+ Meer informatie

Uit De Consistorie

3 minuten leestijd

Belofte maakt schuld

De titel is een oude uitdrukking die velen in hun kinderjaren wel eens gehoord zullen hebben. Wie belooft iets te doen, moet de belofte nakomen. Helaas gebeurt dat niet altijd. Ook niet altijd als ambtsdragers iets beloven.

Ik heb geen bijzonder geval op het oog. Niettemin hoor je hier en daar wel eens. de ouderling of de predikant heeft beloofd spoedig terug te komen; of. hij heeft voor de telefoon gezegd dat ik spoedig aan de beurt zou zijn. Tot heden heb ik moeten wachten. Ik heb hem nog niet gezien.

Ook komt het voor, dat ouderlingen op huisbezoek beloven bepaalde dingen aan de kerkeraad over te brengen. Bij het volgende bezoek, op zijn minst een jaar later, maar soms nog veel langer dan een jaar, blijkt de belofte niet te zijn uitgevoerd. Gevolg is dat het gesprek weer in dezelfde richting en over hetzelfde onderwerp gaat, terwijl veel beter andere dingen besproken hadden kunnen worden. De niet vervulde belofte brengt bij het gemeentelid frustratie teweeg. De handelwijze ondermijnt ook het vertrouwen in de ambtsdragers.

Zij zelf zullen het zeker goed bedoeld hebben, toen ze toezegden terug te komen of een vraag dan wel grief over te brengen. Ik gebruik nu maar gewoon het woord grief. De ambtsdragers zullen in het gesprek zelf wel — en terecht het griefkarakter aan de opmerking ontnemen. Doch wat als kritiek of kritische vraag naar voren komt op een huisbezoek, moet als zodanig overgebracht worden. Tenminste, als de ouderlingen beloven dat te doen. Het is ook denkbaar dat ze die belofte niet willen geven. Ze kunnen in bepaalde gevallen ook zeggen: U bent bij ons aan het verkeerde adres. U moet er zelf op uit. Als echter eenmaal de belofte gedaan wordt, moet ze uitgevoerd worden. Dat behoort tot de goede omgang. Dan toont de ambtsdrager zich het vertrouwen van de gemeente waard; of: dan is hij bezig dat vertrouwen te winnen. Zonder uitvoering van gedane beloften verspeelt de ambtsdrager het vertrouwen of zal hij het nooit winnen.

Enkele voorbeelden heb ik genoemd. Ze zijn uiteraard niet volledig. Het kan ook zijn dat men belooft aan diakenen iets door te geven. Of dat men een bepaald gemeentelid vragen zal of deze eens een bezoek wil brengen.

De ene mens onthoudt gemakkelijker wat hij beloofd heeft, dan de ander. Daarom is het goed als ambtsdrager een lijstje bij te houden in agenda of portefeuille van beloften die men heeft gedaan. Dat geldt ook de aantekening die men maakt van beloften op huisbezoek gedaan. Of van zulk een gesprek nog verder iets aangetekend moet worden, bespreek ik hier niet. Men kan daarover meer lezen in een hoofdstuk uit het handboek voor de ouderling.

Laat men minstens eens per week nagaan of men zijn beloften heeft uitgevoerd. In Handelingen 18 lezen we dat de joden Paulus vroegen nog wat langer in Efeze te blijven. Hij willigt hun verzoek niet in, maar belooft wel: „Zo God wil, kom ik bij u terug” (Hand. 18 : 21).

We lezen in 19 : 1 dat Paulus tijdens de daarop volgende zendingsreis naar Efeze teruggaat. Dat is de periode van zijn langdurige werkzaamheden aldaar. Opmerkelijk hoe Paulus zijn best doet om de gegeven belofte na te komen. Het is een voorbeeld ter navolging.

Beter geen belofte te doen dan gedane beloften niet uit te voeren. Wie een belofte doet, maakt indruk. Wie een belofte niet nakomt, verliest vertrouwen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.