+ Meer informatie

Vaderlandse Geschiedenis

4 minuten leestijd

Het Calvinisme in de Nederlanden

Op velerlei terrein heeft het Calvinisme bij zijn opkomst en daarna zijn invloed doen gelden.

Wegens de uitgebreidheid van de stof kunnen wij deswege slechts korte lijnen geven.

Men staat versteld, hoe één man in zijn naar verhouding korte leven zulk een werkkracht kon ontwikkelen, zulk een invloed kon uitoefenen; niet alleen in eigen omgeving, Zwitserland, maar ook in andere lanen als Frankrijk, Nederland, Schotland, Engeland en de Unie.

Hierop is slechts één antwoord te geven: God heeft die voortreffelijke man daartoe willen gebruiken.

Hij was waarlijk een uitverkoren vat. Hij is door de goede leiding geworden tot een zegen; ja, wij mogen zeggen: hij is het nog.

Zijn geestelijke erfenis is ook tot ons gekomen en heeft hier zijn stempel gedrukt op ons volksleven: op ons kerkelijk leven, op ons staatkundig leven, op ons maatschappelijk leven.

Wel mocht Groen naar waarheid getuigen: In het Calvinisme ligt de oorsprong en waarborg voor onze constitutionele vrijheden.

Zelfs zij, die het met zijn beginselen niet eens zijn, moeten erkennen, dat hij een grote geest was.

Van zijn hoofdwerk, de bekende Institutie, getuigt een historieschrijver uit de vorige eeuw, dat het een boek was, dat wegens het hoge gewicht zijner gevolgen en uitwerking, in betekenis verre alles overtreft, wat enig zwaard eens krijgsmans of enige pen van diplomaat hier op aarde ooit heeft gewrocht. (Wijnne.)

Bakhuizen v. d. Brink noemt het Calvinisme , , de hoogste ontwikkelingsvorm van het godsdienstig-staatkundig beginsel der 16e eeuw."

En Fruin: „In de godsdienstoorlogen, die volgden, was het Calvinisme alleen krachtig genoeg om de gemene vijand te weerstaan: in Zwitserland, in Frankrijk, in Nederland, in Schotland, in Engeland, overal waar het Protestantisme zich door het zwaard moest vestigen is het het Calvinisme geweest, dat de strijd gewonnen heeft.

Toch scheide men Calvijn niet van Luther en Zwingli. Door de leidingen des Heeren in eigen leven heen, kreeg ieder van hen zijn eigen plaats en taak.

Rome beschuldigt de Reformatie van „solisme", omdat in haar geldt het „solafide", „sola Scriptura" enz.

Luther heeft door de onderwijzing des Geestes geleerd, hoe een zondaar gerechtvaardigd wordt voor God: niet uit de werken, maar alleen door het geloof.

Voor Zwingli was het: Wat zegt het Woord.

Ze konden in enkele leerstukken verschillen, ook op politiek terrein, soms kijven (de leerlingen waren dikwijls erger dan de meester), maar in de grondstukken waren zij het eens.

Calvijn had niet die spanningen in eigen zieleleven doorgemaakt als Luther. Maar ook bij hem ligt het zwaartepunt in het „corecclesiae", nl. de rechtvaardigmaking. Op politiek terrein staat hij vóór de theocratie, waar God regeert door Zijn Woord.

In de kerk de christocratie: hier is Christus de Meester, en niemand anders. Zo aanstonds meer hiervan.

ter, en niemand anders. Zo aanstonds meer hiervan. Hij was geboren in 1509 te Noyon. Vanaf zijn jeugd veel in adellijke kringen verkerend, kon hij later met allerlei mensen omgaan, ook met de groten der aarde.

Niet, dat hij deze speciaal zocht, maar wel wilde hij hen gebruiken voor Christus en Zijn zaak.

Het hoofdterrein van Calvijns werkzaamheden ligt in Genève, waar hij trachtte zijn beginselen ook op politiek terrein te verwezenlijken.

Van fundamentele betekenis is o.i. daar geweest, de stichting van zijn hogeschool (1559.)

In dat jaar had Bern de franse calvinistische hoogleraren uit zijn hogeschool te Lausanne gejaagd o.m. de bekende Theodorus Beza, leerling en medestander van Calvijn.

De verjaagden kwamen naar Genève en zo kwam daar Calvijns hogeschool.

Zij bestond uit twee afdelingen, een gymnasiale en een theologische afdeling. Beza was de eerste rector.

Weldra stroomden de leerlingen, ook uit andere landen toe. Wij noemen o.m.: John Knox, Caspar Oliveanus (later met Ursinus de ontwerper van de heid. catechismus), de grote geus Marnix van St. Aldegonde.

Veel Nederlanders kon men er aantreffen, die, na volbrachte studiën huiswaarts keerden en met kwistige hand het zaad uitstrooiden, dat rijke vruchten droeg.

Reeds te voren hadden hugenootse predikers een gelukkige „invasie" in Z.-Nederland gedaan.

Wij noemen o.m.: Guydo de Brés, Pérégrin de la Grange, Junius, Moded, Dathenus, „mannen, die niets ontzagen en voor wie het schavot het loon hunner toewijding is geweest."

Bekend is de aanbieding van de Ned. Geloofs belijdenis, in de nacht van 1 op 2 Nov. 1564, in een verzegeld pakket over de kasteelmuur van Doornik geworpen.

Wij herinneren aan de wonderlijke leiding Gods, waardoor onze kerken in het bezit kwamen van de heid. catechismus.

Onze belijdenisschriften, onze liturgische formulieren dragen het stempel van Calvijn. Zijn gedachten zijn er in verwerkt, soms woordelijk overgenomen.

Zo zijn wij dan van huis uit een calvinistische natie.

P. J. Lamoré.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.