+ Meer informatie

"Moet er gelijk al liefde zijn als je God zoekt? Bij mij is 't meer angst"

9 minuten leestijd

Elke zondag hoor je in de kerk dat je de Heere moet zoeken. Omdat Hij het zo waard is. Maar waarom doe je dat? Omdat je Hem liefhebt, of omdat je bang bent voor het oordeel? Kun je wel echt oprecht zoeken? Vragen waar veel jongelui mee worstelen. Een zestienjarig meisje zette ze op papier.

Ik zit eigenlijk in tiiveestrijd, want ik wil erg graag bekeerd worden. Maar nu vraag ik mij af: Gaat het hij mij nu om de liefde van God, of kan ik niet sterven? Als je graag hekeerd wilt worden, en er ook oprecht naar zoekt en bid, zul je Hem dan ook vinden? Er staat immers: „ Wie zoekt die zal vinden!" Moet er dan gelijk al de liefde tot God zijn ? Het gaat bij mij ook erg om de angst, is dat goed? Kan de liefde tot God dan nog komen ? Vaak denk ik ook: Ik heb Hem lief, maar als ik dan weerga nadenken, is het meer die angst; mag er geen angst bij zijn? Ik zoek Hem oprecht! Kunt u mij alstublieft helpen?

De vraag waar jij mee zit, is een bekende. Veel mensen zitten met de vraag of je voor je bekering eerst van alle angst verlost moet zijn en of het in het zoeken moet gaan om oprechte liefde tot de Heere. En daarmee samen hangt de vraag of ook bij kinderen van God nog angst kan voorkomen. Om te beginnen: Er is niemand die vóór zijn bekering oprechte liefde tot God heeft. Het bedenken van ons vlees is vijandschap tegen God. Dat is het wonder van Gods genade, dat we niet eerst van hart behoeven te veranderen voordat de Heere ons genadig kan zijn. Is Christus gestorven voor liefhebbers van God? Neen, Christus is gestorven als wij nog zondaars waren (Rom. 5:8).
God is een God van volkomen zaligheid. Hij brengt alles mee. Ware liefde tot God is iets wat de Heere Zelf in ons hart werkt door de Heilige Geest. Als we geen ware liefde tot God hebben en alleen angstig zijn om te sterven en een heilig God te ontmoeten, dan is dat geen verhindering om de Heere te zoeken. Er zijn genoeg uitspraken in de Schrift die ons juist aanspreken op de onzekerheid van het leven, de angst voor de dood. De indrukwekkende woorden van de Zaligmaker spreken ons over de hel: „Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die dezelve vinden" (Matth. 7:13-14). Als de Heere Jezus ons uitdrukkelijk verwijst naar de plaats van wening en knersing der tanden, en in dat verband zondaren oproept om zich te haasten en te spoeden omwille van hun eeuwige leven, dan is dat iets wat voor jou een middel mag zijn om de Heere aan te roepen.

Geen voorwaarde
De liefde tot God is geen voorwaarde voor de bekering, maar een vrucht ervan. Het is wel zo dat als we de Heere leren kennen, de liefde van God in ons hart wordt uitgestort (Rom. 5:5). We krijgen de Heere lief boven alles. We gaan van harte zeggen: „God heb ik lief'. Dat kan aanvankelijk wel met heel veel schroom en aarzeling zijn, maar toch is er in ons hart oprechte hoogachting voor de Heere.
Omdat we God liefhebben, gaan we de zonde ook echt haten. We krijgen verlangen om naar Gods wil te leven. We krijgen niet alleen sommige geboden lief, maar alle geboden van de Heere. Omdat het de geboden van de Heere zijn. Een jongen die tegen zijn moeder zegt dat hij zoveel van haar houdt, maar dan weigert om een verzoek van moeder in te willigen, heeft niet veel liefde. Liefde zal blijken in gehoorzaamheid. Zo is het geestelijk ook. We gaan niet meer proberen hoever we nog net met de wereld meekunnen, maar we bewaren ons onbesmet van de wereld. Juist de liefde tot God geeft ons hartelijk berouw over alle zonden die we tegen de Heere gedaan hebben. We gaan verlangen naar de Heere. We gaan hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Hoe meer we van de liefde van de Heere mogen proeven, hoe meer we verlangen krijgen om er meer van te leren kennen. Je wordt er niet rijk mee, maar je voelt steeds meer hoeveel je nog mist van de heilgeheimen van de Heere. Omgang Als we de Heere liefhebben zal dat ook tot gevolg hebben dat we graag met de Heere zijn. Liefde zoekt altijd omgang met de Geliefde. Zo zal het ook in de omgang met de Heere zijn. We zoeken Hem in het gebed, in Zijn Woord, in de overdenking daarvan. Wat werkt in ons hart de liefde tot God? Omdat we er iets van zien hoe God is, en hoe hefdevol Hij is. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4:19). Hoe krijgt een kind liefde voor vader en moeder? Doordat het ziet hoe goed vader en moeder zijn. Doordat het ziet hoe betrouwbaar de ouders zijn. Zo is het geestelijk ook. Hoe meer we van 's Heeren liefde in het zenden van Zijn Zoon gaan zien, hoe meer ons hart hoogachting en respect voor Hem krijgt. Veel groter dan onze liefde tot de Heere is Zijn liefde tot zondaren. Onze liefde zal nooit meer zijn dan een paar druppeltjes in vergelijking met een oceaan. Kun je het vatten dat God deze (!) goddeloze (!) wereld zo heeft liefgehad dat Hij niet een engel, maar Zijn Zoon gaf ..Zijn eniggeboren Zoon...

