+ Meer informatie

Graafland en Van ’t Spijker over het gereformeerd zijn

8 minuten leestijd

(twee recente publikaties 1)

Vragen van vandaag

Kort geleden verschenen vrijwel gelijktijdig twee delen van de serie „Theologie en gemeente”, die het waard zijn dat er in „Ambtelijk Contact” aandacht aan wordt gegeven.

De titels van de beide geschriften eindigen met een vraagteken: Waarom nog gereformeerd ? — Eenheid in verscheidenheid ?

In het eerste deel van zijn studie merkt dr. C. Graafland op, dat wij nog niet behoeven te spreken van het einde van het gereformeerde christendom. Dat de werfkracht ervan aan het tanen is, kan voor grote delen ervan echter niet worden ontkend. Aan de ene zijde is er veel verstarring; aan de andere zijde is er een vervagingsproces aan de gang. Velen moeten zich wel in een ernstige crisis bevinden omtrent de geloofwaardigheid van hun eigen gereformeerd belijden. Zij zien meer heil in een oecumenisch christendom.

Er komt een uitdaging op ons af in de vernieuwing die zich in deze jaren baanbreekt. Er is veel in beweging in theologie en kerk. Eén van de oorzaken daarvan is dat men er in brede lagen van de theologie van overtuigd is, dat de Bijbel anders te verstaan is dan vroeger.

Dr. W. van ’t Spijker gaf een uitwerking van het referaat dat hij in 1973 hield over crisis en uitzicht der Gereformeerde Gezindte.

Kan men op tien verschillende manieren gereformeerd zijn ? Die vraag rijst vanzelf, als men „Tien keer gereformeerd” leest !

Vroeger konden de vragen van de toeeigening des heils functioneren bij het in kaart brengen van de Gereformeerde Gezindte. Nu schijnen het vooral de ethische kwesties te zijn die scheidslijnen markeren.

Op blz. 13 en 26 vermenigvuldigen de vragen zich. Bestaat er vandaag nog zoiets als een Gereformeerde Gezindte ? En waaraan kan men deze herkennen ? Kàn men spreken van een gereformeerde identiteit of van een gereformeerde theologie ?

Een reformatorisch antwoord

Het spreekt vanzelf dat er veel te veel in de geschriften van de hoogleraren Graafland en Van ’t Spijker staat, dan dat het in een enkel artikel kan worden weergegeven.

Dr. Graafland heeft in een aantal hoofdstukken samengevat, waar het naar zijn inzicht om gaat in het gereformeerd belijden: theonomie tegenover autonomie; het geloof in het gezag van de Heilige Schrift; het leven uit de genade dat door rechtvaardiging en heiliging wordt gerealiseerd en de beslissende betekenis van het werk van de Heilige Geest.

In confrontatie met de nieuwe theologie wil hij aantonen, dat het klassiek-reformatorisch belijden niet verouderd is. De grondlijnen van de gereformeerde religie zijn erin aangegeven, die ook nu voluit tot hun recht moeten komen en die theologie en kerk alleen tot hun schade kunnen verwaarlozen. „Juist omdat de Reformatie niet een nieuwe theologie of een nieuwe school of zelfs een nieuwe kerk wilde zijn, maar de naar en door het Woord ge-reformeerde kerk, daarom heeft zij ten diepste geen eigen boodschap, maar wil ze slechts de boodschap der Schrift doorgeven. En doordat dit gebeurde in een geloofsintentie, die zuiver op het heil als inhoud der Schrift was afgestemd, sola gratia — sola fide — solus Christus, daarom heeft haar boodschap blijvend gezag” (blz. 95).

Eén van de kernpunten in het boek van dr. Van 't Spijker vinden we in hoofdstuk 4, waarin hij zonder te willen schematiseren wijst op drie factoren die een benadering zijn van het: uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen. Men zou deze drie wezenlijke componenten van het gereformeerde belijden kunnen typeren als principe, middel en gestalte van het gereformeerde leven. Het zijn: de openbaring Gods als de bron van het gereformeerde leven, de kerk als de werkplaats van de Heilige Geest en zo in dienst gesteld van het dóór Hem, ter bemiddeling van het heil; de gereformeerde vroomheid als gestalte van de genade, die vergeeft en die geneest: tot Hem (blz. 39).

Belangrijk is ook wat hij zegt over de crisis als een oordeel van God. Wat straft God in de Gereformeerde Gezindte ? De overmoed waarmee wij de waarheid meenden te bezitten of de wereldgelijkvormigheid die ook door de meest zuivere vorm van orthodoxie niet wordt vergoed ? Of is het, bij alle strijd die er over het verbond gevoerd is, een wezenlijk gebrek aan geestelijk verstaan van wat het verbond inhoudt ?

Reveil en reformatie zijn beide nodig. „Gereformeerde Gezindheid kan slechts werkelijkheid zijn wanneer die gezindheid in ons is die ook in Christus Jezus was. Hier ligt ten diepste de schuld en de crisis der Gereformeerde Gezindte. Hier ontvangen we ook het enige uitzicht” (blz. 95).

Verschillende accenten

Beide schrijvers zijn één in de overtuiging, dat het erop aankomt om ook in deze tijd tenvolle gereformeerd te zijn. Graafland spitst het meer toe op de theologie, Van ’t Spijker op de kerk.

