+ Meer informatie

Ter overweging

8 minuten leestijd

Dr. Herman Ridderbos, Zijn wij op de verkeerde weg ? Theologie en gemeente, deel 5. J. H. Kok B.V., Kampen, 1972. 86 blz.

Voor de serie „Theologie en gemeente” schreef prof. dr. H. Ridderbos een studie over de verzoening. Zoals de titel al aanduidt, wil hij ingaan op de uitdaging die in de dissertatie van dr. H. Wiersinga gelegen is voor de reformatorische belijdenis en het daarin uitgedrukte geloof van de gemeente. Hij merkt in het inleidend hoofdstuk over de „alternatieve verzoeningsleer” van Wiersinga op, dat deze het hart van de gereformeerde belijdenis en van de gereformeerde religie raakt, waarin het plaatsbekledend karakter van het lijden en sterven van Christus steeds centraal heeft gestaan, niet maar als een voorlopige, ons tot navolging roepende heilsdaad, maar als het eens en voor goed voor ons volbrachte werk, waarin wij door het geloof mogen rusten.

Het gaat dr. Ridderbos vooral om het beroep op de Heilige Schrift. De kern van het werk wordt gevormd door de grondige en tegelijk zeer begrijpelijke verklaring van wat de Schrift zegt over het offer dat Christus bracht ter verzoening van onze zonden. Ridderbos legt de volle nadruk op het plaatsbekledend en voldoening gevend karakter van Zijn lijden en sterven.

Maar niet alleen in dit deel van de studie is de auteur in zijn kracht, ook als hij schrijft over „verzoening en vernieuwing” en over de „reikwijdte van de verzoening” geeft hij een goed stuk gereformeerde theologie. Ik zou alleen niet spreken van een wederzijdse afhankelijkheid, zoals hij dat doet, als hij het onlosmakelijk verband wil aangeven tussen wat in Christus is geschied en wat door ons geschieden moet. Dat het tweede het onmisbare bewijs van het eerste is, maakt de verzoening immers nog niet van de vernieuwing afhankelijk.

Bij het thema „De reikwijdte van de verzoening” wordt ook iets gezegd over opvattingen van dr. H. M. Kuitert — die trouwens meer dan eens sympathie heeft betuigd met Wiersinga — inzake het „latente koninkrijk” en het „anonieme belofte-woord”. Wie datgene waarin de wereld in haar strijd voor menselijkheid en gerechtigheid meevalt als verborgen rijk van Christus of als kerk buiten de kerk zou willen aanduiden, ook als dat buiten het geloof in Christus omgaat, overschrijdt volgens Ridderbos de grenzen en de bedoeling van de Bijbel. Dat betekent niet veel anders dan dat deze stellingen onbijbels zijn.

De gehele studie is zo direct en overtuigend geschreven, dat zij allen die willen nadenken over de belangrijke vragen die thans aan de orde zijn, hartelijk kan worden aanbevolen.

Zou Wiersinga zijn alternatieve of effectieve verzoeningsleer nu nog niet prijsgeven ? Maar afgedacht daarvan heeft een geschrift als dit om zijn bijbels gehalte blijvende waarde.

„POLITIEKE PREDIKING”

In de serie „Apeldoornse studies” verscheen de oratie die prof. dr. W. H. Velema uitsprak bij de rectoraatsoverdracht in september 1972 (uitgave KokKampen, prijs f 4,95). Graag willen we de aandacht van onze lezers op deze studie vestigen. De zaak die hierin aan de orde wordt gesteld, staat in het brandpunt van de theologische belangstelling. Niet elke ambtsdrager zal er in even sterke mate mee geconfronteerd worden, maar er zullen weinigen zijn die er niet mee in aanraking komen. De zaak van „politieke prediking” — hoe overigens ook genoemd — zit a.h.w. „in de lucht”. Het zijn met name de dusgenaamde „massa-media” die meestal niet bepaald objectief, soms zelfs haast terreurachtig, hun invloed uitoefenen in de richting van een theologie, een prediking die in deze brochure bestreden wordt. Deze massa-media bereiken ook onze mensen, rechtstreeks of via anderen en beïnvloeden heel het geestelijke klimaat waarin wij leven. Daarom zal elke ambtsdrager er goed aan doen kennis te nemen van deze studie, wil hij tenminste iets kennen van het klimaat waarin zovelen van de gemeente (moeten) leven.

