+ Meer informatie

“HEB JE HEM AL BEZET?”

5 minuten leestijd

Grote ijver

Deze vraag kan door een preekvoorziener (scriba) aan zijn (of haar) collega gesteld worden. Het kan ook een vraag van de preekvoorziener zijn aan een bevriende predikant.

Ik kom nog eens terug op het maken van preekafspraken. Laat ik beginnen bij degene die namens de kerkenraad moet proberen de zondagen bezet (“vol”) te krijgen. Dat is in een vacante gemeente een nog dringender aangelegenheid dan in een gemeente, waar het alleen om de vrije zondagen van de predikant gaat.

Ook in niet-vacante gemeenten wordt het op prijs gesteld, dat de vrije zondagen van de eigen predikant(en) door gastpredikanten worden waargenomen. Als er dan nogal eens “gelezen” moet worden, valt er al gauw een (licht) verwijt in de richting van de scriba. Hij heeft niet tijdig voor voorziening gezorgd. Hij was er kennelijk (weer) te laat bij.

Het is begrijpelijk dat degenen die met de preekvoorziening belast zijn, hun best doen zo snel mogelijk de zondagen bezet te krijgen.

Daarvoor doen veel preekvoorzieners hun best. Het is geen uitzondering dat een predikant anderhalf jaar tevoren geheel “volgeboekt” is - uiteraard onder het voorbehoud van Jacobus. Twee jaar geleden heb ik hierover al eens geschreven in Ambtelijk Contact.

De scriba’s zeggen tegen elkaar: je moet er vroeg bij zijn, anders zit je ernaast. Dat willen ze graag voorkomen. Dus doen ze hun best, soms bij allerlei bijzondere gelegenheden: afscheid of intrede van een predikant, de Schooldag, een ouderlingenconferentie, en vooral de telefoon.

Laat ik duidelijk mogen zeggen dat de ijver van de preekvoorzieners waardering verdient. Ik kan het geen van hen kwalijk nemen, als zij proberen de zondagen bezet te krijgen. Ze doen het, zo zeggen ze soms ter verontschuldiging, niet voor zichzelf, maar voor hun gemeente.

Een enkele maal doet de ijver denken aan koning Jehu uit het Oude Testament. Ik zou van de inspanning echter geen kwaad woord willen zeggen. De preekvoorzieners zijn ervoor aangewezen en worden, als het niet lukt, erop aangekeken.

Zware belasting

Nu kijk ik naar de predikanten, al of niet geëmeriteerd, en naar de studenten. Zij worden aangesproken (zelden nog aangeschreven zoals vroeger). Zij worden - zo beleeft een dominee het soms - achternagezeten.

Als zij weten welke zondagen ze te “vergeven” hebben, zeggen ze niet gauw neen tegen een verzoek.

Om verschillende redenen gaan predikanten vroeg in op de vraag om een zondag. Allereerst: zij vinden het een voorrecht om zondags voor te gaan, eventueel ook in een andere dan de eigen gemeente. Vervolgens: als je al te lang wacht met een toezegging te doen, is de tijd voorbij. Dan zijn er afspraken gemaakt waar je niet meer “tussenkomt”. Terecht vind ik. ledere dominee (en scriba) moet de gemaakte afspraken respecteren. Men moet de een niet afzeggen, omdat men liever een ander wil hebben, hoewel die ander zijn aanbod later doet. Ook naar de kant van de predikanten is het tijdig bespreken raadzaam.

Er is nog een derde reden voor predikanten om op langere termijn afspraken te maken. Die reden is het feit dat men dan kan zeggen: Ik ben (bijvoorbeeld) tot eind volgend jaar bezet (anderhalf of bijna twee jaar van tevoren). Er zijn predikanten, die soms met een zekere trots verteilen dat ze tot dan en dan helemaal vol zitten. Dit geldt ook wel van de preekvoorzieners. Als ik op me laat inwerken wat ik soms opvang, zeg ik: Ze helpen elkaar, maar vinden het ook wel aardig om de ander net voor te zijn (overigens heel begrijpelijk).

Er zijn ook predikanten die al zuchtend zeggen: Ik ben tot eind volgend jaar al helemaal bezet. Waarom al zuchtend? Zo’n schema legt op de predikant een zekere druk. Hij heeft voor wat de zondagen betreff nauwelijks “bewegingsvrijheid”. Bovendien moet hij, als de lijst is ingevuld, tegen alle nog kornende verzoeken neen zeggen. Dat is vervelend. Ik weet van predikanten die hun antwoord beginnen met: Ik wou dat ik u kon helpen, maar helaas ik ben helemaal bezet.

Er is nog een reden om te zuchten. Wie vroeg toezegt, heeft niets meer over voor een gemeente, waar hij in lang niet is geweest en toch graag eens zou willen voorgaan. Het verzoek komt (om overigens heel begrijpelijke redenen) te laat.

Mijn conclusie uit het bovenstaande, dat ontleend is aan de praktijk, is dat de zaak van de preekvoorziening soms vast zit, doordat èn predikanten èn scriba’s de zondagen zeer vroegtijdig proberen vol te krijgen.

Een oplossing?

Is hiervoor een oplossing te vinden? Het is mij bekend dat in bepaalde kerken de bespreking van de zondagen begint na de zomer. Laten we zeggen: begin september. Dan zou men tot het einde van het volgende jaar toezeggingen kunnen doen, dus nog geen anderhalf jaar vooruit.

Als men een gemeenschappelijke startweek heeft, wordt het voor predikanten mogelijk om de zondagen billijker over de gemeenten te verdelen; en ook eens daar te komen waar men in lange tijd niet is geweest. Men kan dan binnen een tijdsbestek van tien dagen de verzoeken overzien en een billijke verdeling maken.

Dit voorstel kan alleen slagen, als iedere preekvoorziener zich eraan houdt. Dat geldt ook van de predikanten.

Er zullen wel praktische bezwaren tegen dit voorstel in te brengen zijn. Ik heb er geen moeite mee, als er iets heel anders en wellicht iets veel beters uit de bus komt. Het Iijhet me uitermate gewenst dat er goede afspraken gemaakt worden met het oog op het maken van preekafspraken. Wie meent een betere regeling te kunnen voorstellen, melde zich. Hij zal ons allen er een dienst mee doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.