+ Meer informatie

EH: de Schrift naar de letter en toch ruimte voor andersdenkenden

Dr. C. A. Tukker: van kansel naar katheder

7 minuten leestijd

ZUIDHORN — Waarom verlaat een predikant zijn pastorie en trekt hij naar een Hogeschool? Het omgekeerde komt vaker voor. Hoewel: veel studenten theologie bereiken de ambtswoning nimmer. Zij haken vroegtijdig af. Prediking en pastoraat: „dat zie ik niet zitten." Is dat ook de reden van dr. C. A. Tukkers voorkeur voor de katheder van de Evangelische Hogeschool te Amersfoort boven de kansel van de Hervormde kerk in het Groningse Noordhorn? In het geheel niet!

Over de drie gemeenten die ik diende, aldus de adjunct-directeur van de EH, Hervormd Kinderdijk, Kamerik en Noordhorn, wist ik duidelijk: daar moet ik naar toe. De beslissing om naar Amersfoort te gaan heb ik na lang aarzelen genomen. En niemand moet menen dat dr. Tukker voor altijd het ambt heeft verlaten.

Het is goed bij een vraaggesprek rond de Evangelische Hogeschool en haar beginselen — want daar ging het om — de mensen in het oog te houden die zich aan zo'n instituut verbonden weten. En zo groeit het levensverhaal van Tukker.

Waarom?
Moeder was een bekeerde vrouw die altijd bad of haar enige jongen — twee anderen waren gestorven — in Gods dienst mocht treden. Dat gebeurde. Op 12 augustus 1966 nam hij — geboren op 26 november 1938 te IJsselmonde — de herdersstaf op in Kinderdijk. In die jaren ben ik tot ruimte gekomen, zo vertelt Tukker. In 1970 nam hij een beroep aan naar Kamerik.

Het was heerlijk om predikant te zijn, op de preekstoel, in de catechisatiekamer, soms ook in het pastoraat. Maar ik heb het alle jaren een bezoeking gevonden om te vergaderen, in kerkbodes te schrijven en werk te doen op organisatorisch vlak.

Op de wip
Een benoeming aan de Rijksuniversiteit te Leiden bracht uiteindelijk niet het verwachte buitengewoon hoogleraarschap in de geschiedenis van het gereformeerd protestantisme. Ik zat vanaf 1974 constant op de wip tussen het docent- en het predikantschap. Toen dan ook tegen 1976 het beroep naar Noordhorn kwam terwijl het docentschap afgebouwd leek te worden, heb ik voor het noorden gekozen.

Namens de Ned. Herv. Kerk bleef er in Leiden echter werk voor mij in het doceren van liturgiek en symboliek. De Gereformeerde Bond liet mij werken onder de hervormd-gereformeerde theologie-studenten. Dat leidde tot een hernieuwde overweging: wat is de eindbestemming? Die vraag werd acuut toen de Evangelische Hogeschool mij vroeg als docent en adjunct-directeur. Ik zei pas ja na lang aarzelen.

Ik ben in Zuidhorn gaan wonen uit verbondenheid met het kerkelijk leven daar. 'k Had drie, vier keren per zondag gepreekt. Nu werd ik — na mijn afscheid van Noordhom begin dit jaar — eerst enige tijd kerkganger. Inmiddels sta ik weer iedere zondag op de kansel, voornamelijk in die omgeving, aldus Tukker.

Drie poten
De Evangelische Hogeschool heeft vanaf de start in 1977 een niet stormachtige maar wel vlotte ontwikkeling gekend. Terwijl allerlei opleidingen zich deels door bezuiniging deels door kleiner wordend leerlingenaanbod, beperkingen zien opgelegd steeg het aantal studenten aan de EH binnen vier jaar van rond 30 in de richting van 90, zo vertelt Tukker.

De EH heeft drie „poten". Het eerste studiejaar is een voorbereidend jaar, een buffer tussen het middelbaar onderwijs enerzijds en het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs anderzijds. De bedoeling is de studenten wapens in handen te geven ten opzichte van wat hun wacht. Als „tweede poot" (na het eerste jaar) verzorgt de EH een tweejarige opleiding journalistiek die momenteel ongeveer 20 studenten telt en waarvan drs. N. C. van Velzen de leiding heeft. Dr. Tukker houdt zich tenslotte bezig met het Instituut voor onderzoek en publikatie. Drs. J. A. van Delden is directeur.

Het werk aan de Evangelische Hogeschool is gegroeid vanuit de achtergrond, vanuit de denkwereld van het creationisme dat in de Angelsaksische wereld een veel duidelijker gezicht heeft. Het is in ons land vooral bekend geworden door een Bijbelse opvatting over leven en schepping tegenover het onschriftuurlijke evolutionisme. De houd me onder andere bezig met een bibliotheek waarin creationistische litteratuur bijeengebracht is die in alle Nederlandse universiteitsbibliotheken ontbreekt, aldus Tukker. Onze vraag was:

Creationisten krijgen vaak het verwijt fundamentalistisch en biblicistisch te zijn. Als begrippen die onder andere inhouden het geloof in de letterlijke inspiratie van Gods Woord, met name inzake de schepping, wekken die twee woorden in de huidige samenleving anthipathie. Is dat terecht?

