+ Meer informatie

Welke schitterende kleuren heeft Nederlandse dundoek eigenlijk?

Oranje-blanje-bleu was nooit nationale vlag

10 minuten leestijd

O schitterende kleuren van Nederlands vlag, hoe wappert gij fier in de wind! Woorden van deze strekking hebben u en ik vroeger vast wel gezongen; op Koninginnedag bijvoorbeeld, of op Bevrijdingsdag. En de schitterende kleuren, dat is simpel genoeg nietwaar? We hebben immers gewoon rood, wit en blauw en daarnaast voor Oranje-hoogtijdagen nog een wimpel in die kleur erboven. Zo zit dat, dachten wij. Maar zo eenvoudig is dat helemaal niet; de oorsprong van ons trots wapperende nationale dundoek — waarvan mast en ophijstouw ook buiten de nationale dagen om hinderlijk staan te schudden en te klapperen — is namelijk nauwelijks bekend.

U dacht, dat oranje natuurlijk de oude vertrouwde „Princevlag" kroonde: oranje, blanje, bleu, en dat door ongeloof (in dit vorstenhuis) en revolutie het dierbaar oranje vervangen werd door het smadelijke rood, dat liever op 1 mei thuishoort dan op 30 april of 5 mei? Dè kenner van onze Nederlandse vlag, Klaas Sierksma in Muidenberg, weet wel beter: juist oranje was onze revolutiekleur en al vóór de Republiek in de 16e eeuw de oranje-wit-blauwe driekleur hanteerde was in Holland een rood-wit-blauwe vlag in gebruik.

Trouwens, sla er de eerste de beste encyclopedie maar op na en ze zullen u toegeven, dat er met onze vlag en haar oorsprong heel wat problemen zijn.

Zeekaarten

Sierksma, auteur van diverse boeken over de Nederlandse vlaggen en oprichter van de Nederlandse Stichting voor banistiek (is: vlaggenkunde) en heraldiek (is: wapenkunde), geeft ronduit dat voortgezet onderzoek hard nodig is. Verhalen als zou de rood-wit-blauwe vlag bij de Watergeuzen uit de tachtigjarige oorlog vandaan komen of eerder een geschenk zijn van Hendrik wijst hij van de hand. Maar wat dan wel? Pas een jaar of vijftien geleden werd een nieuwe bron voor onze vlaggenkunde ontdekt: het bestuderen van de zeekaarten.

Daaruit bleek, dat bij de havens van de Lage Landen rond de (Zuider)zee op onze kaarten vlaggen waren getekend: veelbanig en vertikaal en in de kleuren rood-wit-blauw, al omstreeks 1475 tot 1600, dus lang vóór de Watergeuzen kwamen aanzeilen. Maar nu was er een prent van de haven van Amsterdam uit ...5: daar is de meerbanige vlag te zien. Maar op een herdruk van die prent in ...1 verschijnt (wellicht voor het eerst?) de driebanige vlag, die volgens Sierksma dus zo rond 1600 ontstaan zal zijn.

Driebanig anno 1600

Als dat klopt dan is de beroemde ,,Gulden Sporen" er wel naast als hij ons een prachtige prent tekent van Leidens ontzet anno 1574 met o.m. enkele driebanige oranje-wit-blauwe vlaggen. Maar deze ontdekking, vertelt Sierksma aan het RD, is van zeer recente datum: ,,U hebt daarmee een primeur". In elk geval zou de driebanige vlag niet teruggaan op de 16e eeuw. Maar ook de vraag, waar onze drie kleur (rood of oranje inbegrepen) vandaan komen is niet zonder meer duidelijk te beantwoorden. De heer Sierksma vermoedt, dat ze verband houden met de wapenschilden: wapens werden vaak afgeleid van de vlag, maar ook het omgekeerde komt voor.

