+ Meer informatie

COLUMN: SPREKEN IS ZILVER…

4 minuten leestijd

ledereen vult automatisch het ontbrekende deel van het gezegde aan: spreken is zilver… zwijgen is goud. In het kader van een column voor ons blad zou ik de aanvulling echter anders willen laten klinken: … luisteren is goud.

In onze rondgang door de gemeente (of door de wijk) die aan onze pastorale of diaconale zorg is toevertrouwd voeren we heel veel gesprekken. Ze ontstaan in het contact dat opbloeit in een wederzijdse ontmoeting. Juist dat laatste is voor het welslagen van een gesprek van geweldig belang: dat het echt een ontmoeting is. Daarvan kan alleen maar sprake zijn wanneer beide partners van het gesprek wezenlijk voor elkaar open staan.

Het feit dat wij als ambtsdragers komen met een bepaalde opdracht van Godswege, dat er zelfs in het gesprek dat we voeren iets kan zijn van het “tegenover” van Godswege, van het overwicht dat Gods Woord moet hebben boven de woorden van mensen die wij ontmoeten, doet daaraan niet af. Integendeel, ook en juist dan zullen we vóór we spreken eerst leren luisteren. Wie de Psalmen nauwkeurig leest - of ze zingt - weet dat in die ontmoeting tussen mens en God de mens altijd de gelegenheid krijgt tot Zijn God te spreken. De Here luistert, laat de mens komen in zijn behoefte tot lofprijzing, maar ook in zijn wanhoop; dan pas spreekt Hij, bemoedigend, corrigerend, vermanend...

Het komt er in een gesprek altijd weer op aan dat we de ander aan het woord laten. Dat we weten wat hem of haar bezighoudt, wat er in zijn of haar leven is dat dwars zit. En daarbij dienen onze oren wijd open te zijn. Wat zegt de ander? En vaak ook: wat zegt de ander niet? Wat zit er achter? Gelukkig wanneer je als ambtsdrager dan ook iets van de omstandigheden peilt en kent waarin het gesprek tot stand komt. En vervolgens kan door vragen, verhelderend, verder brengend, een gesprek zich ontwikkelen.

Teveel komt het voor dat gemeenteleden de indruk hebben dat hun predikant, ouderling of diaken wel zijn woord aan hen kwijt wil, maar dat zij daarbij zelf alleen maar mogen toehoren. Als ze al iets mogen zeggen, dan hebben ze de indruk dat hun woorden bij de ander “het ene oor in en het andere uitgaan”. Men heeft daar dan ook een uitdrukking voor - en helaas hoor je die nog wel eens in kerkelijke kringen -: hij moest zijn ei kwijt… geen mooie uitdrukking, maar wel verwoording van de teleurstelling dat een ontmoeting niet meer was dan een langs elkaar heen schieten. Het komt aan op grote zorgvuldigheid.

En zelfs wanneer we deze intentie geleerd hebben (en ook dat is een gave die we van de Geest mogen vragen), dan nóg is het zaak goed na te denken bij de bedoeling van de woorden die we al luisterend opvangen. Soms moeten de dingen die we in dat luisteren op menen te vangen getoetst worden: bedoelt de ander echt wat wij menen te horen? Niet iedereen is even puntig en direct in zijn of haar spreken, en o zo snel zitten we in ons antwoorden op een verkeerd spoor. Men denke aan Elkana (in 1 Sam. 1), die het verdriet van zijn vrouw om haar kinderloosheid zeker zag, maar toch niet werkelijk peilde “hoe diep het zat” en kwam tot een antwoord dat weliswaar niet onwaar was, maar toch ten diepste niet echt het probleem raakte… Een vraag ter toetsing stellen, of misschien de zaak nog eens al luisterend op je in laten werken; het is alles erg heilzaam om onze gesprekken te laten zijn wat de Here God er mee bedoelt: werkelijke ontmoeting van mens tot mens, onder het besef dat Hij ons samenbrengt om het laten komen tot een ontmoeting tussen Gód en mens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.