+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

21

Maar welke uitwerking hadden nu al die bombardementen van dood en leven, vloek en zegen, wet en Evangelie op de stad Mensziel? En dat is een vraag die van belangstelling getuigt.

Nee, aanvankelijk viel er geen winst te boeken. De stad wist zich door al de aanvallen heen met de hulp van Diabolus te handhaven. Zodat de kosten van de zomeroorlog aan des Koningszijde voor het grootste deel verloren schenen en de voordelen aan de zijde van Mensziel te verblijven. Maar de kapiteins, overleggende hoe de zaken stonden, marcheerden in goede orde af en betrokken de winterkwartieren.

Wel begaven drie burgers uit de stad zich als soldaten naar het leger in de winterkwartieren. Hun namen waren: Traditie, Vleselijke Wijsheid, en Menselijke Vinding. Mannen, die in hun voorkomen geen slechte indruk maakten. Maar van het wachtwoord: „Gij moet wederom geboren worden”, hadden zij niet het minste begrip.

Trouwens, dat gaven die drie benamingen ons al wel te kennen, dat zij niet van het echte en rechte soort waren. En dat bleek wel, toen in ’t voorjaar de strijd om de stad Mensziel werd voortgezet, deze drie mannen zich door een compagnie van de heer Wil lieten gevangen nemen. Maar kort daarna werden twee van deze soldaten sergeant en naar ik las werd soldaat Menselijke Vinding vaandrig als beloning voor de spionnagedienst door hen verricht.

Naar het zeggen van deze mannen waren zij dan ook niet eens uit godsdienstige overwegingen geweest in het leger van de Koning, maar met fataliteitsbeogingen. Het waren dus in de grond der zaak gelukzoekers.

Als burgers van de afvallige stad Mensziel waren zij niet echt gelukkig. Het door Diabolus voorgestelde geluk hadden zij niet verkregen, zij gevoelden zich bedrogen. Maar daarom zochten zij niet het ware geluk, dat alleen door wederbarende genade is te bekomen. Vanuit de mens is het niet mogelijk in ware boetvaardigheid tot God weder te keren.

Vanuit de Schrift wordt ons de noodzakelijkheid van de wedergeboorte gebonden op het hart, opdat wij het Woord als het zaad der wedergeboorte met ernst zouden onderzoeken en overdenken in afhankelijkheid van de werkingen van de Heilige Geest, tot verkrijging van wederbarende genade. Al zijn wij totaal lijdelijk in de wedergeboorte, zo behoren wij vanuit de Schrift desniettemin werkzaam te staan tegenover de wedergeboorte. En dat niet alleen voor onszelf maar ook voor anderen. Het leger van El-Schaddai had naar Zijn Woord de wedergeboorte van Mensziel ten doel.

Maar als men nu dat nieuwe leven deelachtig is, dan houdt daarmede het zoeken van en het bidden om wederbarende genade niet op. Want wij hebben die genade niet alleen nodig voor de levendmaking, maar ook voor de heiligmaking en de heerlijkmaking.

Bij de levendmaking door de inlijving in Christus ontvangt de ziel het wezen des geloofs om de Heere aan te kleven en te vrezen. Hier schrijft de Heere de wet van Zijn liefde in het hart om Hem hartelijk lief te hebben en kinderlijk te vrezen.

Gekomen vanuit de staat des ongeloofs tot de staat des geloofs, gaat de ziel daadwerkelijk geloven, wat haar doet komen tot bekering. Maar delende in de bate van het geloof, het rechtvaardig zijn in Christus voor God, dan strekt het hart zich in de heiligmaking uit en steeds meer uit naar de wederbarende of hart en leven vernieuwende werkingen van de Heilige Geest.

Terwijl de Heere Jezus in Mattheüs 19 : 28 spreekt van de wedergeboorte bij Zijn komst op de wolken des hemels. „Dat is, in de wederoprichting van alle dingen, wanneer de gelovigen naar lichaam en ziel volkomen zullen vernieuwd worden.” Zodat de heerlijkmaking als dan in haar volkomenheid zal verkregen worden.

Wij hebben dus allen, hetzij bij de aanvang of opnieuw de hartvernieuwende genade van Christus nodig om Zijn voetstappen te drukken, Zijn beeld te dragen en Zijn verschijning biddende te verbeiden. En vanuit deze beleving wordt het beleden gast en vreemdeling te zijn op aarde.

In het besef, dat Mensziel alleen door wederbarende genade behouden kon worden, viel het leger op de stad aan om haar te brengen tot bekering. Waartoe de bolwerken van ongerechtigheid met veel beleid onder schot genomen moest worden.

Van dag tot dag waren de burgers druk tot verharding van de stad allerlei ongerechtigheden gierig te bedrijven. Nooit was het erg genoeg, met steeds meer krachtinspanning zocht men zich te verrijken in het opeenstapelen van gruwelstukken. Schatten van goddeloosheid waarmee zij hun vorst Diabolus zochten te behagen. Met haat en vaart moesten al de aanslagen van El-Schaddai krachteloos gemaakt worden tot behoud van de stad voor de dienst van zonde en satan.

Maar gelukkig behaalden die van het leger enige voordelen op de stad. Getroffen werd het dak van het huis van de oude majoor Ongeloof, zodat zijn woonplaats nu veel beter openlag dan te voren. Bijna hadden zij ook de heer Wil met een slinger neergeveld, maar hij wist weer op de been te komen. Evenwel leden die van de stad een ernstige nederlaag onder de raadsleden. Met één schot sloegen die van het leger er wel zes terneder. Het waren de raadslieden van het zweren, liegen, hoereren, drinken, bedriegen en laster, die de maat der ongerechtigheid kwamen vol te maken. En zo maakten zij ook twee stukken, die op de toren voor de Oorpoort geplant waren, onbruikbaar, doordien zij ze in de modder deden nederstorten. Een nederlaag waaraan de stad niet gedacht had.

Als vanzelf bracht dat heel veel beroering en verschrikking teweeg in de stad. Gedurig werd de één of ander in Mensziel gewond, die het dan uitschreeuwde en zijn jammerlijke kreten liet horen uit vrees voor het gericht, dat vanuit het leger van de Koning was aangekondigd. Een beroering waarin allerlei gedachten met elkander in botsing kwamen.

Sommigen zeiden: „Het is hier geen leven”, anderen meenden: „Het zal wel spoedig overgaan”. Dan kwam er weer een derde, die sprak: „Wel, laat ons wederkeren tot de Koning El-Schaddai en zo een einde aan deze moeilijkheden maken.” Een vierde zei met vrees en bedenking: „Ja, maar ik twijfel of Hij ons wel zal ontvangen.” Maar onder dat alles werd van het wachtwoord: „Gij moet wederom geboren worden”, nog niets gehoord. Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.