+ Meer informatie

Noachs dagen

5 minuten leestijd

En gelijk de dagen van Noach waren. (Mattheüs 24 : 37a)

De Heere Jezus heeft op de vraag van Zijn jongeren in het derde vers van dit hoofdstuk Zijn grote profetische rede uitgesproken. Bij het vele aangrijpende, hetwelk de grote Profeet toentertijd heeft gezegd, is ook het woord hetwelk we ter dezer gelegenheid willen overdenken. Het moge zijn tot onze waarachtige bekering. Dat het ons aangrijpe, hoe vreselijk de tijd was waarin Noach leefde. Het was alles zo heel gewoon. Niet in het minst van ten hemelschreeuwende zonden, zo op het oog gezien. Doch het is dan ook maar schijn, als men er geen bijzondere zonden in ziet.

Wat gebeurde er dan in de dagen van de zondvloedprofeet? Wel, men at en men dronk en men gaf ten huwelijk en trouwde. Zijn dat nu zulke vreselijke ongerechtigheden? Is het niet veeleer alles geoorloofd, ja geboden? Heeft de Heere niet gezegd dat Adam van al het geboomte des hofs vrijelijk zou eten, met uitzondering van de boom des kennis des goeds en des kwaads? Zeide de Heere niet dat het niet goed was dat de mens alleen ware en Hij een hulpe als tegenover hem zoude maken? Getuigde niet reeds Genesis 2, dat man en vrouw tot één vlees zouden zijn? De Heere toch stelde het huwelijk in voor de val. Is het dan zo vreselijk zondig om te trouwen en te eten ? Neen, mijn vrienden daar zit het niet in. Waar ligt dan de diepte van de zonde? Wel, men had genoeg aan eten en drinken en trouwen. Genoeg aan een leven naar het vlees. Wat gaf men om de dwaze man die stond te profeteren van een naderend oordeel? Wat gaf men om de ere van de levende God? Als men slechts leven kon en genieten van de dingen van beneden, dan had men genoeg. Die Noach mocht gerust zijn ark bouwen en een schrikkelijk oordeel verwachten, zij hadden genoeg aan hetgeen het leven hun bood, en wachten dan verder wel af. O schrikkelijke ontgoocheling, toen de Heere het woord hetwelk Hij Noach had laten spreken in vervulling deed gaan en wateren van boven en van beneden de aarde bedekten. Laat ons de tijd van toen vergelijken bij hetgeen in deze tijd kenbaar wordt. Er wordt gespot met het oordeel Gods. Land en volk, overheid en vorstenhuis versmaden de roepstemmen Gods en alles gaat voort in het bedrijven der meest schrikkelijke zonde alsof er geen God in de hemel is, Die te komen staat om te oordelen de levenden en de doden. Wij zijn verslaafd aan de sport, christelijk en onchristelijk, hoe het dan ook zijn moge. We roemen in onze godsdienst, welke slechts een godsdienst naar het vlees is. Niet de minste kennis hebben we er van nature van hoe vreselijk de zonde is. Ze is Godonterend, strafschuldig, lichaamsvermoordend, zielsverwoestend. Ze roept het oordeel Gods, wanneer de maat der ongerechtigheid vol is. Ge kunt Gods knechten beluisteren welke Gods oordeel aankondigen, de totale doodstaat van de mens prediken; onbekwaam tot enig goed. Och, ge zijt ijdele roepers. Het is dwaasheid wat er gepredikt wordt. Och, dat ons hoofd water ware en ons oog een springbron van tranen om te bewenen de breuke der dochter Zions. Wat is er over de ganse aarde nog anders waar te nemen dan een gruwelijke losbarsting der zonde? Tentoonstelling op tentoonstelling in ons vaderland. Kermis hier en kermis daar, en straks ontspringen de bronnen van de Godsgerichten om te verdelgen. O, arm land en overheid alsmede ons vorstenhuis. Wat zal het vreselijk zijn, als de hoge God ten oordeel komen zal. Waar, ai zeg! waar zult ge U bergen als Hij met majesteit en heerlijkheid zal verschijnen, en alle oog Hem zien zal? O jonge dochter en jongeling, zoekt toch dc Heere, terwijl Hij te vinden is. Twist er toch niet over wat ge verplicht zijt voor God en wat niet. Ge zijt alles aan Hem verplicht, want Hij vraagt Zijn beeld terug.

Met alle kinderen van Adam ligt ge midden in de dood. Och, of ge Uw kostelijke jonge lichaam niet der zonde en der ijdelheid gaaft, doch in de vreze Gods mocht wandelen. O, straks zal Gods volk de deur van de ark achter zich gesloten zien.

Dat zal de Heere zelf doen. Naar Zijn eeuwig souverein welbehagen behoudt Hij Noach en al Zijn volk in het bloed des Lams, en als alles en allen buiten Christus in w r eedom des harten zullen omkomen, wordt al Gods lieve volk behouden. O onbegrijpelijk wonder van genade en vrijmachtig welbehagen. Dat we in vreze leerden wandelen de tijd onzer inwoning op aarde. Dat we predikers zijn mochten van die gerechtigheid Gods over de zonde, welke gerechtigheid ook alleen behoudt van de dood. Dat verheerlijkt in Christus, doet alleen de poorten des heils open, en daar zal alleen het rechtvaardig volk door treên. Als in de dagen van Noach. Let op de sprake des Heeren. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Een openbaring van vijandschap tegen God. De Heere bekere ons en ons zaad en doe ons letten op de tekenen der tijden. Want Hij staat te komen, en zal Zijn Woord waar maken. Maranatha!

v Ds J. v. d. BERG.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.