+ Meer informatie

ZUSTERKRING-werk

11 minuten leestijd

In een groot aantal gemeenten van onze kerk wordt veel werk gedaan door de zusters. We kennen daarvoor verschillende benamingen wanneer dit werk in georganiseerd verband verricht wordt. Bijvoorbeeld: zusterkring, zusterhulp, bezoekdames, wijkdames etc. Er zijn plaatsen waar de vrouwenvereniging de zaken regelt.

Enkele bijbels gegevens

Tegenwoordig spreken we veel over de diaconale gemeente. Dat wil zeggen naast de diakenen, het ambt, hebben ook de gemeenteleden een diaconale taak in hulp- en dienstverlening. Het Nieuwe Testament wijst ons daarin de weg.

Oog voor elkaar en zorg om en voor elkaar. In positieve zin en betekenis. We lezen over toerusting en dienstbetoon in Efeziërs 4. In 1 Corinthiërs 12: leden van de gemeente, het lichaam, hebben elkaar nodig. Er wordt gewezen op gaven en krachten in de gemeente, die als opdracht en taak gebruikt moeten worden. Als er geleden wordt: meelijden, niet in medelijden blijven steken, maar helpen, meedragen, een helpende hand bieden. In vreugde mede dankbaar zijn en meeleven. We lezen in het Nieuwe Testament over de vrouwen die dienden op verschillende manieren in allerlei situaties, bijvoorbeeld Lydia. Zie voor verdere bijbelse gegevens het boek “Zichtbare liefde van Christus”.

Oorsprong

Men vraagt zich wel eens af: Wanneer is dit werk eigenlijk begonnen? We verwezen al naar het Nieuwe Testament. We weten dat door de eeuwen heen vrouwen elkaar in allerlei omstandigheden hebben geholpen: bij ziekte, kraamhulp, in nood en armoede, de burenhulp en buurthulp. De pannetjes soep die rondgebracht werden, zijn niet te teilen. We kennen ook de hulp van de diaconie, vaak de “bedeling” genoemd. Een woord met een onaangename klank en inhoud. Tijdens het Réveil (dames Groen van Prinsterer en Van Hogendorp) werd de sociale hulp aangepakt en komen we de toerusting van de vrouwen tegen.

Het zusterkring-werk, georganiseerd en met veel taken uitgebreid, is na de Tweede Wereldoorlog steeds meer een zaak van de vrouwen in de gemeente geworden. Veel vrouwenverenigingen zijn ermee begonnen en er zijn er nog die het doen. Dat heeft wel bezwaren. In een grote gemeente, of zelfs in een kleine gemeente, waar veel werk is, zullen de vergaderingen van de vrouwenverenigingen die toch eigenlijk bestemd zijn voor bijbelstudie en bespreking van allerlei onderwerpen (hoe nodig!), opgaan in het regelen van de hulpverlening, bezoeken brengen e.d. Het is goed dat een aparte kring van zusters dit werk doet. ’t Komt voor dat vrouwen geen intéresse hebben of niet voelen voor een studievereniging, maar bijzonder geschikt zijn voor zusterkring-werk. De praktijk heeft geleerd dat deze zusters niet graag voor dit werk gemist zouden zijn.

Opzet en organisatie

Allen kunnen nu eenmaal niet alles doen en voor een enkeling is er snel te veel werk. Daarom is het goed hulpverlening ook in de gemeente te organlseren. Niet om weer eens iets te kunnen organiseren, neen; wel om het werk zo efficient mogelijk te laten verlopen, om tot goede werkverdeling en resultaten te komen. Ook om ergernissen en frustraties van langs elkaar heen werken, van dubbel werk, te voorkomen. Spontane hulp kan dan net zo goed ingeschakeld worden.

Wanneer er nog geen zusterkring in de gemeente is, kan het op de weg van de diakenen liggen ermee te starten. Dan is het meteen kerkelijk gemeentewerk. Een deel van de kerkeraad, hier dus de diakenen, staat erachter en draagt mede de verantwoordelijkheid. Hoe groot zal de zusterkring zijn? Dat ligt aan grootte van de gemeente en hoeveelheid werk.

In overleg met de diakenen

De diakenen zullen zich afvragen: Wie heeft er tijd voor? Wie is bereid om in overleg en in kring- of teamverband te werken? Niet op de manier van: Nou ja, als het dan moet… Neen, bijna zeggen we: Wie voelt zich geroepen? ’t Is immers werken als leden van de diaconale gemeente, ’t is werk met het oog op de ander, met liefde, toewijding, in zelfverloochening, werk met het hart! Wie pakt het aan? Is er een domineesvrouw die begint en leiding gaat geven? Zij is immers door haar man direct op de hoogte van wat er in de gemeente omgaat, waar hulp en dergelijke nodig is.