In het verleden blijken steeds weer de rood-wit-blauwe kleuren terug te keren: de Friese stadhouders bijvoorbeeld voerden die kleur. Maar behalve een geheel oranje (is: goudkleurige) heeft er nooit een complete Nederlandse oranje-wit-blauwe vlag als symbool van de natie bestaan. Het oranje is juist door de eeuwen heen de kleur van onze ,,revolutie" geworden: déze kleurencombinatie deed dienst in bepaalde situaties. De Geuzen kozen ervoor; de Hugenoten eveneens en in onze tijd zelfs de provo's, die voor hun ,,Oranje Vrijstaat" ook het rood in de vlag vervingen.

De kleur oranje is, ook via de associatie in de naam, ingevoerd door het geslacht van Oranje-Nassau. Vreemd genoeg daarbij is het, dat in het wapenschild der Oranjes de kleur oranje niét vóórkwam; wel in dat van de graven van Nassau. De (oranje)wimpel -bij onze vlag is helemaal een typisch Nederlands verschijnsel, dat we verder nergens ter wereld tegenkomen. Die wimpel, waarvan de kleur wel is gekozen ter herinnering aan prins Willem I van Oranje. Ter ere van het vorstenhuis wordt op feestdagen ,,hun" wimpel gevoerd (dus wel op Koninginnedag, niet op Bevrijdings

Statenvlag met Leeuw

In de 16e eeuw werd door de Geuzen, naast het oranje-wit-lichtblauwe dundoek, ook de geheel eenkleurige oranjevlag wel gevoerd. Maar bovendien kende de Republiek der verenigde Nederlanden de zogeheten Statenvlag: de bekende gekroonde rode Nederlandse Leeuw met in zijn klauwen het zwaard en de pijlenbundel, die aanvankelijk zeventien en na de scheiding van Noord en Zuid nog zeven pijlen voerde. De rode leeuw werd afgebeeld op een geel veld maar in de 17e eeuw werden deze kleuren verwisseld: een gele leeuw op een rood veld.

De horizontale rood-wit-blauwe vlag als nationale vlag kennen we pas sinds plm. 1797. Maar nu komt het opmerkelijke: deze driekleur in deze vorm is nergens in een wet vastgelegd. Wel heeft koningin Wilhelmina op 19 februari 1937 een Koninklijk Besluit uitgevaardigd, waarin het vermiljoenrood, het wit en het zogeheten Nassause blauw (kobaltblauw) als de juiste kleuren werden geregeld. Dat had echter een bijzondere achtergrond: zowel in orthodox-protestantse kring (o.a. de Hervormd-Gereformeerde Staatspartij, waarover straks meer) gaf men in woord en geschrift sterke voorkeur voor het invoeren van het oranje-wit-blauw als officiële natievlag. Zulks ook om de band tussen Nederland en ons Oranjehuis extra te beklemtonen.

NSB en Oranje

Maar wat later koos ook de "Dietse" NSB voor dit oranje, tegen het gehate rood der socialisten (SDAP) en communisten. Dat het rood in onze vlag in oorsprong niets met Marx noch met de Franse revolutie te maken had was Mussert nauwelijks een zorg. In elk geval is een wetsontwerp, zegt Sierksma, naderhand weer ingetrokken, kort voor de tweede wereldoorlog.

In het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden, waartoe nog de Nederlandse Antillen behoren, is de vlag — met wimpel — wel vastgelegd, zoals ook de Antilliaanse vlag wettelijk vastgelegd is. Recentelijk heeft de overheid overigens besloten, dat er minder dagen per jaar gevlagd zal worden.

Op 15 december, Koninkrijksdag, wordt er gevlagd zonder oranje wimpel en dat laatste is dus een fout, zo licht Sierksma toe. Hij weet ook te vertellen, dat in een Sovjet-Russisch vlaggenboek over revolutionaire en vrijheidsvlaggen het oranje-wit-blauw wordt genoemd.

