+ Meer informatie

De pastoor van de slagroomsoezen

W.A. den Hertog: "Ik weet nu dat het zaliger is om te geven dan te ongvangen"

13 minuten leestijd

Toen Willem den Hertog in 1991 zijn ijsfabriek overdeed aan Koninklijke Wessanen, speelden niet alleen zakelijke motieven een rol. Hij wilde vooral meer tijd krijgen voor zijn ideële activiteiten. De achterliggende twee jaar legde hij zich toe op evangelisatie en de verspreiding van christelijke lectuur in het voormalige Oostblok, in eigen land, in gevangenissen, onder thuis- en daklozen. Portret van een ondernemende pionier.

Het bureau in zijn werkkamer ligt bezaaid met evangelisatielectuur. Voornamelijk Bijbels. In het Spaans en het Russisch, maar ook in talen waar Den Hertog tot voor kort nooit van had gehoord. Het Tsjoewassisch bij voorbeeld, een van de vele dialecten die gesproken worden in de voormalige Sowjet-Unie. Toen de ondernemer uit Dirksland op een van zijn reizen door het onmetelijke werelddeel ontdekte dat er behoefte was aan een Bijbel in deze taal, rustte hij niet voor Tsjoewassische Bijbels van de pers rolden. De meeste lectuur betrekt hij van anderen. Als zakenman weet hij dat samenwerking produktiever is dan langs elkaar heen werken. Via de Roemeniëminnaar ds. N. van der Want, predikant van de Christelijke afgescheiden gemeente in Waddinxveen, schafte hij 10.000 exemplaren van de Heidelberger Catechismus in het Roemeens aan. Van de John Bunyanstichting betrekt hij in het Roemeens vertaalde boekjes met meditaties van ds. R Blok over Bunyans Christenreis, met de bekende afbeeldingen van Albert Wessels. Voor evangelisatie onder Hongaarse straatprostituées maakt hij gebruik van een "Er is hoop"-folder, die hij liet vertalen. Naast hem ligt zijn Bijbel, waarin menige tekst is onderstreept, opengeslagen bij 1 Timotheüs 6. „Heb je ooit weleens iemand horen bidden voor de rijken?", vraagt hij, terwijl hij vers sinaasappelsap inschenkt. „Toch roept Paulus daar in het zeventiende vers van dit hoofdstuk duidelijk toe op."

Ideaal
Het begon allemaal twee jaar geleden. Door de verkoop van "Hertog-ijs" was de ondernemer uit Dirksland ineens een vermogend man. „Terwijl het, dat kan ik eerlijk zeggen, nooit mijn doelstelling geweest is om rijk te worden. Het opbouwen van een gezond bedrijf was mijn ideaal, met daarbij het verlangen geld over te houden om dat te investeren in Gods koninkrijk. Daar kwam in de praktijk niet van. Het bedrijf groeide zo snel, dat alle geld er steeds weer in moest om de uitbouw bij te kunnen benen. Daar ben ik nu vanaf De Heere heeft de wortel van het verlangen om business te doen uit mijn ziel weggehaald. Toen ik met die kleinere bedrijfjes verder ging, zeiden sommmige mensen: Nou ga je weer het oude pad op. Ik wist zelf dat dat niet het geval zou zijn. Die bedrijfjes zijn voor mij belangrijk omdat ik met het rendement ervan andere dingen kan doen. Ik weet nu uit ervaring dat het zaliger IS om te geven dan te ontvangen. Niet uit farizeïstische overwegingen, maar omdat God het zo waard is. De vrucht der heiliging komt niet in de eerste plaats openbaar in woorden, maar in daden. We moeten ernaar staan om rijk te worden in goede werken, zoals Paulus in 1 Timotheüs 6 zegt. Uit dat hoofdstuk heeft de Heere me na de verkoop van de ijsfabriek veel onderwijs willen geven. Ik zou het wel van de daken willen roepen: Niets is zo rijk als je leven en je bezit in dienst van God te besteden."

