+ Meer informatie

GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.

5 minuten leestijd

Lucas 14 : 1—24.

De gelijkenis van het grote Avondmaal.

1. de aanleidende oorzaak.

2. de rijke inhoud.

3. de nuttige lering.

Uit deze gelijkenis blijkt, dat het de wil des Heeren is, dat de prediking Evangelieverkondiging zal zijn, en de preekstoel geen Katheder, vanwaar allerlei theologische stellingen worden uitgedragen waarvan een eenvoudige hoorder geen begrip heeft.

Wij bedoelen volstrekt niet, dat men het met de leer niet zo nauw moet nemen, zodat we tenslotte bij het heilsleger belanden.

De leer is het beenderenstelsel waarom heen de Evangelieverkondiging als het lichaam op harmonische wijze wordt opgebouwd.

Wordt dat lieflijke van de Evangelieverkondiging in de prediking gemist dan wordt de Gemeente gebracht bij een geraamte waarvan ge precies één voor één de botjes tellen kunt, maar dat ons toch griezelig maakt.

Gelijk in een gezond lichaam de beenderen niet mogen uitsteken, zo moet ook in de prediking dogmatiek en exegese harmonisch worden verbonden.

De grote Leraar der gerechtigheid was in Zijn prediking bijzonder eenvoudig en daardoor aantrekkelijk.

De Heere Jezus was gekomen in het huis van een Farizeër. Dat gebeurt Gods knechten ook nog al eens.

Dan gaat het niet over zielsbelangen maar over spitsvondigheden.

De Farizeërs zagen naar Zijn daden en hoorden naar Zijn woorden of ze ook iets vinden konden om Hem te beschuldigen.

Als Hij een waterzuchtig mens geneest, wordt Hij beschuldigd van overtreding van het Sabbatsgebod.

De Heere toont hen aan, dat, waar men een dier op de Sabbath hulp zou bieden, het Hem niet euvel kan worden geduid, als Hij een mens geneest.

Aan de maaltijd heeft de Heere dingen gezien die bestraft moeten worden.

Hij heeft iets te zeggen aan de gasten en ook aan de gastheer.

Het is Hem niet ontgaan, hoe de gasten hun best gedaan hebben om de mooiste zetels te bezetten, önl maar vooraan dicht bij de gastheer te zitten.

De Heere geeft hun in het 11e vers een ernstige waarschuwing.

De Heere doet anders dan de mensen.

De mensen nodigen hunne vrienden en rijke geburen van wie zij vergelding verwachten.

Daarom spreekt de Heere de gelijkenis van het grote Avondmaal.

Een zeker mens bereidde een groot Avondmaal en nodigde er velen.

Als alles gereed is komt de tweede nodiging.

Botweg weigeren durft men niet en daarom gaat men zich verontschuldigen.

Daaruit blijkt hun onwil, die achter een voorwendsel verborgen wordt.

De Heere wordt toornig en wil dat de maaltijd toch zal doorgaan.

Al wat arm en ellendig is wordt van de straat in de feestzaal gebracht.

En als er dan nog plaats is moeten de dienstknechten van de wegen en heggen do landlopers en vagebonden, binnen brengen en als ze soms bezwaar mochten maken, dan moeten de dienstknechten hen zedelijk dwingen om in te komen.

Dit Avondmaal is het beeld van het feestmaal des Nieuwen Testaments.

De Heere is gekomen tot het Zijne, maar do Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

De genodigden hebben Zich verontschuldigd.

De middelmuur des afscheidsels is verbroken en het Evangelie wordt gebracht aan alle volken.

De gelijkenis is leerzaam voor de Farizeën en ook voor ons.

Als de Heere komt met Zijn bevelende wil, gaan wij ons verontschuldigen met de besluitende wil.

Verkiezing en verwerping is voor velen een ijzeren noodlot dat met huivering vervult.

Laten we nooit vergeten, dat Gods besluiten wijs en goed zijn.

Dat de verkiezing het hart der kerk is en hot fundament waarop het gebouw der zaligheid oprijst.

Als men in een gebouw wil binnengaan, graaft men toch niet onder het fundament door.

Door de deur moeten we binnenkomen.

De prediking is niet: „Als ge niet zijt uitverkoren, helpt uw kerkgaan toch niets, en als ge wel zijt uitverkoren, dan komt ge er toch wel, al gaat ge niet naar de kerk."

Neen, de welmenende nodiging" moet uitgaan tot allen die onder het Evangelie leven.

God staat boven de middelen, maar wij zijn aan de middelen gebonden.

Door Woord en Geest wil Hij Zijn kerk vergaderen en zalig de mens wiens hart onder de prediking geopend wordt om acht te geven op het gepredikte Woord.

Acht is meer dan duizend.

„Welzalig, die Gij hebt verkoren.

Dien G' uit al 't aards gedruis Doet naderen en Uw heilstem horen

Ja wonen in Uw huis".

Wij zijn zuiver in de leer.

We weten het zo goed, als we niet uitverkoren zijn komen we er nooit.

Bekering is een werk Gods en als Hij het niet doet, komen we er niet.

Waar blijft onze verantwoordelijkheid die ondanks onze onmacht niet wordt opgeheven?

Gaat er kracht van de prediking uit?

Brengt het ons in de engte?

We gaan niet verloren, maar we liggen verloren.

Wat zou het vreselijk zijn, de mensen uit de wegen en de heggen te zien binnengaan, gewassen in het bloed des Lams.

De moordenaar, de tollenaar, Rachab de hoer met

de palm der overwinning in dc hand, en wij, leden en doopleden van de Gereformeerde Gemeente, eeuwig buiten gesloten.

De bediening der verzoening heeft in het werk van Christus een vaste grond, maar ook een rijke inhoud: „Laat U met God verzoenen."

Dc vorm is bijzonder teder en liefelijk.

Zo zijn we dan gezanten van Christus wege, alsof God door ons bade, wij bidden van Christus wege, laat U met God verzoenen.

Als God bidt en als' Christus bidt en als Zijn gezanten bidden, kan de prediking niet onvruchtbaar zijn, maar zal het zaad op Gods tijd zekerlijk ontkiemen en vruchten dragen.

Zijn Woord keert nooit ledig weder.

Ondanks het feit dat de grote massa practisch en formeel met God en Zijn Woord heeft gebroken.

Ondanks het feit dat velen genoeg hebben aan een dood formalisme en een zielloze rechtzinnigheid.

Ondanks het feit dat duizenden in dode lijdelijkheid neerzitten en heimelijk God de-schuld geven van hun onbekeerlijkhcid, zal het welbehagen des Heeren gelukkiglijk voortgaan.

Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

1. Waar wordt in het O. Testament van een maaltijd gesproken ?

2. Wie wordt in de gelijkenis met de gastheer en wie met de dienstknechten bedoeld?

3. Welke verontschuldigingen maken wij ?

Bronnen:

Dachsel.

Matthew Henry.

Knap.

Ds A. DE BLOIS.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.