+ Meer informatie

Genesis 2 en 3

5 minuten leestijd

16.

Verder schrijft prof. Oosterhoff over De Zonde en haar gevolgen.

Volgens hem begint de zonde bij de begeerte. Moeten we de zonde in haar eerste begin niet zien in twijfel en ongeloof? In principe was de vrouw al ongehoorzaam, toen ze met de slang, ging spreken. Ze kende de aard van de slang, maar heeft er geen acht op geslagen, dat hij sprak in strijd met zijn aard. Zij hield niet aan God vast en daarom oordeelde zij over het spreken van de slang verkeerd.

Calvijn zegt in zijn Commentaar het volgende: 6. En de vrouw zag. Deze onreine en met het vergif der begeerlijkheid besmette blik van Heva, was de voorbode en ’t bewijs van een onzuiver hart. Te voren had zij den boom goed kunnen aanzien, zonder dat enige lust tot eten haar gemoed raakte. Het geloof toch, dat zij bezat in Gods Woord was de allerbeste bewaker van ’t hart en de zinnen. Nu, nadat het hart van ’t geloof en de gehoorzaamheid aan het woord is afgevallen, bederft het tegelijk alle zinnen, en de verkeerdheid is door alle deelen, zoowel van de ziel als van ’t lichaam, verspreid. Dit is dus het teeken van den goddeloozen afval, dat de vrouw den boom goed oordeelt tot spijze, dat zij begeerig zich vermaakt in zijn aanblik, dat zij zich wijs maakt, dat hij begeerlijk was, om verstand te bekomen, terwijl zij tevoren honderden malen met vrijen en bedaarden blik hem was voorbijgegaan. Want nu de teugel is afgeworpen, wordt zij driest en onmatig geslingerd in het gemoed, en het lichaam sleept zij met zich tot dezelfde bandeloosheid.”

We geven nu weer het woord aan prof. Oosterhoff: „Terwijl ze keek naar de verboden boom, zag ze hoe mooi de boom was en hoe lekker haar vruchten er uitzagen en ze begeerde ervan te eten „om daardoor verstandig te worden” (vs. 6). Uit het laatste blijkt, dat de boom geen gewone boom was en dat de vruchten van de boom geen gewone vruchten waren. Door het eten daarvan kon men „verstandig worden”. Ik wees er reeds op, dat het hebr. woord ook betekent „succes hebben”. Dat is het ideaal van de vrouw om vooruit te komen, zelfstandig en autonoom te worden, als God te zijn. Dat is het wezen van de zonde: los van God te wezen, vrij te zijn, in ongeboden autonomie zelf uit te maken wat goed is en wat kwaad. Zonde is ten diepste rebellie tegen God. De begeerte van de vrouw richtte zich niet slechts op een of andere vrucht. Terecht zegt Aalders: „Die kennis van goed en kwaad, waarvan de slang gesproken had, lachte haar toe. Dan zou ze „als God wezen,” met Hem gelijk staan, niet aan Hem onderworpen zijn”. Haar begeerte voerde tot de daad.”

Tot zover de schrijver. We willen een paar aantekeningen maken. Volgens prof. Oosterhoff is de boom geen gewone boom en zijn de vruchten van de boom geen gewone vruchten. Zijn er buitengewone bomen of was er een buitengewone boom? Was het dan wel een boom? We krijgen zeer sterk de indruk, dat we hier te maken hebben met inlegkunde. De schrijver is uitgegaan van een bepaald uitgangspunt, namelijk van de symbolische weergave van wat eens in het begin van de mensheidgeschiedenis - is dat iets anders dan het begin van de wereldgeschiedenis? - heeft plaats gehad en lijkt nu wel alles daaraan te willen aanpassen. Wat we hierboven van Calvijn hebben aangehaald bevredigt meer. Bij de uitleg van prof. Oosterhoff komen we gemakkelijk tot de conclusie, dat in wezen God de oorzaak is van de zonde, want Hij heeft een boom geplant met vruchten, die verstandig maken, die de mens er toe brengen zelf uit te maken wat goed en kwaad is.

De vrouw begeerde van de boom te eten „om daardoor verstandig te worden”. Tevoren had ze de boom ook gezien, zonder enige zondige neiging. Ze wist wat het eten van de vrucht van de boom zou meebrengen. Toen ze ging luisteren naar de slang zag ze de boom anders; „om daardoor verstandig te worden” is te verklaren uit haar zondige gedachtengang en haar gevallen staat. Evenals elk mens voortdurend de zonde onjuist beoordeelt, wanneer de zonde in haar verlokkende kracht op hem afkomt.

We hebben al bij de beschouwing van wat prof. Oosterhoff zegt over de boom des levens een en ander opgemerkt over de betekenis van deze boom. We vonden in de naamgeving nauwe verbinding tussen het teken en de betekende zaak, zoals die er ook is bij de sacramenten van doop en avondmaal. Ook bij de boom der kennis des goeds en des kwaads moeten we voor ogen houden, wat de Heere Zelf aan het eten van de vrucht ervan verbonden heeft. Dan blijft de boom een boom, zoals de Schrift dat vermeldt en dan blijven de vruchten gewone vruchten, maar dan spreekt God door die boom. Dat is het proefgebod, al wil prof. Oosterhoff van die gedachte af. En dan spreekt ook de mens door de daad, wanneer hij ondanks het verbod toch van de vrucht van die boom eet.

We hebben dus ook hier kritiek op de voorstellingswijze van de schrijver. Er is uiteraard veel waarmee we kunnen instemmen, zowel in wat we uit het boek aanhalen en in wat we laten rusten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.