+ Meer informatie

Raad arbeidsmarkt: Eerst inzicht nodig voor verplaatsing werkgelegenheid

4 minuten leestijd

DEN HAAG —Voordat tot verplaatsing van werkgelegenheid wordt overgegaan, is een gedetailleerd inzicht nodig in de huidige en in de te verwachten ontwikkeling van de werkgelegenheid in het westen des lands, vooral per bedrijfstak en beroepscategorie. Dit zegt de Raad voor de Arbeidsmarkt in zijn eerste advies aan enige bewindslieden over regionale ontwikkeling van de werkgelegenheid. Zo'n inzicht acht de raad ook nodig in het huidige en in het te verwachten arbeidsaanbod in het noorden en in Zuid-Limburg. In aansluiting op de gegevens in de nota's over de Haagse agglomeratie en over het noorden, is bepaald meer materiaal nodig om de visie van het kabinet op de arbeidsmarktsituatie in de verschillende gebieden buiten de randstad voldoende kwantitatief en vooral kwalitatief te kunnen onderbouwen.

Ook voor de gevolgen van de genomen of in uitzicht gestelde beleidsmaatregelen voor bedrijfstakken en beroepscategorieën, is het, aldus de raad, niet mogelijk nu de verplaatsing van de rijksdiensten, waarmee inmiddels een begin is gemaakt, volledig te beoordelen. Juist daarom acht de raad het positief te waarderen dat het kabinet zijn over langere tijd uit te strekken beleid eerst concreet gestalte wil geven na grondig onderzoek en uitvoerig overleg.

Zeer in het algemeen is de Raad voor de Arbeidsmarkt het met het kabinet eens dat een vergelijking der problemen in grote delen van het westen met die in het noorden en Zuid-Limburg aanleiding geeft tot afremming van de groei der werkgelegenheid in het westen met tegelijkertijd stimulering in het noorden en in Zuid-Limburg.

De raad wil graag een beleid ondersteunen dat is afgestemd op vergroting van het aantal arbeidsplaatsen en een ruimere differentiatie van de werkgelegenheid daar.

Daarbij moet, zo mogelijk, worden voorkomen dat, als gevolg hiervan, elders grote tekorten aan werkgelegenheid ontstaan. De arbeidsmarktsituatie in de randstad kan niet ongenuanceerd als een gespannen arbeidsmarkt worden aangeduid.

In de grote en middelgrote steden daar is een ontwikkeling naar grote aantallen en hoge percentages werklozen waarneembaar. Die kan grotendeels aan tijdelijke conjuncturele moeilijkheden worden toegeschreven, maar die toch ook een structureel karakter lijkt te hebben.

STAGNATIE

Op langere termijn gezien zal de reeds lange tijd durende industriële werkgelegenheid eerst langzamer worden en tenslotte.vrijwel stagneren. In de nabije of verdere toekomst zou dan behoefte aan vervangende werkgelegenheid in de dienstensector kunnen ontstaan.

Verplaatsing van Instellingen en bedrijven pleegt niet gepaard te gaan met migratie van alle personeelsleden, aldus de raad. Aan de achterblijvende beroepsbevolking in de» randstad wordt dan een groot aantal arbeidsplaatsen onttrokken. Het Is de vraag, of er in kwalitatief opzicht voldoende vervangende werkgelegenheid is.

Bij hei spreidingsbeleld streeft het kabinet ook naar afremming van de bevolkingsgroei in het westen en Uitbreiding van de bevolking in het noorden. Het voorgestelde werkgelegenheidsbeleid is mede daarop gericht.

BELEID

Zou alleen de werkgelegenheidssituatie reden zijn voor een krachtiger beleid, dan zou dat vooral moeten zijn gericht op hét tegengaan van nieuwe, of uitbreiding van bestaande, Vestigingen in het westen en bevordering daarvan in gebieden met een zwakke werkgelegenheidsstructuur. Voortzetting en intensivering van het stimuleringsbeleid, te zamen met een selectief vergunningenbeleid stoelend op een geïntegreerd regionaal beleid, vooral in het westen, is volgens de raad de aangewezen weg. Het onderwijs en de arbeidsvoorziening evenals verkeer en vervoer zijn belangrijk voor de regionaal-economische ontwikkeling. Het noorden heeft volgens de raad niet zozeer behoefte aan werknemers als wel aan arbeidsplaatsen.

OVERTUIGD

De raad is ervan overtuigd dat het noorden, Zuid-Limburg en enkele andere gebieden uitbreiding van hun dienstensector behoeven. Naar men algemeen verwacht zal een deel van de ambtenaren niet mee verhuizen naar het noorden of naar Zuid-Limburg. Dit betekent, aldus de raad, dat zij ander werk zullen zoeken in de Haagse agglomeratie en het gegroeide aantal werklozen met administratieve beroepen zullen vergroten.

De raad acht het niet ondenkbaar dat andere (particuliere) diensten in de aanwezigheid van zoveel administratief personeel een reden zullen zien voor uitbreiding, of vestiging, in Zuid-Holland. Daardoor zou het gevreesde nadelige effect van de spreiding van de rijksdiensten geheel, of gedeeltelijk ongedaan kunnen worden gemaakt.

WAARDERING

De beoogde gunstige effecten van die spreiding zouden daardoor echter ook kunnen worden verkleind. 

De raad heeft veel waardering voor de beleidsvoornemens zoals die voorkomen in de nota betreffende Zuid-Limburg. Hij heeft er vertrouwen in dat die activiteiten succes zullen hebben. Waarschijnlijk zal geleidelijk aan voldoende industriële werkgelegenheid ontstaan. De wisselingen in het pendelen van werknemers naar de bondsrepubliek en naar België veroorzaken echter onzekerheden. De situatie voor de beoefenaren van administratieve beroepen baart meer zorgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.