Goede werken
De reformatorische ondernemer is van mening dat de noodzaak van goede werken door de reformatie ondergesneeuwd is. „Goede werken komen te weinig voor in ons woordenboek. Die zijn voor de roomsen. Terwijl de Bijbel leert dat in de eerste ademtocht van de wedergeboorte al goede werken zijn te vinden. Liefde tot God en de naaste. Komen er geen goede werken naar buiten, maar enkel praatjes, dan moeten we ons eens afgaan vragen of het wel goed zit. Lees Gods Woord er maar op na, wat de Heere allemaal belooft op goede werken. Alles uit genade, laten we dat goed voorop stellen. Maar het gaat niet zonder de werken. We lezen van Cornelius dat de Heere zijn gebeden en zijn aalmoezen aanzag. Ik heb ondervonden dat daarin ook de vreugde van het geloof wordt verkregen. Het is wel gebeurd dat ik me na een reis door Siberië in een hoekje van het vliegtuig zat te verwonderen van blijdschap, om alles wat ik terug had mogen geven van dat wat ik ook zelf heb ontvangen." Den Hertog zag er Gods leiding in dat de verkoop van zijn bedrijf plaatshad in de periode waarin het IJzeren gordijn viel, waardoor het mogelijk werd op grote schaal in het Oostblok te evangeliseren. „Ik heb me altijd bijzonder verbonden gevoeld met het werk voor de kerk in de verdrukking. Had daar ook een kleine taak in. Zo vervalste ik kentekens voor die jongens die met campers Bijbels naar Oost-Europa smokkelden. Door Friedensstimme kon ik de achterliggende twee jaar heel snel tot definitieve projecten komen. Je moet niet het wiel voor de tweede keer gaan uitvinden. Friedensstimme heeft een geweldig netwerk van contacten door de totale voormalige Sowjet-Unie."

Woord en Geest
„De nadruk valt voor mij op lectuurwerk. God werkt door Zijn Woord en Geest. Daar heb ik al zo veel voorbeelden van gezien. De laatste keer nog in Siberië. Daar ontmoette ik een crimineel die tot bekering is gekomen door een Johannes-evangelie, dat ooit een strafkamp binnengesmokkeld is. Onze woorden hebben niet veel waarde, maar van het Woord van God mogen we wonderen verwachten. Dat zie ik daar en ook in ons eigen land elke keer weer bewaarheid. Naast het lectuurwerk dragen we bij in de bouw van kerkjes en de reiskosten van voorgangers, want de afstanden in Rusland zijn enorm. Door mijn betrokkenheid bij het joodse volk probeer ik ook contacten te leggen met Russische Joden. Ik heb ontdekt dat die veel ontvankelijker zijn voor het Evangelie dan de Joden in het Westen. Andere organisaties leggen zich vooral toe op materiële hulp aan Joden. Niets op tegen. Maar ik voel me vooral gedrongen om onder hen te evangeliseren, door hen van complete Bijbels te voorzien. In de toekomst hoop ik dat werk gestructureerder aan te gaan pakken, in samenwerking met de stichting "Israël en de Bijbel". Ik vergeet nooit de ontmoeting met een bekeerde Jood, een eerbiedwaardige figuur met een patriarchale baard, die me huilend omhelsde nadat ik hem een aantal Hebreeuwse/Russische Bijbels had gegeven."

Godsvreze
Door zijn samenwerking met Friedensstimme heeft Den Hertog in de voormalige Sowj et-Unie uitsluitend contact met niet-geregistreerde baptisten. Diep is hij onder de indruk geraakt van het gebedsleven, de godsvreze en de levenswandel van deze christenen. „Het zijn gemeenten die net uit de verdrukking komen. Je ontmoet daar mensen die niet alleen de droefheid over de zonde kennen, maar ook de kracht van het geloof beleven en uitdragen. Die de werking van de Heilige Geest zodanig ervaren dat ze er niet van kunnen zwijgen. Je leert daar ook weer letterlijk de knieën buigen. Dat eenvoudige, godvrezende leven heeft me bijzonder getroffen. Daar neem je wat van mee. Onherroepelijk. De evangelisatiedrang van die mensen werkt positief op je geestelijk leven. Is de duisternis in ons kerkelijk leven niet grotendeels te verklaren uit het feit dat we de kerkdeuren gesloten hebben voor mensen uit de wereld? Dat is me in Siberië pas goed opgevallen. Daar zijn ze blij als ze een opgeverfde dame in wereldse kleding binnen zien komen, omdat het een ziel is die gered kan worden nu ze onder de adem van Gods Woord verkeert."