Gods kinderen
Nu is er nog een vraag die door het bovenstaande op je af kan komen. Dat maakt juist zo vertwijfeld. Hoe zit het met kinderen van God? Hebben zij dus alleen maar Uefde tot God en geen angst meer voor de dood en de hel? Dat is niet zo. Gods kinderen zijn twee-mensen. Door het geloof is er inderdaad geen angst voor de Heere. Door het geloof zien we over dood en graf heen. Door het geloof zien we Gods vriendelijk aangezicht, dat geeft vrolijkheid en licht. De volmaakte liefde drijft de vrees buiten (1 Joh. 4:18).
Maar Gods kinderen hebben wel een leven lang met de zwakheid van hun geloof te strijden. Daardoor komt het dat zij vaak vol vrees en angst zijn. Dan denk ik aan de psalmen: „Ik lag gekneld in banden van de dood, daar de angst der hel mij alle troost deed missen." Ik denk aan een andere regel: „Mijn ziel vol angst en zorgen." En zo zouden we meer voorbeelden uit de beleving van Gods kinderen kunnen noemen. Als er angst in je is voor de dood, kun je op grond daarvan dus niet concluderen dat je geen kind van God bent. Want ook in het leven der genade komt dat wel degelijk voor. De vraag is niet of er geen angst is, de vraag is wel heel eenvoudig: Heb je de Heere lief? Zou je de Heere kunnen missen? Wat betekent de Heere voor je?

Zoek Hem
Ik mag je bemoedigen om de Heere te zoeken. Niet voor niets staat er in het Woord: Wie zoekt die zal vinden. Het is een aansporing om vooral aan te houden. Er zullen in dat zoeken van de Heere ontmoedigingen zijn. Je hebt wel eens het idee: Het helpt allemaal toch niet. Het lijkt net alsof de Heere niet hoort en je misschien steeds verder bij de Heere vandaan raakt. En de duivel doet je denken: Je bent misschien wel niet uitverkoren. Denk maar eens aan Bartimeus. De mensen zeiden dat hij zijn mond moest houden (Luk. 18). En wat deed Bartimeus? Hij riep zoveel te meer. Het is in die weg dat de Heere Jezus hem hoort. Dat kun je eruit leren: Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.
Ds. W. van Vlastuin

Kun je belijdenis doen als je homofiel bent?
Kun je belijdenis doen als je homo bent? Een directe vraag. Voordat ik die beantwoord, wil ik er eerst op wijzen dat je geen belijdenis moet doen „omdat dat hoort". Daar wil ik iedereen op wijzen. Het gaat om belijdenis van het geloof! Als we het daarover eens zouden zijn, komt jouw vraag of je als homo belijdenis kunt doen. Maar ook hier moet weer duidelijk worden wat je bedoelt. Als je als homoseksueel leeft (dus je homofiele gevoelens op homoseksuele wijze in praktijk brengt), dan moet ik néé zeggen. Datzelfde geldt echter voor jongelui die samenwonen. We kunnen niet belijden Gods Woord te geloven en naar dat Woord te willen leven, terwijl wij in werkelijkheid op dat moment leven in de zonde. Wij moeten dan eerst onze zonde belijden en met de zonde breken.

Gevoelens
Ik heb echter uit je zeer korte brief meer de indruk dat je bedoelt dat je homofiele gevoelens hebt en dat het je vraag is of je met zo'n homofiele gerichtheid belijdenis kunt doen. Aangenomen dat we het eens zijn over de inhoudelijke zijde van het belijdenis-doen, antwoord ik: Mijn beste vriend, ook iemand met homofiele gevoelens mag belijdenis doen als hij de Heere niet kan missen. Ik schrijf het nu zo, omdat jij deze vraag zo stelt. Anders zou ik het woord "ook" niet eens gebruiken. Allen die waarachtig belijdenis doen van het geloof moeten belijden dat zij zichzelf vanwege hun zonde mishagen. Zij belijden dat zij het van Christus moeten hebben, omdat zij in zichzelf zondig en verloren zijn. En dan is iemand met homofiele gevoelens niet zondiger dan een "gezonde" jongen of meisje. Je belijdenis zou zelfs nog dieper kunnen gaan, omdat je heel nadrukkelijk weet dat je Christus en Zijn genade geen uur kunt missen om staande te mogen blijven. Ik wil het hierbij laten, omdat het onderwerp al een en andermaal in Terdege behandeld werd. Voor verdere doordenking verwijs ik je naar twee boeken: "Homofilie en de christelijke gemeente" door T.E. Molenaar en dr. J. van der Wal, uitg. Groen, Leiden; en "Gij zult niet echtbreken' deel 2 , door ds. R. van Kooten, uitg. Den Hertog, Houten. Van harte Gods zegen!
Ds. R. van Kooten

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.