"Tricolore" en Luxemburg

De banisticus uit Muiderberg gooit nog even een paar mooie verhalen ondersteboven. Bijvoorbeeld dit, dat tsaar Peter de Grote de Nederlandse rood-wit-blauwe vlag meegenomen zou hebben naar Rusland. Hij heeft er wel tekeningen van gemaakt, maar al vóór deze tsaar voerden de Moskouse regimenten deze drie kleuren die in wezen niets met onze driekleur hebben uit te staan. In de panslavische beweging neemt het rood, wit en blauw een voorname plaats in: de Tsjechische en Joegoslavische vlag hebben deze driekleur ook (met aanvullingen, zoals de Joegoslavische geel-rode ster).

En hoe zit het met de Luxemburgse driekleur, die geheel gelijk is aan onze vlag, en die dus geen lichter blauw voert zoals wel eens 'wordt betoogd? En met de Franse ,,tricolore", die in verticale banen het blauw-wit-rood draagt? Nu, die zijn op totaal andere wijzen ontstaan, los van onze driekleur. De Franse haalt zijn rood en blauw uit de kleuren van Parijs en zijn wit van het koningshuis der Bourbons; niets revolutionairs derhalve.

Vlag der Friezen

Ondertussen zijn sinds een paar jaar ook de eenkleurige oranje vlaggen weer populair, terwijl er alom een toenemend gebruik van dit doek valt waar te' nemen; wel tachtig procent der Nederlandse gemeenten heeft een eigen vlag, ook de-dorpen, terwijl bijv. de Amsterdamse Bijlmermeer een aparte vlag heeft, naast de Amsterdamse.

We hebben, zegt de Fries Sierksma, tien provincievlaggen, want de bekende Friese vlag (de plompeblaren) is geen vlag vai) de provincie Friesland, maar ook van het volk der Friezen, zodat ook Friezen in Duitsland en Denemarken dit doek als hun vlag erkennen. Zo bezien heeft Nederland eigenlijk twee nationale vlaggen... De Friese vlag stamt in elk geval al uit de Middeleeuwen, weet Sierksma met gepaste trots: ,,Nederland bestond toen nog niet; Frisia al wel".

Over het vlaggebruik zegt de vlaggendeskundige nog, dat ambassades en consulaten ook altijd de wimpel voeren. Dat heeft daar een dubbele functie: het vlaggen eert onze koningin, maar het is tevens onze Koninkrijksvlag, die ook bij de kazernes wordt gebruikt.

Bij de vlaggenmanifestatie, die momenteel op de Flevohof wordt gehouden is ook een enorm grote te zien: deze meet zes bij negen meter en wappert van een vijftien meter hoge mast.

Drievoudig snoer

Volgens Sierksma doen de kleuren rood, wit en blauw er voor de banistiek niet veel toe: gewoon rood, wit en blauw. Maar nog altijd zullen er mensen zijn, die zoals eens ds. H. O. Roscam Abbing willen' ijveren voor een nationale vlag in oranje-wit-blauw, ook al is die dan nooit echt onze staatsvlag geweest.

De verbondenheid tussen Nederland en het Oranjehuis zou er meer door tot uitdrukking komen. Die is overigens ook maar betrekkelijk en historisch minder hecht en langdurig geweest dan een bepaalde mythologiserende geschiedschrijving graag voor waar wil houden. Tenslotte is onze staatsvorm de eeuwen door nogal wisselend geweest: republiek, stadhouders, stadhouderloze tijdvakken, een gevluchte prins, die hier een nu nog relatief betrekkelijk jonge monarchie kreeg aangeboden. Noch de Nassause graven noch het vorstendommetje Orange in Zuid-Frankrijk hadden hun wortels in onze vaderlandse gewesten.

