+ Meer informatie

Verloving (III)

5 minuten leestijd

RONDKIJK

Verloving (III) In vorige nummers heb ik twee stukjes geschreven over verkering, bij dit derde stukje heb ik er „verloving" boven geplaatst. Komt men tot verloving, dan heeft men bewust gekozen. Dan is voor de jongen zijn meisje de vrouw, die men voor het leven trouw belooft. En omgekeerd is dit zo bij het meisje, ten opzichte van haar jongen. Is men zich dit niet goed bewust, dan mag men

niet eens verloven! De verloving is geen proeftijd, maar een oefentijd. Niet, om nu maar eens te kijken, of men het met elkaar vinden kan. Waarbij men de gedachte heeft, als het niet gaat, kan ik er altijd nog van af. Dan is men eigenlijk innerlijk al ontrouw geworden! De verloving is een oefentijd, om zich op elkander in te stellen — geestelijk instellen schreef ik de vorige keer — om langzamerhand één te worden. Als er zich wat voor doet — en dat komt voor! — moet men er aan denken dat men heeft gekozen en hem of haar (ik schrijf ook voor de meisjes) heeft gewild. De verloving is een oefentijd, oefenen in het begrijpen, in het geestelijk benaderen van elkaar. Men moet naar elkaar toegroeien waarbij, als het goed is altijd het geluk van de ander dient gezocht, zodat dit ook niet moeilijk valt.

Het kan ook zijn dat in de verlovingstijd gezien wordt dat we ons vergist hebben. Dat de , , geestelijke benadering" van die aard is, dat het niet gaat, dat we met iemand anders te doen hebben dan we dachten. Maar dan moet wel eerst alles afgezocht, vooral bij ons zelf, éér we breken en het plat gezegd „afmaken." Want ze hebben zelf ook een verdorven natuur, we moeten in zo'n geval zeker eerst naar oorzaken bij ons zelf zoeken, als er geen overeenstemming is. En dat ook met vader en moeder bepraten, die raad kunnen geven. Ik kom hier weer op hetzelfde punt als tevoren: hoe zijn we aan elkaar gekomen ? Zijn we met de Heere begonnen öf hebben we maar luk-raak een keuze gedaan ? Een gok of een sprong, die mee of tegen kan vallen ?

Van de vele aspecten van de verlovingstijd wil ik nog een andere noemen. Zowel voor de jongen als voor het meisje betekent de verloving een samen ingeschakeld worden in de strijd om het bestaan. De jongen moet zich een positie verwerven, om straks „met God en met ere" een huisgezin te kunnen onderhouden. Het huwelijksformulier stelt zelfs de eis, dat er bovendien nog wat moet zijn, om de armen mede te delen! Van het meisje mag verwacht worden, dat zij zich toelegt op spaarzaamheid, op een minimum van veeleisendheid voor zichzelf, met betrekking op kostbare uren, die de jongeman nodig heeft voor studie of anderszins. Ik vind een jongen, die zijn studie of zijn werk nalaat voor amoureuze geneugten een even grote hals als het meisje, dat telkens zeurt: moet je nu weer werken?

Een verloofd paar moet zich, vooral tegenwoordig door de grote woningnood, wel instellen op lang wachten. Dat wachten valt het gemakkelijkst als ook het meisje dagelijks haar beroep blijft waarnemen, thuis, op kantoor of waar ook. En dan samen spaarzaam zijn om de nodige meubels te kunnen kopen, om het lang verbeide huis waarvoor men soms jaren op een wachtlijst moet staan, te kunnen inrichten. Daarbij moet men zich maar niet te grote eisen stellen. Er zijn jonge mensen die menen, dat ze niet kunnen trouwen of ze moeten die en die luxe meubelen hebben, plus nog een slaapkamer-ameublement en weet ik al meer. Terwijl men misschien moet inwonen, of op een zolderkamer terecht komt. Niets erg, al is een eigen home aangenamer. Het geluk zit niet in de mooie meubelen, het gaat om het leven en het geluk van twee jonge mensen, beter gezegd om de toekomst van Gods Kerk, zoals ik in een vorig artikel heb opgemerkt. Als ik dan terugdenk, hoe wijlen de ouders van uw rondkijker bij elkaar kwamen in alle eenvoud, met het ernstige voornemen om naar 's-Heeren inzettingen te leven hoe de Heere daarover Zijn zegen gaf en in alle moeilijkheden en bezwaren die zich in het leven voordeden Zijn bijstand bood, dan ben ik daar beschaamd over. Dan leven we nu in een tijd van veel uiterlijk vertoon, van schijn-schoon, dat het ware geluk niet brengt. Het ziet er naar uit, dat we allen sterk zullen moeten versoberen wat ook ons jonge geslacht zal moeten doen. Zeker, er moet een basis zijn, waarop men een huwelijk kan aangaan, maar dat behoeft niet in de hoogste top. In een tijd van algemene verarming zou het overdrevene maar tegen ons spreken.

De spanningen in het wereldgebeuren kunnen ons soms angstig maken, dat vele ouders zich afvragen, wat zal er van onze kinderen, van ons toekomstig geslacht worden. Huwelijken zullen er echter blijven, tot aan het eind der eeuwen, omdat God de Heere uit de huwelijken Zijn Kerk wil bouwen.

In een slotartikel wil ik daar nog iets over zeggen. Met nog iets over de verloving, dat ik bewaar voor een volgende keer.

RONDKIJKER.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.