider, dr. Kuyper werden vermoed of geconstateerd. Wanneer dan aan het eind gewezen wordt op de kerkvervreemding en de kerkverlating van onze tijd, dan worden allerlei zaken genoemd waardoor deze verschijnselen enigszins begrijpelijk worden geacht. En ze zullen in dit proces zeker een rol speien. Maar zou er ook een lijn lopen van de bedoelde theorieën, constructies enz. die in connectie met de steeds feller veldwinnende autonomie van de mens, waarin de vrijzinnigheid haar kern vindt, naar een uiteindelijk elimineren van de belijdenis als akkoord van kerkelijke trouw jegens de Koning van de Kerk en jegens elkaar, alsmede naar een al sterker wordende devaluatie van het gezag van Gods Woord? En laat de gemèènte, de ‘vergeten groep’ (!) het dan niet afweten in vervreemding en verlating? Ook een vorm van kerkelijke c.q. gemèèntelijke tuchtoefening?

Dr. mr. P.W. Huizenga, Grondslagen van christelijk maatschappelijk handelen. Uitg. Buijten & Schipperheyn, Amsterdam 1994. 47 blz. f 13.50.

De auteur is bekend met geschritten uit de kring van de Reformatorische Wijsbegeerte. Hij voelt zich verwant met wijsgeren als Vollenhoven, Dooyeweerd en Mekkers. Uit hun geschritten, vooral uit twee minder bekende redevoerigen van Vollenhoven, geeft hij excerpten. Hij beschouwt deze gedachten als belangwekkend voor de overwinning van de geestelijke crisis van onze tijd.

De inhoud van het geschrift is waardevol. De presentatie bestaat uit weergave van de gedachten van anderen. Men zou het kunnen noemen een summiere introductie tot het christelijk-maatschappelijk denken van genoemde auteurs. Daarmee is de bedoeling en de betekenis van het geschrift aangegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.