+ Meer informatie

TER OVERWEGING

6 minuten leestijd

Prof.dr. C.J. Schutte, dr. J.B.H. Alblas e.a., Bunyan in Nederland. Opstellen over de waardering van John Bunyan in Nederland. Uitg. Den Hertog, Houten. 128 blz. f 19,50. De opstellen die in dit boek worden aangeboden, zijn de voordrachten die gehouden werden bij de herdenking van de sterfdag van de bekende John Bunyan, driehonderd jaar gelden (31 aug. 1688). Prof. Schutte geeft een levensschets van Bunyan die vooral bekend is door The Pelgrim’s Progress, de Christenreis, waarin een weergave wordt gegeven van ”de geestelijke strijd in de vorm van een verhaal vol beeldspraak en allegorie” (17). Dr. Alblas beschrijft de verspreiding van Bunyans werk in Nederland. Niet alleen The Pelgrim’s Progress werd veelvuldig in Nederlandse vertaling uitgegeven, maar ook Bunyans andere werken. Prof. Van Deursen vertelt over de ”ontvankelijkheid” in Nederland voor Bunyans geschriften: Gereformeerd gemeentelijk leven in de tweede helft van de zeventiende eeuw (waarbij in het bijzonder aandacht wordt gegeven aan het Noordhollandse dorp Graft). Prof. Graafland behandelt ”De achttiende-eeuwse Nederlandse Gereformeerden en Bunyan”: het zijn vooral de bevindelijke gereformeerden die toen ”voor een positieve en populaire receptie van Bunyans boeken hebben gezorgd (71). Nadat Alblas nog gewezen heeft op ”Illustratie als interpretatie: J.H. Isings als illustrator van ’De Christenreis’”, gaat dr. Brienen ”Lezen in Bunyan”: ”door welke Hollanders is en wordt Bunyan gelezen en wat las en leest men hier van Bunyan?” (95). Het geheel is een boeiende studie geworden die zich vlot laat lezen en het inzicht verrijkt.

J.H. Veefkind, Jezus in Jeruzalem. Over Lucas 1, 2 en 19-24. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 132 blz. f 16,90.

De schrijver heeft met dit deeltje z’n ”Lucas-trilogie” - zoals hij het noemt - voltooid. In de beide voorgaande deeltjes (Jezus in Galilea, Jezus op reis) werden Luc. 3-9 en Luc. 9-19 besproken. De opzet houdt ongeveer het midden tussen exegese en meditatie (acht jaar preekarbeid ligt eraan ten grondslag). De geboden bespreking - met soms opmerkelijk woord- en beeldgebruik - is in vele opzichten waardevol. Het speciale van het derde evangelie wordt beklemtoond. Dat het eerste kruiswoord met uitsluiting van het volk, de overpriesters enz. alleen betrekking zou hebben op de soldaten die Jezus kruisigden en het Aramees dat Hij sprak, wel niet verstaan zullen hebben (blz. 77 v.), lijkt m.i. ten oprechte gesteld. Waren die soldaten slechts willoze werktuigen? Hebben die anderen werkelijk ten vòlle gewéten wat zij deden, ook al waanden velen van hen dat wel (vgl. Joh. 11 : 49 vv.)? Wat bijv. Schilder en Greijdanus ten dezen opmerken, lijkt me meer ter zake. Kan hier een vraagteken geplaatst worden, de bespreking die Veefkind geeft van bijv. het Paasevangelie, verdient een dubbel uitroepteken! Ook dit deeltje graag aanbevolen voor Schriftstudie.

Dr. C.A. van der Sluis, Puritanisme en Nadere Reformatie. Een beknopte vergelijkende studie. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen. 62 blz. f 12,90.

