+ Meer informatie

PASTORALE NOTITIES BIJ HET DIAKENAMBT

9 minuten leestijd

I. Het diakenambt is niet minder dan dat van ouderling en predikant.

In de diaken treedt het priesterlijk ambt van Christus op de voorgrond.

Het is derhalve principieel onjuist als een gemeentelid hoger opziet tegen een ouderling en een predikant. De drie ambten mogen dan niet gelijk zijn, ze zijn wel gelijkwaardig.

Om deze reden mag het diakenambt niet beschouwd worden als een opstap naar het ouderlingschap. Evenmin is het voor een voormalige ouderling een afgang als hij gekandideerd wordt voor diaken. Mogelijk vielen tijdens zijn ouderlingschap zijn diaconale gaven op! Op grond van het gelijkwaardig ambtsgegeven mag verwacht worden dat de breeders diakenen op een kerkeraadsvergadering volop meedoen. Naar art. 37 K.O. behoren ze immers tot de kerkeraad.

De diaken wake voor een soort ambtelijk minderwaardigheidsgevoel.

II. Ook de diakenen vormen een college. Dat betekent: men handelt en besluit gezàmenlijk. In volledige openheid naar elkaar dienen alle diaconale zaken behartigd te worden. Een moderamen is geen echt zelfstandige instantie. Het vervult een ondergeschikte en dienende functie.

III. In onze kerkorde kennen we vier kerkelijke vergaderingen (art. 29). De eerste kerkelijke vergadering is de kerkeraad. Deze kerkeraad is verantwoordelijk voor het pastoraat, het opzicht, de tucht en het diaconaat. Hij heeft het diaconaat evenwel uitbesteed aan het college van diakenen dat naar art. 40 K.O. eigen vergaderingen houdt.

Gezien deze delegering is het volkomen terecht dat in art. 25 en 40 K.O. te lezen staat dat de diakenen van hun beleid en beheer verantwoording doen aan de (gehele) kerkeraad. Een uitvloeisel daarvan is b.v. dat niet door de diaconie maar door de kerkeraad op voorstel van de diaconie belangrijke diaconale besluiten genomen worden.

IV. Bij de ambtsbevestiging hebben de diakenen de belofte van geheimhouding afgelegd.

Deze belofte geldt voor àlle speciale diaconale zaken, personen en gezinnen betreffend.

Aan de echtgenote mogen geen mededelingen verstrekt worden, ook al heeft zij een slot op de mond.

De belofte van geheimhouding wordt niet opgeheven als men uit het bijzondere ambt terugtreedt.

Op visites, in vriendenkring, bij “open huis” enz. hoede men zich voor diaconale gesprekken.

V. In de art. 25 en 26 K.O. lezen we van de dienst van de diakenen.

In deze artikelen wordt niet gesproken over de taak van de diakenen ten aanzien van het gemeentediaconaat. We lezen daarvan wel in de kerkvisitatievragen (bijlagen 25 K.O., IV/3). Idem in het bevestigingsformulier.

Met dankbaarheid kan geconstateerd worden dat in diverse gemeenten diaconaal huisbezoek wordt afgelegd. Niet enkel geven de diakenen op dit bezoek dan informatie over hun eigen werk en de financiële stand van zaken, maar ze trachten de leden ook tot daadwerkelijk dienstbetoon - zowel in de gemeente als buiten de gemeente - op te wekken en toe te rusten.

VI. De diaconale toerusting van de gemeente mag evenwel niet in mindering komen van de eerste barmhartigheidsdienst van de diakenen.

Met zekerheid kan gesteld worden dat in elke gemeente leden zijn bij wie de liefde van Christus diaconaal zichtbaar gemaakt moet worden.

Te denken valt allereerst aan het financieel aspect.

Natuurlijk zijn we dankbaar voor onze sociale wetgeving: voor de AOW, AWW en ABW, maar het is geen vetpot! Wat doe je b.v. als alleenstaande met een netto bedrag van zeg maar goed f 1.000,- per maand waarvan de huur, gas, electra enz. nog af moet?

Er zijn situaties waar de financiële beperktheid onder hoge druk komt te staan als zoonlief een paar nieuwe schoenen nodig heeft, de school een vakantieweek in het buitenland organiseert, in de naaste familie een bruiloft in aantocht is, de wasmachine vernieuwd moet worden, de huursubsidie verlaagd wordt, het aanslagbiljet onroerendgoedbelasting door de brievenbus glijdt, als een gehoorapparaat moet worden aangeschaft, een speciaal diëet is voorgeschreven, het taxigeld op is enz. enz.

