+ Meer informatie

Wat is ons reisdoel?

5 minuten leestijd

Op het moment dat velen op vakantie zijn, of zojuist teruggekeerd, willen wij stilstaan bij een fragment uit het reisverslag dat ons in het bijbelboek Numeri gegeven wordt. Hier wordt in grote lijnen de reis beschreven, die Israël onder leiding van Mozes moest maken door de woestijn. Op weg naar het beloofde land. In hoofdstuk tien treffen wij het volk aan bij de Sinaï. Op deze plaats was het verzameld na de uitleiding uit Egypte. Op deze zelfde plaats hadden indrukwekkende gebeurtenissen plaatsgegrepen. God sloot Zijn verbond met Israël, openbaarde Zijn heilige wil in de Tien Geboden. De tabernakel werd gemaakt naar het voorbeeld, dat God aan Mozes op de berg had getoond. Rondom de tabernakel als de tent der samenkomst wordt het volk nu voor de grote reis naar Kanaan voorbereid. Vertrek, reisroute en reisdoel zijn uitdrukkelijk door God Zelf bepaald.

Inmiddels is er ruim een jaar verstreken, nadat Israël in de weg van Gods wonderlijk ingrijpen verlost werd uit Egypte. In deze periode is niet alleen gebleken dat Israël een ondankbaar volk is, maar ook dat God getrouw is. Naar Zijn belofte zal Hij Zijn volk brengen in het land der rust. De tijd van vertrek is aangebroken en wordt aangegeven door trompetgeschal als het teken, dat de grote reis is aangebroken. Wat er nog allemaal te wachten staat, is onbekend. Eén ding staat vast en dat horen wij Mozes met overtuiging zeggen: „Wij reizen naar die plaats, waarvan de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven!" Het klinkt als een belijdenis en dat is het ook. Mozes weet nog niets van het beloofde land af Hij heeft Kanaan nog nooit gezien. Onwetend is hij van het verloop van de reis en de moeiten die hem zullen overkomen. Ook staat nog lang niet vast hoe lang de reis zal gaan duren. Toch is hij ervan overtuigd, door het geloof, dat het een goed land zal zijn, dat God Israël naar Zijn toezegging zal geven. Met die hartelijke overtuiging probeert hij zijn zwager Hobab voor de reis naar Kanaan in te winnen. Kom, ga met ons!

Mozes heeft een lichte aarzeling bij zijn zwager opgemerkt. Hobab wil evenals zijn vader, nadat hij een tijdje met het volk Israël was opgetrokken, terugkeren naar Midian. Maar Mozes wil hem niet laten gaan, kan hem ook niet loslaten. Wie iets gesmaakt heeft van de heerlijke toekomst die God bereid heeft voor allen, die Hem liefhebben, wil anderen daarop wijzen en laten horen: wij verwachten naar Zijn beloften een toekomst, waarvan de werkelijkheid nog door niemand is gezien. Geen oog heeft haar aanschouwd en zij is in nog geen enkel mensenhart ten volle ervaren, maar door het geloof in Gods genadige toezeggingen mag er bij ogenblikken iets van beleefd worden. Mozes kan en mag hier bevindelijk over spreken. Staat het niet tot een getuigenis van hem beschreven? „Verkiezende liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben. Achtende de versmaadheid van Christus meerdere rijkdom te zijn, dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons" (Hebr. Il:25en26).

heeft deze geschiedenis ons te zeggen, als wij thuiskomen van een vakantiereis? Hoe gingen wij van huis en hoe zijn wij teruggekeerd? Was het Woord van God ook tijdens de vakantie onze Reisgids? Zijn wil ons veilig kompas? Hielden wij ook tijdens de vakantieperiode ons uiteindelijke reisdoel voldoende in het oog? Wij gingen wellicht niet zo ver van huis, maar allen zijn wij op reis! Voor een onbekend aantal werd deze vakantie de laatste reis. Door ongeval of onverwachts sterven werd het eeuwigheid. Ieder jaar opnieuw worden wij opgeschrikt door ernstige voorvallen, die tijdens de vakantietijd gewoon doorgaan. Daarom mag deze vraag in ons leven niet onbeantwoord blijven: Wat is ons reisdoel? Een persoonlijke vraag, waarop een direct antwoord gegeven moet worden. Allerlei reacties om onszelf te verontschuldigen voor de wijze waarop de vakantietijd werd doorgebracht, leiden ons alleen maar af van de vraag, die toch beantwoord zal moeten worden.

Zijn wij door genade reiziger geworden op weg naar het hemelse Kanaan? Weten wij van die eeuwige toekomst af, die in Christus ontsloten wordt voor allen, die Hem vrezen? De vreze des Heeren zal dan ook tijdens de afgelopen periode gezien en gehoord zijn in onze gedragingen. Omdat wij een ogenblik afstand mochten nemen in het besef dat wij gasten en vreemdelingen zijn. Wij zijn op doorreis. Wij hebben hier geen blijvende stad. Maar zoeken wij ook de toekomende? Dan leidt onze reis door vijandelijk gebied en vinden wij iets van ons leven terug in de reis die Israël maakte door de woestijn. Vol gevaar en tegenspoed. Maar voor allen die zich geleid mogen weten door de vuur- en wolkkolom van Gods onfeilbaar Woord, zal het eenmaal heerlijke werkelijkheid worden: „Elk hunner zal in 't zalig oord Van Sion, haast voor God verschijnen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.