De eerste auteur geeft meer concretisering, als het gaat over de theologische stromingen waarmee wij ook als gereformeerden te maken hebben, terwijl bij de tweede een bredere historische oriëntering te vinden is.

Bij de één treffen we de namen aan van verscheidene figuren, tegenover wie de gereformeerde leer gehandhaafd moet worden: Fiolet, Kuitert, Schillebeeckx en Sperna Weiland — om ons maar tot ons land te beperken. Bij de ander zal een lezer die enigszins op de hoogte is van wat de laatste jaren gepubliceerd is, Kuitert, Wiersinga en Augustijn ook wel tegenkomen (vgl. blz. 46, 48 en 54), maar zonder dat hun namen worden genoemd. Van ’t Spijker geeft liever gedachten door van hen bij wie hij zich kan aansluiten, zoals Luther en Calvijn. Natuurlijk is ook Bucer onder de reformatoren.

Men kan zeggen, dat de beide boeken elkaar aanvullen. Graafland eindigt ook met een verwijzing naar Van ’t Spijker !

Op een enkel punt zijn wel verschillen te constateren.

Dr. Graafland stelt de vraag, hoe de Geest de verbinding legt tussen Christus en zijn gemeente, tussen het historisch gegeven en geopenbaarde heil en het hier en nu geschiedende heil. Hij zegt dan niet alleen, dat het geloof zich richt op het objectieve, in Christus geschonken heil, maar er is volgens hem ook een andere lijn, die wij misschien de subjectieve weg zouden kunnen noemen. „We worden door de Geest in het gevolg van Jezus geplaatst, zodat de weg van Jezus onze weg wordt, in deze zin, dat wij na-beleven, wat Jezus op een unieke en plaatsvervangende wijze ons heeft voorgeleefd” (blz. 89).

Bij dr. Van ’t Spijker meen ik te lezen, dat hij het met dit laatste niet eens is.

Met alle waardering voor de bedoeling van Graafland — hij wil op zijn hoede zijn voor objectivisme — zou ik hem ook niet kunnen nazeggen, dat de hele heilsgeschiedenis zich op de wijze van de Geest herhaalt in de geloofsgeschiedenis van de mens.

Als het gaat over het koninkrijk Gods, geef ik de voorkeur aan de uiteenzetting van Graafland, die er trouwens meer een apart thema van maakt dan Van ’t Spijker en daardoor meer aspecten tot hun recht kan laten komen.

Volgens Van ’t Spijker belijden wij het koninkrijk Gods niet zoals wij de kerk belijden. Hij leidt dit af uit het feit, dat het Apostolicum over de kerk wel spreekt en niet over het koninkrijk, en uit de bede: Uw koninkrijk kome (blz. 71).

Maar wij belijden toch ook, dat het rijk van Christus geen einde zal hebben en dat Christus gezalfd is tot onze eeuwige Koning, die ons met zijn Woord en Geest regeert en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt ?

Er zou meer te noemen zijn. Maar wij hebben niet te doen met verschillende standpunten. Het zijn verschillende accenten.

Eenheid van de gereformeerden ?

Het probleem dat prof. Van ’t Spijker aanroert, wordt er niet gemakkelijker op. Als deze twee theologen zozeer één lijn trekken als gereformeerden, waarom zijn zij dan niet kerkelijk één ?

Het vraagteken uit de titel: Waarom nog gereformeerd ? behoeft niet te blijven staan. Er is reden genoeg om in 1974 gereformeerd te zijn !

Na al wat gezegd is, is voor mijn besef het vraagteken echter nog niet weggevallen uit de titel: Eenheid in verscheidenheid ? Het is een brandende vraag. Wij moeten vooral niet voorbijgaan aan wat de auteur op blz. 85 schrijft over de crisis in de Gereformeerde Gezindte. Het is een theologische crisis, omdat zij samenhangt met de onzekerheid waarin vele gereformeerde theologen zijn terecht gekomen. Het is een kerkelijke crisis, die samenhangt met en zich tevens openbaart in de versplintering op het gereformeerde erf. Het is een religieuze crisis van het leven uit het geloof, waardoor in de grond der zaak de harten vervreemd zijn van de genade van God. En dit houdt verband met wat er over de gehele linie binnen het christendom aan de hand is.

Als dit waar is — en het is m.i. niet tegen te spreken — zijn we er niet met de uitspraak van de C.O.G.G.-conferentie van 1973, die Van ’t Spijker met nadruk naar voren brengt, „dat het de gemeenschappelijke schuld van de Gereformeerde Gezindte is dat men elkaar wederzijds te veel aan eigen moeilijkheden heeft overgelaten, te weinig verantwoordelijkheid jegens elkaar heeft betracht en daardoor te weinig heeft laten uitkomen dat ons aller zaak op het spel staat bij de moeiten die elke kerk of groep afzonderlijk heeft”.

Was het dat alleen maar !

1) Dr. C. Graaf land, Waarom nog gereformeerd ? Theologie en Gemeente 7. Uitgeversmaatsch. J. H. Kok, Kampen 1973 (104 blz.; f 9,50).

Dr. W. van ’t Spijker, Eenheid in verscheidenheid ? De identiteitscrisis binnen de Gereformeerde Gezindte. Theologie en Gemeente 11. J. H. Kok, Kampen 1974 (96 blz.; f 8,90).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.