Niet zelden heeft men geen abonnement op een dagblad en op De Wekker! Wordt er gemeentelijk iets georganiseerd, je ziet ze vaak achter een kraam staan.

VII. In bovengenoemde gevallen wordt met name van die wijkdiaken die zelf verdient en wiens echtgenote mogelijk nog een tweede inkomen binnenbrengt, een grote voorzichtigheid en invoelingsvermogen gevraagd.

Tegenover deze ambtsdrager zullen belanghebbenden zich in eerste instantie eerder terughoudend dan open opstellen.

De diaken dient dan des te meer te werken aan het opbouwen en onderhouden van een vertrouwenrelatie. Verhalen over de gehouden vakantie in het buitenland passen in dit plaatje niet.

VIII. Allen die financiële hulp aanvragen en/of ontvangen, doen dat met een bezwaard hart. leder mens wil graag zelfstandig zijn, onafhankelijk van derden en zijn moeiten verbergen.

Er is sprake van een schaamte-, van een minderwaardigheidsgevoel. Men is heel kwetsbaar, vooral als men vroeger betere tijden gekend heeft.

Ondanks uiterlijke correctheid steigert men diep in het hart tegen het “dank-je-wel-zeggen”. Vaak staat men daarom zelf naar een afbouw en beëindiging van de steunverlening en naar een (partiële) terugbetaling.

IX. Noodzakelijk is een bijbelse visie op hen die onder VI genoemd werden: zij zijn te rekenen tot hen die de Here Jezus ons heeft nagelaten. Zij zijn ergens Zijn gaven aan ons.

Aan hen hebben we Christus’ barmhartigheid te bewijzen. Dat moet een erezaak zijn. In de praktijk mogen ze niet gezien worden als een blok aan het diaconale been.

X. We gaan uit van de geloofsovertuiging dat de grote Diaken Jezus Christus in alle diaconale noden van Zijn gemeente voorziet, dus ook in de financiële noden. Bij wijze van spreken: de Heiland beschikt over een kas die toereikend is.

Het heeft Hem echter behaagd de diaconie als Zijn penningmeester aan te stellen, als Zijn beheerder, rentmeester, econoom. Door haar reikt Christus de hulpbehoevende Zijn christelijke hand.

XI. Het geld van de hemelse Diaken zit echter in de kas van de diaconie en in de Portemonnaie van de gemeenteleden.

Het behoort nu tot de taak van de diaconie de gemeente tot offervaardigheid op te wekken.

Daarvoor is nodig dat de gemeente vooral goed geïnformeerd wordt over de verticale dimensie van het diaconaat.

XII. Een ijzeren vuistregel is dat de hoogte en de duur van de financiële hulpverlening niet bepaald mag worden door het beschikbare voordelige saldo.

In de uitdeling moet het beeld vertoond worden van de goede en goeddoende Christus: Hij diakent niet naar minimale of maximale maatstaven maar naar optimale. Karigheid en verkwisting horen bij Hem niet thuis.

Op grond van dat gegeven valt het alleen maar te laken als een diaconie staat naar een zo hoog mogelijk batig saldo en zichzelf daarvoor ook nog prijst.

Niet minder zij men heel voorzichtig met het regelmatig publiceren van financiële overzichten. Deze overzichten kunnen drempelverhogend, blokkerend werken in plaats van uitnodigend, aanmoedigend naar het beeld van Christus.

Natuurlijk moet ook een diaconie zakelijk te werk gaan. Maar het moet wel een zakelijkheid zijn van een eigen kleur en niet b.v. van een geldbank of inkooporganisatie. De diaconale zakelijkheid beoogt het scheppen van openingen voor de verwerkelijking van Christus’ barmhartigheid jegens de nooddruftigen.

XIII. Nu bestaan er niet enkel strikte financiële noden. De noden kunnen ook van een andere aard zijn.

Zo zal de diaconale aandacht eveneens moeten uitgaan naar hen die alleen staan, gescheiden of verlaten zijn, naar ouders met gehandicapte kinderen, chronische zieken, schoolverlaters, werkelozen enz. Niet alle nood is meteen zichtbaar.

