+ Meer informatie

Het licht der wereld

6 minuten leestijd

Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zul in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. (Johannes 8 : 12b)

Er is feest te Jeruzalem en wel het Loofhuttenfeest. Jezus is er ook aanwezig, op de laatste dag volgens Johannes 7 : 37. In de laatste nacht van het feest werd er dan gezongen en gejuicht in geheel Jeruzalem. l)e ganse nacht door was de vreugde niet van de lucht. De volgende morgen zou immers alles afgelopen zijn, dan keerden de duizenden feestgangers naar hun eigen steden en dorpen terug. Op dit feest nam Jezus de gelegenheid waar, om met een liefelijke stem te nodigen tot de zaligheid. „Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke." Doch er komt tweedracht. De één zegt: Hij is een of eet", de ander: deze is de Christus", terwijl een derde zegt: Zal dan de Christus uit Galilea komen."

De laatste nacht is Jezus zelf niet in Jeruzalem geweest. Hij bracht de nacht door op de Olijfberg. V'an verre zag men daar de verlichting van de tempel en hoorde men de klanken van het gejuich. Vroeg in de morgen ging Jezus weer naar de tempelgebouwen te Jeruzalem en leerde het volk. Daar komen de Schriftgeleerden en Farizeërs aan. Wat is hun plan? Wel, Jezus met listigheid te vangen.

Ze brachten een vrouw tot Hem, in overspel gegrepen. Dadelijk begonnen ze te spreken over de wet. Dat kon ook niet anders, want aan Christus hadden ze geen behoefte om Hem te kennen tot zaligheid. Hoevelen zijn er in onze tijd die met de Farizeërs op een en dezelfde weg wandelen. Doch ze zijn beschaamd uitgekomen. Jezus zeide: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst de steen op haar." Christus gebruikt nu ook Gods Woord, Deut. 17 : 7, „De hand der getuigen zal eerst tegen hem zijn, om hem te doden." Doch de één na de ander ging heen.

Nu slaat er in het 12e vers: „Jezus dan sprak wederom, enz." Zeer waarschijnlijk zal Christus zich tot een andere schare gewend hebben. Het is ook niet zeker of dit op dezelfde dag heeft plaats gehad, doch het doet niet ter zake. Christus heeft tot een grote schare gesproken.

Jezus zegt: Ik ben het licht der wereld." Hij is de waarachtige God en ook het waarachtig Licht in Zichzelf. Hij was alreeds het Licht toen de morgensterren te samen vrolijk zongen en al Gods kinderen juichten. God uit God en Licht uit Licht, blinkt Hij in geen mindere glans dan de Vader. Een der Rabbijnen zegt: De naam van de Messias is Licht." Gelijk geschreven is in Daniël 2 : 22: Hij openbaart diepe en verborgene dingen; Hij weet wat in het duister is, want het licht woont bij Hem." Het licht woont in Hem. God is licht en Christus is het beeld des onzienlijken Gods. „Ik ben het licht der wereld." In Johannes 1 : 5 lezen wij: Het Licht schijnt in de duisternis."

Lezers, dat moest wel tot vernedering van ons zijn. Een teken dat wij duisternis zijn en in ons het ware licht ontbreekt. Hij die zegjen kon: „Ik ben het licht der wereld", heeft hier in dit aardse dal der schaduwen des doods tegen de duisternis geworsteld, drie en dertig jaren lang. Toen Christus op de wereld kwam lag deze met al haar vernuft en wijsheid in duisternis gehuld. De zonde sloot de poort van het Paradijs, maar in Bethlehems kribbe daalde het Licht der wereld neder. De Clierubim dreef de mens uit de hof van Eden, maar in Efrala's velden zongen de Engelen ter ere van het Licht dat uit de hemel gezonden werd.

Maar nu zegt Christus: „Die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen. Ik ben de lichtende wolk, niet alleen voor de Joden, maar ook voor cle Heidenen. Die Mij volgen leid Ik veilig door de donkere woestijn naar hel Hemels licht." Christus is hel Licht; de Middelaar des Verbonds, waartoe Hij van de Vader verordineerd is en tot welk werk Hij op de aarde is nedergedaald.

Christus neemt, gelijkt liet licht de duisternis

doet verdwijnen, de duisternis weg. Het licht dat ontdekt hetgeen verborgen is. Ontdekt aan de zonde en ongerechtigheden. Wekt de slapende op uit de geestelijke doodslaap en roept: „Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over U lichten."

Doch lezers, wij leven nu in een tijd, welke de verlichte eeuw genoemd wordt en dat ontdekking van de doodstaat niet meer nodig is. Ook ziet men in onze dagen de verwerping van des Heeren Woord, de ontheiliging van Zijn dag en W et. Donkerheid bedekt de aarde. Zo is nu de mens in duisternis gehuld met al zijn vermeende verlichting, op kerkelijk en natuurlijk terrein. Doch er is nog een overblijfsel naar de verkiezing der genade, die dc verlichting deelachtig zijn.

Die niet alleen een verlichting kennen welke hen deed inleven, de Heiligheid, de gerechtigheid en de toorn Gods over de zonde, maar wiens zielsogen geopend zijn voor dal Licht dal uit de hemel is nedergedaald. Ze zijn door de genade Gods van de dwaalwegen afgehaald, hebben leren inleven dat het wegen der duisternis waren die hen leidden naar de eeuwige duisternis. Daar is een verlaten van de paden des doods en zo is er een wandelen op de weg des levens. Zo volgen zij Jezus. Nu gaat het ook door de diepte heen; door lijden tot heerlijkheid. Maar in dat licht, zien zij het licht. De Heere neemt hier op aarde de duisternis wel eens weg, en heiligt God wel eens hun kruis, zodat ze uitroepen: „In de schaduw uwer vleugelen zal ik vrolijk zingen." Hoe wordt dan ervaren: „Het licht is voor de rechtvaardigen gezaaid en vrolijkheid voor de oprechten van hart." Dan delen ze in de vreugde en blijdschap cn hebben de vertroosting des harten. Dan i^ het een volgen ook in lijdzaamheid cn zelfverloochening. Wanneer er ingeleefd wordt dat Christus uit de heerlijkheid nedergedaald is, de angsten der hel heeft doorstaan, zichzelf heeft overgegeven, dan roepen ze uit: „Ik zal IJ volgen waar Gij lienengaat." Ze leren kennen, Christus' liefde lijdzaamheid, vernedering, verachting en bespotting cn dat voor hen. Wel, zouden ze dan ook niet uitroepen: „Ik zal U al mijn liefde waardig schatten. Wat God doet is welgedaan."

Maar nu zouden ze het licht des levens hebben, dat is, dat hun brengt tot het eeuwige leven, maar ook het Jicht der blijdschap in God cn Zijn zalige gemeenschap. Dat des Hoeren volk navolgers mochten zijn als geliefde kinderen Gods. Dat gij lezers, verlicht mocht worden om uit de duisternis te worden uitgehaald en gebracht tot dat wonderbare licht.

Eenmaal zal des Heeren volk in het volle licht wandelen en zullen ze Hem, n.1. Christus, als dat eeuwige Licht aanschouwen waar de duisternis voor eeuwig is weggevloden.

Hun blijdschap zal dan, onbepaald, Door 't licht dat van Zijn aanzicht straalt Ten hoogsten toppunt stijgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.