Het ,,drievoudig snoer" dat in de schoolboekjes nog wel wordt verkondigd, heeft lange tijd onder zware spanning gestaan. En zoals de band tussen Nederland en Oranje niet altijd even hecht was zo kan men ook niet volhouden dat het verbond Gods met het Oranjehuis van eeuwigdurende betekenis zou zijn.

Hoe wij ons vorstenhuis ook waarderen en hoe afkerig wij op praktische gronden ook kunnen zijn van een republiek, we moeten niet vergeten dat de Oranjes geen theocratische koningen zijn (geweest) zoals ooit het koningschap in Oud-Israël onder Gods toelating heeft gefungeerd; Beatrix is David niet. Daarom is er wel alle ruimte voor bijv. een Chr. bond van oranjeverenigingen, maar daarom past geen soms haast afgodische verering van onze vlag met wimpel.

Staat en Kerk

Het rood erin is niet het rood der linkse revolutionairen en het oranje niet een a.h.w. van Godswege meer gezegende kleur dan welke andere ook. Dat werd vroeger wel eens uit het oog verloren. Ik noemde al de naam van ene ds. H. O. Roscam Abbing, die in de jaren '20 en '30 veel schreef in ,,Staat en Kerk" van de Hervormd-Gereformeerde Staatspartij van ds. Lingbeek. Zo schreef deze Arnhemse predikant in 1934 ook over ,,het Oranje Boven".

Door bemiddeling van de hoogbejaarde mej. M. Brons uit Arnhem, ooit lid van genoemde partij, kreeg ik wat kopieën van artikeltjes van zijn hand. In het genoemde betoogde hij dat onze driekleur weer oranje-wit-blauw moest zijn, niet rood-wit-blauw al of niet met oranje wimpel. Roscam Abbing betoogt dan ons land alleen behouden kan worden door ons nationaal Gereformeerd beginsel, gegrond in Gods Woord en de belijdenis der Ned. Hervormde (Geref.) Kerk. Kerk en staat in ons land zijn ontstaan door dat beginsel, verbonden met het Oranjehuis, zo betoogt de predikant in een barok proza dat wij nu nauwelijks meer kunnen nazeggen.

Zondig rood

,,Indien onder de huidige regering het rood, wit, blauw in de grondwet als nationale driekleur wordt vastgelegd, dan doet ook dat ons inkeren tot onszelf met de belijdenis: wij en onze Vaderen hebben gezondigd. Dan gebruikt delieere het als een middel in Zijne Hand om de liefde tot de Princevlag aan te wakkeren, en het gebed te vermenigvuldigen dat het Hem behage op Zijn tijd het oranje, blanje, bleu als nationale driekleur te herstellen. (...) In de Naam des Heeren, wij bezweren u: Laat nooit varen de Oranjevlag", aldus deze predikant bijna een halve eeuw geleden.

We dienen zulk een oproep natuurlijk wel te verstaan in het licht van die tijd, zoals we ook de teloorgang van nationale waarden en nationaal besef nu kritisch hebben te veroordelen. Zo kunnen we nu ook misschien niet meer goed aanvoelen, hoe in 1934 die ,,vlaggenkwestie" de gemoederen hoog deed oplaaien. Ds. Roscam Abbing komt er in een artikel ,,Geen onnozel gezicht" weer op terug, zich daarbij voor de geschiedenis der vlag wel baserend op nu achterhaald feitenmateriaal.

Rome, Rood en Oranje

Bovendien haalt hij de Princevlag en de Statenvlag door elkaar en hij polemiseert fel tegen Rome en de Roden, die beiden de oude Princevlag niet wensten. Ik denk niet, dat predikanten en politici, kerken en politieke partijen nu nog weer warm te krijgen zouden zijn voor het her-invoeren van de oranje-blanje-bleuvlag, temeer daar die niet onze eeuwenlange nationale vlag is geweest. En daaraan veranderen prachtige prenten van Isings en orangistische geschiedschrijving in onze schoolboekjes niet veel meer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.