Bijzaken
In het verschaffen van lectuur laat de ondernemer zich leiden door de zogenaamde "Broederraad" van niet-geregistreerde baptistengemeenten. „Die weet beter dan wij wat er nodig is. Wie zijn wij trouwens, dat we mensen die door zo'n verdrukking heen zijn gegaan zouden voorschrijven wat ze moeten lezen? Ik heb wel eens een groep predikanten geschreven of het niet mogelijk is een conferentie te beleggen rond de vraag: "Wat kunnen wij leren van de kerk uit de verdrukking?" Kijken we niet liever met een vergrootglas of we in hun leer geen afwijkingen vinden? Terwijl deze mensen in hun lichaam weten wat het betekent om te lijden voor de naam van Jezus Christus. Dan ga ik graag aan hun voeten zitten en accepteer ik graag de volwassendoop. Wij zijn zo druk geraakt met de leer, dat het christelijke leven en de zielen die buiten zijn nauwelijks aandacht meer krijgen. Begrijp me goed, ik heb de gereformeerde gezindte lief, ik ben erin wedergeboren, maar ik heb wel een eigen visie. Onze gezindte is te veel met bijzaken bezig."

Samenwerking
De versplintering van zending, evangelisatie en christelijke hulpverlening binnen de gereformeerde gezindte ziet Den Hertog als een rechtstreeks gevolg van deze houding. „Zoveel kerkjes en groepjes, zoveel comiteetjes. Die ontwikkeling is ontzettend moeilijk een halt toe te roepen. Wel kun je attenderen op de noodzaak en het nut van samenwerking. Die probeer ik achter de schermen te verbeteren. Als het goed is zijn we toch voor de Heere en Zijn dienst bezig en niet voor ons eigen zaakje en onze eigen naam? Communiceer dan normaal. Stuur via de fax informatie naar mekaar, zodat je niet bezig bent met dubbel werk, tijdverspilling, geldverspilling. Een onderdeel van dit probleem is wellicht dat te veel predikanten zich actief bezighouden met deze zaken. Door de kerkelijke verdeeldheid kan dat leiden tot een verharding van standpunten, zeker als geld en macht in het geding zijn. Ik denk dat deze broeders door de Heere geroepen zijn om te bidden en te prediken. Niet om als een soort bankdirecteur op te treden voor stichtingen, comités en deputaatschappen. Het mag ons gebed wel zijn dat over de kerkmuren heen mensen die de Heere vrezen eensgezind de naaste in geestelijke nood begeren te dienen."

"De Levensbron"
Parallel aan het werk in het Oostblok liep Den Hertogs ontwikkeling tot zelfstandig "evangelist" in eigen land. Door contacten met IRS-directeur Van Dooijeweert, toen nog evangelist van de Gereformeerde Gemeenten, raakte hij betrokken bij het werk van de stichting "Geef het Woord door", die door "De Levensbron" het Nederlandse volk weer in contact wil brengen met Gods Woord. „Samen met een broeder uit het zakenleven neem ik grote aantallen van die evangelisatiebijbel af en en distribueer die door het hele land. In het vertrouwen dat Gods Woord nooit ledig zal wederkeren. Er wordt wel gezegd dat men in Nederland het Woord niet meer hoeft. Dan vraag ik: heb je het wel eens geprobeerd? Een paar maanden terug stond ik 's avonds bij het tankstation voor de Maastunnel. Komt er een griezel van een vent naar me toe lopen. „Mooie auto hebt u, meneer." Ik leg een hand op z'n schouder en zeg: „Jij bent niet met beste dingen bezig, vriend. Wat loop jij hier nou te doen?" Bleek dat hij samenleefde met een van die heroïnehoertjes die daar tippelen. Ik zeg: „Je ziet er allerminst gelukkig uit. Ik kom net uit de gevangenis, waar ik het Woord van God ben wezen verkondigen. Heb je daar wel eens van gehoord?" Zo kregen we een heel gesprek. Op een gegeven moment brult hij: "Corinèèè!" Kwam zijn vriendin er ook bij. Aan het eind van die avond gingen een pooier en een prostituee de stad weer in met een "Levensbron", een boekje van Bunyan en een boekje van Georgi Vins. Ik kan dan alleen maar bidden: God, > gebruik toch Uw Woord voor deze arme, goddeloze mensen."

