+ Meer informatie

Huiscatechisatie

4 minuten leestijd

i.

Verantwoording

Een artikel over de huiscatechisatie in ons jongelingsblad? Is dat wel de juiste plaats? Inderdaad mag deze vraag wel gesteld worden. Maar toen ik onlangs kennis nam van hetgeen onze vaderen op de Dordtse Synode van de jaren 1618—1619 hebben vastgesteld met betrekking tot de huiscatechisatie, kwam de gedachte in mij op, dat het toch wel van belang kon zijn hierover in Daniël iets te schrijven. In de eerste plaats toch: ons jongelingsblad geniet een wijdere belangstelling dan die van de jongelingen alleen. Daniël is huisvriend geworden in menig gezin. In de tweede plaats: Als het gaat over de huiscatechisatie, dan is het al of niet „slagen" daarvan, voor een groot deel afhankelijk van de houding die onze jongeren in de gezinnen daartegenover innemen. En tenslotte: velen van de jongelingen, die onze verenigingen bezoeken zijn verloofd, ze verkeren dus in de voorbereidingstijd voor het huwelijk. Zij zijn dus — al zijn ze zich dat misschien lang niet altijd bewust — aanstaande huisvaders. En het kan heus geen kwaad, als we ook als jongeren eens stilgezet worden bij de taak, die ons later wacht en die we nu misschien nog verre van ons stellen.

Moge dit genoeg zijn om de belangstelling van alle lezers en lezeressen te wekken en het verschijnen van deze artikelen te rechtvaardigen.

De naam huiscatechisatie

De naam vindt ongetwijfeld zijn oorsprong in het zo weinig bekende besluit dienaangaande van de bovengenoemde Nationale Synode. Wie in de gelegenheid is om het oorspronkelijke op te zoeken, kan het vinden in: Ds Kaajan, Pro-Acta der Nationale Synode van Dordrecht, blz. 155 en vervolgens. Daaruit blijkt, dat er in de 14e tot en met de 17e sessie (zitting), gehouden van 27—30 November, gehandeld is over: „DE Catechisatie ofte cinderlicke onderwijsingen in de eerste fondamenten der Christelijke religie". Dienaangaande werd het volgende vastgesteld:

„Opdat de Christelijke jeugd van haar tedere jaren aan naarstiglijk in de fondamenten der ware religie onderwezen en met ware Godzaligheid vervuld mogen worden, zo moet deze drieëerlei wijze van catechiseren voorgenomen worden:

1. in de huizen van de ouders;

2. in de scholen van de schoolmeesters;

3. in de kerken van de predikanten, ouderlingen en lezers of ziekenbezoekers.

Het moge hieruit duidelijk zijn, dat de Dordtse Synode het onderwijs dat de ouders in de huizen aan de kinderen behoren te geven, bestempeld hebben met de naam van catechiseren. Inplaats van de naam huiscatechisatie treft men ook aan de naam: huiselijke godsdienstoefeningen. Het houdt in het wezen der zaak hetzelfde in.

Het doel van de huiscatechisatie

Is in het bovenstaande het doel van de huiscatechisatie al enigermate aangegeven, nader omschrijven de acta der Synode dit doel als volgt:

„Het ambt der ouders is, thuis hun kinderen en ook het ganse gezin hun toebetrouwd, in de beginselen der Christelijke religie op het vlijtigst naar eens ieders begrip te onderwijzen; ernstiglijk en met vlijt tot de vreze Gods en oprechte godzaligheid te vermanen;

tot de oefening van heilige huisgebeden te gewennen, mede te nemen tot het gehoor des Goddelijken Woords; de gehoorde predikatiën, inzonderheid de catechetische, viijtiglijk met hen te bespreken, enige hoofdstukken der Heilige Schrift voor te lezen of te doen voorlezen;

de uitnemendste plaatsen der Schriftuur van buiten te laten leren en in te prenten en die op een gemeenzame en voor de tedere jonkheid geschikte manier te verklaren en hen alzo tot de catechisatie in de scholen voor te bereiden; en wanneer zij daartoe gekomen zijn, te bevestigen, op te wekken en te bevorderen.

Tot deze schuldige plicht moeten alle ouders, openlijk in de predikatiën, alsmede in het bijzonder — zowel bij de gewone bezoeken voor het H. Avondmaal, als ook op andere geschikte tijden — door de predikanten, ouderlingen en ziekenbezoekers naarstiglijk vermaand worden. Indien enige ouders belijdenis doende van de Gereformeerde religie, in dit heilig werk nalatig bevonden w r orden, zullen zij door deftige vermaningen der predikanten en — zo de zaak vereist — door des Kerkeraads censure tot hun schuldige plicht gebracht worden."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.