Het is niet de bedoeling — trouwens praktisch ook onmogelijk gelet op de beschikbare ruimte — een weergave van de inhoud te geven. Samenvattend zou dit te zeggen zijn: uitgaande van een uitspraak van de gereformeerde synode (geciteerd uit „Kerkinformatie” — ook de conclusie van het desbetreffende deputatenrapport wordt uit dit blad geciteerd, hoewel in „een sterk verkorte weergave”, maar het is niet duidelijk aangegeven dat de tussen haakjes geplaatste woorden „van woord en sacrament ?” niet tot het citaat behoren), onderneemt de auteur enige verkenningen op het terrein van de „politieke theologie”. Hierbij bespreekt hij met name de politieke theologieën van Dorothee Sölle en J. B. Metz, die de boodschap van Gods Woord in politieke termen willen vertalen, waarbij „politiek” dan de marxistische visie op mens en maatschappij betekent: „De marxistische maatschappijvisie en -kritiek wordt hier tot filter waardoor het evangelie heen moet, wil het in onze tijd nog kracht hebben … Marx is de canon, waarnaar het evangelie van Jezus moet worden gemeten, vertaald en gedaan”. Theologie en geloof moeten verwoord worden in termen van het maatschappelijk gebeuren en verwerkelijkt in protest en solidariteit. Tot nu toe is de kerk met haar boodschap al te vaak een instrument geweest van de onderdrukkende klasse en stond zij meer dan goed voor haar was aan de kant van het „kapitaal” en de gevestigde machten. Maar nu moet zij prediken de (zonodig revolutionaire) verlossing van onderdrukking en ontrechting die in de bestaande structuren evident zijn. Oude begrippen als zonde, heil, waarheid, verlossing, bekering worden gevuld met politieke, maatschappelijke inhoud. Dan pas wordt de boodschap actueel en aanvaardbaar.

Prof. Velema analyseert deze denkbeelden op een rustige wijze. Hij laat zien dat de Bijbel metterdaad een kritische benadering eist ook van de politieke en sociale situatie, maar dat zijn boodschap gedenatureerd wordt wanneer buiten beschouwing blijft dat het kwaad niet in de eerste plaats zit in de politieke en sociale structuren en situaties, maar in het hart van de mens. Deze door hem gelaakte theologie en de daarmee gekoppelde prediking keren zich fel tegen racisme, imperialisme, uitbuiting enz. enz. maar dekten met een haast aan kwaadaardigheid grenzende naïviteit het materialisme, dat aan het marxisme inherent is. Hij toont aan dat de Here Jezus zò slechts een voorloper, voorman, voorbeeld wordt die inspireert enz. tot deze politieke theologie — die meer ideologie dan theologie is —, maar niet de Christus der Schriften. Hij laat zien dat de gemeente wordt gemanipuleerd (om in het marxistische straatje te lopen) wanneer men heil en heiliging doorelkaar haalt, de heiliging tot heil maakt, en dat de gemeente in feite de kerk wordt uitgejaagd: journalisten en politici zijn doorgaans beter geïnformeerd en beter in staat de politieke situaties te analyseren dan dominees die, wanneer ze niet meer te vertellen hebben, het Evangelie alleen maar ongeloofwaardig maken. De schrijver komt dan sterk op voor de mondigheid en de zelf-verantwoordelijkheid van de gemeente die juist in deze theologie zo sterk worden aangetast, ondanks de beweerde actualiteit en progressiviteit. De prediking zal een indringende oproep moeten zijn die mondigheid en zelfverantwoordelijkheid te beleven, uitleg èn toepassing, omdat Gods Woord niet door de geest van Marx, maar door de Heilige Geest levensvernieuwend werkt. En dàt heeft consequenties voor hèèl het leven, ook in politicis, in èlke structuur.

Gelijk opgemerkt, de hier aan de orde zijnde denkbeelden die zo sterk gepropageerd worden, komt U zeker wel ergens tegen bij Uw ambtswerk. Laat U de kans niet ontnemen U hieromtrent onder zo deskundige leiding te oriënteren !

Correctie

Naar aanleiding van mijn bespreking van het boekje Opnieuw Beginnen (Ambtelijk Contact, augustus 1973, blz. 92) zonde de auteur, ds. Th. Delleman, mij een briefje, waarin hij stelt dat de door mij aangevoerde reden om het boekje niet onder verantwoordelijkheid van de gereformeerde deputaten te doen verschijnen, onjuist is. Ik meende dat deputaten met ds. Delleman van mening verschilden over de bijbelse gronden voor de aanvaarding van de nieuwe wet op de echtscheiding. Het was mij bekend dat in de kring van gereformeerde theologen, met name van Nieuw Testamentici op dit punt over de uitleg en betekenis van de Schriftgegevens anders wordt gedacht.

Ds. Delleman heeft mij in een telefoongesprek verzekerd dat dat verschil binnen de kring van deputaten geen enkele rol speelde. De bezwaren tegen het betoog van ds. Delleman binnen de kring van deputaten waren van juridische aard.

Graag wil ik deze correctie doorgeven. Het was allerminst mijn bedoeling om iets te suggereren wat in strijd met de feiten is. Ik meende dat het exegetisch bezwaar tegen de gedachten en de conclusies van ds. Delleman in de kring van gereformeerde theologen sterker was dan het geval blijkt te zijn. Het spijt me dat ik daarmee een verkeerde voorstelling gaf van de feitelijke stand van zaken. Hiermee heb ik dat gaarne recht gezet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.