+ Meer informatie

de geschiedenis

5 minuten leestijd

profeten, bij Jesaja ben Amoz (rond 735). De Assyrische grootkoningen strekken in deze tijd hun handen uit naar Palestina en omgeving. Buurstaten zijn al opgerold. In Jeruzalem wordt op koortsachtige wijze diplomatie bedreven. Wie helpt? Dan moet Jesaja een Godswoord spreken: Het zal geschieden dat de HEERE de vliegen aan het einde der Nijlarmen en de bijen uit Assur naar zich zal toefluiten; met een gehuurd scheermes, namelijk de koning van Assyrië, zal God het hoofdhaar en het haar der benen en de baard afscheren (Jesaja 7). Kortom, zoals een herder door fluiten zijn dieren stuurt, gaat Israels God om met de wereldmachten. Dat superrijk daar aan de overzijde van de Eufraat heeft eigenlijk niets om het Ujf God gebruikt het als een scheermes tegen Israël, meer niet! Of het nu de mogendheden Assur of Egypte betreft, ze hebben in feite geen eigen wil, maar zijn instrumenten waardoor God Zijn doel bewerkt. Hij alleen leidt de geschiedenis.

WOORD GODS

De profeten moeten het Woord Gods spreken. „De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen? De Heere HEERE (Adonaj Jahwe) heeft gesproken, wie zou niet profeteren?" (Amos 3:8). Voor de profeten is dat Woord van God een werkeUjkheid, een werkzame macht die het geschiedverloop richt, ,43e HEERE heeft een woord gezonden in Jakob en het is gevallen in Israël" (Jesaja 9:7). Als een meteoor is het Godswoord ingeslagen. En dat Woord van Israels God valt niet ter aarde (Jozua 23:14), maar God vervult het.

In 1 Koningen 11 profeteert Ahia van SUo dat het rijk van Salomo gescheurd zal worden; in het volgende hoofdstuk lezen we reeds hoe dat gebeurt „want deze omwending was van de HEERE, opdat Hij Zijn woord bevestigde, hetwelk de HEERE door de dienst van Ahia, de SUoniet, gesproken had".

In 1 Koningen 13 spreekt een profeet, dat een koning uit het geslacht van David op het altaar van Bethel de hoogtepriesters zal slachten en mensenbeenderen daarop zal verbranden. Eeuwen later verbrandt Josia mensenbeenderen op Bethels altaar en verontreinigt het daarmee, „naar het woord des HEBREN, dat de man Gods uitgeroepen had" (2 Koningen 23). Nog een voorbeeld: in 1 Koningen 16 zegt de profeet Jehu ben Hanani het oordeel over Baësa aan; Zimri delgt de dynastie van Baësa uit .jiaar het woord des HEEREN, dat Hij over Baësa gesproken had, door de dienst van de profeet Jehu" (vers 12).

Er is een geheim verband tussen Gods Woord en de geschiedenis. Het Woord is gesproken, het loopt om zo te zeggen een tijdlang onzichtbaar ondergronds om dan weer te voorschijn te komen en te worden vervuld. Israels profeten zien de geschiedenis zich voltrekken naar en door Gods Woord.

Vergelijk het met regen en sneeuw die uit de hemel vallen en de aarde vruchtbaar maken, zo luidt het in Jesaja 50, „zo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen hetgeen Mij behaagt en het zal voorspoedig zijn in hetgeen, waar

De profeten speuren hoe de geschiedenis door Gods hand wordt geleid naar het einde: de Jom Jahwe, de dag des HEEREN. Daarover wordt door de Godsmannen op veelkleurige wyze gesproken. Trouwens, door hen niet alleen. Ook bij Israels geschiedschrijvers en apokalyptici horen we over het doelgerichte handelen Gods. (3od komt, overwinnend! Hij denkt er niet aan Zijn schepping te liquideren, maar richt Zijn Rijk op. Aan het einde der geschiedenis staat Gods heerschappij over de volkeren in de komst van Zijn gezalfde. Reeds in deze geschiedenis wordt (door God!) een fundament gelegd van Zijn komende Rijk (zie bijvoorbeeld Jesaja 28:16).

ENORM VERSCHIL

Wie het mythische kringloopdenken van het Oude Oosten vergelijkt met deze hneaire conceptie van het Oude Testament, constateert een enorm verschil. Voor Israël heeft de geschiedenis een zin: het komende Koninkrijk Gods dat gestalte zal aannemen met de komst van de Messias.

„God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon", zo begint Hebreeën 1. In hoofdlijnen vinden we in het Nieuwe Testament eenzelfde Uneaire opvatting over de gang der geschiedenis. Maar er is een belangrijk verschil! Voor het Jodendom ligt het grote doel in de toekomst: de verschijning van de Messias in het laatste der dagen. Voor de Nieuw-Testamentische gelovige ligt de belangrijke caesuur in het verleden: Kruis en Opstanding van Jezus Christus. Het laatste der dagen is reeds aangebroken! De beslissende overwinning is al behaald. Het centrum is reeds bereikt, het einde is op komst. „D-day" heeft al plaats gehad; „V-day" komt nog.

Met dit laatste halen we een begrippenpaar naar voren (ontleend aan Oscar Cullmann, Christus und die Zeit, 1946), dat degenen die de Tweede wereldoorlog hebben meegemaakt bekend zal zijn. D-day duidt het moment aan, waarop de beslissende slag is geleverd en de overwinning in zicht komt, maar de strijd gaat door. Victory-day staat nog uit. Het gebeuren van , Kruis, en Opstanding is „D-day",-warjt toen werd de besUssende overwinning behaald. Met de tweede komst van Christus (de we-, derkomst) zal het Koninkrijk ten volle doorbreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.