+ Meer informatie

GELOOF IN DE SAMENLEVING

8 minuten leestijd

PARADOXALE TRENDS

Onze samenleving verandert in een hoog tempo. Vaak ook lijken deze trends paradoxaal. Onze van oorsprong christelijke natie is in een rap tempo nu een seculiere samenleving geworden. Niettemin is er een grote aanwezigheid en invloed van de islam. Het kerkbezoek is de laatste decennia drastisch afgenomen, maar aan bepaalde vormen van godsdienst, religie en spiritualiteit is grote behoefte. De emancipatie en de autonomie van het individu is niet eerder zo groot geweest, terwijl het belang van netwerken aantoonbaar is. De verruwing van de samenleving is duidelijk merkbaar, terwijl de overheid normen en waarden bepleit. In onze overwegend hedonistische samenleving kan het gebeuren dat een principieel christelijke partij als de Christenunie deelneemt aan de regering.

SCHERPE DEBATTEN

Deze trends leiden heel vaak tot scherpe en spannende debatten waarbij de plaats van het geloof in de samenleving aan de orde is. Vele politici en bestuurders bepleiten de absolute afwezigheid van geloof in het publieke domein. Christenpolitici mogen van de tegenstanders geen argumenten bezigen die voortvloeien uit hun geloof. Dat zou achterhaald en betuttelend zijn. Voorbeelden daarvan zijn de debatten over de weigerambtenaren, de embryo-selectie, de koopzondagen en bepaalde leerkrachten in het christelijk onderwijs. Maar deze tegenstanders zien over het hoofd of willen er niet aan dat ook zij een bepaald geloof hebben en van daaruit redeneren. Ieder mens heeft zijn overtuiging en waarom zou de ene overtuiging niet mogen en de andere wel?

GELOOF IN DE SAMENLEVING

Deze allergie jegens christenen bleek wel overduidelijk in de kwesties over de hulpverlening aan jongeren door Youth for Christ in Amsterdam Zuidwest en de hulp aan prostituees door Het Scharlaken Koord in Amsterdam-Centrum en Haarlem. Beide organisaties waren geselecteerd op hun professionele en succesvolle wijze van hulpverlening aan jongeren, resp. prostituees. Maar toen bepaalde partijen en de Amsterdamse (deel)raad advertenties voor het aantrekken van medewerkers zagen, waarin gevraagd werd dat deze medewerkers christenen moesten zijn, toen bleken deze organisaties niet langer geschikt. Youth for Christ moest beloven dat de medewerkers bij hun hulpverlening hun geloof zouden thuis laten. Maar wie zegt: gelieve uw motivatie thuis te laten, krijgt halve mensen, robots en daar heb je niet zo veel aan.

Christelijke organisaties die de Bijbelse grondslag hanteren zijn vaak meer dan algemene organisaties gemotiveerd hulp te verlenen aan zwakkeren in de samenleving. Maar in deze seculiere samenleving kunnen zij tegen grenzen aanlopen, waarvan zij per casus moeten beoordelen tot hoever te gaan. Evenzeer zullen principieel-christelijke partijen die deel uitmaken van een regering, of van gedeputeerde staten, of van een college van burgemeester en wethouders en dus verantwoordelijk zijn voor besluiten, compromissen hebben te beoordelen. In alle gevallen zal de geloofwaardigheid van het handelen of nalaten, getoetst aan de Bijbelse grondslag, voorop moeten gaan, c.q. het zwaarst moeten wegen. Deze problematiek zal veelal aan de orde zijn in het verkeer tussen de verschillende betrokken partijen, maar kan zelfs ook aan de orde zijn binnen de organisaties en partijen zelf. Is het gedrag van christenhulpverleners, van leerkrachten op christelijke scholen, van christenpolitici, etc, voldoende geloofwaardig? Besturen en toezichthouders van deze organisaties en partijen hebben daarin een sturende verantwoordelijkheid.

SCHEIDING KERK EN STAAT

Hoe liggen deze verhoudingen van het geloof in de samenleving tussen Kerk en Staat? Er bestaat veel verwarring over de zogenoemde scheiding van Kerk en Staat. Het is goed te bedenken dat de overheid (de staat) van onze nu weliswaar plurale, maar vroeger christelijke samenleving nooit echt neutraal is geweest. Het tegendeel hoort zelfs tot de wezenskenmerken van de Nederlandse samenleving. We hebben een zeer christelijk volkslied, op de euro staat een bede, ons staatshoofd wordt in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd en zij is ons staatshoofd volgens de aanhef van elke wet slechts bij gratie Gods. Op verzoek van de overheid voeren de kerken de geestelijke verzorging uit in justitiële inrichtingen, in de krijgsmacht en in de gezondheidszorg. Er is nog steeds een aantal burgerlijke gemeenten dat begint met een ambtsgebed. De strikt radicale scheiding tussen Kerk en Staat is dan ook een illusie. Kerken zijn naast geloofsgemeenschap ook sociale instituties, die hoe dan ook deel hebben aan en een rol vervullen in de samenleving. Dat betekent dat de overheid, die immers een dienende functie heeft voor de samenleving en het algemeen belang en welzijn, zich niet van bemoeienis met kerk en religie kàn onthouden. Al was het alleen maar omdat een deel van hun burgers hun welzijn ontleent aan het leven als gelovige en als lid van een kerk.