Elke categorie brengt zo haar eigen problemen mee. Om maar wat te noemen: de vrouw die haar man elke dag in het verpleegtehuis opzoekt, moet nodig een paar dagen eruit; door het niet meer goed kunnen lezen duren de dagen voor zuster A heel lang; breeder B ziet vanwege zijn rugklachten geen kans meer zijn tuin te onderhouden. Ook ten aanzien van deze groepen zal de diaken zich moeten wachten voor betutteling en bevoogding.

XIV. In vrijwel elke gemeente zijn er vele ouderen, 65-plussers.

Al meer moeten zij lichamelijk en psychisch inleveren. Er komen moeiten en zorgen op allerlei gebied. Er zijn onder hen die in financieel opzicht een flinke stap hebben moeten terugdoen en die een stuk privacy moesten opgeven.

Gezien deze en andere gegevens dienen ook de oudere broeders en zusters een welbewuste doelgroep te zijn van diaconale, dienende aandacht in woorden en/of daden.

Dit klemt te meer als men alleen staat, kinderloos is, geen of vrijwel geen kinderen ter plaatse heeft en indien de kinderen kerkelijk niet meer praktizeren.

XV. In vele gemeenten kent men ouderencontactmiddagen. Het ligt in de principiële lijn dat dit contact uitgaat van de diaconie en de commissieleden door haar benoemd worden. Het is een jarenlange ervaring dat de oudere broeders en zusters deze ontmoetingsuren op hoge prijs stellen.

Veel geld behoeven deze samenkomsten niet te kosten. Ouderen hebben van zich al een opstelling van royale offervaardlgheid en weten wat op niveau staat, geldelijk te waarderen.

XVI. Eén keer per jaar wordt in vele plaatsen een reis georganiseerd. Zij wordt aangeboden door of namens de diaconie en staat in het principiële kader van de diaconale ouderenaandacht.

Naar deze dag ziet men uit. De reis heeft ook altijd een samenbindend effect.

Het is terecht als niet-gemeenteleden de volle verzorgingsprijs betalen.

Indien dit beslist noodzakelijk is, kan aan de eigen mensen een kleine bijdrage of vrije gift gevraagd worden. Dit mag beslist geen must zijn.

Zou er inderdaad sprake zijn van een gezond geldtekort, dan zijn het vrijwel allereerst de ouderen die in deze hun verantwoordelijkheid beseffen èn in praktijk brengen. Voor hen zijn kerk en diaconie geen sluitposten.

Aan de ouderen hebben wij veel te danken.

XVII. Tot de taak van de diakenen behoort mede “de troost van het Evangelie mee te delen aan hen die in nood verkeren” (uit het bevestigingsformulier). In het Gebed vóór de vergadering der diakenen staat: “met het Heilig Woord ellendigen te vertroosten”. Ook om deze reden worden de diakenen wel eens hulpouderlingen genoemd.

Om deze taakvervulling is bij de bevestiging gebeden en moet steeds persoonlijk en gemeenschappelijk gebeden worden.

Bij een goed en frequent contact kan de diaken soms tot diepere gesprekken komen dan een ouderling op zijn huisbezoekronde.

XVIII. Wanneer we het gehele diaconaal terrein overzien, dan is slechts één conclusie gewettigd: een diaken heeft heel veel te doen. Vooral in onze tijd is het diakenschap geen kleinigheid.

Het vraagt veel tijd en inspanning. Het is verblijdend als zusters de helpende hand bieden.

XIX. Het is noodzakelijk dat een diaken zich breed oriënteert. Ook vanuit eigen kring wordt regelmatig lectuur aangeboden. In gemeentehuizen zijn allerlei publikaties gratis verkrijgbaar.

Het is niet minder belangrijk als op diaconale vergaderingen aan de diaconale vorming gewerkt wordt en daarin aandacht besteed wordt aan de gesprekstechniek.

Steun mag de diaken verwachten van zijn medediakenen. Idem van de predikant en de ouderlingen. Allen staan in de dienst van dezelfde Here en hebben dezelfde geestelijke opbouw van de gemeente op het oog. Overleg en samenwerking mogen derhalve verwacht worden. Uiteraard dienen predikant en ouderling zich te hoeden voor inmenging en grensoverschrijding.

Helemaal onmisbaar is dat de diaken evenzeer voor zijn ambtelijk werk staat naar de opwas in de genade en kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus.

Alle medearbeiders en ’s Heren wijngaard behoeven de persoonlijke bediening van deze grote Diaken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.