De invloed van het Engelse Puritanisme op het Nederlandse Piëtisme is volgens de schrijver ”allerminst klein” te achten. Via het voluntarisme heeft deze zijn beslag gekregen. Niet aan het kenvermogen, het intellect werd de eerste plaats toegekend, maar aan de wil resp. aan het gevoel in dat voluntarisme, dat de ”drijfkracht van het Puritanisme” genoemd mag worden dat daardoor ”voet aan wal zette bij de Nederlandse Nadere Reformatie” (24), in reactie op ”dode orthodoxie” (12). Inderdaad ”beknopt” worden dan het Engelse Puritanisme en het Nederlandse Piëtisme geschetst alsmede de invloed van dat Puritanisme op het Piëtisme. Hoe ”beknopt” de schrijver zijn studie ook noemt, duidelijke informatie wordt gegeven. Hij wijst op de vervreemding - en ermee gepaard gaande vertekening - van de Reformatie die intrad (27). Als de ”leer” verstart tot stelsel en steriel wordt, ontvalt het ”leven” de zo nodige correctie. Met alle vervreemding en vertekening wilde de Nadere Reformatie (pregnante vertaling van ’Second Reformation’!) die correctie aanbrengen, maar ontkwam evenmin geheel aan het intellectualisme. Het komt de schrijver voor ”dat het Intellectualisme van de Nadere Reformatie momenteel in toegespitste vorm terug te vinden is bij het Hypercalvinisme ofwel de uiterst-rechtse flank van de Gereformeerde Gezindte, terwijl het Voluntarisme in verschraalde vorm duidelijk herkenbaar terugkeert in charismatische bewegingen en groepen”, maar ”vanuit Calvijn moet het mogelijk zijn het Intellectualisme en het Voluntarisme grotendeels te integreren in een herijkte gereformeerde theologie” (54). Het zal zonder twijfel een boeiende zaak zijn deze actuele stelling al of niet ”beknopt” nader uit te werken. Een volgende ”vergelijkende studie”?

Dr. CA. van der Sluis, Spurgeon als Prediker. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1990. 85 blz. f 16,90.

Met genoegen maken wij de lezers attent op dit boekje. Het is een populaire bewerking van een deel van de stof van het proefschrift van de schrijver. Dat was gewijd aan Spurgeon. Zonder vermelding van bronnen en vindplaatsen vertelt de schrijver over Spurgeon, ”een bewogen prediker en een beweeglijke prediking”. Hij gaat ook in op Spurgeons dogmatische inzichten. Hij schetst diens positie tussen de uitersten van hypercalvinisme, arminianisme en modernisme; tenslotte tekent hij Spurgeons verhouding tot Calvijn. Het is een eenvoudig boekje dat zich gemakkelijk laat lezen. Het brengt Spurgeon als prediker vlak bij ons, met zijn liefde, zijn bewogenheid, zijn ernst en tegelijk zijn tederheid.

Woord in Beweging 5, Pasen tot Trinitatis I. Onder redactie van J.H. van der Laan e.a. Uitg. Kok, Kampen. 269 blz. f 48,50.

De vijfde bundel in de bekend geworden serie. Dit deel is gewijd aan de Paastijd tot en met zondag Trinitatis. Er wordt gebruik gemaakt van twee verschillende keuzen voor deze tijd van het kerkelijk jaar, het zogenoemde A-jaar en het C-jaar van het nieuwe Romeinse lectionarium, terwijl er een korte alternatieve cyclus voor de zondagen na Pasen is toegevoegd, met teksten uit het Oude Testament. In totaal zijn er 26 exegetisch-homiletische commentaren. Ook nu weer de bekende vierslag: 1. De klank van de tekst; 2. De tekst beluisterd; 3. Het klankbord van de tekst; 4. De tekst in beweging. Vooraf wordt de gebruikte literatuur vermeld (meestal een uitgebreide lijst). De scribenten komen uit vele kerken, van doopsgezind tot christelijk-gereformeerd. De predikanten G.C. den Hertog en D.J.K.G. Ruiter doen uit onze kerken mee.

De schetsen zijn nogal verschillend van soortelijk gewicht en van confessioneel gehalte. Een zin als ”Waarom blijft God ondanks alle teleurstellingen Zijn hoop op mensen gevestigd houden?” (blz. 208) verraadt een theologie die pelagiaans is, in elk geval niet reformatorisch. Gelukkig staan er ook andere schetsen in. Mijn moeite blijft dat het meer gaat om uitgebreide exegetisch-homiletische werkstukken (met vermelding van allerlei opvattingen) dan om een toegespitste handreiking voor de prediking. Wie de vorige delen wist te waarderen, zal dit deel niet willen missen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.