+ Meer informatie

„Vrijlating gijzelaars geblokkeerd"

Amal-militie wil Israëliërs laten identificeren in ruil voor gevangenen

4 minuten leestijd

GENÈVE/BEIROET (AP) - De ambassadeur van Iran bij de Verenigde Naties, Kamal Kharrazi, heeft gisteren na afloop van een ontmoeting met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Javier Pérez de Cuéllar, Israël ervan beschuldigd de vrijlating van gijzelaars in Libanon en Israël te blokkeren.

Kharrazi drong er bij de Verenigde Staten en andere westerse landen op aan Israël onder grotere druk te zetten om mee te werken aan de inspanningen van Pérez de Cuéllar ten behoeve van de vrijlating van gijzelaars.

De sji'itische Amal-militie liet ondertussen weten de lijken te bezitten van twee van de zeven in Libanon vermiste Israëliërs. Een woordvoerder van de Amal zei dat de Israëliërs gevangen waren genomen tijdens de Israëlische invasie in Libanon In 1982. Hij verklaarde verder dat een in Libanon gevangen genomen Israëlische navigator, Ron Arad, voor een half miljoen dollar is doorverkocht aan de Iraanse Revolutionaire Garde en in Teheran moet zijn.

De Amal-woordvoerder weigerde de twee lijken te identificeren of nadere bijzonderheden te verstrekken. Daarmee komt de militie niet tegemoet aan de eisen van de Israëlische regering, die betrouwbare informatie over de zeven vermiste Israëlische militairen als voorwaarde stelt voor medewerking aan een uitwisseling van gijzelaars en Arabische gevangenen.

„Zekere vaart"

De leider van Amal, Nabih Bern, zei dat het Rode Kruis de lichamen van de soldaten mag onderzoeken als Israël eerst 28 vrouwelijke sji'itische gevangenen vrijlaat.

Pérez de Cuéllar zei gisteren voor zijn ontmoeting met Kharrazi er nog steeds op te vertrouwen dat er „iets" kan worden bewerkstelligd. De VNchef had maandag een gesprek met zijn persoonlijke vertegenwoordiger inzake de gijzelaarsproblematiek, Giandomenico Picco, en zei na afloop daarvan dat hij voor eind deze maand of begin september resultaten verwacht. „Wanneer kan ik niet zeggen, maar er zit beweging in en een zekere vaart".

Pérez de Cuéllar brengt in de tweede week van september een bezoek aan Iran, om te praten over het bestand dat een einde maakte aan de oorlog tussen Iran en Irak. Dit heeft een woordvoerder van de VN gisteren in New York gezegd.

Het bezoek heeft plaats op uitnodiging van president Ali Akbar Hasjemi Rafsanjani en valt in het kader van resolutie 598 van de Veiligheidsraad, die een eind maakte aan de Iraaks-Iraanse oorlog. Deze resolutie was al in de zomer van 1987 aangenomen, maar er zijn nog compensatiekwesties die niet geregeld zijn.

De woordvoerder wilde niet reageren op de vraag of het vraagstuk van de gijzelaars in Libanon tijdens het bezoek van Pérez ter sprake komt.

Onbewezen

Kharrazi zei dat Iran geen informatie heeft over het lot van de Israëlische militairen die in Libanon worden vermist. Hij noemde deze kwestie een zaak tussen Israël en Libanon. Volgens Kharrazi heeft Israël nagelaten een gebaar te maken na de vrijlating van de Britse gijzelaar John McCarthy en de Amerikaan Edward Tracy eerder deze maand. „Het is heel natuurlijk dat zij (de Libanese groepen) hun eigen eisen stellen en hun eigen gijzelaars vrij willen hebben", aldus Kharrazi, die een belangrijke rol speelt in de onderhandelingen over de gijzelaars.

Iran en de partijen in Libanon die bij de gijzelaarskwestie betrokken zijn, stellen zich op het standpunt dat de Arabisch-Palestijnse en circa 400 Libanese sji'itische gevangenen in Israël evenzeer worden gegijzeld als de elf westerlingen die in Libanon worden vastgehouden. De pro-Iraanse sji'itische ontvoerders eisen voor de vrijlating van de westerlingen de vrijlating van een onbekend aantal Arabische gevangenen, onder wie een door Israël ontvoerde sji'itische geestelijke, Hezbollah-leider sjeik Abdul Karim Obeid.

Dan Naveh, een woordvoerder van de Israëlische minister van defensie Mosje Arens, noemde gisteren de Amal-verklaring „een nieuwe onbewezen bewering". Maandag zei een Hezbollahwoordvoerder dat zijn organisatie twee Israëlische militairen vasthoudt. Hij weigerde te zeggen of het gaat om levende personen of stoffelijke resten.

De twee, Yossi Fink en Rahamim Alsheikh, werden op 17 februari 1986 in Zuid-Libanon gevangen genomen. Hezbollah liet enkele dagen later weten hen in handen te hebben.

Het Democratisch Front voor de Bevrijding van Palestina (DFLP) meldde in 1984 dat het de Israëlische sergeant Samir Assad in handen had. Assad was in 1983 in de omgeving van Sidon ontvoerd. Het DFLP zei later dat Assad om het leven was gekomen bij een Israëlische luchtaanval ten noorden van de Noordlibanese plaats Tripoli. Twee weken geleden liet het DFLP weten dat het bereid was het stoffelijk overschot van Assad over te dragen in het kader van een gevangenenruil.

Indien de beweringen van de Amal, Hezbollah en het DFLP juist zijn, is er nu nog één Israëliër van wie niet bekend is wat ermee is gebeurd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.