Houdt dit alles dan in dat er geen scheiding bestaat of moet bestaan tussen kerk aan de ene kant en de democratische rechtstaat en het publieke domein aan de andere kant? Dat is uiteraard niet het geval; die scheiding moet er zijn, maar dan gekwalificeerd als een welwillende en, waar nodig, als een positieve en faciliterende neutraliteit van de zijde van de staat jegens de kerk. Deze vorm van neutraliteit geldt natuurlijk zowel de landelijke als ook de provinciale en gemeentelijke overheid. Toch bleek in de afgelopen tijd deze scheiding nog al eens voor onduidelijkheden te zorgen. Veel burgerlijke gemeenten wisten hier niet goed mee om te gaan. In maart van dit jaar verscheen daarom een handreiking voor gemeenten in de vorm van een rapport van de Vereniging van Nederlandse gemeenten over ‘Religie en publiek domein’. Dat rapport geeft gemeenten ruimte ook religieuze instellingen als kerken te subsidiëren, mits het gaat om algemene taken, op het gebied van het maatschappelijk welzijn.

HULP VANUIT HET HART

Hoe zal de plaatselijke kerkelijke gemeente zich nu opstellen ten opzichte van de burgerlijke gemeente, zonder de primaire roeping van de gemeente, namelijk het zijn van het lichaam van Christus, te veronachtzamen of te schaden? Eén van de thema’s waar vanaf 2007 de kerken en de burgerlijke gemeenten elkaar, meer dan voordien, zijn gaan raken zijn de activiteiten die voortvloeien uit de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Vanaf dat moment zijn de burgerlijke gemeenten verantwoordelijk geworden voor de zorg en hulpverlening zoals in de WMO is geregeld. Gemeenten moeten voor elk van de genoemde negen prestatievelden om de vier jaar een plan opstellen. Dat moet zij doen in samenspraak met een zogenoemde WMO-raad, waarin burgers en belangenorganisaties zitting hebben. De in die plannen beschreven activiteiten kunnen worden ondergebracht bij hulpverleningsorganisaties, waaronder ook kerken. Hulpverleners van kerkgenootschappen of christelijke organisaties zijn immers meer dan gemiddeld gemotiveerd om de hulp te verlenen, want beschouwen het als een Bijbelse opdracht. Vele ziekenhuizen zijn in vroeger tijden vanuit die roeping ontstaan, evenals zorginstellingen voor bijvoorbeeld gehandicapten. Maar ook bijvoorbeeld het Leger des Heils is ruim 100 jaar geleden zo ontstaan. Actuele voorbeelden zijn het opzetten van wijkwinkels voor hulpvragen van wijkbewoners, het verzorgen van praaturen, c.q. taallessen met en voor allochtonen, het organiseren van sportactiviteiten in de wijk, het bieden van hand- en spandiensten bij verzorgingsinstellingen, etc. Deze activiteiten van algemeen welzijn die de sociale cohesie in wijk of dorp vergroten, willen burgerlijke gemeenten subsidiëren. Zo komen zij in aanraking met de lokale kerkgemeenschappen.

KANSEN VOOR KERKEN

Uit ervaringen tot nu toe blijkt echter dat kerken en lokale overheden nog wat huiverig tegenover elkaar staan. Enerzijds zien lokale overheden de mogelijkheden van professionele en kwalitatieve hulp. Anderzijds is er vrees voor het verwijt van vermenging van kerk en staat en terughoudendheid voor hulpverlening juist door christenen. Toch liggen hier kansen voor de lokale kerkelijke gemeenten. Onze moderne samenleving heeft de kerken hard nodig. Zij zijn vaak een bron van harmonie en eenheid in de vaak conflictueuze samenleving. Kerkelijke hulpverlening en zorg in de wijk, dorp of stad biedt kerken de mogelijkheid hun gezicht te tonen en zo een deel van hun Bijbelse opdracht te vervullen. Kerken zijn als het ware expertisecentra voor zorg, hulp en sociaal beleid en oefenplaatsen bij uitstek om naar elkaar om te zien. Kerken hebben naar buiten niet alleen een missionaire taak maar ook een diaconale, namelijk om om te zien naar de naaste, in het bijzonder de naaste die onze zorg of hulp nodig heeft in de lokale omgeving. Het is niet zonder betekenis dat de generale synode van de PKN in november jl. een nota over dit onderwerp vaststelde als handreiking voor het gesprek in gemeente en kerk.

Maar ook het boek Delen en dienen, dat eind november vorig jaar werd gepresenteerd op onze eigen landelijke diakendag, biedt een vergelijkbaar perspectief.

VALKUIL

Er bestaat echter wel een valkuil. Kerken en hun gelovigen hebben als eerste roeping de gemeenschap der heiligen te zijn. Hulpverlening en het bieden van zorg, al of niet in opdracht van de lokale overheid mag die roeping onder geen beding onder druk zetten. Van gelovigen mag niet gevraagd worden hun geloof ‘thuis’ te laten. Kerken en gelovigen dienen volop dienstbaar te zijn aan de samenleving, hetzij lokaal hetzij nationaal, maar zullen immer de verleiding hebben te weerstaan van overheidssubsidie die ten koste gaat van hun eerste roeping. Kerken zijn niet een goedkoop reservoir van vrijwilligers, waarop makkelijk een beroep te doen is.

Het is daarom gewenst dat kerkelijke gemeenten daarover nadenken en een visie ontwikkelen waarin wordt beschreven welk rol de kerkelijke gemeente wil vervullen in de lokale gemeenschap en welke grenzen ze daarbij in acht wil nemen. Daarmee kan worden voorkomen dat er spontaan en enthousiast op verzoeken van de lokale overheid wordt ingegaan, waarop later moet worden teruggekomen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.