De diakenen zullen dus een zuster benaderen om mee te werken aan de opzet en verdere organisatie. Zij zal andere zusters benaderen. Weer: wie is echt bereid, heeft tijd en gelegenheid, kan het ook aan in moeilijke omstandigheden (geen vriendinnetjespolitiek!)? Zeker weer in overleg met de diakenen. In een onderlinge open relatie (diaconie en zusterkring) zal ’t werk verdeeld en besproken moeten worden. Natuurlijk is er een règlement (voorbeeld in het genoemde boek).

Dan zal na een goede start de zusterkring zelfstandig kunnen en moeten werken. De diakenen moeten er vertrouwen in hebben en niet alles zelf willen regelen en bepalen; bijvoorbeeld: Wie mag hier naar toe, wie mag dat doen? Alles wat des zusterkrings is in vertrouwen overlaten aan de zusters. Zij (de zusters) hebben er dan ook voor te zorgen dat de zaken goed behartigd worden. Geen gepraat of geroddel over gemeente, die ouderling of de dominee op bezoekjes. Positief bezig zijn en waar nodig bij vertrouwelijke gesprekken geheimhouding betrachten. Op de vergaderingen van de zusterkring zullen alle zaken die gedaan moeten worden, besproken worden. Daar komen problemen in de gemeente naar voren die binnen de muren van de vergaderruimte moeten blijven! Ook wanneer een zuster geen zusterkring-lid meer is!

Een aantal keren per jaar, wanneer nodig of ter informatie, zal er met de diakenen vergaderd worden. Wat een goede afspraak is: wanneer predikant, ouderling of diaken in de gemeente iets tegenkomt wat op de weg van de zusterkring ligt, moet dat doorgegeven worden. Maar even goed andersom!

Nogmaals: we pleiten voor een zelfstandig werken en een eigen aanpak van de zusterkring. Vrouwen werken op háár wijze, en bij die open relatie zal er geen vraag zijn naar: Moeten zij dat wel doen of horen wij dat eigenlijk te doen? ’t Gaat met elkaar om de ander te helpen. Samenwerken geeft ook saambinding!

Diakenen zullen bij veel werk, misschien wel speciaal mannenwerk, zeker ingezet willen worden.

Ook gemeenteleden zijn op de hoogte van het zusterkring-werk en van hulp gebruik willen en kunnen maken. Er zijn ook gemeenteleden die er moeite mee hebben hulp van eigen gemeentekring te aanvaarden. We mogen nooit dwingen. Ieder is en blijft daar vrij in. Maar zou daar een oorzaak voor zijn?

De praktijk

Waar beginnen? Het zal voor iedere gemeente verschillend zijn, maar er is veel te doen. We noemen een aantal mogelijkheden. Kennismakingsbezoekjes bij nieuwingekomenen: hartelijk welkom met een bloemetje, op de hoogte brengen van activiteiten in de gemeente enz. Altijd positief!! Geen … we weten het al! Verzorgen van de ouderenmiddagen, en ’t jaarlijkse uitstapje met de ouderen, in overleg met de diaconie en eventueel andere wijken in de plaatselijke gemeente. De kerstattentie: Wie doe je waar een plezier mee? Daar zeker rekening mee houden! De bezoekjes bij leden, bijvoorbeeld boven de 70 jaar, op hun verjaardagen, met een attentie (financiën voor deze zaken in overleg met diaconie)? We hebben in iedere gemeente onze alleengaanden (of hoe u ze wilt noemen; alleenstaand behoren we in de gemeente van Christus niet tegen te komen). We bedoelen mensen met weinig familie of geen familie meer, weinig contacten, onze weduwen en weduwnaars. Dan bij de zieken: in de ziekenhuizen, inrichtingen (altijd mogelijk? informeren!), zowel bij de kinderen, oudere jeugd, jonge zusters en broeders als bij de ouderen. Langdurig ziek thuis? Vergeet ze niet! Meeleven! (Met een kleinigheid? Er zijn aardige boekjes - evangelische boekwinkels). Het is niet nodig altijd iets mee te nemen! In blijde dagen, bij geboorten namens de hele gemeente, bij jubilea en dergelijke aanwezig zijn. In droeve dagen, dat is wel wat moeilijker! Is het niet vreemd dat soms bij begrafenissen bijna geen gemeenteleden meer aanwezig zijn? Is de overledene vergeten, te onbekend? Ook daar zullen zeker twee dames van de zusterkring aanwezig behoren te zijn. We bewijzen de laatste eer aan hen die vaak vele jaren trouwe leden van de gemeente waren! Hoe kijkt een familie er tegenaan als er geen belangstelling meer is vanuit de kerk waar zij of hij lid was?

Wat kunnen we verder beginnen in de gemeente? Nog een voorbeeld: rijden met ouderen naar’t ziekenhuis voor bezoek of onderzoek, onverwachte situaties, oppassen etc. Als laatste voorbeeld noemen we: de langdurige, zeker niet eenvoudige zeer praktische hulp in gezinnen waar vrouw en/of moeder soms heel lang ernstig, zelfs zeer ernstig ziek is. Of waar een vrouw de verzorging van zieke man en gezin niet meer alleen aan kan. Dat is hulp in huis, bij de verzorging van de zieke, zorg voor de maaltijd of de was, ‘s nachts invallen bij het waken, er zijn om even weg te kunnen, voor enige ontspanning of om een ogenblik bezig te zijn met de kinderen. Doen wat de hand vindt om te doen. Soms heel moeilijk. Maar’t gaat om die ander…, ook na het overlijden van vader of moeder in een gezin.

