+ Meer informatie

Rond de Calvijn-herdenking

4 minuten leestijd

(5).

Calvijn's opvattingen over de prediking

De eerste „grondzuil van de Reformatie" is het „Sola Scriptura" (alléén de Schrift). De Hervormers hebben de Roomse vervangen door de dienst der prediking, want het Sacrament is ondergeschikt aan het Woord en datzelfde Woord overheerst ook de liturgie. Daarom dient in de Kerken der Reformatie niet de Avondsmaalstafel, maar de kansel de centrale plaats in te nemen.

Calvijn heeft de betekenis van de prediking voor de Kerk in zijn werken, ook in zijn Institutie en in zijn Commentaren, duidelijk uiteengezet. De dienst der Kerk is allereerst de dienst der prediking. De Reformatie der leer is de Reformatie der Kerk. Zonder de prediking is er geen zaligheid. „Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods" (Rom. 10 : 17). De Kerk is wel geen bekeringsinstituut, maar wél het middel om tot het geloof te brengen. En de grootste schat, die God aan Zijn Kerk heeft toevertrouwd, is Zijn Woord. Wie de kerkdienst verzuimt, verzuimt de prediking des Woords en verwerpt daarmee niet alleen het Woord Gods, maar ook de Zoon Gods, Die Zich in het Woord heeft geopenbaard. „Als de klok luidt, " zegt Calvijn, „wordt ieder verwacht in de school van God. En de leerplichtwet geldt voor allen, die zich kinderen Gods noemen, jaar." ook al worden ze honderd

De prediking des Woords heeft ten doel: de verheerlijking Gods en pas daarna: de zaligheid van zondaren. De prediker moet zich niet afvragen of zijn prediking veel mensen zalig maakt; wél of door zijn prediking God verheerlijkt wordt, is het niet in de redding, dan in de ondergang van de zondaren. Toch bedoelt God met de prediking van het Woord óók de behoudenis van mensen. Het heil van de mens is immers verbonden aan Zijn glorie.

De Reformatorische prediking dient dus te zijn een oproep om God te dienen en te eren naar Zijn Woord en het gehele leven naar Zijn Wet in te richten. Daarbij moet opgewekt worden tot zelfonderzoek, want er zijn altijd huichelaars in de Kerk aanwezig, er is altijd kaf onder het koren. Explicatie en applicatie (verklaring en toepassing) moeten altijd een eenheid vormen en op elkaar zijn afgestemd. (De „toepassing" blijkt de eeuwen dóór een moeilijke bezigheid voor de predikers te zijn geweest. Twee eeuwen na Calvijn klaagde Comrie, dat vele predikanten maar één toepassing hebben, die ze achter elke preek plakken!)

Taak van prediker en gemeente

De prediker heeft, naar het oordeel van Calvijn, een moeilijke en verantwoordelijke taak. Hij moet het Woord van de levende God in mensenwoorden vertolken. Wie is tot deze dingen bekwaam? Calvijn aarzelt dan ook niet te zeggen, dat, als de kerk in verval komt, dit allereeirst voor rekening komt van luie en slechte predikanten.

Anderzijds zijn de predikanten die waarlijk geroepen zijn, hoger te schatten dan de koningen der aarde, om de eer, die God hen waardig keurt. God had ook wel onmiddellijk uit de hemel Zijn Woord kunnen verkondigen of Hij had die taak aan de engelen kunnen opdragen. Maar Hij doet het door „een of ander nietig mensje, zomaar ergens uit het stof opgedoken." Of een prediker tot het ambt werkelijk geroepen is, is een zaak tussen God en zijn ziel; voor de mensen blijkt die roeping slechts uit aanleg, gaven tot het ambt en verantwoordelijkheidsbesef.

De predikant dient het Woord van God ongeschonden te verklaren, geen speciale voorkeursstoffen te behandelen, maar het gehele Woord te laten spreken. Hij moet de letterlijke en verborgen zin der Schriften trachten te verstaan. Daarbij is hij zelf geen willoos instrument, niet een goot, waar het water doorstroomt of een brievenbesteller, die een gesloten brief overhandigt, maar iemand, die nauw betrokken is bij zijn boodschap.

Calvijn noemt de dienaren des Woords soms wel organen van de Heilige Geest. Voor de prediking is allereerst de dienaar zelf en daarna ook de kerkeraad verantwoordelijk, maar de gemeente wordt daarbij niet uitgeschakeld. Niemand mag klakkeloos aanvaarden, wat er gezegd wordt. De gemeente moet nauwkeurig luisteren en onderzoeken of de prediking in overeenstemimng is met het Woord en zo niet dan moet ze kritiek leveren.

Bronnen

Voor een diepgaander studie over Calvijn's prediking zij tenslotte naar de volgende bronnen verwezen:

P. Biesterveld. „Calvijn als bedienaar des Woords" (dissertatie Kampen 1897). D. J. cle Groot. „Johannes Calvijn, bloemlezing uit zijn werk." (Uitgave van de serie „Kerkelijke Klassieken", van de Erven J. Bijleveld, Utrecht).

J. Douma - W. H. v. d. Vegt: „Het gepredikte Woord'', vijf bundels preken van Calvijn (T. Wever, Franeker, 1941).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.