Gevangenispastoraat
Door "De Levensbron" raakte Den Hertog ook in het gevangenispastoraat verzeild. Een gevangenispredikant ving op dat de zakenman uit Dirksland gratis Bijbels verspreidde. Hij nam contact op met de ondernemer en vroeg hem een avond te verzorgen voor de gedetineerden aan de Rotterdamse Noordsingel. De ontmoeting werd door de bajesklanten dermate op prijs gesteld, dat de gevangenispredikant hem structureel bij het gevangenispastoraat betrok. Met gevolg dat Den Hertog al geruime tijd elke woensdag in de beruchte Scheveningse strafgevangenis te vinden is. Inmiddels heeft hij er een stiltecentrum mogen inrichten, gemeubileerd als huiskamer met aan de wand het mammoetschilderij van Albert Wessels over Bunyans Christenreis, waar hij "zijn jongens" kan ontvangen. „Elke woensdag heb ik zes tot acht individuele gesprekken. Ik heb ook contact gelegd met de hoofdpredikant op het ministerie van justitie. Door de bezuinigingen is er jaarlijks nog maar 25.000 gulden beschikbaar voor geestelijke lectuur voor gedetineerden. Dat is natuurlijk niet veel. Vandaar dat we bij TBS in Engeland Bijbels hebben gekocht in het Engels, Arabisch, Spaans, Turks, Armeens, noem maar op. Wat ze bij justitie nodig hebben, kunnen ze krijgen. Zo heb ik het met "De Levensbron" ook gedaan, maar veel gevangenen kunnen geen Nederlands lezen. Dan moet je zorgen dat ze een Bijbel in hun eigen taal krijgen."

Luisteren
Met de christelijke feestdagen gaat de ondernemer alle cellen van Scheveningen, Rotterdam en de Koepel in Arnhem langs, om een tasje af te geven met lectuur. „In heel wat cellen hangt nu een kalender van Friedensstimme, tussen de naaktposters. Wat voor woestelingen je ook voor je hebt, als je een hand op hun schouder legt, zie je ineens iets anders in hun ogen. Het raakt ze dat er nog iemand is die aan hen denkt. Die hen een Bijbel of een boek komt brengen. En vanzelf een lekker stolletje. Je moet ook iets lekkers voor die knapen meenemen. Ze noemden me eerst de pastoor van de slagroomsoezen, omdat ik elke week soesjes meeneem. Er zijn veel mensen bij die de doodstraf hebben verdiend. Daar moet je niet omheen draaien. Wel verandert er iets als je ze hun eigen levensverhaal hoort vertellen. De jongens in de bunker bijvoorbeeld, afdeling zedendelicten, zijn in hun jeugd vrijwel allemaal zelf seksueel misbruikt en mishandeld. Ik heb geleerd dat je pas een boodschap kunt overbrengen, als je naar hen geluisterd hebt. Een paar weken terug had ik het vijfde gesprek met een knaap, opgevoed in een gezin van acht criminelen, die twee moorden heeft bekend. Het laatste slachtoffer was een meisje dat hij op een vreselijke wijze heeft vermoord, onder invloed van cocaïne. Dat beeld blijft maar door z'n hersens heen spoken. Ik heb hem een uur laten praten. Afgrijselijk om aan te horen. Maar aan het eind zegt hij: „Ik lees tegenwoordig in de Bijbel. Wilt u met me bidden?" Wat er dan door je heen gaat, kan ik niet weergeven. Ik heb de ziel van die jongen op mogen dragen aan de almachtige God, die in Christus machtig is het grootste beest te bekeren. Want de God van Manasse leeft nog. Daar ben ik van overtuigd."

Onvrijmoedig
„Ik zie op dit terrein ook een concrete taak voor met name reformatorische werkgevers. We moeten bereid zijn ons bedrijf open te zetten voor ex-gedetineerden. Ik steun met veel genoegen een aanloophuis als "Exodus" in Scheveningen, waar ex-gedetineerden en ex-verslaafden worden geresocialiseerd via kleine werkprojecten. Onvoorstelbaar wat die mensen met een klein budget kunnen doen. Hetzelfde geldt voor pater Loek Hensen, een franciscaan die aan de Bergweg in Rotterdam een aanloophuis runt. Bij alles wat je doet bestaat wel steeds het gevaar dat je er zelf tussen komt te zitten. Dit werk heeft voor de Heere alleen waarde als het gedaan wordt tot eer van Zijn naam en tot heil van de naaste. God alleen verdient alle lof voor de ondoorgrondelijke wegen die Hij met dwaze zondaren houdt. Hoe Hij de grootste goddelozen wil trekken. En dat hij daarvoor zwakke mensen wil gebruiken. Ik ontmoet nogal wat mensen die me bekennen dat ze zo onvrijmoedig zijn. Dan adviseer ik: Geef toch, al is het met een verlegen blik en een bevend hart, een Bijbel weg aan uw God vergetende buurman, buurvrouw of collega. En smeek de Heere of hij deze eenvoudige christelijke daad wil gebruiken. Waar we ook gesteld zijn, laten we iets doen voor de Heere en Zijn dienst!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.