Is dat wat des zusterkrings is? Heel zeker. Het komt voor in alle gemeenten, niet constant, maar wel regelmatig en deze hulp zal er steeds meer moeten zijn. Het zijn niet alleen de gezellige en prettige bezoekjes. Laten we er als zusterkring wel op letten wie een lid uit de gemeente met moeilijke problemen bezoekt. Levenservaring en wijsheid gaan dan wel voor. Soms zeggen we wel eens: ’t Klikt niet. Laat het dan eens aan een ander over. Kom daar eerlijk voor uit. ’t Gaat immers om die ander in moeite…

Proberen we ook onze gesprekjes wat meer inhoud te geven door iets voor te lezen, soms een meditatief stukje of uit de Bijbel? lets te vertellen over de preek? Bij een goed contact kan er behoefte zijn om samen te bidden. Waarom niet? En kunnen we luisteren?

Roosters

Wat nuttig en noodzakelijk is bij hulpverlening waar meer zusterkring-leden bij ingeschakeld worden, is werken met roosters. Waarom? De présidente van de zusterkring zal deze roosters opstellen. Namen van de hulpgevers met telefoonnummers, tijden van aanwezig zijn, telefoonnummer van de hulpvrager, wat wordt er verwacht dat gedaan wordt. Denk aan medicijnen etc. Alle hulpgevers krijgen een rooster. Ieder weet waar zij of hij aan toe is. Bij veel en langdurige hulp zullen er ook gevraagd worden buiten de zusterkring om te helpen. Ook zij krijgen een rooster Denk aan reserves.

En wie buiten deze manier van werken om hulp wil bieden? Graag, maar neem wel contact op met de zusterkring, zodat er niet langs elkaar heen gewerkt wordt of de een doet wat aan een ander gevraagd is. Voorkom irritaties. Daarom is met roosters werken noodzakelijk!

Misschien een moeilijk punt, maar ’t is nodig dat de présidente van de zusterkring met het rooster naar de hulpvrager gaat. Hij en/of zij moeten het met de gang van zaken eens zijn, en met de hulpgevers! Niet zeggen of denken: Laten ze blij zijn dat ze hulp… enz. Nogmaals, ’t gaat om die ander, misschien in de laatste levensfase. Worden we afgebeld omdat er onverwachts een familielid is die helpt, fijn voor de hulpvrager. ’t Blijft positief bezig zijn… voor de ander.

Werken in wijken

Grote gemeenten zullen het werk allicht wijksgewijs opzetten. Eén zuster van de zusterkring zal speciaal voor het overleg in de wijk worden aangewezen en met de leden van de zusterkring die in die wijk werken, overleg hebben en contact houden. Maar ook hier geldt: in iedere wijk dezelfde richtlijnen, op dezelfde manier werken, geen verschil maken in meer of minder doen. Bovendien blijft de présidente het totaal overzien en regelen, en daar verantwoordelijk voor zijn.

Het om de ? jaar aftreden kan goed zijn, maar ook problemen geven. Er zijn zusterkringen (bekend!) waar weinig jongere vrouwen zich in willen zetten. Werken buitenshuis -dan nog eigen gezin etc. Jammer, want het is zo nodig! Voor ouderen is het soms moeilijk te wennen aan een andere zuster van de zusterkring. Er is een vertrouwensrelatie ontstaan, die niet zo gauw met een ander opgebouwd wordt. Bekend is dat juist weduwen daar moeite mee hebben. Oudere alleengaande broeders zien nog wel eens graag een zuster met haar man op bezoek komen.

Soms wordt er vanuit andere kringen een beroep gedaan op onze gemeenten om vrijwilligershulp te geven in bijvoorbeeld zorgcentra. Ook dat kan als een noodzakelijke taak gezien worden.

Tenslotte

Vrouwen zijn vindingrijk. Iedere gemeente zal haar eigen zusterkring hebben met eigen aanpak.

Wat hierboven beschreven is, is vanuit de ervaring geschreven. Er zouden nog meer voorbeelden te noemen en gebeurtenissen te vertellen zijn. Bij al ons werken handelen we vanuit de liefde van Jezus Christus. Hij, die alles overhad voor ons soms liefdeloze mensen, deed het voor ons en deed het ons ook vóór.

Zo kunnen we als vrouwen werken in de diaconale gemeente. Blijmoedig hen terzijde staan die hulp nodig hebben, behoefte aan contact en meeleven hebben, die zich alleen en eenzaam voelen, gaande in Jezus’ voetstappen met een liefdevol oog voor de ander.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.