Creationisme houdt voor ons inderdaad in het geloof in het gezag en de onfeilbaarheid van Gods Woord tot op de letter van Genesis 1 en 2 toe. Het houdt in geloof tegenover ongeloof. In het ontbreken van het zicht op en de waardering van het gezag van de Schrift in de wetenschappelijke wereld ligt de reden tot oprichting van de Evangelische Hogeschool.

Creationisme is echter niet alleen van belang voor natuurwetenschappen. Ook voor taalwetenschap, pedagogiek, psychologie, psychiatrie. We zijn met de uitwerking daarvan niet klaar. Het creationisme echter verzet zich tegen alle evolutionistisch denken. Het gaat om de directe toepasbaarheid van de Heilige Schrift op elk terrein van het leven en van de werkelijkheid.

Bedoelt u dat in de zin van een krantekop uit 1977: „De Bijbel is handleiding voor de filosofie van de wetenschap". Een visie waar de Bijbel meer als wetenschapsencyclopedie wordt gezien dan als boek waarin Gods stem tot ons komt?

Wij hebben er binnen de Evangelische Hogeschool een open oog voor dat we met de verdediging van en het zoeken naar de toepasbaarheid van de Schrift op alle gebied van wetenschap en van leven niet de sectarische kant op moeten. In de confrontatie met mensen die de toepasbaarheid in twijfel trekken, verhuld in welke schone frasen dan ook, blijkt dan ook dat evangelisch en gereformeerd uitstekend één lijn kunnen trekken vanuit gezamenlijke trouw aan de Bijbel. En daarin is de Schrift voor ons iets anders dan wetenschapsencyclopedie.

Toch blijft er meningsverschil mogelijk, mede omdat de Evangelische Hogeschool de Drie formulieren van Enigheid niet als grondslag aanvaardt!

Er bestaat inderdaad een zekere ruimte: ons bestuur heeft destijds besloten dat er geen theologische faculteit komt, hoewel dat wetenschappelijk gezien onjuist is.

U had het over „gezamenlijke trouw aan de Bijbel". Wat zegt u met het gebruik van het woord „Bijbelgetrouw" over uw werk?

Wij maken deel uit van een bepaalde traditie. Vanuit de situatie waarin iemand zich bevindt leest men iets, men controleert aan de hand van de Bijbel, maar daarbij spelen toch allerlei referentiekaders een rol. Zo heeft men bijvoorbeeld dan toch altijd de belijdenisgeschriften weer nodig. Bijbelgetrouwe wetenschap echter toetst niet vanuit een gegeven kader maar stelt de situatie zelf discutabel en laat zich door Gods Woord leren. Daarbij staat nooit van tevoren vast waar men met dat Woord in de hand uitkomt.

Ontstaat er toch niet een bepaalde theorie indien men steeds met het creationisme bezig is?

We moeten telkens weer die weg afleggen. We mogen het Vorverständnis nooit op dezelfde lijn zetten als de Schrift. Dan kan ik mezelf de vraag stellen, wat is de positie van de Heidelberger Catechismus, wat die van de Dordtse Leerregels. En dan staat voor mij persoonlijk vast dat daarin de wil en de openbaring van God uitgedrukt is. Tegelijk laten wij aan de Evangelische Hogeschool de nodige ruimte: in de belijdenis is Gods wil eerbiedig door mensen uitgedrukt, in Gods Woord door de Heere Zelf.

Het hoort toch tot de ondergeschiktheid van de belijdenis aan Gods Woord dat je op z'n minst luistert naar en rekening houdt met mensen die de belijdenis anders verwoorden. Ik zeg niet — let goed op — dat we rekening moeten houden met die mensen die de belijdenis aangaande Gods Woord anders verwoorden.

U biedt toch op die manier ruimte aan allerlei chiliastische ideeën, aan onderscheiden visies op Israël, aan een leer van algemene verzoening en aan de gedachten van iemand als Hal Lindsey? Wekt dat geen verwarring?

Als ik spreek over het gezag van de Bijbel „naar de letter" doe ik dat op het ogenblik waarop ik de Drie formulieren van Enigheid niet als grondslag voor het samenwerkingsverband in de Evangelische Hogeschool kan gebruiken. Het ,,naar de letter" maakt krachtig beroep op de onfeilbaarheid van Gods Woord mogelijk. Dat kan echter gevaren met zich meebrengen.

Extreme figuren uit pinksterkringen en de charismatische beweging weren wij, zowel onder de docenten als bij de studenten. Zij vormen een gevaar voor de eenheid. En bij een toelatingsgesprek wordt zeker gelet op de houding ten aanzien van de algemene verzoening. Maar met de boodschap van een man als Lindsey gaan wij toch vaak akkoord, al wijzen wij zijn reken- en goocheltoeren af. Dergelijke begeleidende verschijnselen hebben we toch ook wel gezien in de prediking van de puriteinen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.